13-12-07

Rome,

Het komt mij voor dat de aanklacht van Michaël Zeeman over de vrees van de nakende teloorgang van de democratie niet geheel ongegrond is. In een opiniestuk in de Volkskrant verwijst Zeeman in eerste instantie naar Beppe Grillo, een Italiaanse komiek die de corruptheid en de verloedering van de Italiaanse politiek aanklaagt. Op zich geen probleem, ware het niet dat peilingen aantonen dat als er nu verkiezingen worden gehouden in Italië, de helft van alle Italianen zouden overwegen om op de cabaretier te stemmen. De ironie wil dat net dat hele beweging rond Grillo in wezen een reactie is op de personalisering van de Italiaanse politiek: Berlusconi versus Prodi. Rechts versus links, maar met een belangrijke gemeenschappelijke deler. Als “stem van het volk” heeft Grillo gevaarlijk veel weg van een populist. Idealiter is er in de democratie een vertegenwoordiging van verschillende politieke partijen met een uiteenlopend gedachtegoed. In Italië wringt daar net het schoentje: er is geen degelijke vertegenwoordiging van links en rechts. Wat Italië en zijn populaire komiek ons leren, is dat bij een gebrek aan democratie het populisme hoogtij viert. De vraag blijft natuurlijk of men het populisme met het populisme kan bestrijden. Uitgerekend vandaag laat Frederik De Swaef (UGent) ons weten dat alle politieke partijen een nieuw blik Bekende Vlamingen (BV’s) opentrekken bij de verkiezingen. Grote overwinnaar is hierbij Jean-Marie Dedecker met zijn pas opgerichte “Lijst Dedecker”. Dedecker doet een beetje denken aan de hype rond Jean-Pierre Van Rossem zoveel jaar geleden; alleen speelt hij het politieke spel net iets slimmer. Het valt niet te ontkennen dat Dedecker uit dezelfde vijver als die van Grillo vist. Hij vertegenwoordigt immers op wonderbaarlijke wijze “de stem van het volk” door het “gezond verstand” van zijn Lijst in de verf te zetten. Collectief gezond verstand is inderdaad mooi meegenomen; alleen jammer dat er op zijn website weinig te lezen valt als je de link “de partij” aanklikt. De site staat anders wel vol met fragmenten uit talkshows en radio-interviews die de Bekende Vlaming onlangs gegeven heeft. Verder kan je ook nog lezen dat Jean-Marie twee weken geleden als eerste het ontslag heeft geëist van Vlaams minister van economie Fientje Moerman. Vandaag raakt bekend dat de minister haar ontslag heeft aangeboden. 
 Is dit de invloed van (Lijst) Dedecker? Moeilijk te beweren, maar duidelijk is dat hij handig inspeelt op de negatieve gevoelens van een steeds groter wordende groep van de bevolking. Het mooiste voorbeeld is dat hij de “wanpraktijken’ op het kabinet van Moerman vergelijkt met deze in Charleroi. Over negatieve gevoelens gesproken. Hij vindt trouwens ook dat de 200.000 euro, die het omstreden contract van Moerman gekost heeft, integraal aan de belastingbetaler moet terugbetaald worden. Heeft men nog meer bewijzen nodig om aan te tonen dat ook bij ons een groeiend individualisme waar te nemen is? Ik durf niet beweren dat de volksprotesten in België even luid zullen klinken als die in Italië maar ik geloof dat er ten minste twee grote redenen zijn om dit groeiend populisme in ons land te verklaren. Een eerste is de verschuiving van de oorspronkelijke linkse en rechtse partijen in ons land naar het centrum. Een tweede is de veel te grote rol van de media in de creatie van populistische figuren. Opiniepeilingen schrijven al deels de verkiezingsprogramma’s voor en talloze debatten bepalen of je staat of valt als politieke partij. De wil van de media mag niet de wet worden. Misschien loopt het wel allemaal zo’n vaart niet, maar een opmerking van Frederik De Swaef deed me toch even de wenkbrauwen fronsen. Hij stuurde erop aan dat de meeste BV’s die het ‘goed’ doen in de politiek, hoog opgeleid en erg geëngageerd zijn. Een goede opleiding genoten hebben en geëngageerd zijn, vind ik nog geen garantie voor het nemen van verstandige beslissingen. Over gezond verstand gesproken.

 AVS

17:49 Gepost door Student in Zeeman | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

08-12-07

De ondraaglijkheid van vrijheid. En van kennis

Volgens Michaël Zeeman is de moderne mens gelaten en depressief. Omdat hij niet veel goeds meer kan verwachten van instituten en van de maatschappij. Het omgekeerde is eerder waar, lijkt mij: misschien verwacht men net te veel van de maatschappij.

Nooit heeft de mens in zijn individuele levenswijze zo veel keuzes kunnen maken. Nooit heeft de mens dus zo veel persoonlijke vrijheid gehad. Honderden verschillende studiemogelijkheden, tientallen mogelijke relatievormen of gezinssamenstellingen, evenveel seksuele geaardheden, duizenden vakantiebestemmingen, talloze manieren om je vrije tijd nuttig en/of aangenaam te besteden, ongelimiteerde kansen op jobhoppen... Een mens zou van minder gelaten en depressief worden. Keuzes maken brengt immers een gigantische individuele verantwoordelijkheid met zich mee.

Bovendien: "kiezen is verliezen", zoals een oud doch degelijk adagium ons voorhoudt. Voor sommigen is deze verantwoordelijkheid en vrijheid te groot. Want, hoe paradoxaal het ook moge klinken, vrijheid doet je deels de grip op je eigen leven verliezen. Is het dan vreemd dat men voor zaken die niet tot de privésfeer behoren een beschermende houvast zoekt in en verwacht van de maatschappij? Nee. De vraag is echter of de eisen die aan maatschappelijke instituten gesteld worden, redelijk zijn. Is het redelijk te verwachten dat de stiptheid van treinen 100% is? Dat de werkloosheidsgraad van de bevolking 0% bedraagt? Dat weekenddoden, brutale overvallen of "zinloos geweld" (wat dat laatste ook moge betekenen) onbestaande zijn? Driewerf nee. Leven in een gemeenschap brengt nu eenmaal kwaad, corruptie, onheil, ongeluk of gewoon brute pech met zich mee. That's life.

Ik denk ook niet dat dit gegeven an sich voor gelatenheid zorgt. Maar wel het weten van en voortdurend geconfronteerd worden met deze schaduwzijden van het menselijke bestaan. De huidige individuele en maatschappelijke honger naar kennis lijkt onstuitbaar. Want kennis geeft controle en dus rust, dat gelooft men graag. Ik ben er echter van overtuigd dat dit intellectuele mes aan twee kanten snijdt. Kennis van oncontroleerbare maatschappelijke wantoestanden heeft namelijk een sluipend omgekeerd effect: dat geeft onmacht. En onrust. En gelatenheid.

En toch vraag ik me af of het wel klopt wat Zeeman zegt: dat de moderne mens wel in de samenleving leeft, maar er eigenlijk gelaten langs heen leeft. Hoe verklaar je dan de massale belangstelling voor en bijdrage aan pakweg "Music for life", "0110" of "Kom op tegen kanker"? Stuk voor stuk voorbeelden van initiatieven die enkel teren op een grote maatschappelijke bewogenheid. Of is dat wat naïef? En moeten we dan toch eerder spreken van kuddegeest? Of gewetenswroeging? Of schuldbesef? En is dit dus  misschien niet meer dan een moderne versie van aflaterij? Ik weet het niet. Misschien moet men dat maar eens onderzoeken. Want kennis geeft rust, weet u nog?

(Wist u overigens dat maar liefst 90,6% van de treinen stipt vertrekt en aankomt?)

8 oktober 2007

12:34 Gepost door Student in Zeeman | Permalink | Commentaren (3) | Tags: sofie mulders |  Facebook |

06-12-07

“ Sociale depressiviteit ” in de samenleving: een reactie op Zeeman

Heerst er ‘sociale depressiviteit’ in de samenleving? Ik geloof inderdaad dat veel mensen depressief en angstig zijn. We zijn bang voor de toekomst.
Want wat met bijvoorbeeld de vergrijzing? Wat zal er gebeuren met ons pensioen? Hoeveel zullen we nog krijgen?
Maar dat alle mensen collectief depressief zijn omdat ze niet meer geloven in de maatschappij?Dat denk ik niet.
Ik kan moeilijk spreken over Italië of Nederland. Maar in België
voelen de meeste mensen zich toch nog betrokken bij de maatschappij. Ik zou zelfs eerder de stelling van Zeeman durven omkeren.
Volgens Zeeman zijn de mensen depressief omdat ze denken dat de staat niet meer voor hun zal zorgen. Tenminste, zo had ik het toch begrepen.
Wel, ik denk dat veel mensen depressief zijn omdat ze teveel geloven in de georganiseerde samenleving. Of beter gezegd: ze rekenen teveel op de hulp van de politici, de politie, onderwijs enz.... Zij zullen onze problemen wel oplossen!Mevrouw X voelt zich ’s avonds niet meer veilig op straat? De politie moet maar voor haar deur patrouilleren. Dat dit praktisch gezien onmogelijk is, dat willen veel mensen niet begrijpen. Of: veel jongeren hebben problemen met alcohol? Wel, dat het onderwijs dit probleem maar aanpakt! Door bijvoorbeeld sensibiliseringscampagnes de lucht in te sturen en/of onderwijzers die met de leerlingen hierover moeten praten. Dat het toch vooral de ouders zijn die hun kinderen moeten opvoeden en sensibiliseren, dat wordt wel eens vergeten. En ja, we rekenen ook teveel op de politici. We denken soms dat zij teveel rekenen. Maar in vergelijking met de managers in de privésector verdienen ze maar peanuts. Maar toch, ze komen hun beloften niet na, denkt de meerderheid.
Toegegeven, de splitsing van Brussel – Halle - Vilvoorde lijkt een onmogelijke belofte. Maar bvb het oplossen van het onveiligheidsgevoel op straat. Hoe kan een minister van binnnenlandse zaken dat in hemelsnaam oplossen? Hoe kan hij of zij ervoor zorgen dat iedereen zich veilig voelt? Misschien door iedereen straatarrest te geven? Dat lijkt me drastisch en onmogelijk. In de stelling van Zeeman staat ook dat velen niet meer rekenen op de samenleving maar zich terugtrekken op hun eigen omgeving. Wel ik geloof dit niet. Voor velen is hun omgeving en onbekende vlakte. Ze kennen zelfs hun buurman niet meer. Hierdoor voelen ze zich geïsoleerd en bang.
 
Een reactie op : Rome, De anti-politiek als verfrissend alternatief – De volkskrant, forum, 4 oktober 2007 van Michaël Zeeman

19:48 Gepost door Student in Zeeman | Permalink | Commentaren (0) | Tags: conny terwecoren |  Facebook |

19-11-07

Is de samenleving ziek? Een reactie op Zeeman

 Democratie blijft voor heel wat mensen een onveranderlijk begrip dat we met de grootste omzichtigheid moeten hanteren. Zo ook voor Zeeman die in de Volkskrant van vorige week schrijft dat onze instellingen niet meer de verdiende egards krijgen. Volgens hem lijdt onze samenleving aan een vorm van sociale depressiviteit: het gevoel dat we van de democratische instellingen niet veel goeds meer hoeven te verwachten. Vandaar dus dat we uitermate ons best doen om zo veel mogelijk naast de samenleving te leven. 

De idee dat we de democratische waarden moeten koesteren verdient alle steun, en de bewondering voor de prachtige instituten die ons aan de ontvoogding uit vorige eeuwen herinneren is zeker gepast. Maar impliceert dat ook dat we die instellingen moeten invriezen en dat we de samenleving die verder wil, dan maar mee de diepvriezer insturen? Daar zou een samenleving pas echt depri van worden. De democratische instellingen hebben pas waarde als ze de diensten kunnen bieden die de samenleving verwacht. 

Zeeman heeft het over sociale depressiviteit en een vorm van gelatenheid die over onze samenleving sluimeren. Maar wat moeten we ons daarbij voorstellen? Vanuit economisch oogpunt is sociale depressie een soort van gedempte stemming waarin een maatschappij terechtkomt na een langdurige economische depressie omdat er weinig toekomstmogelijkheden zijn. Of depressie is ook een staat van decompressie na extreme stress. Zoals vluchtelingen die hebben en houden moeten achterlaten omdat ze er anders het leven bij inschieten. Het zijn vooral gevoelens van uitzichtloosheid en lusteloosheid die we als symptomen van sociale depressie erkennen. Maar gelatenheid  

Mensen bij wie het idee leeft dat we van onze instellingen niet veel goeds moeten verwachten, krijgen geen sombere gedachten. Neen, gelaten zoeken ze een andere weg om hun plannen en wensen vorm te geven. En als ze daarin geslaagd zijn dan houden ze nog tijd over om van de vetpotten van de democratie te genieten. Want wie maalt er nu over democratie als hij twee auto’s ter beschikking heeft, niet meer hoeft te koken, drie maal per jaar met vakantie kan en daarbovenop een toegangsticket voor The Rolling Stones kan betalen… Enkel degenen die van al dit lekkers verstoken zijn, krijgen sombere gedachten. En neen, ze piekeren daarbij niet over de teloorgang van de democratie, maar over hoe zij ook zo snel mogelijk die status kunnen bereiken. Het moet vooral praktisch blijven en daar schieten onze instellingen vaak te kort.

In de laatste vijftig jaar is onze samenleving grondig veranderd. Er zijn talloze nieuwe instellingen opgericht, er kwamen beleidsniveaus bij en steeds meer mensen uit andere culturen vervoegden onze samenleving. Daarnaast bleef de economie maar groeien. Om dat allemaal in goede banen te leiden zijn nieuwe regels ontworpen en het uitgangspunt van een democratie is dat iedereen die regels ook kent. Maar in de praktijk zijn die wetten en uitvoeringsbesluiten zo gedetailleerd geworden dat de uitvoerende macht het steeds moeilijker heeft om ze toe te passen. Anderzijds zijn sommige maatschappelijke problemen zo ingewikkeld dat wetten ze niet meer kunnen oplossen. Ondertussen blijven oudere instituten zoals gerechtshoven, provincies, gemeenten en het parlementaire tweekamerstelsel voortbestaan. Zonder in te gaan op de relevantie van sommige instellingen, is het een feit dat de complexiteit van de huidige samenleving het uiterste van onze rekbaarheid vergt. Sommigen vinden in die wirwar schikkingen die hun plannen en verlangens vorm geven en schuwen voor de overige plannen het opportunisme niet, terwijl anderen vasthouden aan onveranderlijke begrippen en niet meer mee kunnen. Om het medisch uit te drukken: ze lijden aan beschavingsstress.  

Waar democratie geen gemeengoed is, kan ontevredenheid heel wat oproer veroorzaken. Maar in onze westerse beschaving is democratie een vanzelfsprekendheid geworden… en gelukkig maar. Nu de basisbehoeften zijn voldaan, kunnen we het ons veroorloven om weer een trapje hoger te reiken. Meer individuele ontplooiing? Daar is niets mis mee en een ziekte is het zeker niet.

23:43 Gepost door Student in Zeeman | Permalink | Commentaren (1) | Tags: sarah delafortrie |  Facebook |

Beste Zeeman

Beste Zeeman,

Met veel genoegen las ik uw bijdrage van jongstleden in deze prachtkrant, de volksverheffende spreekbuis van weldenkend Nederland. Net zoals altijd genoot ik ervan, niet alleen omwille van de intellectuele voldoening die ik eruit put, of omwille van de snedigheid van uw pen, maar ook omwille van het inzicht in de psychologie van de progressieveling die het me verschafte.

Ik kan me U namelijk zo voor de geest halen, daar in uw loft aan het Leidscheplein, druk pennend de wereld verbeterend. Want U bent ontevreden. Ontevreden met een wereld die sneller draait dan U wel zou willen. Ontevreden met een wereld die aan de greep van Uw ijzeren ideologie ontsnapt.

 

Ik ken U niet persoonlijk, ik heb uw gezicht nooit op TV gezien, in feite weet ik ook niet dat U op het Leidscheplein woont. Voor mijn part woont U op een boerderij te Volendam. Maar ik meen U wel te kunnen plaatsen. U bent momenteel achteraan in de 50, vooraan in de 60. Uw vader was klerk, uw moeder een brave huisvrouw. In 1968 verliet U het dorp in de Veluwe waar U bent opgegroeid om te gaan studeren in Amsterdam. En wat U daar zag gebeuren heeft U voor het leven getekend. De oproer van de studenten, de Provo’s, de vrije liefde, uw lidmaatschap bij de marksistiese studentenbond vervulden U met een zelfvertrouwen dat U voorheen niet had. U had inzicht in de mechanismen die de wereld doen draaien, en U en Uw kameraden zouden dat inzicht gaan gebruiken om de maatschappij te gaan veranderen. Dat elan dreef U verder, U betoogde tegen de raketten, tegen Wassenaar, tegen …

 

En toen viel de Muur. U omarmt Wim Kok en zijn regering die de ideologische tegenstellingen ophief. Het ging U echter niet van harte, zulke flauwiteiten hebt U nooit echt kunnen smaken. Francis Fukuyama en Wim Kok, twee personen die Uw gemoed geen goed hebben gedaan. Had U het dan toch bij het verkeerde eind… U trekt zich daarom maar terug bij uw gezin en uw dure loft. En dan – O rampspoed – de reactionaire Pim Fortuyn, meer populist dan U ooit bent geweest, weet de door U eens geprezen arbeidersklasse te verleiden door op de kleinburgerlijke angsten te spelen. Ik zou in Uw plaats voor minder teksten schrijven waar je huilerig van wordt.

 

Klopt dit enigzins? Het kan natuurlijk goed zijn dat U vroeger geboren bent, dat u mei ’68 alleen maar kent uit de verhalen van uw ouders. Maar het punt dat ik wil maken is het volgende: U bent hongerig, maar de huidige wereld stilt Uw honger niet. En laat me zeggen dat dit me spijt. De wereld heeft geen behoefte aan depressieve idealisten.

Mijnheer Zeeman, een groot schrijver die in zijn tijd met heel wat hongerige mensen te maken had, beschreef zijn gedreven landgenoten ooit als volgt: 

                                Jij stond als vleesgeworden …
                                Het land der Vaad’ren tot berisping 
                                Jij, liberaal – idealist

Hij drukte in heel zijn werk eigenlijk zijn angst, maar ook zijn medelijden uit tegenover de zelfverklaarde revolutionairen uit het Rusland van toen. Angst hoeven we nu niet meer te hebben, medelijden des te meer. Mijnheer Zeeman, mijn raad aan U is de volgende: Uw depressiviteit is het gevolg van uw eigenzinnigheid. Het is niet de rest die langs de maatschappij heen leeft, maar U zelf. Leer luisteren in plaats van berispen, leer begrijpen in plaats van uit te leggen. Geloof me, U gaat er U beter door voelen!

Geheel de Uwe,

Alex Van Steenbergen

23:39 Gepost door Student in Zeeman | Permalink | Commentaren (0) | Tags: alex van steenbergen |  Facebook |

Sociale depressie.

Sociale Depressie  In de literatuur wordt depressie beschouwd als van interne oorsprong. Hierbij dient gedacht te worden aan bijvoorbeeld erfelijkheid, karakter, lichamelijke ziekte, medicijngebruik, nare ervaringen in het verleden of bijvoorbeeld stress.Michael Zeeman stelt dat de oorsprong extern kan zijn. Met name “het falen van de instituten van de democratie en de georganiseerde maatschappij”. Hij noemt dit fenomeen “Sociale Depressie”.Dit fenomeen is ongetwijfeld gerelateerd aan de discrepantie tussen wat de maatschappij biedt aan een individu, en het verwachtingspatroon van die persoon.Toch gaat hij voorbij aan de enorme evoluties die onze maatschappij op zeer korte tijd doormaakt, en de impact hiervan.Sinds de industriële revolutie heeft de rol van de staat zich sterk uitgebreid. Voorheen was de staat niet veel meer dan een vorst of regering onder controle van het leger. Haar macht was dan ook beperkt in ruimte en tijd, en fysieke grenzen waren vaak de facto onoverkomelijk.Nieuwe evoluties, onder meer in transport en communicatie, hebben ongekende mogelijkheden gecreëerd.Naarmate de mogelijkheden toenemen, stijgen echter ook de verwachtingen.Dat die verwachtingen cultureel bepaald kunnen zijn werd door Woodrow Wilson erkend in zijn visie van de Verenigde Naties, een vereniging van natiestaten.Een bespreking van de huidige kansen en problemen van dit systeem leidt me te ver.Wel dient vastgesteld te worden dat er ook universele dromen zijn. Iedereen wil werk, eten, drinken, een huis, liefde, een goede gezondheid en vrijheid.Het ontbreken van de mogelijkheden hierin voor jezelf te voorzien wordt bestempeld als armoede.Dat tot nu toe geen enkel gecentraliseerd systeem er in geslaagd is die mogelijkheden te creëren werd reeds door Ibn Khaldun erkend in de 14de eeuw toen hij stelde dat elk nieuw bewind in zich reeds de kiemen van haar ondergang draagt. Uiteraard kon hij zich toen geen complex systeem zoals onze gedecentraliseerde rechtsstaat indenken, waar behalve defensie, de overheid ook instaat voor scholing, toekennen van handels- en exportvergunningen, openbaar vervoer, riolering, sportfaciliteiten… en noem maar op.De Europese Sociale democratie slaagt hierin vrij goed. Dat het altijd beter kan spreekt voor zich.Waar Michaël Zeeman gelijk in heeft is dat het fenomeen dat hij als sociale depressie betitelt een van de meest prangende problemen is in onze geglobaliseerde maatschappij. Soms leidt het zelf tot volledige dorpen die aan depressiviteit leiden, of op zijn minst symptomen ervan.Dat dit in gevallen waar de discrepantie tussen de verwachtingen en de werkelijkheid heel groot is kan leiden tot extreme reacties, is in dit tijdperk van terrorisme wel duidelijk.Dat de beleidsvoerders het probleem ernstig dienen te nemen is vrij van enige twijfel.   Jelmen Haaze 

23:37 Gepost door Student in Zeeman | Permalink | Commentaren (0) | Tags: jelmen haaze |  Facebook |

25-10-07

Zeeman over Sociale Depressie

Zeeman 

Zeeman beweert in de gepresenteerde stelling dat de samenleving in de ban is van wat hij benoemt als sociale depressivi-teit. Hij ontwaart ook een stemming van gelatenheid. Ikzelf zie echter minder gelatenheid dan wel afkeer en opstandigheid. Die afkeer heeft alles te maken met het wezen van het democratische model: de consensus. De democratie bewandelt de grijze middenweg: compromissen produceren zelden duidelijke keuzes, laat staan een radicale ommezwaai. De democratische politiek beïnvloedt de maatschappelijke werkelijkheid slechts traag, quasi onzichtbaar voor de gemiddelde burger. Dit geeft de politiek het uitzicht van een impotente macho, wiens grootspraak botst met de pietluttige prestaties. Dit frustreert de kiezer en maakt hem gevoelig voor de baldadige stem, die politicus die lustig inhakt op het beschaafde en rimpelloze democratische model. Deze middelpuntvliedende kracht wordt alleen maar sterker naarmate de gevestigde politiek zich sterker rond een gemeenschappelijke orde lijkt te scharen en de tegenstem niet (meer) weet te vertolken. De politieke klasse reageert collectief, over partijgrenzen heen, defensief op deze 'nieuwe' stem in het debat en verdedigt daarmee haar interne codes, haar eigen cultuur, kortom representeert uiteindelijk alleen nog zichzelf en het eigen belang. En kijk: daar heb je de kloof tussen burger en politiek, wederzijds onbegrip en vijandigheid. Kiezer en politicus leven op voet van oorlog, de 'fatsoenlijke' politicus begrijpt maar niet waarom de kiezer hem massaal inruilt voor paljassen en tafelspringers. Ten einde raad probeert hij de schreeuwers te overschreeuwen met straffere uitspraken, groter onverzettelijkheid, sterkere beloftes: hij is zelf een paljas geworden. Of hij gaat zich gedragen als een onbegrepen en verongelukt kamergeleerde. Of hij predikt de morele plicht van het optimisme- zowat de ultieme negatie van het onbehagen. Al deze reacties demonstreren echter slechts hun onmacht en brengen het democratisch model verder in diskrediet. Aldus ontstaat een almaar versnellende, zichzelf versterkende dynamiek van desintegratie. Of moeten we dit beschouwen als een proces van permanente vernieuwing dat de democratie vitaal houdt?

 

Timothy Anthonis

04:43 Gepost door Student in Zeeman | Permalink | Commentaren (0) | Tags: timothy anthonis |  Facebook |

22-10-07

Eerste opdracht: commentaar op onderstaand artikel van M Zeeman

Rome, De anti-politiek als verfrissend alternatief

de Volkskrant, Forum, 4 oktober 2007 (pagina 12)
Michaël Zeeman

Rome, De Italianen zijn, sinds zij van hun zomervakantie zijn teruggekeerd, gebiologeerd door een betrekkelijk nieuw verschijnsel in hun landspolitiek, het ‘grillismo’. Dat is de proteststemming die zich heeft gekristalliseerd rond de hier bij iedereen bekende en door velen als vermakelijk ervaren variété-artiest Beppe Grillo.

Typetjes, rare gezichten, schalkse woordspelingen en een zekere vaardigheid bij het reageren op een publiek: humor is weliswaar cultureel bepaald, maar soms universeel voorspelbaar. Grillo – dat ‘Beppe’ is de algemeen gangbare koosnaam voor iemand die ‘Giuseppe’ heet: hij speelt, dat ik weet, geen Friese grootmoeder – is tot de slotsom gekomen dat politici niet deugen en dat zij allemaal weg moeten.

Met dat inzicht oefent hij een zo grote aantrekkingskracht uit op zijn landgenoten, dat de permanente peilingen naar de voorkeuren van de kiezers erdoor van slag raakten. Grillo belegde bijeenkomsten op beroemde pleinen en verzocht zijn aanhangers door middel van fluitconcerten en ondeugende gebaren hun afkeer bekend te maken.

Ook vormden zich in verscheidene Italiaanse steden spontaan gezelschappen van zijn bewonderaars, die uit zijn naam vrolijke optochten organiseren. Het sjibboleth van de beweging is het begrip ‘vaffanculo’, een woord dat mij voor de spiegelbeeldige variant plaatst van het probleem dat ik een paar jaar geleden had toen de Italianen mij begonnen te vragen wat toch ‘een geitenneuker’ was (‘Sodomieter op’ voldoet als vertaling niet, want dan verspeel je dat ‘aarsgat’, ‘il culo’.)

De toon is, sedert de invoering van het algemeen kiesrecht, bekend, in alle democratieën van de wereld. De stemming waar die uit voortkomt eveneens, zij het dat de Italianen misschien nog net wat meer reden tot briesen hebben dan sommige andere volkeren. Gelijk op met de populariteitscijfers voor ‘Joop Gril’ gaan de verkoopcijfers van een boek van twee bekende en serieuze journalisten, waarin wordt beschreven hoe de Italiaanse politici welbeschouwd een kaste vormen en er niet vies van zijn zichzelf en elkaar te bevoordelen. De democratie wordt geleid door een oligarchie, waarvan de leden er opvallend veel zeewaardige jachten op na houden en zich ook voor hun ontspanningsuitstapjes liefst per regeringsvliegtuig verplaatsen.

Dat wil zeggen: de linkse tak ervan; Silvio Berlusconi is geen zeiler en hij heeft zijn eigen vliegtuig. De me-diatycoon of de baantjesjagers en de zakkenvullers, zo bezien is het begrijpelijk dat veel Italianen bij verkiezingen niet langer voor de één stemmen, maar vooral tégen de anderen. Romano Prodi ontleende zijn nipte verkiezingsoverwinning verleden jaar aan het dreigen met nog vijf jaar Berlusconi, Berlusconi dankt zijn huidige royale meerderheid in de peilingen aan de walging van één jaar Prodi. In die sfeer van ontgoocheling is het voor een grappenmaker gemakkelijk succes te behalen.

Maar wat betekent het, is de door hem gemobiliseerde beweging een manifestatie van politiek engagement, van een voorkeur voor apolitieke verontwaardiging of juist van een begin van anti-politiek, het verschijnsel dat twintig jaar terug ten slotte het Sovjetblok de das om heeft gedaan? En: staat het ‘grillismo’ op zichzelf of zijn er ook buiten Italië eendere gemoedsaandoeningen waar te nemen? Er was de afgelopen weken immers al één Nederlandse commentator die Paul de Leeuw opriep Beppe Grillo na te volgen en de Haagse politici de levieten te gaan lezen, zij het dat die denker haar jeugdjaren doorbracht in de Communistische Partij Nederland en de nostalgie naar een komiek als leider daardoor verklaarbaar is.

Het komt mij voor dat zich hier iets voordoet dat je ‘sociale depressiviteit’ zou moeten noemen, het gevoel dat er van de instituties van de democratie en misschien zelfs wel van de georganiseerde samenleving niet veel goeds meer verwacht mag worden. Italianen kennen het, maar Nederlanders ook. Men leeft weliswaar in een samenleving, maar men doet zijn best er zo veel mogelijk langs heen te leven. Voor allerlei vitale voorzieningen rekent men eigenlijk niet meer op de regelingen van die samenleving.

Uit die gefnuikte verwachting en ontgoocheling ontstaat een stemming van gelatenheid, die nog het meest op een stevige depressie lijkt. Men veronderstelt op zichzelf en op zijn eigen omgeving te zijn aangewezen, omdat de collectieve voorzieningen als het er op aan komt ontoereikend of zelfs geheel en al onbereikbaar zijn. De samenleving, dat zijn de anderen, en ook haar instituties zijn er voor de anderen.

Daar speelt het populisme – want dat is het – op in, of het nu de vrolijke opwinding van een paljas en zijn claque betreft, of de demagogische varianten die in Nederland op de rechter- en de linkerflank van het politieke spectrum steeds sterker worden. Noch de Partij voor de Vrijheid, noch de Socialistische Partij houdt er een programma op na waarmee je Nederland op een stabiele en verantwoorde manier zou kunnen besturen – ‘uit de Europese Unie’: hou nou toch op. Maar dat weerhoudt velen er niet van die partijen aan te hangen; Beppe Grillo zou als minister-president zelfs slechter zijn dan Romano Prodi, maar ook dat hindert niemand hem aan te moedigen.

Groeiende vleugels aan een tanende romp, de vraag is wat je overhoudt en wat je daar nog van verwachten mag. Koerst de anti-politiek af op een alternatief, dat wil zeggen: een al dan niet verfrissende variant op de bestaande programma’s, of op een afrekening? De privatiseringsgolf van de jaren negentig van de vorige eeuw mag op zijn eind lopen – zo heel veel valt er tenslotte niet meer te privatiseren – maar is wat er rest voldoende om mensen tot meer betrokkenheid dan een opportunistische gelegenheidsweging van hun rechten en plichten te bewegen?

Copyright: Zeeman, Michaël

 

 

Wie is M Zeeman? 

(Uit Wikipedia) 

Michaël Zeeman (°Marken, 12 september 1958), is een Nederlands dichter, schrijver, literatuurrecensent, en was presentator van een televisieprogramma.

Zeeman studeerde enkele jaren filosofie, in Utrecht en in Groningen. In 1974 begon Michaël Zeeman te werken bij boekhandel De Tille in Leeuwarden. Hij schreef recencies voor de Leeuwarder Courant en later ook voor NRC Handelsblad. Hij nam vaak boeken mee naar huis ter recensie. In 1986 werd hij door de eigenaar van de boekhandel aangeklaagd voor diefstal van boeken ter waarde van honderdduizenden guldens en werd in 1993 veroordeeld. Volgens eigen zeggen was er een afspraak dat hij de boeken mocht houden, maar volgens de eigenaar van De Tille was er geen probleem met het meenemen van boeken ter recensie, maar moesten ze wel worden teruggebracht.

Verder bleek het door Zeeman niet goed te verklaren dat hij voor meer dan 200.000 gulden boeken ter recensie had meegenomen terwijl de boeken die uiteindelijk inderdaad werden gerecenseerd bij elkaar een waarde hadden van niet meer dan een kleine 2000 gulden. Zeeman werd uiteindelijk gearresteerd; over de tijd die hij in het gevang doorbracht publiceerde hij later een essay in Hollands Maandblad.

In 1987 werd hij stafmedewerker letteren bij de Rotterdamse kunststichting en hij begon in 1991 te werken bij de Volkskrant, waar hij chef kunst werd. Twee jaar na die aanstelling werd hij wegens ernstige interne conflicten met collega's van de Volkskrant weer uit die functie ontheven en werd hij redacteur van het Boekenkatern. Nadat bekend werd dat hij in privé-computers van een collega van de Volkskrant had ingebroken, gaf de directie hem ontslag en veranderde het dienstverband in een freelance-dienstverband en werd hij freelance correspondent in Rome voor de krant.

Hij ontving in 1991 de C. Buddingh'-prijs voor het beste poëziedebuut voor de bundel Beeldenstorm. Vanaf 1995 presenteerde hij voor de VPRO Laat op de avond na een korte wandeling en later het programma Zeeman met boeken waarvoor hij in januari 2002 de Gouden Ganzenveer kreeg. Een paar maanden later ging hij bij de VPRO weg en vestigde hij zich in Rome.

Zeeman is een van de vaste presentatoren van het Haagse festival Winternachten.

 

SN 

01:08 Gepost door Student in Zeeman | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |