25-09-08

Dat Verrassend land: Wallonië

Memory's Transition

Als je wandelt door de grote, helder verlichte Art Nouveau zaal van de BOZAR naar de ingang van de tentoonstelling wacht je een verrassing. Eens de ticketcontrole gepasseerd kan het contrast niet groter zijn. Een beklemmende, duistere ruimte met meer crucifixen dan de gemiddelde kerk. Een grote print van een Moslima is het enige spoortje kleur in de zaal. Met hoofddoek een kinderwagen voortduwend. Haar man, in moderne kleren, raakt trots de buggy aan. Het kan elke grootstad zijn. Toch één herkenningspunt.

Traditie, modern. Verleden en toekomst. Die overgang staat centraal. Maar het duurde even voor ik het begreep.

 

Moderne kunst tussen werken van de twaalfde tot zestiende eeuw, hoogdagen van de inquisitie en de kruistochten. Jezus, Maimonides en Mohammed, ooit vredig naast elkaar in Spanje, waren brutaal uiteengetrokken, Springler en Kramer, twee Dominicaanse priesters hadden net het bekende Malleus Malleficarum (de Heksenhamer) geschreven, het beroemde handboek van de inquisitie. Het was duidelijk. De duivel werkt bij voorkeur via de vrouw. Hierdoor van binnen uit door de Satan aangezet, oefenen zij hun kwalijke praktijken uit middels hun seksualiteit.

 

Is het in die context dat we het de weinige niet religieuze werken uit die tijd moeten plaatsen? Een kunstenaar geïnspireerd door de klassieke mythologie: Venus en een heel kleine amor, die betoverd naar zijn grote liefde kijkt. Samen op een klein schilderijtje, in een klein zaaltje gewijd aan de vrouw, strategisch geplaatst aan het andere einde van een lange gang, tegenover het immense wandtapijt dat het leven van Christus afbeeldt.

Verder, Aristotles die door Phyllis bereden wordt, als was hij een ezel. De wijsheid die door zijn courtisane in bedwang gehouden wordt, temidden een opstelling die de sfeer van een huiskamer dient op te roepen. Alweer Jezus. Elders berijdt hij zijn ezel.

 

“Ik ben mijn voorouders respect en genegenheid verschuldigd. Ze hebben me armer gemaakt dan ze zelf waren. Als zij hun trouw betuigden aan het kruis voor Uw aangezicht dan kijk ik naar een kunstwerk. Hoort U hoe cynisch? U bent, o, Heer, een kunstwerk geworden! Maar naar wie of wat gaat nu mijn eerbied uit? Naar U of naar het geloof der voorvaderen, daarin schuilt een wereld van verschil?”

 

De kunstwerken worden niet uitgelegd. Met korte teksten op de muren geeft Laurent Busine, die de tentoonstelling samenstelde, een leidraad. Context is alles. Elke zaal tracht een sfeer op te roepen, en het is het samenspel van de kunstwerken waar het om gaat. Het beklemmende ééndimensionale denken van de Middeleeuwen dat me bij het binnenkomen overviel maakt plaats voor een veelheid aan ideeën en invloeden. Moderne kust is abstract. Subtiele allusies en vage suggesties in plaats van directe illustraties van één enkel, voorgekauwde boodschap. Vrijheid.

We maken de tentoonstelling tot ons eigen verhaal, maar de kernvragen blijven dezelfde. Wat zijn leven en dood? Wat is liefde? Wie zijn we? Waar komen we vandaan en waar gaan we heen? De zoekende mens, de bange mens. Hard werkend trachten we het dagelijks leiden uit te leggen. Met veel liefde wordt een Christus afgebeeld. Zijn gezicht is als dat van een arbeider. Getrokken door jaren hard labeur. Een andere Christus lijkt bijna te perfect, gelukkig eindelijk afscheid te kunnen nemen. De dood als overgang, de dood als doel, als redding. Ook dat zijn de Middeleeuwen.

Heiligen staan opgesteld als op een offerblok. Aan een boom gebonden of met een schip vol maagden. Neemt de heilige Ursula haar 1100 maagden mee op bedevaart, of op oorlogspad? Met de boot vol maagden in de hand lijkt het wel of ze een offer wil brengen om haar eigen ziel te redden. En temidden van die lijdende heiligen? Het grootste en meest kleurrijke beeld van allemaal, de heilige Laurentius. Een duidelijke knipoog van Laurent Busine die nooit een uitdaging schuwt. Zo was hij de eerste om kunst van schizofrenen en autisten tentoon te stellen. Hij creëert een wereld waarin de kunstwerken niet enkel uit artistiek oogpunt belang hebben, maar ook omdat ze een blik gunnen in de wereld en de gedachten van de artiest.

 

Heden en verleden ontmoeten elkaar telkens weer. Wie kent niet de Sint-Hubertus legende. Een jager wil een hert doden, tot hij een kruis tussen het gewei bemerkt. Op de grond naast de jager een hond. De Sint-Hubertus hond, een Belgisch ras dat we vandaag nog kennen, werd begin 900 al raszuiver gefokt door monniken.

Evolutie is duidelijk een leerproces voor Laurent Busine. We voegen hier aan toe, maar vergeten ook. Soms vergeten we zaken die er nooit zijn geweest.

 

“ Elk land is legendarisch, elke persoon is bijzonder. Wallonië vormt daar geen uitzondering op. Daarbij komt nog het niet te verwaarlozen feit dat deze streek noch haar grenzen, noch haar naam in de oudheid kreeg, zoals in een verhaal.”

 

Verrassend genoeg de enige directe referentie naar Wallonië op de tentoonstelling.

 

Of het nu Nicholas Neufchâtel is die geometrische kennis doorgeeft aan zijn leerling in de zestiende eeuw, of een jonge dame die bevreemdend de zaal inkijkt in “Memory’s Transition”, mensen vormen het verhaal en het onderwerp.

 

Het tijdelijke moet plaats ruimen voor het eeuwige. Maar niet zonder de hoop op te geven.

Aan de ingang hangen traditie en modern nog steeds vredig naast elkaar. Hoofddoek en T-shirt, maar ook Christenen en Moslims. Op een foto aan het andere uiteinde van de tentoonstelling, aan een parallelle muur, hangt nog een multicultureel tafereel. Dezelfde artiest als van de Moslima met kind aan de ingang, maar nu geen enkel spoor van het verleden. Het kan elke grootstad zijn. Langzaam aan veranderen we de wereld. Het verleden zal altijd blijven doorschemeren in het heden, en telkens weer zullen we het anders interpreteren.

 

De tentoonstelling is een verhaal van de menselijke evolutie, een ode aan het zoeken, heen en weer slingerend tussen heden en verleden, liefde en conflict, geboorte en dood, man en vrouw, zwart en wit. Laurent Busine introduceert zijn duale wereld. De mens die zoekt, gesteund op de traditie, beperkt door het verleden. Freud’s Es en Superego.

 

“ Het einde van de mens is het einde van de wereld. Is dit soms de taak van de mens: de wereld en de goden veranderen, uitvinden, wat er niet was laten zijn, in woorden dromen en verhaaltjes het ogenschijnlijk onontkoombare wijzigen, door er een verborgen stukje van liefde in te stoppen – maar dat voor iedereen met een verlangend hart zichtbaar wordt”

 

Onwillekeurig moet ik denken aan Genesis 1.1: In den beginne creëerde het God.

25-06-08

Universele Waalse kunst in Bozar.

In Bozar loopt momenteel de tentoonstelling "Dat verrassende land. Kunstschatten uit Wallonië van vroeger en nu." De tentoonstelling is geen pleidooi voor de unieke kwaliteiten van de Waalse kunst. Het is eerder een poging om oude religieuze beelden een nieuwe betekenis te geven voor een hedendaags publiek.

De tentoonstelling opent sterk, en toont meteen wat je verder mag verwachten. Een grote foto van een gesluierde moslima met haar man en kind in de straten van Brussel hangt er naast een Christusbeeld. De foto is van de hedendaagse Zwitserse Brusselaar Beat Streuli, de Christus is een beeld uit de dertiende eeuw. Het oude beeld dient de religie, het hedendaagse toont religie. Beter kan je de veranderde verhouding tussen kunst en religie niet tonen. Deze expo wil die kloof overbruggen.

Laurent Busine is de curator van deze tentoonstelling en directeur van Le Grand Hornu ( MAC's ), het Waalse museum voor hedendaagse kunst. Een lofzang op het unieke karakter van het Waalse erfgoed hoef je van hem niet te verwachten. Busine: "Het gebied dat Wallonië wordt genoemd, is uitzonderlijker noch onbeduidender dan gelijk welke andere streek. Ik koester het grootste wantrouwen jegens mensen die prat gaan op de eigenheid van de traditie waarin ze toevallig zijn geboren, en wars zijn van vreemde elementen. Konijnenkwekers en verantwoordelijken van culturele instellingen weten maar al te goed dat er bij gebrek aan een regelmatige inbreng van buitenaf onvermijdelijk ontaarding optreedt."

De zoektocht naar wat mensen bindt, los van tijd en ruimte, boeit Busine veel meer. Daarnaar zoekt hij ook in deze tentoonstelling. Geboorte, dood, lijden, migratie, moederliefde, religiositeit, het zijn tijdloze menselijke ervaringen die steeds weer het thema zijn van de kunstenaar. Busine:"Door de eeuwen heen laten alleen kunstenaars sporen na waarop je kan bouwen. Want al zijn ze uniek, persoonlijk en aangrijpend, ze zijn ook universeel. Precies in het punt waar ze u en ik raken."

Al in het eerder genoemde openingsbeeld vind je die zoektocht naar universele elementen. Alle thema's van de tentoonstelling komen er in samen. De kloof tussen verschillende tijdperken - en terloops ook tussen verschillende religies- wordt opgeheven. Dat uitgangspunt levert soms sterke confrontaties op tussen oud en nieuw werk. Bijzonder geslaagd is een zaal gewijd aan de dood. Je vindt er middeleeuwse beelden: een borstbeeld van een onthoofde ridder met zijn schedel onder de arm en de schitterende graftombe van de klampenman. In dezelfde zaal vind je een foto van de hedendaagse kunstenares Orla Barry van een jong meisje in een pose die aan de klampenman doet denken.

Een andere geslaagde confrontatie is die tussen middeleeuwse en hedendaagse kruisbeelden. De oude verleiden door de rijkdom van goud en edelstenen, de hedendaagse blinken uit in soberheid. De kunstenaar, Jean-Pol Godard, gebruikt dan ook wrakhout voor zijn beelden.

Helaas lukt dit niet altijd even goed. Zo hangt een nochtans prachtig werk van alweer Orla Barry plompverloren tussen werk van Joachim Patinir, mariabeelden en dode vogels van Juan Paparella. Het werk van Barry, Juliette's Birth, toont twee foto's van hetzelfde meisje naast een borduurwerk ter ere van haar geboorte, maar dan met een verschil van tien jaar tussen beide foto's. Dit sluit aan bij andere beelden in andere zalen maar is hier out of place. Hetzelfde geldt voor het andere werk. De foto's van dode vogels verwijzen op hun beurt naar beelden op andere plaatsen, maar hebben niet hetzelfde thema als Barry of Vlucht uit Egypte van Patinir. De verhaallijnen van de tentoonstelling lopen hier zo sterk door elkaar dat je vruchteloos zoekt naar diezelfde bindende kracht die elders zo knappe resultaten oplevert.

Op andere momenten verzuipt het individuele werk in een overvolle zaal. In die overdaad verliest het werk haar individuele waarde, en gun je het niet meer dan een vluchtige blik. In een zaal vol smeedwerk, relikwiehouders, schrijnen of heiligenbeelden lijkt alles algauw meer van hetzelfde.

Op de beste momenten slaagt deze tentoonstelling erin religieuze kunst nieuw leven in te blazen en bij de hedendaagse toeschouwer interesse op te wekken voor beelden uit een tijd die niets meer met de onze gemeen lijkt te hebben. Hierin schuilt de grootste verdienste van Busine. Hij weet zo poëzie te ontlokken aan soms niet eens zo uitzonderlijke voorwerpen van een lang vervlogen devote volkskunst. Zo is er de wat vreemde reliekhouder voor de melk van de Maagd Maria. In een andere context zou dit algauw een lacherige opmerking over die rare Middeleeuwers ontlokken, nu wordt je verbluft door de kracht van hun devotie.

Hoewel deze tentoonstelling dus niet volledig weet te overtuigen, kunnen de sterke momenten een bezoek meer dan verantwoorden. Bovendien hoef je geen liefhebber te zijn van religieuze kunst om deze tentoonstelling te kunnen smaken. Dat op zich is al verrassend. (TA)

19-06-08

Expo: Kunstschatten uit Wallonië van vroeger en nu - Dat verrassende land


Een wandeling tussen vroeger en nu
 
 

Wallonië bestaat officieel sinds 1844. De provincies tussen de Rijn en de Schelde werden sinds 57 voor Christus door Caesar bij Gallië geannexeerd. Later maakte het gebied deel uit van het Rijk van Karel de Grote. De Hertogen van Bourgondië brachten in de 15de eeuw deze provincies onder hun gezag en een eeuw later gingen ze over naar de Habsburgse kroon. Deze tentoonstelling is ingericht als een wandeling tussen kunstwerken die vooral dateren van de 12de tot de 16de eeuw, met hier en daar een zijsprong naar hedendaagse werken.   

Bij het binnenkomen zie je pal voor je een grote foto van een straatbeeld met migranten. De rode t-shirt van de jongen trekt meteen de aandacht, maar wanneer je de foto van Beat Streuli van naderbij wil bekijken, hoor je links opeens een zachte mannenstem die in het Frans een tekst voorleest. En dan zie je vanuit je ooghoek opeens de ruw bespijkerde kruisbeelden van Godart. De quasi schokkende en onsamenhangende toon van de tentoonstelling is meteen gezet. Althans, dat is de eerste indruk.De bezoeker wordt namelijk meteen overspoeld door een groot aantal uitingen van gevoelens, uitgedrukt in teksten, beelden, schilderijen en voorwerpen. Soms lijkt het alsof de schatkamers van Waalse kerken en musea werden geplunderd en dat de buit werd uitgestald in het Brusselse Paleis voor Schone Kunsten.  

Het dagelijkse leven stond tijdens de Middeleeuwen overduidelijk bijna volledig in het teken van de Kerk, en dat weet deze tentoonstelling zeer goed weer te geven met de vele kruisbeelden, relikwieën, wierookbranders, tapijten, afbeeldingen van de Maagd Maria en andere religieuze objecten, zoals een duif in smeedwerk die de Heilige Geest voorstelt.
Tijdens die periode kwamen er, omwille van de slechte voedingsgewoonten, vaak epidemieën voor. Ook in die barre omstandigheden zochten de mensen heil bij God en de Heiligen. Tijdens processies werden de beeltenissen uit de kerk naar buiten gehaald en in de steden rondgedragen. Een grote massa gelovigen volgde deze optochten. Er ontstond ook een grote verering voor de relieken van deze heiligen omdat deze geheime krachten zouden bezitten. Relikwieën waren voor de dorpen een bron van rijkdom en een teken van sociale cohesie. Daarom werden deze voorwerpen vaak gestolen. Als een dorp relikwieën bezat, zouden er namelijk pelgrims langskomen. Enkele kostbare kleinoden staan uitgestald onder een grote stolp, tevens een verwijzing naar vroeger.
 

Er staan een paar oude kunstwerken die echte meesterwerken zijn.De beelden van Jacques Du Broeucq zijn letterlijk zwaartepunten op deze tentoonstelling. Du Broeucq was tijdens de 16de eeuw een van de grootste kunstenaars uit Wallonië: architect, ingenieur én een uitstekend beeldhouwer. Veel van zijn werk is jammer genoeg verloren gegaan. We zien op de tentoonstelling een selectie van zijn sculpturen uit een kerk in Bergen.

De meeste schilderijen die er hangen, stammen uit de Renaissance, een periode waarin de paneelschilderkunst sterk tot uiting kwam. Hierdoor kon men gebruik maken van een rijker kleurengamma en meer details. Sinds de Middeleeuwen bestaat er ook een codificeringssysteem voor de kleuren. De kleur goud werd toen gebruikt om het goddelijke aan te duiden en blauw stond voor de heilige maagd. De maagd van Robert Campin uit Doornik is daar een goed voorbeeld van. Campin heeft de maagd afgebeeld bovenop de stad waar hij vandaan komt. De Waalse kunstenaars reisden veel rond en maakten zich bekend op verschillende plaatsen. Voor kunstenaars als Jacques Du Broeucq en Lambert Lombard was de stad Rome van groot belang. Ze brachten uit Italië beelden uit de oudheid mee die in de Zuidelijke Nederlanden volslagen onbekend waren. ‘De heilige Hiëronymus’ is een schilderij waaraan Lambert Van Noort en Herri met de Bles hebben samengewerkt en waarop de heilige wordt voorgesteld in een weids landschap.  

De organisator, Laurent Busine, heeft kunstwerken samengebracht die soms 4 eeuwen uit elkaar liggen, maar die toch op de één of andere manier bij elkaar passen. Een goed voorbeeld is een liggend beeld uit de Renaissance van Jacques Du Broeucq, met openstaande lippen alsof het personage zijn laatste adem uitblaast, en een hedendaagse foto van Orla Barry met als titel ‘Judith’. Op die foto zien we een vrouw in een bad liggen, nauwelijks onder water, waarvan het gezicht zich in het duister in de rechterbovenhoek bevindt. Een andere foto bevat de afbeelding van een liggend meisje met 2 verschillende mannenhanden boven haar lichaam. De werken van deze Ierse artieste zijn op een bepaalde manier poëtisch, berustend en toch luguber. Gipsen beelden met holle buiken van Michel François geven figuren weer waarvan de inhoud ontbreekt. En plots begint het te dagen dat de rode draad in deze zaal de Dood is. 

Een tweede rondgang door het museum dringt zich nu op om andere thema’s trachten te ontdekken. Naast de Religie en de Dood, wordt nu ook de Wetenschap ontdekt, met onder andere schilderijen van geometrische figuren.We zien ook foto’s van vogels van de Argentijnse kunstenaar Juan Paparella, die hij genomen heeft in het Natuurhistorisch Museum van Argentinië. Hij toont wat je niet te zien krijgt als je het museum bezoekt, omdat de vogels daar verborgen zaten in kasten en laden. Als uitgangspunt stelt hij zich de vraag waarom de mens er nood aan heeft om alles te benoemen en te classificeren. Het gaat eigenlijk over de zwakheid van het menselijk wezen. De zoektocht naar thematiek zou ook de Vrouw, de Jeugd en de Toekomst kunnen opleveren, maar het is soms allemaal een beetje vaag, en de interpretatie zeer persoonlijk. 

De wandeling door Bozar weerspiegelt de 2-jarige tocht door Wallonië die Laurent Busine heeft gemaakt om alle tentoongestelde kunstwerken op te sporen. Hij is niet op zoek gegaan naar welbepaalde kunstwerken, maar wou zich laten verrassen door werken die hij niet kende. Soms zijn dat meesterwerken uit de volkstraditie, die op het eerste gezicht onbeduidende voorwerpen lijken. Soms zijn het abstracte buizenconstructies en soms zijn het videobeelden van ledematen of foto’s met duidelijke psychologische ondertoon. Het was niet de bedoeling om deze tentoonstelling te overladen met kunstschatten, maar wel om schatten die de mensen aanspreken in een welbepaalde context samen te brengen. Deze context en een rode draad zijn niet altijd snel duidelijk, en bijgevolg kan je maar beter de tijd nemen voor deze tentoonstelling, en ze enkele keren doorlopen. Als hulp en leidraad liggen er catalogi op de bankjes, maar deze zijn nogal omvangrijk, wat ervoor zorgt dat je liever zelf op ontdekkingstocht gaat doorheen de afwisselend drukke en rustgevende ruimtes, waar je af en toe blijft stilstaan voor wat reflectie. Het is een vage, soms schokkende, maar zeer mooie reis.(sn)

18-06-08

Het statement dat er geen is of de paradox van Wallonië...

Tentoonstelling Kunstschatten uit wallonië van vroeger en nu BOZAR

De overzichtstentoonstelling over de kunstschatten van Wallonië in Bozar opent met een bizarre paradox: een indrukwekkend kleurrijke foto met voetballende allochtonen hangt er naast een zestiende-eeuws houten kruisbeeld met Christusfiguur. Een gedurfd statement of begint de tentoonstelling over de kunstschatten van Wallonië verderop? Een muuromvattend  wandtapijt schreeuwt om aandacht en de eerste zaal die je binnenstapt, overstelpt je met meer houten kruisbeelden en Christusfiguren... Het hoort er allemaal bij. Niet bij het statement dat je bij dergelijke paradox over Wallonië zou verwachten, maar bij de beelden die tentoonstellingscommissaris Laurent Busine over de culturele rijkdom van Wallonië verzamelde.  

Laurent Busine maakt snel komaf met mogelijke verwachtingen over statements. Want behalve dat je je niet aan een rondleiding door een museum moet verwachten, maar aan een openbaring van schatten en aan een onthulling van onbekende meesterwerken, maakt Busine geen statements. De directeur van het Musée des art contemporains du Grand-Hornu presenteert werken die uitblinken door hun poëtische kracht, hun eenvoud en hun menselijkheid. Geen bekende meesterwerken, maar kleine kunstschatten die hij aantrof in kerken, abdijen en lokale musea. De meeste werken dateren uit de periode van de twaalfde tot de zestiende eeuw. Binnen dezelfde ruimte, naast de tijdloze antieke werken, plaatst Busine werken van hedendaagse kunstenaars als Angel Vergara, Beat Streuli en Michel François, zodat je met een gigantische sprong in de eenentwintigste eeuw belandt. De tentoonstelling, die   een Waals antwoord moest bieden op de overzichtstentoonstelling over Vlaamse kunst, van Bruegel tot Rubens, blinkt uit door eenvoud: hier hangen geen grote Waalse of Brusselse schilders zoals Delvaux, Magritte of Aleschinsky. Maar enkele bekenden zoals Henri met de Bles van wie prachtige miniaturen te zien zijn: De hoeve en de Heilige Hieronymus in een landschap. Ook Joachim Patinir die met het werk De vlucht naar Egypte uit de zeventiende eeuw de aandacht trekt. Van Robert Campin, een van de vroegste Vlaamse Primitieven uit Doornik, hangt er zijn ‘Tronende Maria'. De meeste werken zijn creaties van ambachtslui: tapijtwevers, beeldhouwers en edelsmeden.  Het wandtapijt van 20 meter werd geweven in Doornik in de 15 de eeuw. Het illustreert een tafereel uit het lijdensverhaal van Christus. Een ander pronkstuk is de gouden schrijn met edelstenen van Sint-Eleufterius uit de Onze-Lieve-vrouw Kathedraal in Doornik uit de dertiende eeuw. De uit fijne edelmetalen geborduurde reliekschrijnen, zoals de wierrookhouder in de vorm van een kerk en de schedel van de heilige Dagobert die bedekt is met edelstenen en -metalen zijn prachtwerken van de edelsmeedkunst. En dan zijn er nog de massieven kruisbeelden met edelstenen bezet, die schatten zijn in letterlijke zin.

De tentoonstelling heeft een religieuze inslag die ook in de indeling van de zalen tot uiting komt. De eerste zaal is volledig gewijd aan houten kruisbeelden met de lijdende Christusfiguur als overheersend beeld. Een bevreemdend contrast ontstaat door de haast vormeloze voorwerpen uit gips van Michel François, een hedendaags kunstenaar uit Sint-Truiden, die er pal naast hangen. De catalogus beschrijft de werken van François als eigentijdse relikwieën die aan hun lot proberen te ontsnappen. Ze blinken uit door hun vergankelijkheid, hun broosheid en hun nutteloosheid, door de goedkope materialen als  gips, inkt en papier waaruit ze gemaakt zijn. In tegenstelling tot de dertiende-eeuwse kruisen zullen ze de tand des tijds niet doorstaan. In zaal twee verzamelt Busine de ornementele reliekhouders. De madonna's met kind waaraan ook een zaal is gewijd, vormen een innig contrast met de grote realistische foto van Beat Streuli, een Zwitserse kunstenaar, van allochtone vrouw met kind die op straat genomen is. De foto's van Streuli tonen alledaagse mensen in natuurlijke poses. Een ander merkwaardig kunstwerk is de video van Angel Vergara, waarin hij de contouren van een vrouw en een kind herschildert tijdens een bevreemdend ritueel met penseeltrekken, dat echter nooit hun ware gelaat zal onthullen. Naast de albasten beeldhouwwerken van de Henegouwse renaissancekunstenaar Jacques du Broeucq ligt een beeldhouwwerk van Michel François in de vorm van een sigaret gemaakt uit gips, inkt en papier. Aan de wand hangen kruisen die Jean pol Godart met spijkers en latten ineentimmerde. Ze geven een getroebleerde impressie doordat ze obsessioneel ineengetimmerd lijken met de vondsten van een strandjutter. In die zin zijn ze complementair met het vrome kruis uit de dertiende eeuw dat door goud en briljanten verering en tijdloosheid uitdrukt.

Veel aandacht gaat naar de heiligenverering. Ook al is dat wederom geen statement. De teksten op de zaalmuren geven geen bijkomende duiding. In poëtische bewoordingen vertolken ze Busine's opvattingen over de Christusfiguur, de moeder, de wetenschap, de relikwie...  Het geluidsfragment dat je aan de ingang hoort, is een digressie van Busine's  persoonlijk sentiment. Wanneer hij het over de levende erfenis van Wallonië heeft, verwijst hij naar de kindertijd, de bekende en de dierbare gezichten en de weidse landschappen die hij met zijn geboortestreek associeert. De verscheidenheid van de culturen die hij er aantrof, waren voor Busine de leidraad bij de keuze van de kunstwerken. Hij heeft de tentoonstelling opgevat als een reis door een onbestaand land, op de kruising van verschillende culturen, vol met onverwachte ontmoetingen. Busine trekt dus resoluut de kaart van de culturele verscheidenheid. Voor 1844 bestond Wallonië ook niet. Daarom is het moeilijk te verwijzen naar Waalse kunst, net zoals je Bruegel, Rubens, Van der Weyden niet ondubbelzinnig als Vlaming kunt bestempelen.  

Vooral Busine's rijke associatievermogen en zijn persoonlijke band met Wallonië zijn de rode draad doorheen de  tentoonstelling geworden. In die zin is het de tentoonstelling van een tentoonstellingmaker geworden, eerder dan een overzichtstentoonstelling. De beelden zijn werkelijk ontroerend en soms wonderlijk mooi omdat ze zo fragiel en eerlijk zijn. Maar net om  die reden komen ze ook verweesd en verminkt over binnen de museummuren waar ze afgesneden zijn van hun vertrouwde omgeving: de kleine musea, de kerkjes, de abdijen en de kathedralen van Wallonië. Als kleine schatten wou je dat je zelf had ontdekt op een mooi dag ergens in Wallonië. Een zaal vol houten kruisbeelden, relikwieën en stenen grafzerken is nu eenmaal van het goede teveel. Met mate ze ontdekken als kleine wondertjes, is een gepaster eerbewijs voor hun oprechtheid en schoonheid.