25-06-08

Universele Waalse kunst in Bozar.

In Bozar loopt momenteel de tentoonstelling "Dat verrassende land. Kunstschatten uit Wallonië van vroeger en nu." De tentoonstelling is geen pleidooi voor de unieke kwaliteiten van de Waalse kunst. Het is eerder een poging om oude religieuze beelden een nieuwe betekenis te geven voor een hedendaags publiek.

De tentoonstelling opent sterk, en toont meteen wat je verder mag verwachten. Een grote foto van een gesluierde moslima met haar man en kind in de straten van Brussel hangt er naast een Christusbeeld. De foto is van de hedendaagse Zwitserse Brusselaar Beat Streuli, de Christus is een beeld uit de dertiende eeuw. Het oude beeld dient de religie, het hedendaagse toont religie. Beter kan je de veranderde verhouding tussen kunst en religie niet tonen. Deze expo wil die kloof overbruggen.

Laurent Busine is de curator van deze tentoonstelling en directeur van Le Grand Hornu ( MAC's ), het Waalse museum voor hedendaagse kunst. Een lofzang op het unieke karakter van het Waalse erfgoed hoef je van hem niet te verwachten. Busine: "Het gebied dat Wallonië wordt genoemd, is uitzonderlijker noch onbeduidender dan gelijk welke andere streek. Ik koester het grootste wantrouwen jegens mensen die prat gaan op de eigenheid van de traditie waarin ze toevallig zijn geboren, en wars zijn van vreemde elementen. Konijnenkwekers en verantwoordelijken van culturele instellingen weten maar al te goed dat er bij gebrek aan een regelmatige inbreng van buitenaf onvermijdelijk ontaarding optreedt."

De zoektocht naar wat mensen bindt, los van tijd en ruimte, boeit Busine veel meer. Daarnaar zoekt hij ook in deze tentoonstelling. Geboorte, dood, lijden, migratie, moederliefde, religiositeit, het zijn tijdloze menselijke ervaringen die steeds weer het thema zijn van de kunstenaar. Busine:"Door de eeuwen heen laten alleen kunstenaars sporen na waarop je kan bouwen. Want al zijn ze uniek, persoonlijk en aangrijpend, ze zijn ook universeel. Precies in het punt waar ze u en ik raken."

Al in het eerder genoemde openingsbeeld vind je die zoektocht naar universele elementen. Alle thema's van de tentoonstelling komen er in samen. De kloof tussen verschillende tijdperken - en terloops ook tussen verschillende religies- wordt opgeheven. Dat uitgangspunt levert soms sterke confrontaties op tussen oud en nieuw werk. Bijzonder geslaagd is een zaal gewijd aan de dood. Je vindt er middeleeuwse beelden: een borstbeeld van een onthoofde ridder met zijn schedel onder de arm en de schitterende graftombe van de klampenman. In dezelfde zaal vind je een foto van de hedendaagse kunstenares Orla Barry van een jong meisje in een pose die aan de klampenman doet denken.

Een andere geslaagde confrontatie is die tussen middeleeuwse en hedendaagse kruisbeelden. De oude verleiden door de rijkdom van goud en edelstenen, de hedendaagse blinken uit in soberheid. De kunstenaar, Jean-Pol Godard, gebruikt dan ook wrakhout voor zijn beelden.

Helaas lukt dit niet altijd even goed. Zo hangt een nochtans prachtig werk van alweer Orla Barry plompverloren tussen werk van Joachim Patinir, mariabeelden en dode vogels van Juan Paparella. Het werk van Barry, Juliette's Birth, toont twee foto's van hetzelfde meisje naast een borduurwerk ter ere van haar geboorte, maar dan met een verschil van tien jaar tussen beide foto's. Dit sluit aan bij andere beelden in andere zalen maar is hier out of place. Hetzelfde geldt voor het andere werk. De foto's van dode vogels verwijzen op hun beurt naar beelden op andere plaatsen, maar hebben niet hetzelfde thema als Barry of Vlucht uit Egypte van Patinir. De verhaallijnen van de tentoonstelling lopen hier zo sterk door elkaar dat je vruchteloos zoekt naar diezelfde bindende kracht die elders zo knappe resultaten oplevert.

Op andere momenten verzuipt het individuele werk in een overvolle zaal. In die overdaad verliest het werk haar individuele waarde, en gun je het niet meer dan een vluchtige blik. In een zaal vol smeedwerk, relikwiehouders, schrijnen of heiligenbeelden lijkt alles algauw meer van hetzelfde.

Op de beste momenten slaagt deze tentoonstelling erin religieuze kunst nieuw leven in te blazen en bij de hedendaagse toeschouwer interesse op te wekken voor beelden uit een tijd die niets meer met de onze gemeen lijkt te hebben. Hierin schuilt de grootste verdienste van Busine. Hij weet zo poëzie te ontlokken aan soms niet eens zo uitzonderlijke voorwerpen van een lang vervlogen devote volkskunst. Zo is er de wat vreemde reliekhouder voor de melk van de Maagd Maria. In een andere context zou dit algauw een lacherige opmerking over die rare Middeleeuwers ontlokken, nu wordt je verbluft door de kracht van hun devotie.

Hoewel deze tentoonstelling dus niet volledig weet te overtuigen, kunnen de sterke momenten een bezoek meer dan verantwoorden. Bovendien hoef je geen liefhebber te zijn van religieuze kunst om deze tentoonstelling te kunnen smaken. Dat op zich is al verrassend. (TA)

Yves Desmet, supporter in de tribune.

"Ik kan er niet voor zorgen dat er morgen een meerderheid is voor euthanasie voor minderjarigen."

Yves Desmet wordt wel eens smalend 'het geweten van Vlaanderen' genoemd. Omwille van de stelligheid waarmee hij zijn standpunten formuleert, wellicht. Is hij werkelijk zo zelfingenomen? Is hij misschien zoals de engel Lucifer, die zich God waant? Hoeveel macht dicht deze man zichzelf toe? We gingen het hem vragen op de redactie van De Morgen, in de KVS-wijk in centrum Brussel.

In uw opiniestukken behandelt u de meest diverse onderwerpen. Bent u zo alwetend?

Neen, ik ben geen alwetende engel Lucifer die uit het niets toch altijd de juiste mening heeft. Het klopt dat je die indruk wekt als je dagelijks je licht laat schijnen over de meest uiteenlopende onderwerpen. Maar dat is natuurlijk niet zo. In werkelijkheid ga ik te rade bij de specialisten op onze redactie. En die corrigeren of nuanceren. Een editoriaal is dan ook vaak een groepswerk waar dan mijn naam onder staat. Een consensus. En als er geen consensus is, plaatsen we meestal twee stukken : mijn editoriaal en een stuk van één van de redacteurs, terzelfdertijd of een dag erna, waarin hij mijn standpunt betwist. Het is niet zo dat hier op de redactie iedereen verplicht wordt om hetzelfde te denken. Wij proberen ook onze lezers nooit een bepaalde mening te dicteren. Het is onze hoop - misschien ijdel, maar toch : het blijft onze hoop - dat lezers, uit de veelheid van stemmen die er rond een bepaald thema bestaan hun eigen mening kunnen vormen. Bijvoorbeeld over euthanasie voor minderjarigen - ik noem nu iets op dat recent in de belangstelling heeft gestaan. Dan hebben wij niet alleen een vrije tribune gegeven aan de mensen die het voorstel indienen, de jonge liberalen, Jean-Jacques De Gucht en Mathias Declercq, maar ook aan Hilde Kieboom van de Sint-Egidiusgemeenschap, aan de woordvoerder van Danneels, aan Wouter Beke van CD&V, die fervent tegenstander zijn van dat idee.

U vindt dus niet dat u aan sturing doet van de publieke opinie?

Ik kan mensen niet verhinderen het met mij eens te zijn. Als je opiniestukken schrijft, word je natuurlijk een stem in het maatschappelijk debat, je hebt een forum, je hebt een publiek. Dat je daarmee een invloed uitoefent, zal ik niet tegenspreken. Maar invloed is nog iets anders dan macht. Macht is het vermogen om de bewegingsvrijheid van andere mensen te beperken of uit te breiden. Invloed is suggesties doen die mensen al dan niet uit vrije wil navolgen. Ik kan er niet voor zorgen dat er morgen een meerderheid is die euthanasie voor minderjarigen zal toelaten. Ik kan door mijn argumenten misschien wel een aantal mensen aan het denken zetten. Dat vind ik ook niet onoorbaar. Dat is net de functie van het maatschappelijk debat. Om het met Jos Geysels te zeggen: democratie is een georganiseerd meningsverschil. Door het botsen van meningen probeer je mensen van jouw mening te overtuigen. Oefen je op die manier invloed uit? Dat zal dan wel.

Een politicus die een bepaald idee lanceert kan ook niet met een vingerknip de publieke opinie naar zijn mening keren. Die moet ook met argumenten overtuigen. Een journalist kan daar bij helpen.

Ik zal inderdaad soms politici helpen, in de zin dat ik edito's zal schrijven die overeenstemmen met hun standpunt. Waarom? Niet omdat dat mijn vrienden zijn, maar omdat ik het eens ben met hun mening.

Dan helpt u wel mee om een draagvlak te creëren.

Je doet daar een poging toe, ja, soms lukt dat, soms lukt dat niet. Omdat er ook - gelukkig - andere meningen zijn, en dat er andere kranten zijn met andere meningen. Zo neutraliseer je mekaars mening - wat ook een goede zaak is. En soms zie je dat er een algemene consensus is, over alle editorialisten heen. Dat is voor politici wel een aanduiding dat er een maatschappelijk draagvlak bestaat voor een bepaald idee. In die zin heb je invloed. Maar het idee dat ik hier 's morgens toekom met de vaste bedoeling dat of dat in België te laten gebeuren, is ... waanzinnig. Ik kan dat niet, zelfs al zou ik het willen. Eén, ik heb die ambitie niet, twee, zelfs al zou ik het proberen, ik zou ongenadig afgemaakt worden door alle anderen die zich met die maatschappelijke discussie bezighouden. Wat een editorialist wél kan- en wat kranten bij uitbreiding kunnen- is een soort megafoonfunctie vervullen. Je kan een sentiment of een idee dat aanwezig is in de publieke opinie versterken, je kan daar een megafoon voor houden, en je kan op die manier een boodschap meer gewicht geven, zonder twijfel. Maar als er geen geluid komt, dan komt er ook niks aan de andere kant van de megafoon. Iets creëren dat totaal geen draagvlak heeft, dat totaal niet leeft in de samenleving, dat kunnen we niet. Dan dicht je ons toch een invloed toe die veel groter is dan degene die we hebben.

U maakt wel een selectie. U kiest aan wie u uw megafoon geeft. Ligt daarin dan niet uw macht?

De vraag is wie die selectie maakt. In de feiten maken wij die. Wij beslissen iedere dag: dat komt in de krant en dat komt niet in de krant. Maar de criteria die we daarvoor gebruiken worden gedicteerd door ons publiek. We hebben een heel duidelijk beeld van onze lezer. Ons publiek is jong, hogeropgeleid, stedelijk, heeft een brede internationale belangstelling en een grote culturele interesse. Dat maakt dat je bij ons veel meer pagina's politiek, cultuur en buitenland gaat vinden dan in andere kranten. We volgen dus de verlangens van onze lezers. Eigenlijk is het een dialectiek - ja wij maken een selectie, en wij oefenen op die manier invloed uit op onze lezer- maar onze lezer vraagt ons ook om die selectie te maken. Een lezer die een andere selectie wil maken, zal dan een andere krant kopen dan de onze, wat ook z'n volste recht is.

Is het ook omwille van het stedelijke profiel van uw lezer dat u deze week een stuk schrijft over het NIMBY-syndroom?

Ja. Maar ook omdat het mijn overtuiging is. Die wederzijdse dialectiek heeft namelijk ook zijn invloed op je redactiesamenstelling. Je kiest je journalisten ook in functie van je lezer. Dus blijken dat bijna onveranderlijk mensen te zijn die heel sterk beantwoorden aan het profiel van je lezer. Ook de journalisten die hier werken zijn bijvoorbeeld over het algemeen zeer stedelijk. Dat standpunt is mij dan ook door de redactie ingefluisterd. Als 's ochtends zeven, acht mensen van je redactie hetzelfde zeggen : heb je dat nu gelezen in de Knack, da's toch een schande, dat je alleen maar gelukkig zou kunnen zijn in Schilde of in Keerbergen en niet in een stad - hoe durven die gasten? Dan weet je: dit is een thema dat ons publiek zal aanspreken. Omdat je redactie op dat moment bijna een focusgroep is van je lezerspubliek. Als je voelt hoe die mening van die redactie is en dat is dan toevallig ook jouw mening: dan weet je dat je juist zit - en dan ga je.

Hebt u ook zicht op het stemgedrag van uw lezers?

Ja, dat zit eigenlijk overal behalve bij Vlaams Belang - die hebben we om één of andere reden zeer weinig - iets minder bij CD&V, en voor de rest correspondeert dat ongeveer aan de verkiezingsuitslag, met een lichte oververtegenwoordiging van Groen!-kiezers, sp.a-kiezers en VLD-kiezers.

Een redelijk paars profiel... Beschouwt u dan DM ook als een krant met een paars profiel?

Wij noemen ons links-liberaal, ja. Ik denk dat dat het beste de algemene opstelling van DM als engagement uitdrukt. Vrij progressief , zelfs extreem progressief op alle ethische thema's, en eerder centrum op sociaal-economisch gebied. Liberal dus, in Angelsaksische termen. We maken daar trouwens ook niet echt een geheim van.

De oude link met de socialistische familie bestaat niet meer?

Dat is toch stilaan gewijde geschiedenis, ja. Alle formele en informele banden zijn redelijk bruusk doorgesneden in 1986. Da's inmiddels toch al 22 jaar geleden. De meeste journalisten hier hebben die periode zelfs niet meer meegemaakt. Die denken zo niet meer, die leven zo niet meer. Dus nog in de ideologische, inhoudelijke opstelling van de krant, noch in om het even welke structuur is er ook nog maar enige band met sp.a. Ook bij de sp.a weet men dat zeer duidelijk. Dat blijkt ook dag na dag. Neem het Generatiepact, waar de klassieke socialistische beweging virulent tegen was: DM was voorstander.

U zegt: we maken er geen geheim van dat we eerder in de links-liberale hoek zitten. Op welke manier laat u dat dan blijken? De baseline van DM is toch: onafhankelijk dagblad.

Ja, maar onafhankelijk wil zeggen dat niemand je pen dicteert. Niet je uitgever, en ook geen enkele partij, geen enkele drukkingsgroep. Dat wil niet zeggen dat je neutraal en geslachtsloos bent en dat je geen mening hebt. DM heeft dus wel een engagement. De reeks Comité P bijvoorbeeld, waarom doe je dat? Niet alleen omdat dat goeie verhalen zijn, maar ook omdat dat past in de manier waarop je naar een samenleving kijkt. Is dat een engagement? Ja. Oefen je daar invloed mee uit? Ja.. Want de begeleidingscommissie van het parlement gaat nu een onderzoek instellen naar de feiten die wij bovengespit hebben. Je veroorzaakt daar dus iets. Da's juist. Maar ik denk dat dat ook de verdomde plicht is van een democratische pers. Vrije pers is gelukkig nog altijd niet alleen een commercieel product zoals waspoeder of koekskes. Het is ook een onderdeel van een democratische staatsordening- wat dan met een oude wat pompeuze term de vierde macht heet.

Moet een journalist dan niet neutraal zijn?

Als een journalist zijn stuk schrijft, dan werkt hij volgens de regel : facts are sacred. Hij moet op een objectieve, deontologisch correcte manier de feiten beschrijven, zoveel mogelijk informatie inwinnen, zoveel mogelijk standpunten aan bod laat komen, een zo genuanceerd mogelijk beeld van de werkelijkheid schetsen. Dat is neutraliteit. Maar de tweede regel van dat aforisme is: opinion is free. In de standpunten die je schrijft heb je de absolute vrijheid. Daar gelden niet de regels van waarheidsvinding of neutraliteit.

Blair stelde op het eind van zijn premierschap dat kranten geëvolueerd zijn van newspaper naar viewspaper. Dus minder feit, meer opinie. Bent u het daar mee eens?

Dat is een tendens die je in de Angelsaksische pers wel ziet, ja. Je ziet dat daar die scheidingslijn tussen zo objectief mogelijke berichtgeving en vrij commentaar in mekaar begint te schuiven. Dat men daar een vorm van journalistiek bedrijft die eigenlijk bijna campagne voeren is. The Independent bijvoorbeeld had een tijdje geleden het campagnethema: legalisering van soft drugs. En zij openen dan hun krant met een mijlengrote kop : legalize it. Dat zouden wij nooit doen, dat is voor ons ondenkbaar.

Rond de jaarwisseling is er in uw krant veel over koopkracht geschreven. Dat leek anders wel heel sterk op een campagne om het debat te verleggen van het communautaire naar het sociaal-economische.

Nee, maar je krijgt daar wel een zelfversterkend proces. In eerste instantie zijn er de prijsstijgingen. Nadien komen er ook signalen vanuit OCMW's dat het aantal aanvragen voor steun stijgt. Er begint dus iets te broeden. In eerste instantie begin je dat dan de melden. Je verzint dat niet, het gebeurt. Wij gaan niet 's nachts aan de pompen de prijs omhoog draaien. Dat doen wij niet. En dan zie je dat een aantal groepen daar op inspelen - vakbonden, politieke partijen, consumentenorganisaties - en aandacht vragen voor die problematiek. Aan het eind van de rit heb je dan inderdaad een bijna eensluidend signaal vanuit het hele maatschappelijke veld richting politiek: koopkracht is urgenter dan B-H-V. Wie is daarvoor verantwoordelijk? Ik denk in eerste instantie de feiten zelf. Als die er niet zijn, dan mag eender wie proberen van koopkracht een thema te maken. Dan kan je dat niet. Dus, als je daarover bericht, ben je dan bezig met een machiavellistische poging om de politieke agenda te wijzigen? Nee, je bericht over wat er gebeurt. En misschien versterk je het wat. Misschien zeg je in je opiniepagina's: het zou wel eens kunnen kloppen dat koopkracht belangrijker is als regeringsthema dan B-H-V. Dat je op die manier invloed uitoefent, en megafoon bent, ja, toegegeven... Maar het idee van : we creëren dit nu even om Leterme te kloten... Ik zou niet weten hoe ik eraan moet beginnen.

Het is anders wel duidelijk dat u niet veel sympathie hebt voor Leterme. Een aantal dagen voor de verkiezingen hebt u zelfs een stuk geschreven met als titel: waarom ik niet voor Leterme stem. Dat is toch op zijn minst ongebruikelijk?

Je kan in elk geval niet zeggen dat ik niet met open vizier tegenover Leterme sta. Maar het was inderdaad een ongebruikelijk stuk. Ik heb het stuk gemaakt omdat het mij niet ging over de ideologie van Leterme. Het ging mij niet over de christen-democratie in Vlaanderen. Ik zou mij probleemloos kunnen voorstellen om ooit voor Stefaan Declerck te stemmen, of Jean-Luc Dehaene, of een andere christen-democraat. Dat stond ook in dat stuk. Maar ik heb iets tegen de persoon Leterme, meer bepaald tegen de persoonlijkheid van die man. Die man wordt voor mij teveel door rancune en paranoia gedreven, wat persoonlijkheidskenmerken zijn, geen ideologische kenmerken. Maar ik heb niemand verboden om op Leterme te stemmen, ik heb enkel gezegd waarom ik er niet op stem. We hebben ook niet de krant geopend met een grote kop: stem niet op Leterme. Dat zou erover zijn geweest. Dat stuk stond netjes op de opiniepagina's, en daar vond ik dat dat stuk wel moest kunnen. En tot mijn spijt moet ik zeggen dat ik na een jaar meer en meer redenen vind om te denken dat ik toen waarschijnlijk gelijk had.

Politiek is dus een kwestie van persoonlijkheid?

Omdat politiek voor een stuk ook persoonlijk is. Het idee dat politiek de loutere confrontatie is van theoretische of ideologische denkbeelden, is fout. Door twintig jaar ervaring in de politiek heb ik geleerd dat heel veel in de politiek afhangt van een vermogen tot compromissen sluiten, en van een vermogen tot empathie met standpunten die niet de jouwe zijn. Als je die karakteriële eigenschappen mist, leidt dat willens nillens tot een slechtere politiek, of tot een slechter beleid. Als je mensen hebt die volledig vastzitten in hun eigen grote gelijk, heb je geen compromis en ook geen beleid. En als je geen beleid hebt, is er geen enkele ideologie die punten maakt. Dat is wat we nu al een jaar meemaken. Ik vind dat geen goede vorm van politiek bedrijven. Een ander punt dat ik tegen Leterme heb, is dat hij intelligent genoeg is om te weten dat hij liegt - en iedereen liegt in verkiezingscampagnes, iedereen stelt de zaken wat mooier voor- maar er zijn fatsoensgrenzen. Dan kan je daar misschien één keer de verkiezingen mee winnen, misschien wel twee keer. Maar onvermijdelijk zal vroeg of laat blijken dat je ongelooflijk gelogen hebt. Vroeg of laat ga je ongelooflijk veel mensen een diepe teleurstelling, zoniet een afkeer laten krijgen voor jou. En dat is dan niet alleen ten koste van jezelf, maar van iedereen die op een normale manier aan politiek probeert te doen.

Vindt u niet dat u door uw fixatie op Leterme de rol van bijvoorbeeld de VLD in de formatiecrisis onderbelicht hebt?

Heeft de VLD een rol gespeeld in de formatie?

Is de crisis dan alleen de verantwoordelijkheid van Leterme en CD&V-NVA?

Ik denk het wel, ja... In die formatiecrisis zijn er drie momenten geweest waarop een akkoord bereikt was- weliswaar minimaal - dat drie keer op rij op het veto is gebotst van het kartel. Dat is niet een mening, dat is een objectieve vaststelling. Drie keer ligt de verantwoordelijkheid daar bij het kartel. Mag ik dat dan nog vaststellen? Ben ik de VLD dan aan het ontzien? Heb ik dan een Leterme-fixatie? ( aarzelend ) Ik betrap er mezelf op dat ik inderdaad de indruk begin te krijgen dat ik copy-paste edito's aan het maken ben tegen Leterme, maar hij doet ook iedere keer hetzelfde, en hij blijft maar doorgaan. Als hij dat mag, waarom ik niet? Ik probeer mezelf ook in te houden, en ik zoek stilaan maar zeker - wanhopig - naar andere thema's om over te standpunten. De frequentie aan anti-Leterme-standpunten is ook verminderd. Er is dus verbetering merkbaar. Maar het blijft ongelooflijk, hoe die man een jaar lang dit land niet leidt terwijl hij de heraut is van het goed bestuur. En als je daar vragen bij stelt, dan ben je een vooringenomen anti-Leterme-mens. Ik stel gewoon vast wat die mens allemaal belooft heeft en wat hij allemaal niet doet, met het makkelijke excuus: ' t zijn die stoute Walen die niet meewillen, want anders zou het hier het paradijs zijn. Hier opnieuw: politiek is vaak psychologie. Dat betekent dat er 800.000 mensen in dit land rondlopen die nu voor zichzelf de moeilijke oefening moeten maken dat ze waarschijnlijk een verkeerd lief hebben gekozen.

Is het dan niet aan de VLD om de stekker er uit te trekken?

Dat moeten zij weten. Ik denk dat de VLD op dit moment panisch is, zoals ze al jaren panisch zijn. VLD is een zwalpend schip, al sinds hun legendarisch congres over het migrantenstemrecht. Sindsdien twijfelen ze voortdurend aan de koers die ze moeten varen. Ik weet begot niet meer waar die VLD voor staat. Dat is een bange partij. Dus ja, ze zouden inderdaad de stekker er moeten uittrekken - van mij mogen ze - maar ze durven niet. En waarom durven ze niet? Omdat iedereen in een electorale logica blijft. En ook dat is iets wat mij mateloos ergert, aan alle partijen. Dat men niet meer staat voor wat men staat, maar dat men zich positioneert in functie van het electorale resultaat. Maar misschien heb ik dat minder vaak gezegd dan ik stoute dingen heb gezegd over Leterme. Da's juist, ja. ( lacht ) 'k Zal mijn leven beteren.

Aan het begin van ons gesprek zei je dat je geen alwetende engel Lucifer bent. Wat bedoelde je daarmee?

Vroeger kon je je als editorialist nog engel naast God wanen. Die illusie heb ik niet. Ik denk wel dat dat er ooit geweest is, maar dan in de periode toen kranten nog partijorganen waren. Omdat je dan als editorialist sprak namens een beweging, of namens een partij of namens een vakbond. Je had een achterban achter je. Die hebben wij vandaag niet meer. Ik spreek namens Yves Desmet en voor de rest namens niemand.

Ook niet namens je lezers?

Neen, ik heb geen enkele structurele band met hen. Vroeger had je dat wel. Veel van die journalisten zaten ook echt in partijbesturen, sommigen waren zelfs verkozen voor een bepaalde partij. De symbiose was dus bijna totaal. Dat je je in zo'n symbiose Lucifer gaat voelen, en jezelf macht toeschrijft: die macht was er. Maar sinds het loskomen van alle kranten van die structuren, is dat veel minder het geval. Die organische band is verzwakt. Plus je voelt jaar na jaar de invloed van de schrijvende pers afnemen. Het enige wat politici nu nog interesseert is de goedgeplaatste soundbyte in TerZake, nog liever op het nieuws, nog liever op YouTube... Wat een krantje als DM met een oplage van nog geen 60.000 exemplaren schrijft, het zal hen worst wezen. Macht hebben we dus niet meer, en zelfs de invloed kalft af. Ik ben lucide genoeg om dat ook in te zien. Ik weet dat edito's vandaag veel minder wegen op een maatschappelijk debat dan ze vijf jaar geleden, tien jaar geleden, laat staan twintig jaar geleden deden.

Is het daarom dat meer en meer journalisten de overstap maken naar de politiek? Omdat hun macht als journalist vermindert?

Heeft het daarmee te maken - ik weet het niet. Politiek journalist zijn is voor mij een beetje toeschouwer zijn in de voetbaltribune. Gepassioneerd, voetbalgek - en bij sommige mensen slaat dat over in de behoefte om zelf voetballer te willen zijn. Ik begrijp die aantrekkingskracht wel. Trouwens, iedereen die blijk heeft gegeven van enige kennis van de politiek, een zekere mate aan verbaliteit en aan cameravastheid, krijgt vroeg of laat ook een aanbod. Ik ben zelf al door ongeveer iedere partij gepolst, met uitzondering van twee of drie partijen. Waarom? Omdat je bij politieke journalisten vaak meer politieke expertise vindt, en over de dossiers en over hoe je aan politiek moet doen, dan bij veel nieuw verkozen kamerleden. Ik heb er ook niks tegen dat mensen dat doen. Je moet daar dan wel duidelijk in zijn: ofwel ben je supporter op de tribune of wel speel je op het veld. En je hebt er een aantal waarvan ik af en toe vermoed dat ze aan de zijlijn staan, af en toe mee het veld op trippelen, iets proberen, en dan terug weg zijn . Da's een soort grijze schemerzone waar ik het lastiger mee heb. Mittspieler zijn, en tegelijkertijd commentator, vind ik erover.

Waar trekt u dan de grens?

De inmiddels betreurde Guido Tastenhoye, schreef in zijn laatste jaar bij de Frut al in opdracht van het Blok, en dan is hij overgestapt. Dat doe je niet. Er is ook het legendarische voorbeeld van de journalist die de speech schrijft voor een kandidaat-voorzitter van CD&V, vervolgens naar het congres gaat waar die kandidaat de speech voorleest, naar zijn krant gaat en een verslag maakt dat het de beste speech is die ooit uitgesproken is geweest... Da's erover. Kies voor wat je wil doen: ofwel ga je voetballen, ofwel blijf je in de tribune. Maar kiezen is ook kiezen: als je mee gaat spelen, moet je niet meer terugkeren naar de tribune. Als je kiest voor een politieke carrière en die mislukt kan je voor mij daarna nooit meer terug geloofwaardig journalist zijn. Maar mensen die ook echt voor de politiek hebben gekozen: Belet, Sterckx, Pol Vandendriessche: dat zijn niet de slechtste die er rond lopen, en die hebben ook geen van allen de intentie om ooit nog terug te keren. Daar heb ik alle respect voor.

U bent zelf nooit in de verleiding gekomen om de overstap te maken?

Als je dat aanbod krijgt, denk je daar wel eens over na : is dat een leven dat mij zou liggen? Maar ik ben daar - denk ik - iets te onafhankelijk voor. Da's misschien de Lucifer in mij. Ik heb hier de onvoorstelbare vrijheid dat ik kan denken en schrijven wat ik wil, wat ik denk dat juist is, zonder dat ik eerst aan een partijvoorzitter de toestemming moet vragen: mag dat wel, past dat in de strategische communicatie van de partij? En dan te horen te krijgen: je hebt wel gelijk maar je moet je mond houden, want het ligt politiek gevoelig, of we kunnen nu onze coalitiegenoot niet schofferen- daar pas ik voor. Ik zou mij te zeer geremd voelen in mijn vrije expressie, en die heb ik hier totaal. Waarom zou ik dat achterlaten? En dat heeft niks te maken met een machtsafweging. Dat heeft te maken met wat je graag doet, en waar je jezelf het beste in je vel bij voelt.

Je hebt wel een behoefte om deel te nemen aan het publieke debat?

Ja. Ik vind dat ook de rol van iedere intellectueel, om een zwaar woord te gebruiken. Dat is ook een traditie van eeuwen, dat intellectuelen deelnemen aan het maatschappelijk debat en met mekaar discussiëren over de beste staatsordening, maatschappelijke problemen. Daar een stem in zijn - ik heb geen enkele ambitie nog de behoefte om dé stem te zijn - daarin meedenken, meewerken, meespelen, dat is wat ik het liefste doe. En ik denk dat ik dat hier op een veel vrijere manier kan doen, en misschien zelfs wel met iets meer invloed dan als parlementslid 123. Is dat Lucifer? Ja. Maar nooit met ook maar een seconde het geloof en de overtuiging dat je echt de macht hebt om dingen te veranderen.

Is dat de reden waarom u voor het beroep gekozen hebt? Om te kunnen deelnemen aan het publieke debat?

Dat is later gegroeid. Het romantische beginideaal in mijn jeugd was veel meer de vierde macht: de machthebbers controleren Mudraking, schandalen uitspitten, zien wie met zijn hand in de koekjestrommel had gezeten, corruptie aanklagen. Maar tot je eigen grote verbijstering blijkt dat eigenlijk de uitzondering, en niet de regel. Ja, er is corruptie, en die moet je ook uitspitten, maar veel meer dan dat is politiek een vrij nobel beroep, waar over het algemeen niet-domme mensen proberen er het beste van te maken. Op een bepaald moment verschuift je focus dan ook van mudraking naar andere vragen. Hoe ga je om met de grote uitdagingen van een samenleving? Met een globaliserende wereld, met migratieproblematiek, met een verouderende demografie, met de manier waarop identiteit altijd maar belangrijker en belangrijker wordt? Met de behoefte van veel mensen om zich op te sluiten in een homogene, bijna monoculturele omgeving? Hoe is links in godsnaam ooit zo dom kunnen zijn om - vanuit een angst om voor racist uitgekreten te worden - alle reële problemen die migratie met zich meebrengt niet te zien, en heel dat veld over te laten aan het Vlaams Belang? Wat moet je daartegen doen? Dat soort vraagstukken houdt mij nu meer bezig dan een senator die voor één of andere bouwvergunning 1000 euro heeft gekregen van een aannemer. En ik vind dat ook de verdomde plicht van eenieder die, door zijn ervaring, door zijn opleiding, door zijn talent, de mogelijkheid heeft om daaraan mee te werken. Niet met de ambitie om Lucifer te zijn en de samenleving naar zijn beeld en gelijkenis te herscheppen, maar wel om ervoor te zorgen dat je stem gehoord wordt, dat er ook rekening mee gehouden wordt, en soms is dat meer nodig dan anders.

U vindt niet dat dit debat voorbehouden is aan politici?

Ik denk dat iedere burger dat moet doen. Politiek is veel te mooi en tegelijkertijd te gevaarlijk om het alleen aan politici over te laten.

Niet iedere burger kan op dezelfde manier aan het debat deelnemen als u.

Da's juist. Dat erken ik, ja. Ik zit in een gepriviligieerde situatie, dat is zo. En mijn stem zal waarschijnlijk meer invloed hebben dan die van de modale burger - ook dat is ongetwijfeld zo.

Maar dat is niet iets wat u nastreeft, of waar u voor gekozen hebt?

Ik lig daar 's nachts niet wakker van, neen. Ik stel dat vast als een feitelijkheid maar het is mij overkomen. Ik heb voor '94, toen ik hoofdredacteur werd, nooit in mijn leven een edito geschreven en ik ben al van midden jaren tachtig in de politieke journalistiek. Dat was zelfs een genre dat mij ook niet echt lag tot dan. Maar volgens de traditie was het de taak van de hoofdredacteur om de standpunten te schrijven. Ik ben daar toen met onnoemelijk veel tegenzin aan begonnen, vanuit de redenering die ik daarstraks al had: ik ben Yves Desmet, ik vertegenwoordig niemand, waarom is mijn mening zo belangrijk? Ik heb toen ooit edito's geschreven met pleidooien om het persoverzicht op de radio af te schaffen, vanuit precies die redenering: waarom mogen die tiepen op de radio en Jan met de pet niet. Maar je groeit daarin, en mensen zeggen: zo dacht ik er ook over, alleen heb ik het zo nooit op papier gekregen. En nu is het bijna mijn hoofdbezigheid geworden. 't Kan verkeren in een mensenleven. (lacht) 'k Ben helemaal verkeerd gelopen.


03:17 Gepost door Student in Lucifer | Permalink | Commentaren (0) | Tags: timothy anthonis |  Facebook |

MORICHARPLEIN WORDT GEEN SPEELPLEIN.

SINT-GILLIS - De gemeenteraad bestelt een bijkomende studie over de heraanleg van het Moricharplein. De oppositie heeft haar bedenkingen bij de procedure.

Voor de bewoners blijft het voorlopig afwachten hoe het plein er zal gaan uitzien. Waarnemend burgemeester Martine Wille ( PS ) heeft in elk geval een duidelijk doel voor ogen. Wille: "We willen een polyvalent stedelijk plein creëren, waar elke bevolkingsgroep zijn plek vindt. Het plein zal dus geen groot speelterrein worden waar alleen kinderen en jongeren terecht kunnen. Er zal ook plaats moeten zijn voor andere functies." De burgemeester is intussen wel bereid de plannen voor te leggen aan het wijkcomité. Volgens oppositielid Nathalie Espeel ( Groen! ) is dit een 'opening die de gemeente maar zelden maakt.'

De eerste studieopdracht dateert al van 2004. De gemeente ontving de resultaten pas dit jaar en vindt nu dat een bijkomende opdracht noodzakelijk is. Intussen heeft de oppositie nog geen inzage gekregen in de resultaten van het eerste onderzoek. Espeel : "Dit stond ook al in januari op de agenda maar werd toen ingetrokken omdat ik de resultaten van de eerste opdracht wilde zien. Ik vermoed dat de resultaten op dat ogenblik zelfs nog onvolledig waren. Nu is het voorstel toch goedgekeurd, maar ik wacht nog altijd."

Bovendien wordt volgens Espeel de wettelijke procedure niet gevolgd: "De eerste studie viel onder het drempelbedrag voor openbare bekendmaking. Voor de vervolgopdracht zou er nu wél een bekendmaking moeten zijn. Maar dat is de gemeente niet van plan." CDh, nochtans ook in de oppositie, is enthousiaster. Fractieleider Vincent Henderick : "Wij willen de burgemeester en haar ploeg vooral feliciteren voor hun inspanningen om de gemeentelijke infrastructuur te moderniseren."

Wanneer de werken zullen starten, is nog niet duidelijk. (TA)

03:14 Gepost door Student in gemeenteraad | Permalink | Commentaren (0) | Tags: timothy anthonis |  Facebook |

11-05-08

“Ik maak intellectuele graffiti.”

decoration

De Roemeense kunstenaar Dan Perjovschi tekent in musea overal ter wereld muren en ramen vol met zijn cartooneske werk vol politieke en sociale satire. Zijn tekeningen met zwarte viltstift en krijt zijn lucide ironische observaties over zijn land, de wereld en de kunst. Vorig jaar nog was hij te gast in het Moma met de installatie What happened to us?

In Kunsthaus Baselland presenteert hij "Fair Enough". Voor dit project liet de kunstenaar zijn oog vallen op de karakteristieke ramen van het gebouw. Hij liet zich inspireren door de lokale en internationale actualiteit en creëerde op locatie nieuwe tekeningen en interpretaties van ouder werk.

Dan Perjovschi : Fair enough

Kunsthaus Baselland

St. Jakob-Str. 170
CH-4132 Muttenz / Basel

nog tot 04/06/08

01:03 Gepost door Student in Perjovschi | Permalink | Commentaren (0) | Tags: timothy anthonis |  Facebook |

17-04-08

Roeland Byl: een portret.

Roeland Byl (39) is sinds juli eindredacteur bij Trends. Hij heeft meteen een leidraad voor zijn redacteurs: "Ik zie te vaak een obsessie voor feiten. Ik wil meer aandacht voor het bredere verhaal: de bedrijfsleider die teleurgesteld is omdat zijn kinderen vechten om zijn bedrijf, dat wil ik lezen."

Byl werkt al 13 jaar als journalist, de laatste 10 jaar daarvan in dienst van Trends. Vorig jaar nog werd hij genomineerd voor de Citigroup Prijs voor Journalistiek Talent. Byl studeerde Germanistiek aan de UGent en Literatuurwetenschap aan de Freie Universität Berlin. Na een toevallige ontmoeting met een journalist, begint hij te schrijven voor de literaire pagina's van Het Nieuwsblad en De Standaard. Hij volgt een bijkomende opleiding Journalistiek aan het VLEKHO. "Maar het vak leer je uiteindelijk in de praktijk, die opleiding heeft mij weinig bijgebracht." Aanvankelijk heeft hij nog bijbaantjes, als studiemeester, als verkoper-per-telefoon,... Al snel stapt hij over op economische verslaggeving voor Trends. "Ik wou nog wel eens een boek lezen voor mijn plezier,"verklaart hij deze carrière-wissel. "En de economische wereld was voor mij een onbekend en fascinerend domein."

Hij specialiseert zich in sectoren als farmacie, chemie, media, sociale zaken, gezondheidszorg en biotechnologie. Na een kritisch artikel van zijn hand over Omega Pharma, kelderen de aandelen met 30%. Marc Coucke en KBC struikelen over elkaar om zijn vel te eisen, maar hij overleeft de storm. "Op zo'n moment is de morele steun van een drietal vrienden-sinds-jaren van onschatbare waarde." Zo zijn er wel meer artikelen waar Byl met tevredenheid aan terugdenkt. Zo is er het stuk rond Xeikon : het bedrijf stond te koop, een faillissement was nakend. In zijn artikel analyseert hij het verrottingsproces van het bedrijf en brengt de kandidaat-kopers in kaart. "Dit stuk gaf mij vooral voldoening omdat het zeer moeilijk tot stand kwam, de betrokkenen waren moeilijk tot praten te overhalen. Als het toch lukt, en het stuk mist dan ook nog zijn impact niet, voelt dat aan als een overwinning." Het bedrijf zal uiteindelijk in Belgische handen vallen. Of zijn artikel over de welvaartsval, over de lagere middenklasse die net alle premies misloopt en daardoor slechter af is dan bepaalde armere groepen. Dit fenomeen was voordien nauwelijks bekend. In 2005 publiceert hij met 3 Trends-collega's het boek "Red de welvaartsstaat", over de (on)betaalbaarheid van het Belgische socialezekerheidsstelsel. Hoge werkloosheid, vergrijzing, medische overconsumptie vormen evenzovele bedreigingen voor dit stelsel. Het boek analyseert en suggereert oplossingen: hogere activiteitsgraad, lagere lasten, zuiniger beleid.

Byl droomt ervan ooit in de voetsporen te treden van zijn favoriete auteur, Max Frisch, en een roman te publiceren. Hij houdt ook van koken. Momenteel heeft de Franse keuken zijn voorkeur. Gerechten die veel tijd vragen, heerlijk vindt hij het. (TA)

14:44 Gepost door Student in Portret | Permalink | Commentaren (0) | Tags: timothy anthonis |  Facebook |

16-01-08

Moet de bescherming van de bronnen absoluut zijn?

In België is de bescherming van de journalistieke bronnen bij wet geregeld sinds 2005. Deze wet wordt alom geroemd als één van de meest vergaande van Europa. Is deze wet dan een goede zaak?

De journalist is voor zijn informatie afhankelijk van bronnen. Een journalist met de ambitie te onthullen wat doorgaans verborgen blijft, des te meer. Het bronnengeheim is dan ook essentieel om dit werk mogelijk te maken. Informanten van journalisten nemen niet zelden een persoonlijk risico door hun informatie met journalisten te delen. Zonder bescherming zouden heel wat journalistieke bronnen snel opdrogen. Wie zou nog praten met de pers als één dag later de politie bij de journalist aanklopt en nog een dag later bij de bron zelf aan de deur staat?

Wie belang hecht aan een sterke, onafhankelijke pers, is dus zonder meer voorstander van een sterke bescherming van het bronnengeheim. Sterker, wie de persvrijheid erkent als één van de pijlers van de democratie, kan maar zeer weinig uitzonderingen toestaan op de bescherming van het bronnengeheim. Kort en duidelijk: enkel wanneer door onthulling van de bron een halsmisdrijf kan voorkomen worden, kan de verder absolute bescherming van het bronnengeheim doorbroken worden. Enkel de bescherming van een mensenleven is een hoger recht dan de bescherming van de persvrijheid.

Wie garandeert anders dat straks de boekhouder zijn frauderende baas ontmaskert, de ambtenaar de vuile zaakjes van zijn administratie naar de pers brengt, de verzorger aan het publiek een gedopeerde sporter toont voor wat hij is? (TA)

22:47 Gepost door Student in Bescherming van de bronnen | Permalink | Commentaren (1) | Tags: timothy anthonis |  Facebook |

27-12-07

Bouwproject verjaagt bewoners Zuidwijk.

SINT-GILLIS- 16 jaar na de indiening van het eerste onteigeningsplan wordt dan toch gestart met het bouwklaar maken - lees : de afbraak van de resterende panden - van het perceel tegenover het Zuidstation, kant Fosnylaan. De laatste bewoners krijgen tot 31 december de tijd om op te krassen, terwijl de sloopmachines in hun achtertuin al warmdraaien.

De laatste 4 woonhuizen op het terrein werden pas recentelijk verworven door de nv Brussel-Zuid - belast met het bouwklaar maken van 4 percelen langs de Fosnylaan, waaronder voornoemd terrein tegenover de ingang van het station. 2 panden werden op de valreep aangekocht, 2 panden 'bij hoogdringendheid' onteigend. De bewoners kunnen op zeer korte termijn op zoek naar een nieuwe woning- want van herhuisvesting door Gewest of Gemeente is geen sprake. 

Op het terrein zal een kantoor- en hotelproject oprijzen onder de ronkende naam South City Office & Hotel. Projectontwikkelaar Atenor maakt zich sterk de werken te kunnen afronden tegen eind 2009. Ze kunnen nu al uitpakken met een eerste kandidaat-huurder, de vzw Smals, een parastatale van de Belgische overheid, voor 1/3 van de beschikbare kantoorruimte. 

Wanbeheer.

De trage voortgang van het project wordt door Charles Picqué ( PS ), 'verhinderd' burgemeester van Sint-Gillis en minister-president van het Brussels Gewest, toegeschreven aan de activiteiten van kleine speculanten op het terrein en aan de ruime sociale omkadering van het project. De bewoners van de percelen, verenigd in het Comité Zuidwijk, en gesteund door tal van verenigingen - o.a. BRAL ( Brusselse Raad voor het Leefmilieu ), BBRoW ( Brusselse Bond voor het Recht op Wonen ), de Huurdersvakbond - spreken van wanbeheer en een bewuste verrottingsstrategie door de gemeentelijke en gewestelijke overheden. In mei van dit jaar werden zij daarin in een opgemerkt arrest van de Vrederechter bijgetreden. De rechter veroordeelde toen het Gewest tot een vergoeding van 600.000 euro aan een onteigende bewoner plus een boete wegens schending van de mensenrechten. 

Belangenvermenging.

In de loop der jaren hebben tal van parlementairen van verschillende strekking ( Ecolo, CDH, MR, VLD, Spirit en zelfs PS ) het gebrek aan transparantie in het dossier aangeklaagd. Centraal daarin staat de onduidelijke rol van Picqué zelf, die meermaals verweten wordt zijn functie als Gewestelijk minister-president aan te wenden om gemeentelijke belangen te dienen. En dan is er het dubbelzinnige statuut van de nv Brussel-Zuid. Deze private organisatie werd opgericht in functie van dit project, en wordt in hoofdzaak met publieke middelen gefinancierd om een overheidsopdracht uit te voeren. Bij de toekenning van haar opdracht werd geen enkele norm opgelegd inzake de billijke aankoopprijs voor de af te breken panden. De nv kan wél de gemaakte winsten naar eigen goeddunken herinvesteren. 

Aan het hoofd van de nv Brussel-Zuid staat de oud-adjunct-kabinetschef van Picqué, Jacques Van Grimbergen ( sp.a ), tevens Directeur van de Gewestelijke Administratie voor Ruimtelijke Ordening en Huisvesting. De afgevaardigd bestuurder, Vincent Rongvaux, is dan weer tegelijkertijd hoofd van de Gewestelijke Grondregie. (TA)

21:59 Gepost door Student in Mijn gemeente | Permalink | Commentaren (0) | Tags: timothy anthonis |  Facebook |

09-12-07

De Duizend Heuvels van Leterme.

Na een week van stilzwijgen achtte Leterme vandaag de tijd rijp om de tribune te overtuigen van zijn redelijkheid. Zonder moeite erkende hij de dood van 'zijn' oranje-blauw en de noodzaak van een brede coalitie. Hij toonde zich ook bereid de gesloten deelakkoorden open te breken en zijn claim op het premierschap wilde hij ook best milderen. Zonder morren accepteerde hij daarmee de spelregels die door anderen-met name Verhofstadt- werden uitgetekend na zijn ontslag als formateur. Na de kortstondige paniek bij het begin van de week over het verlies van de regie van de formatie - of moet ik zeggen: crisis - toonde hij daarmee voor het eerst waardigheid in de nederlaag, hét kenmerk dat toppolitici van tafelspringers scheidt. De weg naar de erkenning van zijn staatsmanschap, waarnaar hij al maanden hengelt, lag daarmee open. Zijn mildheid liet hem zelfs toe om voor zijn homerische tocht over de duizend heuvels van oranje-blauw toch nog een zeker resultaat te claimen: de algemene aanvaarding van de noodzaak van een staatshervorming. Jammer genoeg struikelde hij nadien in een achterafje opnieuw over zichzelf. Ik doel daarmee op zijn vergelijking van de RTBF met Radio Mille Collines- die drie van haar journalisten veroordeeld zag voor aanzetten tot de Rwandese genocide. Met deze uitspraak demonstreert Leterme nog maar eens zijn té beperkte blikveld, zijn manifest gebrek aan diplomatie en inschattingsvermogen, zijn onvermogen kortom om ooit een waardig premier te worden.

00:50 Gepost door Student in DB week1 | Permalink | Commentaren (8) | Tags: timothy anthonis |  Facebook |

19-11-07

Misbruikt de pers haar articulatiekracht?

De pers mag alles belichten, melden, onthullen, becommentariëren en interpreteren, in alle vrijheid en zonder onderscheid des persoons, mits inachtneming van een aantal spelregels, noem het deontologie. Eén: presenteer appreciaties niet als feiten. Erken je subjectiviteit en verschuil je niet achter een masker van neutraliteit, of achter de publieke opinie. Ik heb een hekel aan journalisten die zich uitgeven voor de vertolker van de 'stem des volks' of 'luidop zeggen wat iedereen denkt'. Twee: zorg dat de feiten kloppen. Beschuldigingen maak je hard of je zwijgt en zoekt verder. Ik baal van journalistiek die aaneenhangt van insinuaties en suggesties. Stukjes die onder het mom van lichtheid een loopje nemen met de deontologie irriteren mij. Reportages die lustig complotscenario's uittekenen op basis van vage aanwijzingen van mogelijke verbanden tussen personen of feiten zijn verfoeilijk. ( Vaak werkt het zo: creëer een verdachte sfeer rond persoon A, link die dan met persoon B- die zonder verder argumentatie op basis van die link dan ook maar verdacht is-, verbindt deze 'onderwereld' vervolgens met de bovenwereld, en je indringende reportage is klaar. ). Drie: speel niet voor rechter en aanklager. Laat ruimte voor woord en wederwoord. Uitstel van oordeel is een mooie deugd.

Misbruik van articulatiekracht is dus mogelijk en ondergraaft de geloofwaardigheid van de pers. Dergelijke journalistiek is nestbevuiling waartegen de pers zichzelf moet beschermen. Het betaamt dan niet om als een gesloten klasse de rangen te sluiten en de gebeten hond te spelen. Zelfregulering is goed, maar onvoldoende. De pers moet aanvaarden dat ook externen hen ter verantwoording roepen.

Timothy Anthonis

Een lang staartje.

De long tail is een begrip dat gelanceerd werd door Chris Anderson, hoofdredacteur van Wired Magazine. Het is een in oorsprong economisch begrip dat stilaan een culturele revolutie eerder dan een louter economische omwenteling omschrijft.

Het fenoneem dat Chris Anderson in 2004 als The Long Tail omschreef komt kort hierop neer : nicheproducten vinden online makkelijker een afnemer en er is online onbeperkte shelf-space. Gevolg: de levensduur en -economische - levensvatbaarheid van een nicheproduct wordt groter. Massaproducten die vroeger de hele winkelruimte innamen krijgen nu concurrentie van nicheproducten die vroeger het schap - dus de markt - niet haalden. Deze markt kan op termijn zelfs zwaarder gaan wegen dan de markt van de hits.

Om optimaal van dit long tail-effect te kunnen profiteren moet de provider echter een virtueel onbeperkt aanbod in huis hebben én dit aanbod maximaal weten te ontsluiten, via zoveel mogelijk ingangen. Daartoe worden verschillende tools ontwikkeld waarmee gebruikers elkaar de weg wijzen naar de interessantste producten. Het businessmodel van amazon, maar ook bijvoorbeeld itunes is hierop geënt.

In dit model is het veel meer de gebruiker die zélf de 'hits' genereert en dus de markt aanstuurt dan de producent. Dit proces is immers veel moeilijker te sturen dan de blockbustercultuur, die via 'heavy exposure' (grote airplay, grote - en dure - promotiecampagnes) de hits probeert te dicteren. Dit heeft voor gevolg dat je als producent van een nicheproduct makkelijker dan vroeger een publiek kan vinden buiten de mainstream om.

Dit fenoneem is op dit moment vooral zichtbaar in de muziekindustrie. De laatste jaren heeft de muziekwereld de opgang gezien van een aantal bottom-up-successen, die online- en dus naast de mainstreammedia en -distributiekanalen - de basis legden voor hun succes. Ook filmmakers experimenteren met de wetten van de long tail. Zo is er het fenoneem

foureyedmonsters: twee jonge makers die via YouTube een publiek verwierven voor hun film en daarna zelf de distributie organiseerden, van screenings tot DVD-verkoop. Of er is het verhaal van Earthcore. Schrijver Scott Sigler verspreidde via podcast dit audiobook, dat nadien dankzij het online-succes ook in print verscheen. De long tail lijkt dus op dit moment vooral zijn potentieel te tonen bij artistieke producten: muziek, film, boeken,...

Maar wat zijn nu de mogelijke gevolgen voor de mediawereld? Heel eenvoudig: ook hier geldt dat een optelsom van "marginale" producten een sterke speler kan worden naast de mainstream of die zelfs kan gaan verdringen. De mediamagnaat van de toekomst is diegene die de kracht van de long tail weet te bundelen en het geschikte platform bouwt voor niche-media, bv Joost - de individuele producent van één kanaaltje op Joost kan op zichzelf nauwelijks de concurrentie aangaan, maar in het Joost-pakket kan hij ver gaan. Enkel een bundeling van gespecialiseerde media kan een concurrerende kracht worden voor de klassieke media. In deze context worden generalistische zenders maar één van de afnemers van een product, en is de positie van omroepen onherroepelijk verzwakt ten aanzien van de producent, de content provider.

Dit zou ook in de geschreven media kunnen, als een journalist of journalistencollectief online een sterk platform weet uit te bouwen, waar het zelf de publicatie van content kan organiseren, langs de mediaconcerns om. Het komt er vooral op aan een tool te ontwikkelen die de geïnteresseerde vlot naar zijn niches kan leiden, en het bredere aanbod opzoekbaar maakt.

Toch één bedenking bij dit hoera-verhaal: tot nu toe maken de bottom up- successen uiteindelijk de overstap naar de traditionele distributiekanalen, het volle potentieel van de long tail moet dus nog bewezen worden.

Globaal genomen heeft het long tail-effect echter het potentieel om niet alleen de economie maar de hele cultuur om te gooien. Niches worden economisch levensvatbaar, wat de diversiteit zal vergroten en de massacultuur wel eens een grote hak zou kunnen gaan zetten.Voorwaar een zegen.

Timothy Anthonis

23:21 Gepost door Student in Een lang staartje | Permalink | Commentaren (0) | Tags: timothy anthonis |  Facebook |

03-11-07

To blog or not to blog?

Bloggen is nog lang niet op weg een belangrijk journalistiek medium te worden. De huidige blog community in Vlaanderen wordt immers gekenmerkt door een doorgedreven DIY-filosofie. In de huidige context zou een professionele blogger - iemand die geld wil verdienen aan zijn blogactiviteiten, bijvoorbeeld door advertising- uit de gemeenschap worden gestoten. Het is zeer de vraag of een blog succesvol kan worden zonder de steun van die gemeenschap. De huidige Vlaamse bloggemeenschap komt mij immers voor als een gesloten clubje waarbuiten geen leven mogelijk is. Het is mijn ervaring dat één van de sleutels tot een succesvolle blog actieve deelname aan die gemeenschap is, door veelvuldig comments rond te strooien bij andere veelgelezen blogs. Deze succesvolle bloggers fungeren als gatekeepers, een plaats in hun blogrol is hun machtsinstrument. Deze gatekeepers waken streng over hun medium, en in hun code is geen plaats voor financiële motieven.Ze aarzelen niet iemand in de ban te doen-waarop je blog in het beste geval genegeerd wordt, en in het slechtste geval een doelwit zal worden voor hacking. Ik herinner mij een incident rond Tanguy Veys, een Gents VB-politicus, die de Gentse bloggemeenschap danig op de zenuwen werkte door ongewenste comments. Eindresultaat: zijn persoonlijke website werd uit de lucht gehaald door hackers. Volgens mij zal een professional die probeert aan de haal te gaan met het speeltje van deze club eenzelfde lot beschoren zijn. Vlaanderen is dus nog niet toe aan een professionalisering van het bloggebeuren, al zal die uiteindelijk niet te stoppen zijn. Het is de vraag wie hieraan begint en de klappen wil opvangen. Daarna zal de profesionele blog uitgroeien tot een fenomeen dat de early users zal marginaliseren en hun rol als gatekeeper teniet zal doen. Dit kan de kwaliteit en diversiteit van het Vlaamse bloglandschap alleen maar ten goede komen. Ik heb veel sympathie voor de DIY-ers van het eerste uur, en ik hoop dat er steeds ruimte zal blijven voor niet-professionele blogs, maar op dit moment zijn ze een rem op een verdere groei van het medium.

Timothy Anthonis 

21:01 Gepost door Student in To blog or not to blog? | Permalink | Commentaren (0) | Tags: timothy anthonis |  Facebook |

25-10-07

Zeeman over Sociale Depressie

Zeeman 

Zeeman beweert in de gepresenteerde stelling dat de samenleving in de ban is van wat hij benoemt als sociale depressivi-teit. Hij ontwaart ook een stemming van gelatenheid. Ikzelf zie echter minder gelatenheid dan wel afkeer en opstandigheid. Die afkeer heeft alles te maken met het wezen van het democratische model: de consensus. De democratie bewandelt de grijze middenweg: compromissen produceren zelden duidelijke keuzes, laat staan een radicale ommezwaai. De democratische politiek beïnvloedt de maatschappelijke werkelijkheid slechts traag, quasi onzichtbaar voor de gemiddelde burger. Dit geeft de politiek het uitzicht van een impotente macho, wiens grootspraak botst met de pietluttige prestaties. Dit frustreert de kiezer en maakt hem gevoelig voor de baldadige stem, die politicus die lustig inhakt op het beschaafde en rimpelloze democratische model. Deze middelpuntvliedende kracht wordt alleen maar sterker naarmate de gevestigde politiek zich sterker rond een gemeenschappelijke orde lijkt te scharen en de tegenstem niet (meer) weet te vertolken. De politieke klasse reageert collectief, over partijgrenzen heen, defensief op deze 'nieuwe' stem in het debat en verdedigt daarmee haar interne codes, haar eigen cultuur, kortom representeert uiteindelijk alleen nog zichzelf en het eigen belang. En kijk: daar heb je de kloof tussen burger en politiek, wederzijds onbegrip en vijandigheid. Kiezer en politicus leven op voet van oorlog, de 'fatsoenlijke' politicus begrijpt maar niet waarom de kiezer hem massaal inruilt voor paljassen en tafelspringers. Ten einde raad probeert hij de schreeuwers te overschreeuwen met straffere uitspraken, groter onverzettelijkheid, sterkere beloftes: hij is zelf een paljas geworden. Of hij gaat zich gedragen als een onbegrepen en verongelukt kamergeleerde. Of hij predikt de morele plicht van het optimisme- zowat de ultieme negatie van het onbehagen. Al deze reacties demonstreren echter slechts hun onmacht en brengen het democratisch model verder in diskrediet. Aldus ontstaat een almaar versnellende, zichzelf versterkende dynamiek van desintegratie. Of moeten we dit beschouwen als een proces van permanente vernieuwing dat de democratie vitaal houdt?

 

Timothy Anthonis

04:43 Gepost door Student in Zeeman | Permalink | Commentaren (0) | Tags: timothy anthonis |  Facebook |