21-06-08

Rik Van Cauwelaert: 'Media hebben geen macht, wel invloed. Zij die beweren van wel bewijzen de media geen goede dienst.'

Een gesprek met Rik Van Cauwelaert over het spanningsveld tussen invloed en macht, moed en overmoed, oude en nieuwe waarden in de journalistiek

Journalistiek lijdt steeds meer onder een dubbele binding. Zonder journalistiek is immers geen maatschappelijk debat denkbaar. Tegelijk verwachten we van journalisten dat ze politiek neutraal zijn. Toch menen velen dat de belangrijke opiniemakers uit de media de lijn tussen journalistiek en politiek overschrijden. Overigens is er niemand die nog een gortdroog artikel kan lezen, tenzij de ultrakorte 's ochtends op trein, tram en bus. Het zijn de opiniërende artikels die ons bijblijven. Rik Van Cauwelaert, directeur van Knack, zweert bij de traditionele journalistieke waarden als enige legitimatie van de pers. Ook al vindt hij dat sommige media hun grenzen ver te buiten gaan, toch blijft hij erbij dat de media  invloed uitoefenen, maar geen macht. We gaven de man die het belangrijk vindt politici te laten uitspreken, ruimschoots de tijd om zijn ideeën te formuleren in een 'ouderwets' gesprek.

Denkt u dat de opkomst van internetmedia een gevaar inhoudt voor degelijke journalistiek?
Ja en neen. Ik kan moeilijk zeggen dat het een groot gevaar is, dat komt sullig over. Maar het gevaar bestaat dat gebruikers geen verschil maken tussen gefundeerde professionele journalistiek en mensen die er maar op los schrijven. We moeten de lezer en de kijker daarvoor waarschuwen. Er is een soort van waardenschaal nodig die bepaalt wat ernstig is en wat niet. Op internet wordt zo veel gejat. Wat is de juistheid van wikipedia trouwens? De juistheid is een kwestie van toeval, want je kunt de informatie zelf maar een maal per dag aanpassen. Het boek van Andrew Keen 'De @cultuur.Hoe internet de beschaving ondermijnt gaat daarover (zie ook Knack 16 april 2008). Hij is een internetspecialist die de huidige trend van internetmedia gevaarlijk vindt omdat niets er amateurs van specialisten onderscheidt.

Bent u dan toch pessimistisch?
Neen, tegelijk is internet boeiend. Ik zocht net informatie over een boek en in enkele seconden had ik een boekbespreking van The Boston Globe te pakken, die trouwens een ernstige website heeft. De website van Knack is een verlengstuk van het weekblad; we moeten geen week wachten om informatie en reacties toe te voegen. Internet blijft een onuitputtelijke bron van informatie. Maar je moet opletten, er zijn ook heel wat gekken op internet: zoals de sites met complottheorieën. Soms merk ik dat journalisten dat meepikken en dat als waarheid verkondigen, zelfs in gedrukte media.

Is dat dan niet een afspiegeling van de maatschappij?
Neen, het gaat veel verder. Vroeger schreven de media nog 'naar verluidt', nu verkondigt men dat als waarheid. We hebben in het verleden gezien tot welke ontsporingen dat kan leiden. In de X-dossiers  in de rand van de zaak Dutroux (1) bijvoorbeeld, ontstonden complottheorieën op basis van de getuigenissen van vijf jonge vrouwen met borderline-stoornis. We hebben die informatie als eerste aangeboden gekregen, maar niet gebracht. Maar om terug te komen op Andrew Keen, hij vertelt ook hoe sommige internetsites kranten kapot maken. Ik ben voorzichtig met de nieuwe internetmedia. Maar voor mij is de bottomline: de informatie moet juist en gecontroleerd zijn. En als je fouten maakt dan moet je die rechtzetten. Dat draagt bij tot de reputatie van je medium.

Kan Knack de nieuwe generatie bijbenen? Moet Knack zijn koers aanpassen om zijn jong lezerspubliek te houden?
Ik heb genoeg voorbeelden gezien van bladen die meebuigden met de wind. Dat loopt altijd slecht af. Knack gebruikt internet en nieuwe middelen, maar blijft een nieuwsmagazine. Youtube is leuk, maar misleidend. Andrew Keen geeft een schitterend voorbeeld van een meisje van zeventien dat haar leven op Youtube liet zien, met liefdesverdriet, problemen met de ouders... Een hit uiteraard. Tot bleek dat ze een actrice was en dat het verhaal door Hollywood-scenaristen was geschreven die een verhaallijn uittestten. Zoals de filmpjes met spuitende frisdranken bedacht zijn door reclamemakers. Het filmpje van Leterme die in kamerjas de kijkers aanspreekt is ook in scène gezet. Dat zorgt voor hype, maar is bijzonder fake. Er staat niet bij dat het reclame- of PR-filmpjes zijn. Dat is misleiding. Er circuleren ook filmpjes over Amerikaanse presidentskandidaten, die in scène zijn gezet met de bedoeling hun reputatie te schaden.

Is dat geen effect ook van de ontzuiling van de media waardoor politici en drukkingsgroepen andere manieren proberen te vinden om hun boodschap te verkondigen?
Absoluut, de Britse koningin zette haar kerst- of nieuwjaarsboodschap rechtstreeks op Youtube, ze heeft de BBC niet meer nodig. Ok, maar andere machthebbers kunnen dat als propagandamiddel misbruiken. Neem nu de zaak Jo Van Holsbeek. Er waren beelden gemaakt van wegrennende jongens die er nogal donker uitzagen en die de mogelijke daders waren. Kan je je inbeelden welke gevolgen dat kan hebben als die zondermeer op internet waren verspreid? Je moet je dus continu afvragen als je naar foto's en internet kijkt: 'Is wat ik zie juist?'. Je moet daar als ernstig medium duiding bij geven. De zogenaamde kwaliteitsbladen zitten soms op het randje. Ze nemen risico's door veel te snel filmpjes en blogberichten op hun site te publiceren. Tegenwoordig kan je op veilingen veelgezochte trefwoorden van google kopen. Daarmee kan je dan nepberichten schrijven met trefwoorden in titel, abstract en tekst. Zodat de surfer bij je bericht uitkomt. Wat is dan nog de waarde van de bezoekerstatistieken? En dat is waar Andrew Keen het over heeft.

Met de lancering van Focus en Weekend Knack begeeft Knack zich op het gebied van de infotainment?
Neen, we brengen nieuws óver entertainment. We mengen de twee niet. Op die manier konden we de lijn van Knack behouden zonder Iggy Pop op de cover te zetten. Trouwens zo veel maakt dat voor Knack niet uit. We hebben al eens de proef op de som genomen. Toen de politieke partijen op zoek waren naar bekende Vlamingen om hun verkiezingslijsten te verruimen, kwamen uit hun enquêtes twee namen naar voor: Kardinaal Danneels en Mark Uytterhoeven. We hebben een dubbele cover gemaakt met de titel: Op wie zou u stemmen?. Mark Uytterhoeven stond op de eerste cover. Hij had geen enkele invloed op de losse verkoop. Let wel dat was op het hoogtepunt van zijn populariteit. Achteraf bekeken hadden we beter Kardinaal Danneels op de eerste cover gezet. Ook de dood van Lady Di, wat toch een fenomeen was, had geen invloed op de verkoop van Knack. Bij Le vif/l'express was dat een absoluut kassucces. Het lezerspubliek van Knack is hoger geschoold. Dat merkten we ook aan de special over Ghandi die we publiceerden bij de viering van de onafhankelijkheid van India. Die had wel invloed op de verkoop.

Knack bekleedt een unieke positie op de markt van de weekbladen? Mag er concurrentie bij of houdt u het liever zo?
Knack heeft voldoende concurrentie van de katernen van de weekendkranten. De kranten zetten alles in op de weekendeditie, omdat ze enkel daarop geld verdienen. Ze zitten volledig op ons terrein, maar ik merk dat ze steeds meer de infotainment kant uitgaan. De finale van het restaurant stond in elke krant, ons kan dat geen fluit schelen. De standaard publiceerde op de frontpagina Jan Hoet die de canvascollectie keurt. Dat heeft toch geen nieuwswaarde? Terwijl Karel van Miert die zegt dat de Belgische staat slaaf is van Suez, op pagina 22 staat. Ik weet wie ik op pagina één zou zetten en da's zeker niet Jan Hoet. Op de frontpagina van de weekendeditie van De standaard stond een artikel over het gebrek aan personeel bij de brandweer. CD&V voorzitster Marianne Thijssen die zegt dat ze uit de regering stappen als er op 15 juli geen oplossing is, stond op pagina 6. Ze was zo verbaasd, dat ze dat de volgende dag op de gezinsdag van CD&V heeft moeten herhalen. De hiërarchie van de nieuwswaarde is duidelijk veranderd.

U bent neemt deel aan het debat 'open kaart' op Kanaal Z. Is dat geen 'ouderwets' programma?
Zo ouderwets als maar kan zijn (lacht). We hebben meer kijkers dan de zevende dag! De absolute topper was met Bart De Wever in december, toen haalden we 300.000 kijkers. Het aantal schommelt rond 270.000 kijkers, ook omdat we in loop uitzenden. Wist je dat Phara absoluut Abu Jahjah voor 'open kaart' wilde interviewen? Waarop hij zei: 'Ik ga eerst naar 'open kaart' want daar kan ik uitpraten'. Dat is ook de reden waarom politici graag komen. Ze kunnen hun standpunt uitleggen in meer dan 20 seconden. Bij de zevende dag blaft de regisseur voortdurend in het oortje 'korter! Afbreken!'. Het programma is zo ouderwets als maar kan zijn, maar het beantwoordt aan een behoefte. Ik word erop aangesproken bij de bakker, zo weet ik dat dat leeft.

Vindt u het belangrijk om met de politici zelf in debat te treden? Wilt u op die manier op het maatschappelijke debat wegen?
Absoluut, maar het is belangrijk om dat op een verstandige manier te doen en niet altijd de simpele confrontatie met oneliners aan te gaan. Als je Karel De Gucht interviewt over Congo kan je niet vragen: 'Kabilla vindt u een oen, wat is uw reactie?'. Neen, je moet ernstige vragen stellen zoals 'Wat is er nu gaande in Congo?', een vraag die ik nooit heb horen stellen. Of 'Wat betekent België nog op zakelijk en economisch vlak in Congo?'. Niets, maar dat wordt niet gezegd. Ik vind het belangrijk dat ik de zaken kan uitspitten, dat je politici niet laat wegkomen met oneliners. Je moet erdoor kunnen breken. Sommige politici hebben het daar moeilijk mee.

Ze moeten toch een parlementair debat aankunnen als ze zich verantwoorden voor de Kamer?
Ja, maar de meeste vragen worden schriftelijk gesteld. Trouwens ook de mondelinge vragen zijn doorgestoken kaart. De meerderheidspartijen spreken op voorhand alles af, zodat ze hun belangen veilig kunnen stellen. Tijdens de verkiezingen van juni 2007 kwam het communautaire aspect in het debat niet aan bod. Daarom hebben we in 'Open kaart' een debat georganiseerd over de financieringswet (2). Mensen vallen in slaap bij het woord alleen. Politici vonden dat een vreemd idee, geen hond interesseerde zich volgens hen voor die wet. Uiteindelijk werd het een boeiend debat met alle toenmalige kopstukken van de grote partijen. Wat er toen gezegd is! Yves Leterme en Guy Verhofstadt en eigenlijk iedereen gaf toe dat de Belgische staat failliet ging als die wet niet verandert. En daar gaat de discussie nu al een heel jaar over. Die wet moet worden herzien want als die geldstromen van de federale overheid naar de deelgebieden niet veranderen gaat België failliet. Geen enkele zender heeft daar toen een woord aan vuil gemaakt. Wat van de verkiezingen bleef hangen is de oneliner: 'Wie gelooft die mensen nog?'.

U formuleert scherpe kritieken in uw editorialen, begeeft u zich daarmee niet op het gebied van de politiek?
Dat is wat politici graag beweren. Voor de vorige regering was ik een 'tjeef', omdat ik kritiek had op Guy Verhofstadt. Nu zien ze dat ik even scherp over Yves Leterme schrijf. Ik was een van de eersten om te zeggen dat Leterme het niet kon. Maar als je over politiek schrijft, moet je je lezers zo correct mogelijk voorlichten, dat is de taak van de media. In de vorige regering toen Karel De Gucht zijn eerste aanvaring in Congo had, heb ik gezegd: 'Hij heeft gelijk'. In Congo regeert een corrupte bende en dat mag worden gezegd. Als 85% van het belastinggeld niet in de Congolese staatskas terechtkomt, dan is dat een serieus probleem. Als België daar geld instopt, mogen we ook vragen, waar dat geld naartoe gaat. Dat is een schande. Ik neem een positie in en daarmee doe ik aan politiek. Maar op die manier doet iedereen aan politiek. Ook in de staatshervorming neem ik positie in: Ik vind dat er een grondige staatshervorming moet komen waarbij de twee gemeenschappen duidelijk maken wat ze wel nog samen willen doen, anders komen we er niet uit. Dat is dan een politieke stellingname. Sommigen zeggen dan dat ik NVA-er ben geworden.

Wat u zegt sluit een scheiding als mogelijke oplossing niet uit?
Dat mag niet afschrikken, als een deel van het land zich blijft verzetten tegen een grondige staatshervorming die noodzakelijk is om de geldstromen te regelen, dan moet dat maar. Frank Vandenbroucke zei als minister van Sociale Zaken (in Verhofstadt I) dat als de situatie blijft aanhouden de federale staat niet meer in staat is om zijn afspraak met de burgers na te komen, namelijk de pensioenen betalen, omdat er geen geld is. Daar moet je rekening mee houden. Als een deel van het land zich blijft verzetten tegen een hervorming en de Vlamingen kunnen op een dag niet meer betalen voor de solidariteit, dan blijven er niet veel mogelijkheden over. Ik ben voor de solidariteit, maar ik wil weten wat er met dat geld gebeurt. Vlamingen zullen altijd steun moeten blijven geven, omdat ze in de meerderheid zijn. Die solidariteit kan nooit omslaan. In alle mathematische modellen blijft de transfer hoedanook van Vlaanderen naar Wallonië gaan. Geen probleem, maar ik wil weten hoe het zit met die miljarden die in Henegouwen zijn gepompt, waar het aantal woonwagenbewoners toeneemt omdat ze zich geen sociale woning kunnen veroorloven. Henegouwen is een dramatische plek en het gebeurt er allemaal onder de neus van Elio Di Rupo. Charleroi is een vierdewereldstad geworden. Daar moet toch iets aan gebeuren. In Duitsland heeft de discussie over de transfers van west naar oost drie jaar geduurd. Maar de West-Duitsers kregen uitleg toen ze vroegen wat er met het geld was gebeurd. Hier is die er nooit gekomen, en dat is een serieus probleem.

Was het vroeger niet eenduidiger toen de redacties een duidelijke politieke ideologie voorstonden?
In de tijd toen mijn vader politiek commentator was bij Het Volk, wist je als je er binnenstapte welke kant je koos. Je wist wat er van je werd verwacht. Je kon uiteraard ook weigeren. Maar nu spreekt men met een zekere meewarigheid over de verzuilde pers van toen, maar die was vrijer dan de pers nu. De grote kranten zoals De standaard, De gazet van Antwerpen, Het volk, Het belang van Limburg hebben in die periode een standpunt ingenomen dat radicaal inging tegen dat van de CVP, onder andere in de zaak Leuven Vlaams. Ze hebben dat toen geforceerd, net zoals bij een aantal andere zaken in communautaire kwesties. Vandaag is dat niet meer mogelijk. Sommige commentatoren hebben zulke nauwe vriendschapsbanden met politici dat ze ze niet voor het hoofd willen stoten. Daarom vind ik het belangrijk dat je afstand houdt, zelfs fysieke afstand. Het is ok dat journalisten naar briefings van politici gaan om achtergrondinformatie te krijgen over bepaalde dossiers. Maar op vakantie gaan met politici...

...en een boek schrijven. U zei dat u dat een verwerpelijke gewoonte vindt?
Ja, absoluut verwerpelijk. Een boek schrijven op vraag van een politicus, met zogezegde interviews? Dat doe je niet.

Zoals het boek dat Yves Desmet en Dirk Achten schreven? (Het einde der pilaren. Een Toscaans gesprek. Met Karel De Gucht en Johan Van Hecke)
Voor sommigen is het een carrièrezet. Dirk Achten is na een verblijf op het kabinet van Karel De Gucht, benoemd tot directeur bij FOD Buitenlandse Zaken. Als een Knack-redacteur een politiek boek schrijft in opdracht van een politicus of aan een politiek debat deelneemt dat georganiseerd is door een politieke partij, dan mag hij geen politiek verslaggever meer zijn. Iedereen bij knack weet dat.

Nu die politieke band is weggevallen tussen redacties en politiek zoeken politici misschien naar andere middelen om impact te hebben op de verslaggeving via intimidaties, klachten... ?
Een goede politicus weet dat dat contraproductief is. Ook bij andere redacties geldt, hoe meer intimidaties ze moeten verduren, hoe harder ze doorgaan. Dus veel impact heeft dat niet.

Is dan ook de strategie van Noël Slangen contraproductief met zijn site mijnheerrik.be en processen met hoge schadeclaims?
Wat Knack betreft, hebben die geen effect. Het verbaast zelfs zijn vrienden dat hij dat zo speelt. Blijkbaar ligt dat een beetje in zijn aard. Ondertussen heeft hij een nieuw proces aangespannen over een dossier waaruit we zogenaamd niet mochten citeren. Een tussendoortje in afwachting van de uitspraak over het proces in september. Verstandige politici weten wat de effectiefste manier is om tussen te komen, namelijk met feiten en met correcte informatie. Als het dan werkelijk om een fout gaat, zetten we dat recht. Bij Knack hebben we weinig last van druk. Ook de interventies via Rik De Nolf (gedelegeerd bestuurder va Roularta) beperken zich tot: 'Ik heb een telefoontje gehad van een persoon die het volgende meldde...'.

De media en de politiek zijn vruchtbare gronden voor hoogmoed.  Tegelijk is een grote portie moed nodig om naar de kennis en waarheid te blijven zoeken.  Een beetje zoals de gevallen engel Lucifer die in de vorm van een slang naar de aarde werd verbannen en er de mens verleidde tot het eten van de boom van de kennis van goed en kwaad.
Wat de hoogmoed betreft, denk ik aan voormalige journalisten die dachten dat ze belangrijker waren dan het medium waarvoor ze werkten. Na een meningsverschil namen ze ontslag. Ze dachten dat ze toch hun gezag konden behouden. Ze schreven dan boeken, kwamen op radio en verschenen af en toe in Humo, maar nooit hadden ze nog dezelfde impact als via het medium. Het is fout te denken dat de men belangrijker is dan zijn medium, dat loopt altijd verkeerd af. Zo zijn er nog velen die dat tot hun scha en schande zullen vaststellen. Als journalist moet je redactie achter je staan. Ik zou het aanvaarden als de redacteuren bij Knack me zeiden 'Rik je gaat over de schreef'. De tweede interpretatie die je van Lucifer geeft, als de brenger van de wetenschap van goed en kwaad, is eigenlijk de opdracht van elke journalist. Hij moet de lezer inlichten over alle onderwerpen, zodat die zelf kan oordelen over de situatie. Knack schreef over het spaghetti-arrest in de zaak Dutroux (2), dat het juist was. Sommige juristen durfden dat niet te zeggen, omdat ze liever de populistische toer opgingen. Het is de taak van de journalist om mensen te laten eten van de boom van de kennis van goed en kwaad (lacht).

Is het dan niet overmoedig om zoals in het spaghetti-arrest het op te nemen tegen alle anderen in?
Neen, dat is correct zijn. Als we ons standpunt noodzakelijk vinden, brengen we het, ook al staan we erin alleen. Dat is een kwestie van durven. Van bij de aanvang vonden we de X-dossiers onzin. Knack en redacteur Frank De Moor, die overleden is, zijn afgeschilderd als dienaren van het establishment. Knack werd ervan beschuldigd onder een hoedje te spelen met de onderzoeksrechters. Maar ook in de affaire notaris X beweerde Knack van in het begin dat het een uit de hand gelopen echtscheiding was. Jaren later is notaris X me komen bedanken. De kinderen hebben later bevestigd dat de beschuldiging van kindermisbruik enkel diende om hem van zijn rechten te ontrieven. We stonden alleen met die mening. Dat is geen hybris. De lezers respecteren die houding, ook al zijn ze het er niet mee eens.

U bent door uw eigen blad uitgeroepen als een van de meest invloedrijke intellectuelen van Vlaanderen. Hoe vond u het om dat in uw eigen blad te publiceren?
Het idee is geënt op de enquête die Marc Schaevers in 1989 uitvoerde voor het opinieblad Het nieuwe maandblad. Joël De Ceulaer stelde voor om de enquête opnieuw te doen. We hebben namen van invloedrijke personen gevraagd aan een honderdtal academici, commentatoren en mensen met verantwoordelijke functies. De Knack-lezers konden daar dan voor stemmen. Toen Joël De Ceulaer zei dat ik verkozen was vroeg ik me eruit te halen, maar dat kon niet. Mensen hadden voor mij gestemd en er zou een leemte in de enquête vallen. Trouwens, de Knack-redactie mocht niet voor collega's stemmen.

Flatteert die erkenning dan niet?
Flatteren niet, het heeft me dubbel doen nadenken. Mensen hechten belang aan mijn commentaar. Ik moet dat dus ernstig nemen en nadenken voor ik iets zeg. Maar het feit dat ik verkozen werd heeft ook te maken met de kracht van het medium Knack zelf: In de editie van Marc Schaevers waren ook Sus Verleyen en Marc Reynebeau verkozen.

Uiteindelijk hebben de media dan toch een machtspositie?
Macht is dat niet, eerder invloed. Macht kan je forceren tegen de wil in.  Met zijn invloed wil Knack de mensen doen nadenken zodat ze op een lucide manier kunnen oordelen. Echte macht hebben de media niet. Zij die ons dat toedichten bewijzen ons geen dienst. Het verbaast me zovele journalisten nog geloven dat er sprake is van macht.

Neem nu de items van het VRT journaal en het VTM nieuws die zijn zo verschillend van instelling dat ze daarmee toch een zekere macht uitoefenen op hun kijkers?
Het hangt ervan af wat je met die invloed gaat doen. Het zijn anderen die daar misbruik van maken. Bijvoorbeeld de moord op Jo Van Holsbeek was net voor een lang weekend. Iemand van de directie stelde voor de cover te veranderen, omdat er berichten kwamen dat de daders twee allochtonen waren. Maar dat hebben de media ervan gemaakt. De politie heeft dat niet bevestigd. Maar ondertussen hadden imams al opgeroepen om te betogen tegen gewelddadige Marokkaanse jongeren. Een week later bleek dat het om Poolse jongeren ging. Ik vind dat de kranten excuses verschuldigd zijn. Dat heb ik ook geschreven in het jaaroverzicht. Ik wacht nog steeds. In de X-dossiers met de vijf X-getuigen ging het nog verder, omdat daar sprake was van de ontwrichting van het juridische apparaat. Er werden loze berichten verspreid over hooggeplaatste personen die zogezegd alles in de doofpot hadden gestopt. Rechtspraak is een ernstige zaak. Het was waanzin. De geloofwaardigheid van de hele Vlaamse pers heeft toen een ongelooflijke knauw gekregen. Dan vind ik dat excuses en een rechtzetting noodzakelijk zijn. Maar ik houd het bij invloed, eerder dan macht.

Vorig weekend ging het in open kaart over de nachtvluchten waar nu ook pajottenland onder lijdt, waar u woont. Slaapt u nog goed?
De nachtvluchten treffen voornamelijk het noorden van Pajottenland, dus ik heb er geen last van en bovendien ben ik een beetje doof, dat helpt ook (lacht).

•(1)     X-dossiers: getuigenissen van jonge vrouwen in de nevendossiers van het onderzoek naar Dutroux.
•(2)    spagetti-arrest: uitspraak van het Hof Van cassatie van 14 oktober 1996 waardoor onderzoeksrechter Jean-Marc Connerotte van de zaak Dutroux werd gehaald.

18-06-08

Het statement dat er geen is of de paradox van Wallonië...

Tentoonstelling Kunstschatten uit wallonië van vroeger en nu BOZAR

De overzichtstentoonstelling over de kunstschatten van Wallonië in Bozar opent met een bizarre paradox: een indrukwekkend kleurrijke foto met voetballende allochtonen hangt er naast een zestiende-eeuws houten kruisbeeld met Christusfiguur. Een gedurfd statement of begint de tentoonstelling over de kunstschatten van Wallonië verderop? Een muuromvattend  wandtapijt schreeuwt om aandacht en de eerste zaal die je binnenstapt, overstelpt je met meer houten kruisbeelden en Christusfiguren... Het hoort er allemaal bij. Niet bij het statement dat je bij dergelijke paradox over Wallonië zou verwachten, maar bij de beelden die tentoonstellingscommissaris Laurent Busine over de culturele rijkdom van Wallonië verzamelde.  

Laurent Busine maakt snel komaf met mogelijke verwachtingen over statements. Want behalve dat je je niet aan een rondleiding door een museum moet verwachten, maar aan een openbaring van schatten en aan een onthulling van onbekende meesterwerken, maakt Busine geen statements. De directeur van het Musée des art contemporains du Grand-Hornu presenteert werken die uitblinken door hun poëtische kracht, hun eenvoud en hun menselijkheid. Geen bekende meesterwerken, maar kleine kunstschatten die hij aantrof in kerken, abdijen en lokale musea. De meeste werken dateren uit de periode van de twaalfde tot de zestiende eeuw. Binnen dezelfde ruimte, naast de tijdloze antieke werken, plaatst Busine werken van hedendaagse kunstenaars als Angel Vergara, Beat Streuli en Michel François, zodat je met een gigantische sprong in de eenentwintigste eeuw belandt. De tentoonstelling, die   een Waals antwoord moest bieden op de overzichtstentoonstelling over Vlaamse kunst, van Bruegel tot Rubens, blinkt uit door eenvoud: hier hangen geen grote Waalse of Brusselse schilders zoals Delvaux, Magritte of Aleschinsky. Maar enkele bekenden zoals Henri met de Bles van wie prachtige miniaturen te zien zijn: De hoeve en de Heilige Hieronymus in een landschap. Ook Joachim Patinir die met het werk De vlucht naar Egypte uit de zeventiende eeuw de aandacht trekt. Van Robert Campin, een van de vroegste Vlaamse Primitieven uit Doornik, hangt er zijn ‘Tronende Maria'. De meeste werken zijn creaties van ambachtslui: tapijtwevers, beeldhouwers en edelsmeden.  Het wandtapijt van 20 meter werd geweven in Doornik in de 15 de eeuw. Het illustreert een tafereel uit het lijdensverhaal van Christus. Een ander pronkstuk is de gouden schrijn met edelstenen van Sint-Eleufterius uit de Onze-Lieve-vrouw Kathedraal in Doornik uit de dertiende eeuw. De uit fijne edelmetalen geborduurde reliekschrijnen, zoals de wierrookhouder in de vorm van een kerk en de schedel van de heilige Dagobert die bedekt is met edelstenen en -metalen zijn prachtwerken van de edelsmeedkunst. En dan zijn er nog de massieven kruisbeelden met edelstenen bezet, die schatten zijn in letterlijke zin.

De tentoonstelling heeft een religieuze inslag die ook in de indeling van de zalen tot uiting komt. De eerste zaal is volledig gewijd aan houten kruisbeelden met de lijdende Christusfiguur als overheersend beeld. Een bevreemdend contrast ontstaat door de haast vormeloze voorwerpen uit gips van Michel François, een hedendaags kunstenaar uit Sint-Truiden, die er pal naast hangen. De catalogus beschrijft de werken van François als eigentijdse relikwieën die aan hun lot proberen te ontsnappen. Ze blinken uit door hun vergankelijkheid, hun broosheid en hun nutteloosheid, door de goedkope materialen als  gips, inkt en papier waaruit ze gemaakt zijn. In tegenstelling tot de dertiende-eeuwse kruisen zullen ze de tand des tijds niet doorstaan. In zaal twee verzamelt Busine de ornementele reliekhouders. De madonna's met kind waaraan ook een zaal is gewijd, vormen een innig contrast met de grote realistische foto van Beat Streuli, een Zwitserse kunstenaar, van allochtone vrouw met kind die op straat genomen is. De foto's van Streuli tonen alledaagse mensen in natuurlijke poses. Een ander merkwaardig kunstwerk is de video van Angel Vergara, waarin hij de contouren van een vrouw en een kind herschildert tijdens een bevreemdend ritueel met penseeltrekken, dat echter nooit hun ware gelaat zal onthullen. Naast de albasten beeldhouwwerken van de Henegouwse renaissancekunstenaar Jacques du Broeucq ligt een beeldhouwwerk van Michel François in de vorm van een sigaret gemaakt uit gips, inkt en papier. Aan de wand hangen kruisen die Jean pol Godart met spijkers en latten ineentimmerde. Ze geven een getroebleerde impressie doordat ze obsessioneel ineengetimmerd lijken met de vondsten van een strandjutter. In die zin zijn ze complementair met het vrome kruis uit de dertiende eeuw dat door goud en briljanten verering en tijdloosheid uitdrukt.

Veel aandacht gaat naar de heiligenverering. Ook al is dat wederom geen statement. De teksten op de zaalmuren geven geen bijkomende duiding. In poëtische bewoordingen vertolken ze Busine's opvattingen over de Christusfiguur, de moeder, de wetenschap, de relikwie...  Het geluidsfragment dat je aan de ingang hoort, is een digressie van Busine's  persoonlijk sentiment. Wanneer hij het over de levende erfenis van Wallonië heeft, verwijst hij naar de kindertijd, de bekende en de dierbare gezichten en de weidse landschappen die hij met zijn geboortestreek associeert. De verscheidenheid van de culturen die hij er aantrof, waren voor Busine de leidraad bij de keuze van de kunstwerken. Hij heeft de tentoonstelling opgevat als een reis door een onbestaand land, op de kruising van verschillende culturen, vol met onverwachte ontmoetingen. Busine trekt dus resoluut de kaart van de culturele verscheidenheid. Voor 1844 bestond Wallonië ook niet. Daarom is het moeilijk te verwijzen naar Waalse kunst, net zoals je Bruegel, Rubens, Van der Weyden niet ondubbelzinnig als Vlaming kunt bestempelen.  

Vooral Busine's rijke associatievermogen en zijn persoonlijke band met Wallonië zijn de rode draad doorheen de  tentoonstelling geworden. In die zin is het de tentoonstelling van een tentoonstellingmaker geworden, eerder dan een overzichtstentoonstelling. De beelden zijn werkelijk ontroerend en soms wonderlijk mooi omdat ze zo fragiel en eerlijk zijn. Maar net om  die reden komen ze ook verweesd en verminkt over binnen de museummuren waar ze afgesneden zijn van hun vertrouwde omgeving: de kleine musea, de kerkjes, de abdijen en de kathedralen van Wallonië. Als kleine schatten wou je dat je zelf had ontdekt op een mooi dag ergens in Wallonië. Een zaal vol houten kruisbeelden, relikwieën en stenen grafzerken is nu eenmaal van het goede teveel. Met mate ze ontdekken als kleine wondertjes, is een gepaster eerbewijs voor hun oprechtheid en schoonheid.   

21-03-08

Josafat-Schaarbeek een wijk zonder illusies

In de Josafatwijk in Schaarbeek wonen geen mensen met illusies. Je woont hier of niet. Alleen wie hier op elk moment weer weg kan, kan het zich veroorloven om er een romantisch beeld van de wijk op na te houden. Wie hier vastzit, is een pragmaticus met financiële pech.

Toch zijn er plekjes waar je nog van de idyllische schoonheid van het voormalige dorpje Schaarbeek kan genieten: in het Josafatpark zijn de oorspronkelijke beek, de weiden en de bron van de Liefde bewaard gebleven. Ze herinneren aan de tijd toen een Brusselse edelman na een pelgrimstocht de schoonheid van de vallei van Schaarbeek vergeleek met die van de Josafat nabij Jerusalem. Het dorpje Schaarbeek is intussen uitgegroeid tot een gemeente met hetzelfde aantal inwoners als de stad Leuven, studenten incluis. De Josafatwijk is maar een stukje hiervan. Stel dat de wijk een vierkante kilometer groot is, dan telt ze evenveel inwoners als de gemeente Haacht.

In de wijk is heel wat sluipverkeer, omdat de Rogierlaan dienst doet als verbindingsweg tussen Meiser en centrum. In het midden van de laan ligt een trambedding die met kasseien is geplaveid. Die moeten het straatbeeld een authentiek cachet geven, maar de auto's die er 's nachts tegen 100km per uur over razen verknoeien dat volkomen. Terwijl door het drukke verkeer in de laan weinig sociale contacten mogelijk zijn, speelt zich in de kleine straten langs de Josafatstraat een levendiger tafereel af. De kinderen spelen er gewoon op straat en de mannen bespreken de politiek vanuit het deurgat. De bewoners zijn zeer verscheiden, maar het zijn de Marokkanen en de Turken die met hun vlees-, vis- en groentenhandels het meest in het oog springen.

In de laatste decennia hebben die goedkope handeltjes de plaats ingenomen van de betere handelzaken van de Rogierlaan. De Italiaanse en Griekse delicatessenzaken en de grote chocolatier zijn weg en ook de Limburgse en West-Vlaamse patissiers hebben winstgevender oorden opgezocht. De Franse beenhouwer hield het vorig jaar voor bekeken. Het is nu wachten op de Poolse immigranten voor er weer varkensvlees te koop is. Maar de verdwenen viennoiseries en vlaaien komen wellicht nooit terug.

Wanneer de jongensschool in de Haachtsesteenweg, Sainte-Marie la Sagesse,  de deuren opent, sta je oog in oog met de toekomst van Brussel: een bende overactieve jongens van zeer verscheiden herkomst. Maar toch hebben hun ouders dezelfde eenvoudige ambities en angsten: dat ze op het goede pad blijven en een betere toekomst vinden. Daarvoor zullen ze wel moeten doorzetten, want 40% van de buurtbewoners heeft enkel een diploma van het lager secundair onderwijs of het beroepsonderwijs op zak. Voor jongeren die ook nog met ernstige discriminatie te kampen hebben, geeft dat weinig vooruitzichten op de Brusselse arbeidsmarkt die vooral hoog opgeleide werknemers zoekt.

De armoede is haast tastbaar. Voor de Aldi en de Albanese moskee zitten geregeld mensen geknield te bedelen. De vuilbakken op straat worden binnenstebuiten gekeerd op zoek naar bruikbaars. Heel wat buurtbewoners leven in armoede. Een op de vijf actieve mensen tussen 18 en 65 leeft van het leefloon of van een werkloosheids- of invaliditeitsuitkering. In contrast met die armoede duiken in het straatbeeld steeds meer gerenoveerde woningen op. Voor een hoger opgeleide klasse staat het chic om in een van de prachtige herenhuizen te wonen. Die pareltjes doorstaan de tijd wonderwel.

De samenleving daarentegen verandert hier razendsnel. De Turkse migranten hebben amper de tijd gehad om hun handelswijk te vestigen, of hier staat alweer een nieuwe generatie Polen en Bulgaren te wachten. De mensen die het gemaakt hebben, gaan in rustigere wijken wonen. Wie het geld niet heeft om te vertrekken, blijft en neemt deel aan een groots sociaal experiment... voor mensen met weinig illusies.

Bronnen:

Observatorium voor gezondheid en welzijn.

17:49 Gepost door Student in Mijn gemeente | Permalink | Commentaren (0) | Tags: sarah delafortrie |  Facebook |

Trends eindredacteur Roeland Byl wil meer verhalen

Roeland Byl is sinds 1 juli 2007 de nieuwe eindredacteur bij Trends magazine. De minzame bijna veertiger begon tien jaar geleden voor Trends te schrijven na een freelance carrière bij het Nieuwsblad en de Standaard. Daar schreef hij aanvankelijk boekbesprekingen, maar gaandeweg geraakte hij steeds meer aan de slag als verslaggever van het economische nieuws. Over die carrièrewending is hij niet echt rouwig, ook al heeft hij een diploma Germaanse talen van de Universiteit van Gent en literatuurwetenschappen van de Freie Universität Berlin op zak. De literatuur houdt hij voortaan voor  zijn vrije tijd, waar hij nu meer genoegen aan beleeft. De uren op de redactie besteedt hij liever aan thema's waarin hij kan woelen.

Economie is zo'n thema. Bij Trends specialiseerde hij zich in economie, farmacie, media, sociale zaken en biotechnologie. Het is ook in die branche dat hij zijn beste werk leverde. Een aantal van zijn artikels heeft zelfs een duidelijke impact op de financiële en economische wereld gehad.

Vorig jaar nog werd hij genomineerd voor de prijs voor journalistiek talent van Citybank voor zijn baanbrekend werk over de welvaartsval voor de middenklasse. In zijn artikel De aanslag op de middenklasse, Trends 20 april 2006, bestudeert hij de groep van de middelbare inkomens en komt tot de vaststelling dat die minder koopkracht overhoudt dan de armere klasse omdat ze geen aanspraak maakt op allerhande subsidies en sociale kortingen. De middenklassers zijn niet arm genoeg om van de vangnetten voor lagere inkomens te genieten. Paradoxaal genoeg,  houden die hardwerkende Vlamingen minder beschikbaar inkomen over dan de mensen met een vervangingsinkomen, terwijl ze harder werken en meer verdienen.

Een ander artikel Xeikon zoekt nog steeds naar geld , Trends 2001, had genoeg impact om de vooruitzichten op overname van de firma Xeikon grondig te beïnvloeden.  Roeland  Byl analyseerde de financiële situatie van Xeikon, het bedrijf dat gespecialiseerd is in digitaal drukwerk, dat toen te koop stond, maar kwam tot de conclusie dat de firma nagenoeg failliet was. Met zijn verhaal waarin hij het verrottingsproces uit de doeken deed, zorgde hij voor grote ophef. Uiteindelijk werd Xeikon door een Belgische firma overgenomen.

Roeland Byl is er echter de man niet naar om de meest omstreden  journalist van de economische sector te worden, maar als hij op narigheid botst dan zal hij die ook bovenhalen. Dat deed hij ook toen hij over de groei van Omega Pharma in november 2000  schreef en waarschuwde voor de gevaren van de opwaartse spiraal waarin het bedrijf zat.  Het resultaat was dat het aandeel van de firma, die gespecialiseerd is in voorschriftvrije geneesmiddelen, 30% van zijn waarde verloor. De bankspecialisten reageerden furieus. KBC noemde hem zowaar een grote dommerik.  Ook op de eigen redactie lag hij zwaar onder vuur. Marc Coucke, de toenmalige hoofdaandeelhouder van Omega Pharma die zopas terugkeerde, noemde hem aanvankelijk een pretentieuze zot, maar de gebeurtenissen daarna hebben hem gelijk gegeven. Dit jaar verloor Omega Pharma zelfs tot 46% van zijn waarde.

Zoals hij zelf aangeeft, is het hem vooral te doen om het sociale aspect van de economie. Vanuit dat gezichtspunt schreef hij samen met drie andere Trends redacteurs het boek Red de welvaartstaat!  In een pragmatische analyse geven de auteurs de knelpunten weer die de welvaartstaat bedreigen en stellen remedies voor om ze gezond te houden. De conclusie is dat om de vergrjjzing te kunnen betalen, er vooral meer werk moet komen, in de eerste plaats voor de jongeren en de vijftigplussers. 

Ook in zijn nieuwe functie als eindredacteur wil Roeland Byl het menselijke aspect benadrukken. ‘Feiten en cijfers', vindt hij, ‘zijn nu eenmaal niet zo leesbaar. Wat de lezers interesseert zijn de verhalen achter de cijfers en de feiten.' Het menselijke aspect moet dus in de economische verslaggeving meer aan bod komen. Ook Trends brengt dus weldra de feiten en cijfers met een menselijker gelaat.

14:32 Gepost door Student in Portret | Permalink | Commentaren (0) | Tags: sarah delafortrie |  Facebook |

22-12-07

Josafat-Schaarbeek: en bron van ergernis en liefde

De Josafatwijk in laag Schaarbeek is niet voor halfslachtigen, je houdt ervan of niet. Alleen wie hier op elk moment weer weg kan, kan zich een meer genuanceerde kijk veroorloven. Voor wie hier vastzit uit noodzaak of verknochtheid, blijft laag Schaarbeek een bron van ergernis en liefde.

De Josafatwijk dankt zijn naam aan een Brusselse edelman die in 1575  terugkwam van een pelgrimstocht en die de schoonheid van de Schaarbeekse vallei vergeleek met die van de Josafatvallei nabij Jerusalem. Die schoonheid is nu nog terug te vinden in de beek, de weiden en de bron van de Liefde die sinds 1904 in het ontwerp van het Josafatpark bewaard zijn gebleven. Het dorpje Schaarbeek is ondertussen uitgegroeid tot een drukke gemeente met eenzelfde aantal inwoners als Leuven, studenten incluis. Josafat-Schaarbeek is maar een stukje hiervan. Stel dat de wijk een vierkante kilometer groot is, dan komt ze qua inwoners overeen met Haacht.  

Op de Rogierlaan overheerst de kassei die een authentieke toets aan het straatbeeld moet geven. Minder authentiek zijn echter de auto’s die er ‘s nacht tegen honderd per uur over razen. Als verbindingsweg tussen Meiser en centrum leent de Rogierlaan zich uitstekend voor sluipverkeer. Terwijl de kasseien elk sociaal verkeer onmogelijk maken, speelt zich in de kleine straten langs de josafatstraat een levendiger tafereel af. De kinderen spelen er gewoon op straat en de mannen bespreken de politiek vanuit het deurgat. De mensen zijn zeer verscheiden, maar het zijn de Marokkanen en de Turken die met hun vlees-, vis- en groentenhandels het meest in het oog springen. In de laatste decennia hebben de goedkope handeltjes de plaats ingenomen van de voormalige chiquere handelzaken langsheen de burgerlijke Rogierlaan. De Italiaanse en Griekse delicatessenzaken en de grote chocolatier zijn weg en ook de Limburgse en West-Vlaamse patissiers hebben winstgevender oorden opgezocht. De Franse beenhouwer hield het vorig jaar voor bekeken. Het is nu wachten op de Poolse immigratie voor de terugkeer van het varkensvlees. Met hun heerlijke kebabs, pides en darmensoep, met in de zomer barbecue op straat, compenseren de Turken dat ruimschoots. Maar de verdwenen viennoiseries en vlaaien zorgen voor een groot gemis. 

Wanneer Sainte-Marie la Sagesse, de jongensschool van de nonnen in de haachtsesteenweg, ’s avonds de deuren opent, loopt de bonte toekomst van Brussel je tegemoet. Een bende hyperkinetische jongens van zeer verscheiden herkomst. Alle ouders hebben echter dezelfde eenvoudige ambities en angsten: dat de kinderen op het goede pad blijven en dat ze een betere toekomst vinden. Maar dat kan alleen als ze erin slagen om het opleidingsniveau in de buurt gevoelig op te krikken. In de buurt heeft 40% van de bewoners slechts een diploma van het lager secundair onderwijs of het beroepsonderwijs op zak. Als je dan bedenkt dat 65% van de werklozen in Brussel ten hoogste een diploma van lager secundair onderwijs heeft, geeft dat weinig vooruitzichten voor een bevolking die op de arbeidsmarkt met ernstige discriminatie te kampen heeft.

De armoede is haast tastbaar: voor de Aldi en de Albanese moskee zitten geregeld mensen geknield te bedelen. Buitengezette vuilbakken worden binnenstebuiten gekeerd op zoek naar bruikbaars. Volgens het observatorium voor gezondheid en welzijn leven heel wat buurtbewoners in armoede. Een op de vijf actieve mensen tussen 18 en 65 leeft van het leefloon of van een werkloosheids- of invaliditeitsuitkering. Het bruto mediane inkomen per aangifte is lager dan 15.000 euro. In contrast met die armoede duiken in het straatbeeld steeds meer gerenoveerde woningen op. Voor een bepaalde hoger opgeleide klasse staat het chic om in een van de prachtige herenhuizen te wonen. Die pareltjes doorstaan de tijd wonderwel. 

De samenleving daarentegen verandert hier aan een razendsnel tempo. De Turkse migranten hebben amper de tijd gehad om hun handelswijk uit te bouwen, of hier staat alweer een nieuwe generatie Polen en Bulgaren te wachten. De mensen die het gemaakt hebben, gaan in rustigere wijken wonen. Wie het geld niet heeft om te vertrekken of wie verknocht is aan Schaarbeek, blijft om deel te nemen aan een groots sociaal experiment. Een bron van ergernis en liefde. 

 Observatorium voor gezondheid en welzijn
Actiris:
www.actiris.be (voormalige BGDA)

17:09 Gepost door Student in Mijn gemeente | Permalink | Commentaren (0) | Tags: sarah delafortrie |  Facebook |

06-12-07

Het simpele recept van de Griekse televisieomroep

Waarom dure televisieprogramma’s maken als de kijkers tevreden zijn met een tafereel vol muziek, dans, eten en wijn? Dat is wellicht wat de programmamakers van de Griekse televisieomroep dachten, toen ze het concept van de ERT bedachten.  

Wie genoeg heeft van het sérieux van de duidingsprogramma’s over het einde van Leterme I en II en het begin van Verhofstadt III kan gelukkig terecht bij het leven zoals het is volgens de Griekse televisieomroep. Hier geen dure buitenlandse series, geen ingewikkelde actualiteits- en duidingsprogramma’s. Neen, gewoon een doorlopende scène van een grote feesttafel waar de beau monde van Griekenland zich te goed doet aan Griekse meze en wijn. Af en toe staat een gast op en begeeft zich naar de muziekstand waar hij een weemoedig Grieks volkslied inzet. De camera zoemt in op de bouzouki en van daaruit weer naar het eten op de tafel. Als de kefi bovenkomt, want zo noemen de Grieken hun gemoedstoestand na het nuttigen van drank en eten in goed gezelschap, staan ze op en dansen een zeibekiko of een tsifteteli. Het heeft veel weg van de vroegere shows op de Rai, maar dan zonder de toeters en de bellen. De Griekse beleving van het eenvoudige leven. Wat het buitengewoon maakt, is dat dit geen wekelijkse uitzending is, maar een tafereel dat zich dag na dag afspeelt. Enkel af en toe onderbroken door voetbal, sfeerbeelden van Griekse kusten en een abominabele Griekse serie. Doemscenario’s, crisissen of barslecht winterweer…  de Grieken gaan gewoon verder met hun eerbetoon aan het leven zelf: eten, drinken, zingen en dansen.   

19:01 Gepost door Student in DB week1 | Permalink | Commentaren (2) | Tags: sarah delafortrie |  Facebook |

30-11-07

Is een blogger een journalist? Nieuwe trend hertekent spelregels van de journalistiek

Nederlandstalige weblogs die de traditionele nieuwsmedia naar de kroon steken zijn op het web vooralsnog niet te vinden. Door de band genomen is hun journalistieke waarde ver te zoeken. Toch zijn de weblogs en de burgerjournalistiek het perslandschap drastisch aan het hertekenen. De exclusieve status die journalisten zichzelf hebben toebedeeld, brokkelt af en de koek van reclame-inkomsten voor de media zou wel eens over meer spelers kunnen worden verdeeld. Ook al ziet de Vlaamse Vereniging van Journalisten (VVJ) geen bedreiging voor de beroepsjournalist, ze zal zich wel tijdig moeten bezinnen, wil ze binnenkort niet volledig door de feiten achterhaald zijn.

Weblogs kunnen we nog het best omschrijven als een soort column, waar niet professionele schrijvers kanttekeningen plaatsen bij de actualiteit. In dat opzicht zijn ze geen nieuwsmedium. Tegelijkertijd beantwoorden ze soms wel aan de definitie van journalistiek: ze verslaan de actualiteit, voegen daar achtergrondinformatie en commentaar aan toe en ze baseren zich op het beginsel van de vrijheid van communiceren.

Volgens Pol Deltour, nationaal secretaris van de VVJ/Algemene Vereniging van Beroepsjournalisten België, zullen weblogs nooit de professionele journalistiek vervangen. Hij ziet weblogs als complementair. ‘Bovendien’, zegt hij ‘kunnen ze moeilijk het niveau halen van een ervaren nieuwsmedium dat voldoende mankracht en middelen ter beschikking heeft. De informatiegaring en de synthese van de nieuwsfeiten zullen altijd in handen blijven van professionelen. De beroepsjournalist zal dus een essentiële rol als gatekeeper van de informatie blijven spelen.’

Burgerjournalistiek zet nieuwsstroom op zijn kop
In de virtuele wereld hollen weblogs die visie steeds verder uit. Ze hebben een dynamiek op gang gebracht die die exclusieve machtspositie doet wankelen. De idee van gatekeeper vertrekt immers van een top down informatiemodel. Het is de beroepsjournalist die kiest wat nieuws is en hoe hij die presenteert aan de lezer voor wie enkel een passieve rol is weggelegd. De burgerjournalistiek zet die visie volledig op zijn kop. De Ohmynews is hier een goed voorbeeld van. De Zuid-Koreaanse online krant wordt volledig samengesteld door de lezers. De tienduizenden medewerkers bepalen welk nieuws zij belangrijk vinden. Tot op heden hebben weinig weblogs het succesverhaal van de krant nagevolgd, maar de toon is gezet.

Ook de spelregels die eigen zijn aan het internet beginnen ongemakkelijk tegen de traditionele beroepsethiek van de journalist aan te schuren. Terwijl traditionele media hun zelfopgelegde gedragsregels devoot proberen in stand te houden is op het internet zowat alles mogelijk: mengen van feiten, fictie en commentaar, geen bronnen of copyright vermelden tot leugens en verdraaiingen toe... Het resultaat is een flitsende stijl met nieuwe mogelijkheden waardoor beroepsjournalisten die zweren bij de oude spelregels, binnenkort wel eens in de kou kunnen blijven staan.

Uiteraard zullen professionelen een grote rol blijven spelen, ook in de online nieuwsmedia. Maar de spelregels zullen niet meer dezelfde zijn. De toekomstige journalist zal zich moeten aanpassen aan een goed geïnformeerde lezer die hij ook meer in zijn berichtgeving zal betrekken. Bovendien is het maar een kwestie van tijd vooraleer de burgerjournalistiek ook een deel van de koek van reclame-inkomsten zal opeisen. Het koekje dat overblijft voor traditionele journalisten zou wel eens zeer klein kunnen zijn.

14:28 Gepost door Student in To blog or not to blog? | Permalink | Commentaren (1) | Tags: sarah delafortrie |  Facebook |

23-11-07

De articulatiekracht van de media: ze zijn zich van geen kwaad bewust…

Wie bekruipt soms niet het gevoel bij het bekijken van een interview over de actualiteit dat de geïnterviewde een beklaagde is van wie de interviewers nog een laatste bekentenis proberen af te dwingen. Met de teneur van hun vragen slagen de nieuwsmakers er bijzonder goed in een bepaald beeld van de geïnterviewde neer te zetten. Als dat beeld later onjuist blijkt te zijn, is het enkel de geïnterviewde die met de gevolgen zit. De interviewers niet, zij zijn zich van geen kwaad bewust.  

Persvrijheid is een universele waarde die nodig is om maatschappelijke ontwikkelingen te duiden en de democratische instellingen van machtsmisbruik te vrijwaren. Maar terwijl de media vasthouden aan het idee dat ze zich buiten de machtsarena bevinden, dragen ze een grote maatschappelijke verantwoordelijkheid waar ze geen verantwoording voor afleggen. 

Zijn de McCanns schuldig of niet? 

Gerechtelijke dossiers zijn in dit opzicht vaak het pijnlijkst. Wie herinnert zich de verpleger die in de zaak Nathalie Geijsbregts opgevoerd werd als verdachte van moord. Tot bleek dat hij met de zaak niets te maken had. Of de zaak Nihoul die de spil was in een duivels complot en uiteindelijk enkel voor XTC-handel is veroordeeld. Hun proces was al in de media gemaakt nog voor er een gerechtelijke uitspraak kwam. Zoals de opinion-poll op de website van een kwaliteitskrant ons vroeg: Zijn de Mc Canns schuldig of niet?


Perceptie en de rol van de media
 

3192536478
Ook interviews met politici neigen naar stemmingmakerij. Het zit hem vaak in de wijze van vragen stellen. Neem nu het interview met Patrick Dewael in Keien van de Wetstraat. De politicus moet het opnemen tegen twee interviewers die beurt om beurt verantwoording eisen voor daden, uitspraken, in verleden en toekomst, publiek en privé... Op een vraag of liberalisme terecht verward wordt met het ieder-voor-zich streven, antwoordt Patrick Dewael duidelijk dat het individualisme waar Open VLD voor staat niets van doen heeft met egoïsme. Waarna Ivan De Vadder in een volgende vraag zegt, om op dat egoïsme terug te komen. Tja, die perceptie… je vraagt je af hoe die ontstaat.

Moet een minister aftreden omwille van zijn perceptie? 

Vervolgens vragen Kathleen Cools en Ivan De Vadder naar zijn politieke verantwoordelijkheid, waarmee ze impliciet de zaak Erdal en zijn weigering om ontslag te nemen op de korrel nemen. De minister legt uit dat hij in die zaak  enkel een communicatiefout en geen beleidsfout beging omdat hij geen wettelijke grond had om Erdal gevangen te zetten. Een valabel argument in onze rechtsstaat. Bon, maar als er dan geen feitelijke grond was, is perceptie dan geen grond voor ontslag, vraagt De Vadder nog. Als Dewael dan omzichtig de media op hun verantwoordelijkheid voor die perceptie wijst, wrijft De Vadder hem lichtgeraaktheid aan. Je zou voor minder lichtgeraakt zijn. 

" U schijnt me niet te geloven, mevrouw" zei Freddy Thielemans tegen Katleen Cools nadat hij driemaal dezelfde vraag had beantwoord.thielemans  

Interviewers leggen accenten, subtiel en haast onnoembaar. Maar de toon is duidelijk: ze liegen. ‘Mevrouw, u schijnt me niet te geloven?’ zei burgemeester Freddy Thielemans in Terzake tegen Kathleen Cools, nadat hij zijn motivatie om de anti-islam manifestatie in Brussel te verbieden al driemaal had toegelicht. Leugenaars en zakkenvullers… Is dat dan echt het beeld dat media van politici willen geven? Verdachten die zonder gerechtelijke bewijsvoering schuldig zijn. Als bijdrage aan de democratie kan dat tellen.

Maken de media dan misbruik van hun macht? Als dat zo is impliceert dat dat ze maar al te goed beseffen, waar ze met die macht naartoe willen. Alleen ze hebben geen verantwoordelijkheid, ze zijn zich van geen kwaad bewust.

19-11-07

Is de samenleving ziek? Een reactie op Zeeman

 Democratie blijft voor heel wat mensen een onveranderlijk begrip dat we met de grootste omzichtigheid moeten hanteren. Zo ook voor Zeeman die in de Volkskrant van vorige week schrijft dat onze instellingen niet meer de verdiende egards krijgen. Volgens hem lijdt onze samenleving aan een vorm van sociale depressiviteit: het gevoel dat we van de democratische instellingen niet veel goeds meer hoeven te verwachten. Vandaar dus dat we uitermate ons best doen om zo veel mogelijk naast de samenleving te leven. 

De idee dat we de democratische waarden moeten koesteren verdient alle steun, en de bewondering voor de prachtige instituten die ons aan de ontvoogding uit vorige eeuwen herinneren is zeker gepast. Maar impliceert dat ook dat we die instellingen moeten invriezen en dat we de samenleving die verder wil, dan maar mee de diepvriezer insturen? Daar zou een samenleving pas echt depri van worden. De democratische instellingen hebben pas waarde als ze de diensten kunnen bieden die de samenleving verwacht. 

Zeeman heeft het over sociale depressiviteit en een vorm van gelatenheid die over onze samenleving sluimeren. Maar wat moeten we ons daarbij voorstellen? Vanuit economisch oogpunt is sociale depressie een soort van gedempte stemming waarin een maatschappij terechtkomt na een langdurige economische depressie omdat er weinig toekomstmogelijkheden zijn. Of depressie is ook een staat van decompressie na extreme stress. Zoals vluchtelingen die hebben en houden moeten achterlaten omdat ze er anders het leven bij inschieten. Het zijn vooral gevoelens van uitzichtloosheid en lusteloosheid die we als symptomen van sociale depressie erkennen. Maar gelatenheid  

Mensen bij wie het idee leeft dat we van onze instellingen niet veel goeds moeten verwachten, krijgen geen sombere gedachten. Neen, gelaten zoeken ze een andere weg om hun plannen en wensen vorm te geven. En als ze daarin geslaagd zijn dan houden ze nog tijd over om van de vetpotten van de democratie te genieten. Want wie maalt er nu over democratie als hij twee auto’s ter beschikking heeft, niet meer hoeft te koken, drie maal per jaar met vakantie kan en daarbovenop een toegangsticket voor The Rolling Stones kan betalen… Enkel degenen die van al dit lekkers verstoken zijn, krijgen sombere gedachten. En neen, ze piekeren daarbij niet over de teloorgang van de democratie, maar over hoe zij ook zo snel mogelijk die status kunnen bereiken. Het moet vooral praktisch blijven en daar schieten onze instellingen vaak te kort.

In de laatste vijftig jaar is onze samenleving grondig veranderd. Er zijn talloze nieuwe instellingen opgericht, er kwamen beleidsniveaus bij en steeds meer mensen uit andere culturen vervoegden onze samenleving. Daarnaast bleef de economie maar groeien. Om dat allemaal in goede banen te leiden zijn nieuwe regels ontworpen en het uitgangspunt van een democratie is dat iedereen die regels ook kent. Maar in de praktijk zijn die wetten en uitvoeringsbesluiten zo gedetailleerd geworden dat de uitvoerende macht het steeds moeilijker heeft om ze toe te passen. Anderzijds zijn sommige maatschappelijke problemen zo ingewikkeld dat wetten ze niet meer kunnen oplossen. Ondertussen blijven oudere instituten zoals gerechtshoven, provincies, gemeenten en het parlementaire tweekamerstelsel voortbestaan. Zonder in te gaan op de relevantie van sommige instellingen, is het een feit dat de complexiteit van de huidige samenleving het uiterste van onze rekbaarheid vergt. Sommigen vinden in die wirwar schikkingen die hun plannen en verlangens vorm geven en schuwen voor de overige plannen het opportunisme niet, terwijl anderen vasthouden aan onveranderlijke begrippen en niet meer mee kunnen. Om het medisch uit te drukken: ze lijden aan beschavingsstress.  

Waar democratie geen gemeengoed is, kan ontevredenheid heel wat oproer veroorzaken. Maar in onze westerse beschaving is democratie een vanzelfsprekendheid geworden… en gelukkig maar. Nu de basisbehoeften zijn voldaan, kunnen we het ons veroorloven om weer een trapje hoger te reiken. Meer individuele ontplooiing? Daar is niets mis mee en een ziekte is het zeker niet.

23:43 Gepost door Student in Zeeman | Permalink | Commentaren (1) | Tags: sarah delafortrie |  Facebook |