19-06-08

Expo: Kunstschatten uit Wallonië van vroeger en nu - Dat verrassende land


Een wandeling tussen vroeger en nu
 
 

Wallonië bestaat officieel sinds 1844. De provincies tussen de Rijn en de Schelde werden sinds 57 voor Christus door Caesar bij Gallië geannexeerd. Later maakte het gebied deel uit van het Rijk van Karel de Grote. De Hertogen van Bourgondië brachten in de 15de eeuw deze provincies onder hun gezag en een eeuw later gingen ze over naar de Habsburgse kroon. Deze tentoonstelling is ingericht als een wandeling tussen kunstwerken die vooral dateren van de 12de tot de 16de eeuw, met hier en daar een zijsprong naar hedendaagse werken.   

Bij het binnenkomen zie je pal voor je een grote foto van een straatbeeld met migranten. De rode t-shirt van de jongen trekt meteen de aandacht, maar wanneer je de foto van Beat Streuli van naderbij wil bekijken, hoor je links opeens een zachte mannenstem die in het Frans een tekst voorleest. En dan zie je vanuit je ooghoek opeens de ruw bespijkerde kruisbeelden van Godart. De quasi schokkende en onsamenhangende toon van de tentoonstelling is meteen gezet. Althans, dat is de eerste indruk.De bezoeker wordt namelijk meteen overspoeld door een groot aantal uitingen van gevoelens, uitgedrukt in teksten, beelden, schilderijen en voorwerpen. Soms lijkt het alsof de schatkamers van Waalse kerken en musea werden geplunderd en dat de buit werd uitgestald in het Brusselse Paleis voor Schone Kunsten.  

Het dagelijkse leven stond tijdens de Middeleeuwen overduidelijk bijna volledig in het teken van de Kerk, en dat weet deze tentoonstelling zeer goed weer te geven met de vele kruisbeelden, relikwieën, wierookbranders, tapijten, afbeeldingen van de Maagd Maria en andere religieuze objecten, zoals een duif in smeedwerk die de Heilige Geest voorstelt.
Tijdens die periode kwamen er, omwille van de slechte voedingsgewoonten, vaak epidemieën voor. Ook in die barre omstandigheden zochten de mensen heil bij God en de Heiligen. Tijdens processies werden de beeltenissen uit de kerk naar buiten gehaald en in de steden rondgedragen. Een grote massa gelovigen volgde deze optochten. Er ontstond ook een grote verering voor de relieken van deze heiligen omdat deze geheime krachten zouden bezitten. Relikwieën waren voor de dorpen een bron van rijkdom en een teken van sociale cohesie. Daarom werden deze voorwerpen vaak gestolen. Als een dorp relikwieën bezat, zouden er namelijk pelgrims langskomen. Enkele kostbare kleinoden staan uitgestald onder een grote stolp, tevens een verwijzing naar vroeger.
 

Er staan een paar oude kunstwerken die echte meesterwerken zijn.De beelden van Jacques Du Broeucq zijn letterlijk zwaartepunten op deze tentoonstelling. Du Broeucq was tijdens de 16de eeuw een van de grootste kunstenaars uit Wallonië: architect, ingenieur én een uitstekend beeldhouwer. Veel van zijn werk is jammer genoeg verloren gegaan. We zien op de tentoonstelling een selectie van zijn sculpturen uit een kerk in Bergen.

De meeste schilderijen die er hangen, stammen uit de Renaissance, een periode waarin de paneelschilderkunst sterk tot uiting kwam. Hierdoor kon men gebruik maken van een rijker kleurengamma en meer details. Sinds de Middeleeuwen bestaat er ook een codificeringssysteem voor de kleuren. De kleur goud werd toen gebruikt om het goddelijke aan te duiden en blauw stond voor de heilige maagd. De maagd van Robert Campin uit Doornik is daar een goed voorbeeld van. Campin heeft de maagd afgebeeld bovenop de stad waar hij vandaan komt. De Waalse kunstenaars reisden veel rond en maakten zich bekend op verschillende plaatsen. Voor kunstenaars als Jacques Du Broeucq en Lambert Lombard was de stad Rome van groot belang. Ze brachten uit Italië beelden uit de oudheid mee die in de Zuidelijke Nederlanden volslagen onbekend waren. ‘De heilige Hiëronymus’ is een schilderij waaraan Lambert Van Noort en Herri met de Bles hebben samengewerkt en waarop de heilige wordt voorgesteld in een weids landschap.  

De organisator, Laurent Busine, heeft kunstwerken samengebracht die soms 4 eeuwen uit elkaar liggen, maar die toch op de één of andere manier bij elkaar passen. Een goed voorbeeld is een liggend beeld uit de Renaissance van Jacques Du Broeucq, met openstaande lippen alsof het personage zijn laatste adem uitblaast, en een hedendaagse foto van Orla Barry met als titel ‘Judith’. Op die foto zien we een vrouw in een bad liggen, nauwelijks onder water, waarvan het gezicht zich in het duister in de rechterbovenhoek bevindt. Een andere foto bevat de afbeelding van een liggend meisje met 2 verschillende mannenhanden boven haar lichaam. De werken van deze Ierse artieste zijn op een bepaalde manier poëtisch, berustend en toch luguber. Gipsen beelden met holle buiken van Michel François geven figuren weer waarvan de inhoud ontbreekt. En plots begint het te dagen dat de rode draad in deze zaal de Dood is. 

Een tweede rondgang door het museum dringt zich nu op om andere thema’s trachten te ontdekken. Naast de Religie en de Dood, wordt nu ook de Wetenschap ontdekt, met onder andere schilderijen van geometrische figuren.We zien ook foto’s van vogels van de Argentijnse kunstenaar Juan Paparella, die hij genomen heeft in het Natuurhistorisch Museum van Argentinië. Hij toont wat je niet te zien krijgt als je het museum bezoekt, omdat de vogels daar verborgen zaten in kasten en laden. Als uitgangspunt stelt hij zich de vraag waarom de mens er nood aan heeft om alles te benoemen en te classificeren. Het gaat eigenlijk over de zwakheid van het menselijk wezen. De zoektocht naar thematiek zou ook de Vrouw, de Jeugd en de Toekomst kunnen opleveren, maar het is soms allemaal een beetje vaag, en de interpretatie zeer persoonlijk. 

De wandeling door Bozar weerspiegelt de 2-jarige tocht door Wallonië die Laurent Busine heeft gemaakt om alle tentoongestelde kunstwerken op te sporen. Hij is niet op zoek gegaan naar welbepaalde kunstwerken, maar wou zich laten verrassen door werken die hij niet kende. Soms zijn dat meesterwerken uit de volkstraditie, die op het eerste gezicht onbeduidende voorwerpen lijken. Soms zijn het abstracte buizenconstructies en soms zijn het videobeelden van ledematen of foto’s met duidelijke psychologische ondertoon. Het was niet de bedoeling om deze tentoonstelling te overladen met kunstschatten, maar wel om schatten die de mensen aanspreken in een welbepaalde context samen te brengen. Deze context en een rode draad zijn niet altijd snel duidelijk, en bijgevolg kan je maar beter de tijd nemen voor deze tentoonstelling, en ze enkele keren doorlopen. Als hulp en leidraad liggen er catalogi op de bankjes, maar deze zijn nogal omvangrijk, wat ervoor zorgt dat je liever zelf op ontdekkingstocht gaat doorheen de afwisselend drukke en rustgevende ruimtes, waar je af en toe blijft stilstaan voor wat reflectie. Het is een vage, soms schokkende, maar zeer mooie reis.(sn)

16-05-08

Boodschappen in Basel

In het Kunsthaus Baselland (Basel, Zwitserland) kan u nog tot 4 juni 2008 de expositie ‘Fair Enough' bezoeken.
Beeldend kunstenaar Dan Perjovschi (°1961, Boekarest, Roemenië) trekt met viltstift en notitieboek de wereld rond en laat zich inspireren door de plaatselijke actualiteit. Hij leest plaatselijke kranten, raadpleegt websites en pikt op wat er op dat ogenblik leeft. De prententieloze boodschappen en tekeningen die hij neerpent zijn vaak ironisch en politiek getint. Hij is kritisch en schuwt de controverse niet.
Als ondergrond voor zijn werk gebruikt hij wat de plaatselijke tentoonstellingsruimte hem aanbiedt. In Basel zijn dat muren en ramen. Perjovschi stelde reeds tentoon in Moskou en New York. Van 16 mei tot 1 juni 2008 kan u zijn werk zien op het Kunstenfestivaldesarts in Brussel. Place to be is dan het Wiels centrum voor Hedendaagse Kunst. (SN)



 

img3_thumbnaildscn1750_thumbnail         

 

 

Fair Enough', Dan Perjovschi, Kunsthaus Baselland, Basel, Zwiserland
‘All Over', Dan Perjovschi, Wiels centrum voor Hedendaagse Kunst, Brussel, België


15:49 Gepost door Student in Perjovschi | Permalink | Commentaren (0) | Tags: sandra noben |  Facebook |

29-04-08

Jelmen Haaze, de oplossing voor het Midden-Oosten?

In een Brussels bruin café bestelt hij nog een Orval, terwijl hij met oprechte glans in de ogen en jeugdig enthousiasme doorvertelt over zijn buitenlandse exploten. Het is soms zeer moeilijk om Jelmen Haaze te onderbreken. Hij lijkt soms een niet te stoppen sneltrein wanneer hij het heeft over de organisatie die hij heeft opgericht en die hem zo na aan het hart ligt. Een portret: 

Haaze werd in 1979 geboren in Gent en woont er sinds zijn prilste jeugd. Tijdens die vroege jaren tachtig gingen de gesprekken aan de keukentafel ten huize Haaze niet over koetjes en kalfjes, maar eerder over economie en sociaal overleg. Vader en moeder waren actief in de lokale politiek en kleine Jelmen kreeg de gedrevenheid van zijn ouders wellicht letterlijk met de paplepel ingegoten.
 

Na zijn studies Fysica en een opleiding internationale organisaties en globalisering volgde hij zijn vaders’ voetsporen en ging hij aan de slag bij de liberale vakbond. Daar kreeg hij in 2002 de mogelijkheid om in Israël een seminarie “Globalisation and international labor organisations” bij te wonen. Ondanks de moeilijke periode (maart 2002 was een woelige fase uit de Tweede Intifada) zaten er in de opleidingsruimte ook Israëlische Palestijnen en waren de andere deelnemers zeer uiteenlopende persoonlijkheden, zowel op het vlak van achtergrond, religie als overtuiging, en dat boeide Jelmen enorm. Deze mensen hadden ook één ding gemeen: ze waren er allen van overtuigd dat – ondanks alle verschillen – mensen op een vredelievende manier met elkaar zouden moeten kunnen communiceren en samenleven. Dat gegeven bracht hem op het idee om projecten rondom coëxistentie op te starten. En waarom niet starten waar hij zich op dat moment bevond, namelijk in het grensgebied tussen Israël en Palestina.
 

Met op de achtergrond het geluid van knallende raketten, werden er plannen gesmeed en contacten gelegd met de burgemeester van Gaza, de Israëlische en Palestijnse vakbond en andere min of meer invloedrijke figuren uit beide kampen. Om de projecten te institutionaliseren en een duurzame samenwerking te garanderen, werd de NGO Medacore opgericht, onder de vorm van een internationale vzw. De meest belangrijke pijler is de neutraliteit: er wordt geen partij gekozen en de dialoog moet open blijven.
 

Jelmen Haaze is een bezig baasje, en terwijl hij statuten schrijft voor zijn vzw, werkingsfondsen tracht te verwerven en strijdt voor solidariteit, is hij begonnen aan een extra opleiding journalistiek omdat hij geïnteresseerd is in de verschillende methodes om boodschappen wereldkundig te maken en de manier waarop een verhaal kan en mag verteld worden.We horen dus ongetwijfeld nog van hem. (SN)

13:43 Gepost door Student in Portret | Permalink | Commentaren (0) | Tags: sandra noben |  Facebook |

20-12-07

Het ergste is al geweest

Maandagavond 20h, Arenbergschouwburg Antwerpen. De immer kokette Kurt Van Eeghem verschijnt ten tonele. Reden voor de feestelijkheden: het huidige jaar nadert met rasse schreden, en daarom organiseert Radio 1 een eindejaarsshow met als inhoud een ludiek overzicht van wat België de voorbije maanden – vooral op politiek vlak – heeft getekend.

Grapjassen van dienst, of wat daarvoor moest doorgaan, waren dit jaar Bert Kruismans, Raf Coppens en Philippe Geubels.
Hugo Matthyssen en Wouter Deprez kregen dan weer de functie van doctorandus toebedeeld, een functie die erin bestond enige filosofische duiding te geven bij wat de grapjassen poneerden.

Matthyssen had het telkens weer over de reorganisatie bij Radio 1, wat hier misschien wel op zijn plaats was bij een publiek dat vooral bestond uit medewerkers van de openbare omroep, maar wat na een tijdje ook wel vervelend werd.

De ergernis bereikte echter een hoogtepunt wanneer Philippe Geubels de microfoon beroerde. De humor was ver te zoeken. Het publiek werd getrakteerd op een zoveelste uitvoering van de act van het zielige ventje met mompelend en zeurend stemmetje. Inhoud en originaliteit zijn voor Geubels duidelijk van ondergeschikt belang. Zijn enige wapen is het uitbeelden van een typetje.


Wouter Deprez blonk dan weer uit in positieve zin, onder andere dankzij gedurfde uitspraken over het rectaal inbrengen van een Blackberry in de daartoe voorziene opening bij Bart De Wever. Want, ja, de Blackberry is niet meer uit het straatbeeld weg te denken, vooral dan bij iedereen die zich politicus mag noemen. De technologische vooruitgang leidt dan weer tot minder seks, en daarom moest het publiek samen met Deprez plechtig beloven om in 2008 meer te poepen.
Hopelijk zijn er die avond niet te veel Nederlanders naar Antwerpen afgezakt.  

14:14 Gepost door Student in DB week1 | Permalink | Commentaren (7) | Tags: sandra noben |  Facebook |

29-10-07

Is een blogger een journalist en mag een journalist überhaupt bloggen?

Een blogger is geen journalist. Met welk recht kan de modale gelegenheidsluller zich deze titel toe-eigenen? In enkele zeldzame gevallen kan de grens vaag zijn, maar is er iemand terdege geïnteresseerd in het zware uitgaansleven, de nieuwe viervoeter of de nieuwe tuinaanleg van Jan-met-de-pet,? Wellicht zijn persoonlijke clubje aanhangers, zielsverwanten en bewonderaars, althans toch voor even. Het nieuwe is er namelijk snel af. Idem voor het soort blogs die een relaas bieden van – zoals daar zijn - ‘de stapsgewijze verbouwingen van ons nieuwe huis’ of ‘onze baby, dag na dag, voetje voor voetje’. Met alle respect, maar daar ligt echt niemand van wakker. Leuk voor vrienden en familie, maar daar blijft het bij. Of het moet gaan over de villa van Prins Laurent, of de nieuwe spruit van Bart De Wever. Dan wordt het al interessanter. Althans toch voor lieden die ervan uitgaan dat iemands privéleven of persoonlijke mening een graadmeter is voor de professionele bekwaamheid van die persoon. 

Laat Bracke toch bloggen! Mag die man geen mening hebben? Moet hij ook na het uitprikken braaf in het gareel van de VRT blijven lopen? De brave man is nu waarschijnlijk onder één of ander fout pseudoniem actief binnen de Vlaamse blogwereld, en gelijk heeft hij.Volgens diezelfde bekrompen redenering van de VRT-top zou een bloggende treinconducteur online zijn persoonlijke beklag niet mogen doen over de vertragingen bij de NMBS. De treinen niet op tijd? Komaan zeg, de treinen zijn àltijd stipt.
Een postbeambte mag de nieuwe reeks postzegels niet ronduit afzichtelijk vinden? Natuurlijk niet, van die man wordt verwacht dat hij ze allemaal even mooi vindt ogen.
Onze broodwinning zou ons individualisme niet mogen beïnvloeden. Censuur is hier nergens goed voor en ook totaal ongeoorloofd. De blog leidt namelijk een bestaan nààst de job. De blog is geen job op zich. Daar situeert zich dan ook de grenslijn tussen blogger en journalist. 

Interessante, snedige en goed onderhouden blogs kunnen leiden tot het ventileren van interessante meningen, die op hun beurt dan weer kunnen uitmonden in boeiende discussies. Er komt een proces op gang, en als dat proces boeiend is en blijft, dan zal de blog succesvol zijn. Als dat soort blog dan nog enige nieuwswaarde bevat, is het aan de beroepsjournalist om hier feiten en ideeën uit op te pikken, er een interessant artikel over te schrijven en zich hiervoor te laten vergoeden. Dat is in deze discussie namelijk het voorrecht van de beroepsjournalist. - SN

20:05 Gepost door Student in To blog or not to blog? | Permalink | Commentaren (2) | Tags: sandra noben |  Facebook |

25-10-07

De articulatiekracht van de geschreven pers

De geschreven pers heeft meer troeven in handen en meer kansen om de publieke opinie te beïnvloeden. Wat je op tv ziet, kan dan misschien wel op een bepaalde wijze gemonteerd worden, de beelden spreken steeds voor zich.

Gemakkelijker in te kleuren, meer ruimte voor interpretatie, meer beïnvloeding… op papier kunnen woorden een eigen leven gaan leiden.

Het lezerspubliek was niet aanwezig op de persconferentie, en dus kan de journalist zeggen wat hij wil. Soms met verstrekkende gevolgen.

 

Zo heeft Ludwig Verduyn, ex-hoofdredacteur van De Morgen, in 1999 ontslag moeten nemen wegens een foute en lasterlijke berichtgeving over de zogenaamde Luxemburgse bankrekening van minister Reynders. Verduyn had verkeerde informatie en vervalste bewijsstukken ontvangen van zijn informant. In de rechtszaak die Reynders tegen hem aanspande, werd hij schuldig bevonden en moest hij een dwangsom betalen.

 

Nog erger misschien, waren de beschuldigingen over de vermeende pedofilie van Elio Di Rupo. Het relaas van zijn ‘slachtoffer’ haalde in 1996 de voorpagina van De Standaard. Het slachtoffer bleek later een fantast te zijn en het perslek werd nooit officieel gevonden. “Het beschuldigen van politici gaat vandaag door de rechtbank van de publieke opinie via de procureur die de gazet heet”, zei toenmalig premier Dehaene over deze zaak.

 

Journalist Wouter Verschelden was dit jaar het brave schoothondje van Pieter De Crem toen hij schreef over het militair hospitaal in Neder-over-Heembeek en de vele missers van André Flahaut. Zat de leiband te strak gespannen? Dit leek immers meer op een heksenjacht dan op een objectieve berichtgeving.

 

Politici worden soms wegens een peulenschil aan de schandpaal genageld. We kunnen ons zelfs de volgende vraag stellen: “Misbruikt de journalist zijn macht of wordt de journalist zélf gebruikt door de politici?”

 

Soms stellen we echter wel een zekere voorzichtigheid vast en worden bepaalde dingen niet meteen naar voren gebracht, wellicht uit angst voor de gevolgen. Zou de krant geboycot kunnen worden door bepaalde politici? Zou de krant adverteerders kunnen verliezen als ze bepaalde uitspraken doet?  

 

Als journalisten nog risico’s nemen, zijn het wellicht berekende risico’s. De Franse president Sarkozy heeft ruime tijd gepoogd om zijn privéleven – en dan vooral dat van zijn vrouw - uit de kranten te houden. Hij is erin geslaagd de journalisten onder druk te zetten, maar zo lang heeft de zwijgzaamheid uiteindelijk niet geduurd. De macht van de pers is nog steeds reëel, althans in democratische structuren, en zo hoort het ook. - SN