25-09-08

Kunsthaus Baselland brengt de rechttoe rechtaan kunst van Dan Perjovschi

Dan Perjovschi, geboren in 1961 in Roemenië, is in zijn thuisland al lang gekend voor zijn politiek geïnspireerde no-nonsense stijl. Op een bijna cartooneske wijze die doet denken aan kindertekeningen en Art Brut geeft hij commentaar op de wereldpolitiek. De laatste jaren heeft hij ook internationaal grote naam gemaakt.

 Inspiratie vindt hij in de dagelijkse media. Gewapend met een viltstift of krijt en een laptop met internet verbinding naar de grote nieuwsagentschappen. Geleid door de inspiratie van het moment. Zo maakt hij zijn kunst ter plekke of hergebruikt- en bouwt verder op zijn oude werken op een canvas van muren en ramen.

Zijn scherpe analyses en commentaren vatten controversiële thema’s op kritische wijze samen. Voor de gelegenheid maakt hij gebruik van de rijen ramen van het Kunsthaus Baselland.

Fair enough

Kunsthaus Baselland

St. Jakob-Str. 170
CH-4132 Muttenz / Basel
Phone: +41 61 312 83 88
Fax: +41 61 312 83 89
Contact: Sabine Schaschl
office@kunsthausbaselland.ch

www.kunsthausbaselland.ch

Tue, Thu-Sun 11 am - 5 pm
Wed 2 - 8 pm

curated by Sabine Schaschl

Dan Perjovschi
 

Dan Perjovschi, Zicht van de tentoonstelling Kunsthaus Baselland

 

11:18 Gepost door Student in Perjovschi | Permalink | Commentaren (0) | Tags: jelmen haaze |  Facebook |

Gent wil 6000 nieuwe jobs tegen 2012

De gemeenteraad van Gent zet het licht op groen voor het nieuw “Strategisch Actieplan voor Werkgelegenheid” van schepen Mathias De Clercq (Open VLD). Met dit plan wil de schepen ondernemingen stimuleren om in hun beleidsplan zowel economische als sociale en milieu overwegingen op te nemen. Aldus Mathias De Clercq: “Na 10 jaar ervaring met het 1ste  plan was dit een ideaal ijkmoment om met alle betrokken partijen een nieuwe nota voor te bereiden. Nu de gemeenteraad dit plan heeft goedgekeurd zal het in een charter worden samengevat en door alle betrokken actoren ondertekend worden..

 

Voor de oppositie is dit slechts een vage nota die onvoldoende concrete acties bevat.

Gementeraadslid Vera Dua (Groen!) stelt luidop de vraag: “Zal een simpele optelsom van alle initiatieven volstaan om de tewerkstellingsparadox in Gent op te lossen?”

Dua stelt tevens vast dat, ondanks het vorige doelgroepbeleid, de werkloosheid van ouderen, allochtonen en arbeidsgehandicapten is toegenomen.

Gemeenteraadslid Francis Van Den Einde (Vlaams Belang) was scherper: “Totaal gebrek aan fantasie en argumentatie vanwege de schepen”

Volgens Mathias De Clercq moet dit plan echter gezien worden als een raamwerk waaraan acties zullen getoetst worden.

Acties zullen geëvalueerd worden aan de hand van 3 ijkpunten: ondernemingen moeten meer competentiegericht en dus minder diplomagericht zoeken naar kandidaten, een loopbaanwinkel zal mensen begeleiden in hun levensloopbaan en sollicitanten moeten versterkt worden in het vinden van een gepaste job.

Uiteindelijk moet het in de toekomst mogelijk worden talenten efficiënter aan te boren om knelpuntvacatures in te vullen.

11:14 Gepost door Student in gemeenteraad | Permalink | Commentaren (0) | Tags: jelmen haaze |  Facebook |

Dat Verrassend land: Wallonië

Memory's Transition

Als je wandelt door de grote, helder verlichte Art Nouveau zaal van de BOZAR naar de ingang van de tentoonstelling wacht je een verrassing. Eens de ticketcontrole gepasseerd kan het contrast niet groter zijn. Een beklemmende, duistere ruimte met meer crucifixen dan de gemiddelde kerk. Een grote print van een Moslima is het enige spoortje kleur in de zaal. Met hoofddoek een kinderwagen voortduwend. Haar man, in moderne kleren, raakt trots de buggy aan. Het kan elke grootstad zijn. Toch één herkenningspunt.

Traditie, modern. Verleden en toekomst. Die overgang staat centraal. Maar het duurde even voor ik het begreep.

 

Moderne kunst tussen werken van de twaalfde tot zestiende eeuw, hoogdagen van de inquisitie en de kruistochten. Jezus, Maimonides en Mohammed, ooit vredig naast elkaar in Spanje, waren brutaal uiteengetrokken, Springler en Kramer, twee Dominicaanse priesters hadden net het bekende Malleus Malleficarum (de Heksenhamer) geschreven, het beroemde handboek van de inquisitie. Het was duidelijk. De duivel werkt bij voorkeur via de vrouw. Hierdoor van binnen uit door de Satan aangezet, oefenen zij hun kwalijke praktijken uit middels hun seksualiteit.

 

Is het in die context dat we het de weinige niet religieuze werken uit die tijd moeten plaatsen? Een kunstenaar geïnspireerd door de klassieke mythologie: Venus en een heel kleine amor, die betoverd naar zijn grote liefde kijkt. Samen op een klein schilderijtje, in een klein zaaltje gewijd aan de vrouw, strategisch geplaatst aan het andere einde van een lange gang, tegenover het immense wandtapijt dat het leven van Christus afbeeldt.

Verder, Aristotles die door Phyllis bereden wordt, als was hij een ezel. De wijsheid die door zijn courtisane in bedwang gehouden wordt, temidden een opstelling die de sfeer van een huiskamer dient op te roepen. Alweer Jezus. Elders berijdt hij zijn ezel.

 

“Ik ben mijn voorouders respect en genegenheid verschuldigd. Ze hebben me armer gemaakt dan ze zelf waren. Als zij hun trouw betuigden aan het kruis voor Uw aangezicht dan kijk ik naar een kunstwerk. Hoort U hoe cynisch? U bent, o, Heer, een kunstwerk geworden! Maar naar wie of wat gaat nu mijn eerbied uit? Naar U of naar het geloof der voorvaderen, daarin schuilt een wereld van verschil?”

 

De kunstwerken worden niet uitgelegd. Met korte teksten op de muren geeft Laurent Busine, die de tentoonstelling samenstelde, een leidraad. Context is alles. Elke zaal tracht een sfeer op te roepen, en het is het samenspel van de kunstwerken waar het om gaat. Het beklemmende ééndimensionale denken van de Middeleeuwen dat me bij het binnenkomen overviel maakt plaats voor een veelheid aan ideeën en invloeden. Moderne kust is abstract. Subtiele allusies en vage suggesties in plaats van directe illustraties van één enkel, voorgekauwde boodschap. Vrijheid.

We maken de tentoonstelling tot ons eigen verhaal, maar de kernvragen blijven dezelfde. Wat zijn leven en dood? Wat is liefde? Wie zijn we? Waar komen we vandaan en waar gaan we heen? De zoekende mens, de bange mens. Hard werkend trachten we het dagelijks leiden uit te leggen. Met veel liefde wordt een Christus afgebeeld. Zijn gezicht is als dat van een arbeider. Getrokken door jaren hard labeur. Een andere Christus lijkt bijna te perfect, gelukkig eindelijk afscheid te kunnen nemen. De dood als overgang, de dood als doel, als redding. Ook dat zijn de Middeleeuwen.

Heiligen staan opgesteld als op een offerblok. Aan een boom gebonden of met een schip vol maagden. Neemt de heilige Ursula haar 1100 maagden mee op bedevaart, of op oorlogspad? Met de boot vol maagden in de hand lijkt het wel of ze een offer wil brengen om haar eigen ziel te redden. En temidden van die lijdende heiligen? Het grootste en meest kleurrijke beeld van allemaal, de heilige Laurentius. Een duidelijke knipoog van Laurent Busine die nooit een uitdaging schuwt. Zo was hij de eerste om kunst van schizofrenen en autisten tentoon te stellen. Hij creëert een wereld waarin de kunstwerken niet enkel uit artistiek oogpunt belang hebben, maar ook omdat ze een blik gunnen in de wereld en de gedachten van de artiest.

 

Heden en verleden ontmoeten elkaar telkens weer. Wie kent niet de Sint-Hubertus legende. Een jager wil een hert doden, tot hij een kruis tussen het gewei bemerkt. Op de grond naast de jager een hond. De Sint-Hubertus hond, een Belgisch ras dat we vandaag nog kennen, werd begin 900 al raszuiver gefokt door monniken.

Evolutie is duidelijk een leerproces voor Laurent Busine. We voegen hier aan toe, maar vergeten ook. Soms vergeten we zaken die er nooit zijn geweest.

 

“ Elk land is legendarisch, elke persoon is bijzonder. Wallonië vormt daar geen uitzondering op. Daarbij komt nog het niet te verwaarlozen feit dat deze streek noch haar grenzen, noch haar naam in de oudheid kreeg, zoals in een verhaal.”

 

Verrassend genoeg de enige directe referentie naar Wallonië op de tentoonstelling.

 

Of het nu Nicholas Neufchâtel is die geometrische kennis doorgeeft aan zijn leerling in de zestiende eeuw, of een jonge dame die bevreemdend de zaal inkijkt in “Memory’s Transition”, mensen vormen het verhaal en het onderwerp.

 

Het tijdelijke moet plaats ruimen voor het eeuwige. Maar niet zonder de hoop op te geven.

Aan de ingang hangen traditie en modern nog steeds vredig naast elkaar. Hoofddoek en T-shirt, maar ook Christenen en Moslims. Op een foto aan het andere uiteinde van de tentoonstelling, aan een parallelle muur, hangt nog een multicultureel tafereel. Dezelfde artiest als van de Moslima met kind aan de ingang, maar nu geen enkel spoor van het verleden. Het kan elke grootstad zijn. Langzaam aan veranderen we de wereld. Het verleden zal altijd blijven doorschemeren in het heden, en telkens weer zullen we het anders interpreteren.

 

De tentoonstelling is een verhaal van de menselijke evolutie, een ode aan het zoeken, heen en weer slingerend tussen heden en verleden, liefde en conflict, geboorte en dood, man en vrouw, zwart en wit. Laurent Busine introduceert zijn duale wereld. De mens die zoekt, gesteund op de traditie, beperkt door het verleden. Freud’s Es en Superego.

 

“ Het einde van de mens is het einde van de wereld. Is dit soms de taak van de mens: de wereld en de goden veranderen, uitvinden, wat er niet was laten zijn, in woorden dromen en verhaaltjes het ogenschijnlijk onontkoombare wijzigen, door er een verborgen stukje van liefde in te stoppen – maar dat voor iedereen met een verlangend hart zichtbaar wordt”

 

Onwillekeurig moet ik denken aan Genesis 1.1: In den beginne creëerde het God.

Roeland Byl: Een portret

Roeland Byl (1969) is sinds 1 juli 2007 eindredacteur bij het weekblad “Trends”. Door meer te focussen op de mensen achter het verhaal en niet enkel de naakte cijfers te belichten wil hij de artikels relevanter en herkenbaarder maken. “De bedrijfsleider die het betreurd dat zijn kinderen nu vechten voor het bedrijf. Dat wil ik zien.”

Die aandacht voor het brede verhaal kenmerkt een man die – voor zijn andere passie: koken – uren achter het fornuis kan staan om een fond te trekken. Als het maar een betere saus oplevert.

 

Na zijn studies Germaanse aan de Universiteit Gent en literatuurwetenschappen aan de Freie Universität Berlin is hij eerder toevallig in de journalistiek geraakt. Een gesprek op café met een journalist van het nieuwsblad zou het begin betekenen van zijn carrière als freelance literair verslaggever. Toen hij echter merkte dat het een opdracht werd om boeken te lezen, zocht hij naar een andere uitdaging. Die vond hij in de economische berichtgeving. Een onbekende, maar boeiende wereld ging voor hem open.

 

Hij begon zich in te werken in de wereld van de economie, farmacie, media, sociale zaken en biotechnologie. Zo schreef hij onder meer een ophefmakend artikel over de groeiproblemen van Omega Pharma op een moment dat alle andere media het bedrijf de hemel in prezen. De aandelen van Omega Pharma daalden abrupt 30% in waarde, en Marc Coucke en KBC eisen zijn vel. Op de redactie was hij eensklaps een beroemd man en het had het einde van zijn carrière kunnen betekenen. Maar hij kreeg gelijk.  Ook een artikel over bijvoorbeeld Xeicon, een bedrijf gespecialiseerd in digitale print media, miste haar impact niet. Het bedrijf balanceerde op de rand van het faillissement, maar vond, mede dankzij de aandacht die het gekregen had door Roeland Byl, toch een Belgische overnemer.

 

Maar vooral het sociale aspect van de economie sprak Roeland aan. Wat is de impact op de mensen? Zo was hij dan ook de eerste om een probleem in de lagere middenklassen aan te kaarten. Omdat zij heel wat premies en staatssteun mislopen zijn zij vaak slechter af dan mensen uit een lagere inkomenscategorie. Zijn artikel “De aanslag op de middenklasse” – Trends 20 april 2006 – werd ondertussen al genomineerd voor de Citibank Prijs voor Journalistiek Talent.

 

Ook schreef hij al een boek met drie Trends collega’s. “Red de welvaartsstaat!” komt uit op het hoogtepunt van de manifestaties naar aanleiding van het generatiepact. Ze praten met vertegenwoordigers van de politieke en de socio-economische wereld. De kernvraag is duidelijk. Kunnen we onze welvaartsstaat behouden?

 

Nu heeft hij als eindredacteur een coördinerende rol, en tracht die aandacht voor de mensen achter het verhaal over te dragen op de redactie. Maar dat wil niet zeggen dat we het laatste gehad hebben van de pen van Roeland Byl. Hij spreekt weinig over zijn volgende projecten, maar kan moeilijk de geestdrift verstoppen waarmee hij zegt: “ik zal zeker nog wel iets schrijven”.

11:07 Gepost door Student in Portret | Permalink | Commentaren (0) | Tags: jelmen haaze |  Facebook |

23-01-08

Bronnengeheim is een tweesnijdend zwaard

Soms komt een journalist aan informatie waarvan de bron zich niet bekend wil maken. Maar dan moet die journalist wel alleen instaan voor de verdediging van zijn reportage.Zeker als de informatie komt van binnen een groot orgaan, zoals een overheidsdienst, kan een kleine gebeurtenis een immens gevolg hebben. Dan moet je wel erg sterk in je schoenen staan. Het bronnengeheim is één van de voornaamste rechten van de journalist. Dit om de pers in staat te stellen zijn rol als “waakhond” te spelen en het publiek in te lichten over kwesties van algemeen belang.Het maakt deel uit van het algemeen recht op vrije meningsuiting en de vrijheid van de pers. Vrijheden die zijn gewaarborgd in (grond)wets- en verdragsbepalingen.[1]  Voorzichtigheid dient wel in acht genomen te worden.De wetgeving maakt het de journalist wel mogelijk de taak van “waakhond” op zich te nemen, maar ze beschermt enkel de bron. Niet de journalist. Die wordt nog steeds geacht de normale onderzoeksactiviteiten te verrichten. Dit houdt onder meer in dat elke bron moet gewantrouwd worden.Bovendien blijkt dat, indien er een rechtzaak komt, de rechter eerst en vooral kijkt of het recht op wederwoord wel gerespecteerd werd.

 Het bronnengeheim is dus geen excuus om een verhaal niet volledig uit te spitten. In tegendeel. Een dossier verdedigen dat het jouwe niet is mag men niet onderschatten. Bovendien kunnen journalisten nog steeds veroordeeld worden voor de schade die ze  berokkenen. Je moet je dus nog meer informeren. Waarom geeft de bron deze informatie vrij? Is er een tweede, onafhankelijke bron die dit verhaal kan bevestigen? Waren er andere getuigen? Wie nam nota? Is dit wel het volledige verhaal?Een verhaal is nooit volledig. Maar hoe complexer de situatie, hoe belangrijker de keuze tussen wat wel en wat niet op te nemen in een artikel. De invalshoek van een complex verhaal wordt het verhaal. En wat als de invalshoek van de bron niet de juiste is?Als men de bron ter verantwoording kan roepen kan die zelf het dossier verdedigen.  Hoewel het bronnengeheim een zeer belangrijk werktuig is in de werkkoffer van de onderzoeksjournalist, vereist het een vaardige hand. Anders kan het zich wel eens richten tegen de meester.  


[1] Wet van 17 maart 2005 ter bescherming van het bronnengeheim en het arrest van het Arbitragehof van 7 juni 2006 alsook artikelen 19 en 25 van de Grondwet, al dan niet in samenhang gelezen met artikel 10 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens en met artikel 19.2 van het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten.

15:00 Gepost door Student in Bescherming van de bronnen | Permalink | Commentaren (0) | Tags: jelmen haaze |  Facebook |

08-01-08

Het geheim van Brussel

Geregeld organiseert de vereniging voor onderzoeksjournalistiek (VVOJ) debatcafés. De vraag waar nu over gedebatteerd wordt is “Produceren de duizend professionele journalisten in de Europese hoofdstad wel voldoende diepgravende, onthullende verhalen over de Europese Unie, de NAVO en andere internationale institituties?” Het debat, dat vlot gemodereerd word door Kristof Clerix van MO, krijgt van de meet af aan een duidelijke richting. “Er is hier een enorme machine op gang waarvoor wij niet geëquipeerd zijn”, zegt EU-correspondent Bernard Bulcke van dagblad De Standaard. Onder de 1000 journalisten die dagelijks Europa volgen zijn slechts vijf Vlaamse journalisten.  Verhalen zijn er anders wel genoeg “Vandaag is er 2,4 miljard euro verdeeld onder de lidstaten en de Belgische minister was er niet eens!” vervolgt hij. In Nederland is de situatie niet anders. Gert-Jan Dennekamp, verslaggever voor het NOS Journaal, stelt dat er slechts zo’n 20 Nederlandse journalisten in Brussel gestationeerd zijn. Die moeten bovendien ook nog de NAVO en België opvolgen. In Den Haag wemelt het van de journalisten.“Het is hier echter het Walhalla van de journalistiek!” roept ook hij uit. “In het informele circuit rond de EU Commissie zijn de geruchten duidelijk hoorbaar.” Het journalistiek voordeel van de EU is dat er veel tegenstrijdige belangen zijn. Daardoor is er bijna altijd iemand die wil spreken.

 “Lobby-watchdog” Erik Wesselius van het Amsterdamse Corporate Europe Observatory bevestigt dit, maar waarschuwt ook. “Vaak blijf je met een wrang gevoel achter, je weet niet in welk groot spel je meedraait, wie gebruikt je en waarom?” Ook stelt hij dat het een bijkomend probleem is om je verhaal gepubliceerd te krijgen. Soms moeten er “truckjes” toegepast worden. Zo rijken ze nu de “Worst Lobby Awards” uit. Bernard Bulcke zegt dat dit zelfs voor journalisten in dienstverband geen evidente zaak is. Zo wou hij een artikel over de Europese Conventie schrijven, maar kreeg amper ruimte. Pas toen hij de redactie er op wees dat aan de Afgaanse Conventie een paginagroot artikel gewijd was, verkreeg hij meer ruimte. Is er dan geen unique selling opportunity voor dergelijke artikels? Moeten we niet investeren in onderzoek? Vroeg moderator Kristof Clerix. “In België is het economisch draagvlak klein, maar we hebben wel de zelfde vaste kosten” antwoordt Bernard Bulcke. “Bovendien richt de Standaard zich tot een geschoold, meertalig publiek, en die kiezen meer en meer voor het internet en Engelstalige media”. In Europa kunnen enkel de Financial Times en de International Herald of Free Tribune echt gelden als een internationaal medium. Ook capacity pooling blijkt geen oplossing te bieden. Op vele redacties komen de verschillende diensten onderling al niet met elkaar in contact. Uit het publiek komt de vraag waarom er dan niet meer beroep gedaan wordt op externe fondsen?Bernard Bulcke zegt dat de Standaard daar niet aan mee zal doen. “De neutraliteit van die fondsen is niet altijd gegarandeerd.” Ook het NOS journaal werkt volgens Gert-Jan Dennekamp liever met eigen middelen. Voorlopig moet de journalist dus naast de dagelijkse verslaggeving ook de onderzoeken er bij nemen. “En wat ik dan doe vertel ik ook niet altijd aan mijn chef.” Besluit Gert-Jan Dennekamp.

15:24 Gepost door Student in DB week1 | Permalink | Commentaren (0) | Tags: jelmen haaze |  Facebook |

01-01-08

Waar ik leef

“Dus… daarom zijn we hier…“ de woorden zinderden nog even na in de stilte die volgde.
Wat viel er ook nog te zeggen?
Woorden als “vriendschap” en “vrienden” werden bijna nonchalant gebruikt. Het is wel anders geweest. Maar… zijn we allen politici geworden?
Half automatisch wisselen we de obligate protocollaire beleefdheden uit op weg naar de uitgang.
We moeten nuchter blijven… enkele zinsneden echoën na in mijn hoofd. “We zitten hier uit noodzaak… omdat we niet zonder elkaar kunnen…”
Tijd. Hoe tijdelijk is vriendschap? Verdwijnt de vriendschap als we elkaar niet langer nodig hebben?
Tijd. Hebben we wel tijd? Is het niet al veel te laat?

 “Herinner je je Abla nog?”
Ik kijk Fathi zwijgend aan. Hij verwacht ook niet echt een antwoord.
“Ze werkt nu voor het Amerikaanse Solidarity Center.”
Ze werkt er al bijna twee jaar. Dat is niet echt nieuws.
Onverstoord gaat hij verder.
“Ik ken niemand die de Amerikanen meer verwijten heeft toegeworpen dan Abla.”

 Fathi heeft zo zijn eigen manier om iets duidelijk te maken. Ooit wou hij poëet worden…
En nu? Terug naar huis. Het lijkt zo’n simpel verlangen. Maar waar is thuis. Waar eindigt mijn dorp, waar begint het zijne?
Waar eindigen mijn rechten, waar beginnen de zijne?
Een leven zonder grenzen lijkt zo eng.

 “Hier spelen kinderen op de muren!”
In België houden we niet van muren.
“Maar je hebt muren nodig, voor de privacy!!”
In België hebben we gordijnen.

 Nooit had ik gedacht dat een Palestijn zo’n vurig pleidooi voor een muur zou houden. Hij zelf waarschijnlijk ook niet.
Zo veel vragen.
En nu? Terug naar huis… terug naar huis… onbewust blijf ik het herhalen.
Terug naar huis. Amper meer dan een half uur rijden. Veel meer dan de meesten ooit zullen doen.
Terug naar huis. Ik ook. Maar hoe laat je dit achter.
De mensen gaan maar de droom blijft.
Zo veel vragen, maar de droom blijft.
En morgen?
Morgen, Gaza.


21:00 Gepost door Student in Mijn gemeente | Permalink | Commentaren (0) | Tags: jelmen haaze |  Facebook |

19-11-07

Sociale depressie.

Sociale Depressie  In de literatuur wordt depressie beschouwd als van interne oorsprong. Hierbij dient gedacht te worden aan bijvoorbeeld erfelijkheid, karakter, lichamelijke ziekte, medicijngebruik, nare ervaringen in het verleden of bijvoorbeeld stress.Michael Zeeman stelt dat de oorsprong extern kan zijn. Met name “het falen van de instituten van de democratie en de georganiseerde maatschappij”. Hij noemt dit fenomeen “Sociale Depressie”.Dit fenomeen is ongetwijfeld gerelateerd aan de discrepantie tussen wat de maatschappij biedt aan een individu, en het verwachtingspatroon van die persoon.Toch gaat hij voorbij aan de enorme evoluties die onze maatschappij op zeer korte tijd doormaakt, en de impact hiervan.Sinds de industriële revolutie heeft de rol van de staat zich sterk uitgebreid. Voorheen was de staat niet veel meer dan een vorst of regering onder controle van het leger. Haar macht was dan ook beperkt in ruimte en tijd, en fysieke grenzen waren vaak de facto onoverkomelijk.Nieuwe evoluties, onder meer in transport en communicatie, hebben ongekende mogelijkheden gecreëerd.Naarmate de mogelijkheden toenemen, stijgen echter ook de verwachtingen.Dat die verwachtingen cultureel bepaald kunnen zijn werd door Woodrow Wilson erkend in zijn visie van de Verenigde Naties, een vereniging van natiestaten.Een bespreking van de huidige kansen en problemen van dit systeem leidt me te ver.Wel dient vastgesteld te worden dat er ook universele dromen zijn. Iedereen wil werk, eten, drinken, een huis, liefde, een goede gezondheid en vrijheid.Het ontbreken van de mogelijkheden hierin voor jezelf te voorzien wordt bestempeld als armoede.Dat tot nu toe geen enkel gecentraliseerd systeem er in geslaagd is die mogelijkheden te creëren werd reeds door Ibn Khaldun erkend in de 14de eeuw toen hij stelde dat elk nieuw bewind in zich reeds de kiemen van haar ondergang draagt. Uiteraard kon hij zich toen geen complex systeem zoals onze gedecentraliseerde rechtsstaat indenken, waar behalve defensie, de overheid ook instaat voor scholing, toekennen van handels- en exportvergunningen, openbaar vervoer, riolering, sportfaciliteiten… en noem maar op.De Europese Sociale democratie slaagt hierin vrij goed. Dat het altijd beter kan spreekt voor zich.Waar Michaël Zeeman gelijk in heeft is dat het fenomeen dat hij als sociale depressie betitelt een van de meest prangende problemen is in onze geglobaliseerde maatschappij. Soms leidt het zelf tot volledige dorpen die aan depressiviteit leiden, of op zijn minst symptomen ervan.Dat dit in gevallen waar de discrepantie tussen de verwachtingen en de werkelijkheid heel groot is kan leiden tot extreme reacties, is in dit tijdperk van terrorisme wel duidelijk.Dat de beleidsvoerders het probleem ernstig dienen te nemen is vrij van enige twijfel.   Jelmen Haaze 

23:37 Gepost door Student in Zeeman | Permalink | Commentaren (0) | Tags: jelmen haaze |  Facebook |

09-11-07

Een lang staartje...

Wie frisdrank wil verkopen aan één miljoen mensen gaat extreme smaken uit de weg.Wie wil schrijven voor één miljoen lezers, schrijft mensen naar de mond. En hoe groter de markt, hoe flauwer het afkooksel. 
Let wel, deze Coca-Cola journalistiek is niet slecht, verre van! Meer nog, het creëert een basiscultuur en is aldus zelfs noodzakelijk. Maar ze biedt weinig variatie. Mensen willen ook al eens iets lezen dat dichter bij hun leefwereld ligt. Dit kan gaan van berichten over kantklossen met 9 mm staaldraad, de laatste kwantumvelden theorieën en wat heeft buurvrouw Martha gisteren toch alweer uitgespookt in café de natte hond...
 
De mogelijkheden hierin zijn enkel beperkt door onze eigen verbeelding, en publiek is er wel.
Zo is Uralyn Vlabel, winnares in de categorie “Mooiste Uier” in al haar glorie te bewonderen op
www.whh.be (Westhoek Holsteins). Trotse eigenaars Monbailleu Jacques en Bernice zullen zich de heugelijke dag lang herinneren. Zeker ook omdat zij goed beseffen wat zo’n prijsbeest tegenwoordig waard is…
 
Ook voor sponsors biedt een dergelijke aanpak gedroomde mogelijkheden.
ABS Global Genetics zal niet zo gauw op VTM of in Het Laatste Nieuws promotie maken.
Dat ze wegens een bijzonder lange winter dit jaar hun “Early Spring Semen Special” verlengden tot 30 april, is enkel voor een beperkt niche publiek interessant.
 
Het internet is voor dergelijke berichten het gedroomde medium. De opstartkosten zijn gering, en als het aantal pageviews toeneemt, stijgt enkel de opbrengst.
 
Wel zijn er twee problemen.
Hoe kleiner de niche, hoe minder nieuwsfeiten er te berichten vallen, en elke reporter die winstgevend wil zijn moet toch een minimum aan publiek trekken. Dit wordt nog moeilijker in ons klein taalgebied.
 
De concurrentie aangaan met de “gevestigde waarden” vergt enorme opstartkosten. Ook de drempel voor diegenen die willen gaan werken voor de grote media is erg hoog.

Een eigen markt bespelen vergt voornamelijk inspiratie, transpiratie, en een dosis geluk.
 
De reeds in de prijzen gevallen staart van Uralyn Vlabel, naast “Kampioene Mooiste Uier” was ze ook “Algemeen Kampioene West-Vlaanderen”, kan symbool staat voor deze evolutie.
De staart lijkt eindeloos, maar het gaat hem om de uier.
  


Jelmen Haaze

01:12 Gepost door Student in Een lang staartje | Permalink | Commentaren (1) | Tags: jelmen haaze |  Facebook |

25-10-07

"Articulatiekracht" van de Journalist

Wat blijft nog over van de articulatiekracht van de journalist ? In 25 jaar tijd is het medialandschap veranderd van een “gekleurde” naar een vrije pers die leeft onder de druk van verkoopscijfers of kijkcijfers. De journalist is gedwongen zijn verhaal te brengen op een manier die “verkoopt”, anders wordt het niet eens gepubliceerd.Bovendien lezen weinig mensen paginalange artikels, en zeker het medium televisie gunt de geïnterviewde vaak slechts luttele seconden. De handige politicus zal dan ook enkele oneliners inbouwen in zijn repliek, wetende dat de reporter juist die fragmenten zal gebruiken.Dit leidt echter onvermijdelijk  tot een polarisering, tot een zwart-wit weergave waarin langzaam de grijswaarden wegvallen. Gelukkig is er in onze democratische samenleving een gediversifieerde pers waarin het mogelijk is eenzelfde onderwerp vanuit een verschillende invalshoek te belichten. Zo stond in Nederland op vrijdag 15 juni rond elf uur op teletekst pagina 121 een bericht met de kop: "Rust in Gazastrook na zege Hamas." De Volkskrant van die zelfde dag berichtte over het zelfde onderwerp met de kop: "Hamas voert executies uit in Gaza." En wat als een “muur” niet zomaar een “muur” meer is maar een verdedigingsmuur, een noodzakelijk kwaad, een scheidingsmuur of een apartheidsmuur wordt?En wat is dan de juiste woordkeuze? Als die al bestaat.Voor de Israëlische zijde heeft de muur een zekere rust gebracht nu ze zien dat het aantal aanslagen is verminderd sinds de constructie van de barrière.Voor de Palestijnse boer die door de muur plots afgesloten wordt van zijn landerijen heeft de muur echter een duidelijk andere impact. Zeker als hij in de dagelijkse praktijk vaststelt dat het veelal volstaat enkele kilometers om te lopen of een laddertje tegen de muur te zetten om aan de andere zijde te geraken. Voor die Palestijn zijn het pesterijen, in het beste geval.Hoe formuleert een journalist die tegenstelling? Wat is de invalshoek van een reportage?In het voorgaande geval is het nog relatief eenvoudig aan correcte, verifieerbare informatie te geraken. Wat blijft over van de articulatiekracht van de reporter in een dictatuur?In China is men nu reeds de censuur aan het verscherpen in de aanloop tot de Olympische Spelen. Zelfs Google is onder staatscontrole. Hier is er wel een macht van de media, maar is de articulatiekracht van de journalist tot nul herleid.Zelfs in democratische regimes trachten spindoctors de media te bespelen. Als dit niet lukt verwijten zij dit in het laatste geval al snel de media of individuele journalisten. Twee basisvereisten om van een articulatiekracht van de journalist te kunnen spreken zijn dus zeker de persvrijheid en een goede reputatie van de berichtgevers.Hoewel de overgrote meerderheid van de reporters op professionele wijze omging met de dopingzaak omtrent Lefèvre, heeft de foute berichtgeving van één journalist die zijn bronnen wat al te vrij interpreteerde, de reputatie van de gehele mediawereld aangetast.Dat die media ook blijk hebben gegeven van een belangrijk zelfcontrolerend- en zelfcensurerend vermogen, wordt door de spreekwoordelijke man in de straat al snel over het hoofd gezien.Dit is een duidelijk voorbeeld van wat de impact van een (fout) bericht op een individu kan zijn. De impact op het collectief is minder duidelijk aantoonbaar. Zo ziet men bijvoorbeeld dat, ondanks het feit dat bijna de gehele Belgische pers het Generatiepact verdedigde en zelfs noodzakelijk noemde, ze er toch niet in geslaagd is de publieke opinie te kenteren. Hoewel het moeilijk is in te schatten wat de reactie op een artikel zal zijn, is het ongetwijfeld zo dat de media een belangrijke impact hebben op de maatschappij.Vooral in de Engelse taal is de gevoelswaarde van woorden daarom goed onderzocht. In ieder geval kan een beetje “stoken”, zoals boksers voor een boksmatch gewend zijn, de zaken interessanter maken. Dat sommige mensen hierop soms verkeerd reageren zal wel altijd blijven…   

Jelmen Haaze