25-03-08

Een portret

Roeland Byl kwam op de valreep nog in de sixties op de wereld. In 1969, een boeiend jaar waarin de hippies van Woodstock de boodschap van vrede en vrije liefde predikten. Het jaar ook waarin voor het eerst een mens een maanwandeling maakte, Eddy Merckx de Tour de France won en Abbey Road van The Beatles wekenlang op de eerste plaats in de hitparade stond. De film ‘Easyrider’ uit datzelfde jaar toonde de ultieme zoektocht naar vrijheid – sans toit, ni loi - in het verlengde van ‘On the road’ van Kerouac. Of deze vernieuwende, maatschappelijke stromingen ook leefden in het toen vrij brave, katholieke Vlaanderen is nog maar de vraag.

Roeland Byl groeide op in de seventies, een periode waar het besef groeide dat de sky niet langer de limit was. De ongebreidelde economische ontwikkeling leek in het gedrang te komen. Het was de tijd van de oliecrisissen, de autoloze zondagen, de ‘no future generation’. Byl was een kind van de koude oorlog, een periode met een eenvoudig bipolair wereldbeeld van een communistisch tegen een kapitalistisch blok. De grimmige wapenwedloop en de kernbomdreiging boezemden kinderen in die tijd serieus angst in. Anderzijds was het voor een kind ook een spannende tijd met allerlei nieuwigheden zoals de kleurentelevisie en de eerste Atari en andere spelcomputers.

Roeland Byl beleefde zijn adolescentie in de jaren ’80. Een periode waar subculturen zoals hardrock, punk, new wave en rockabilly veel aanhang vonden bij de jeugd. Byl was twintig toen de muur van Berlijn viel en het communistische systeem ineenstortte. Begin jaren ’90 begon Byl Germaanse filologie aan de bruisende Universiteit van Gent te studeren. Daarna trok hij naar Berlijn om er zich aan de universiteit in de literatuurwetenschappen te verdiepen. Een boeiender plek dan Berlijn waar toen de hereniging van de twee Duitslanden aan de gang was, is moeilijk denkbaar.

Na een opleiding journalistiek aan de VLEKHO in Brussel lonkte voor Roeland Byl een bestaan als journalist. Een toevallige ontmoeting, tussen pot en pint, opende voor hem de deur naar de literatuursectie van Het Nieuwsblad. Als freelancer schreef Roeland Byl een hele tijd voor verschillende opdrachtgevers, en niet louter over literatuur. Bij de creatie van een economisch katern bij de Standaard sloeg Byl een nieuwe weg in. Hij legde zich voortaan toe op economische berichtgeving en kon de literatuur weer louter voor zijn plezier en in zijn vrije tijd opvolgen. Toen het magazine Trends hem in 1998 een vaste baan als journalist aanbood, ging Byl daar graag op in. Ondertussen is hij opgeklommen tot de functie van eindredacteur.

Roeland Byl liet zich opmerken met enkele spraakmakende stukken onderzoeksjournalistiek die heel wat stof deden opwaaien. Hij berichtte als eerste over de nakende lancering van het tijdschrift Bonanza, dat de tegenhanger van Humo zou worden. Terwijl de economische pers het Belgische bedrijf Omega Pharma de hemel in prees, plaatste hij vraagtekens bij de groei van Omega Pharma. Zijn artikel had een nefaste invloed op de beurskoers van het bedrijf. Verder heeft zijn berichtgeving over het bedrijf Xeikon er mee voor gezorgd dat het bedrijf bij de overname wel in Belgische handen bleef. Recenter bracht hij de inhoud van het contract tussen Woestijnvis en de openbare omroep aan het licht. Samen met drie collega’s van Trends schreef Roeland Byl het boek ‘Red de Welvaartstaat’. Hierin zoeken de vier journalisten naar oplossingen om de welvaartstaat betaalbaar te houden.

In 2007 werd Roeland Byl genomineerd voor de Prijs voor Journalistiek Talent door de Citigroup met een stuk over de welvaartsval. Hij berekende dat de middenklasse in ons systeem vaak minder goed af is dan de lagere sociale klasse, omdat zij heel veel premies en staatssteun misloopt. Aldus kreeg Byl ook internationale erkenning voor zijn journalistieke werk.

Annick De Beule

13:09 Gepost door Student in Portret | Permalink | Commentaren (0) | Tags: annick de beule |  Facebook |

08-01-08

Waar ik woon

Geprangd tussen de statige Koningstraat, de bocht van de kleine ring tussen de Kruidtuin en Madou, en het stukje Wetstraat waar de ambtswoning van de Premier en het Belgische parlement uitgeven op het Warandepark bevindt zich de Onze-Lieve-Vrouw ter Sneeuwwijk. Deze uithoek van de gemeente Brussel-Stad is een weinig gekend en dus onvoldoende bemind stadsdeel.

De wijk ontleende haar naam aan een kapelletje dat ondertussen al lang met de grond is gelijk gemaakt. Haar historische hoogtepunt beleefde de buurt rond 1830. Ze vormde toen het schouwtoneel voor de evenementen die geleid hebben tot de onafhankelijkheid van ons land. De straatnamen verwijzen trouwens nog steeds naar begrippen die in die periode tekenend zijn geweest: het congres, het voorlopig bewind, het ijzeren kruis ...

Tussen 1850 en 1859 trokken urbanisten de 25-meter hoge Congreskolom op naar plannen van architect Poelaert. Deze kolom herdenkt het Nationaal Congres dat als voorlopige parlement van 1830 de eerste grondwet bekrachtigde. Sinds 1922 brandt aan de voet van de kolom ook de eeuwige vlam ter ere van het graf van de Onbekende Soldaat. Op voor België historisch belangrijke feestdagen – zoals de wapenstilstand – weergalmt dan ook de Brabançonne door onze straten. Een strak in het glimmend pak gehesen fanfare begeleidt op die gelegenheden de weinige oud-strijders die ons nog resten, en in enkele gevallen zelfs de koning, die het graf van de Onbekende Soldaat komen groeten.

Vanaf 1860 wilden de machthebbers de armtierige Onze-Lieve-Vrouw ter Sneeuwwijk in de nabijheid van het Parlement heraanleggen en verfraaien. Charles Rogier van wie nu een standbeeld in de wijk staat, zei destijds dat deze ‘beschamende cloaca’ moest verdwijnen. En zo geschiedde. Rond 1875 onderging de buurt een grote renovatie.

Ook nu nog is de O-L-V ter Sneeuwwijk het politieke centrum van ons land. Wegens de aanwezigheid van het Parlement behoort de buurt zelfs tot de neutrale zone. Die zetten de veiligheidsdiensten bij betogingen af met Friese ruiters en waterkanonnen. Oproerkraaiers zouden het eens in hun hoofd halen het parlement te bestormen!

Het kloppende hart van de wijk is vandaag ongetwijfeld het Vrijheidsplein, en niet enkel voor politici. Op het plein komen vooral in de zomer buurtbewoners, toeristen en pendelaars op de terrassen hun dorst lessen. Onder de platanen genieten ze van het zicht op de prachtige gevels in de typisch Parijse Haussmann-stijl. De vier straten die uitgeven op het Vrijheidsplein zijn genoemd naar de vier in de eerste grondwet ingeschreven vrijheden: de eredienst, de vereniging, het onderricht en, last but not least, de drukpers. Is er een mooiere plek met zoveel symboliek en geschiedenis denkbaar om er op een zonnige zomerdag een glas te komen drinken?

Annick De Beule

09:57 Gepost door Student in Mijn gemeente | Permalink | Commentaren (0) | Tags: annick de beule |  Facebook |

09-12-07

Hij was nog zo slecht niet...

Was Nicolae Ceausescu in de winter van '89 niet gefusilleerd, dan maakte hij veel kans om de volgende presidentsverkiezingen in 2009 van Basescu te winnen. Volgens de recente opiniepeiling van Stichting Soros en van Gallup is ruim 20 % van de ondervraagden ervan overtuigd dat Ceausescu het land veel schade heeft berokkend. Tegelijkertijd meent een kwart van de ondervraagde populatie dat hij de politieke leider was die de afgelopen eeuw het meest voor het land heeft gedaan.

Net als een aanzienlijk aantal voormalige Oost-Duitsers die met 'ostalgie' kampen, valt een goed deel van de Roemenen ten prooi aan heimwee naar de communistische periode. De socioloog Mircea Kivu verklaart die pro-Ceausescu houding veeleer als een vorm van protest. De ontevredenen zijn tijdens de transitie uit de boot gevallen en hebben moeite om zich in de nu sociaal sterk gepolariseerde samenleving te handhaven. De tijd van toen, de 'Epoca de aur' (gouden periode), zoals de Ceausescu's het graag noemden, lijkt nu zoveel aantrekkelijker. De nostalgici onthouden het vaste loon op het einde van de maand, het appartement van de staat, de politieke voorspelbaarheid en de ogenschijnlijke sociale gelijkheid.

Hun selectieve geheugen speelt hen duidelijk parten. De lege winkels, het urenlange aanschuiven voor een brood, de koude winters zonder verwarming, de onophoudelijke stroomonderbrekingen zijn naar verre uithoeken van hun hersenen verbannen. Ook het sfeertje van verdachtmakingen, de angst voor verklikking en het ontbreken van de vrije meningsuiting hebben ze verdrongen. Deze misnoegde bevolkingsgroep vlucht duidelijk in het verleden. Deze ontevredenen zijn ontgoocheld in de huidige politieke klasse en ze voelen dat ze geen perspectief op sociale vooruitgang hebben.

Stemmen gaan op die zeggen dat veel Roemenen verlangen naar een republiek à la Putin met een meerpartijenstelsel en een markteconomie, maar paternalistisch en geleid. De mythe van de sterke leider leeft nog altijd in de geesten. De leider en bij uitbreiding het staatsapparaat blijven verantwoordelijk voor het individuele welzijn. Ordehandhaving primeert boven de naleving van individuele vrijheden.

De Roemeen is evenwel een salonrebel. Enkel vanuit zijn zetel ventileert hij zijn ongenoegen. Sociaal en politiek engagement, geloof in de anderen en tolerantie voor verscheidenheid zijn eigenschappen die de modale Roemeen ontbreekt. Deze laatste zoekt zijn toevlucht in zijn geloof en zijn gezin. En een politieke leider moet een herder zijn die hem veilig thuis brengt en over hem waakt. Eigenlijk een softe versie van Nicolae Ceausescu, zonder zijn echtgenote Elena evenwel. Maar dat is nog een heel ander verhaal.

Annick DB

12:25 Gepost door Student in DB week1 | Permalink | Commentaren (0) | Tags: annick de beule |  Facebook |

27-10-07

Is een blogger een journalist, is een journalist een blogger?

‘To blog or not to blog’ is de existentialistische vraag die aanstormend jong schrijftalent en reeds goed in het zadel zittende journalisten zich vandaag stellen. Wie mee is met zijn tijd, kan niet meer om het blogfenomeen heen. Kan je een blogger die zijn meningen op het net ventileert en er zijn zielenroerselen blootgeeft een journalist noemen? Valt een professionele journalist met een eigen weblog te reduceren tot een doorsnee blogger?Weblogs en bij uitbreiding de burgerjournalistiek worden vaak afgezet tegen de ‘echte’ pers en het werk van ‘echte’ journalisten. Het verschijnsel zet in ieder geval de medialogica op zijn kop. Elke computeralfabeet kan met een minimaal budget een communicatiekanaal met de rest van de wereld openen. Kapitaalkrachtige mediagroepen zien het met lede ogen aan, en journalisten voelen zich wel eens bedreigd door het succes van dit nieuwe medium. De meeste weblogs is echter een kort leven beschoren. Het vergt heel wat discipline, tijd en creativiteit om bloglezers geregeld boeiend leesvoer aan te reiken. Zeer snel beperkt het publiek van deze blogs zich tot een kleine kring van welwillende vrienden en familieleden, terwijl het net de bedoeling is gevoelens en opinies te delen met de wijde wereld. Sommige bloggers hebben hun focus gelegd op nieuwsgaring. Zij brengen nieuws heet-van-de-naald van op plaatsen waar andere media afwezig zijn of over thema’s waarvoor elders minder interesse is. Een aantal van hen slaagt erin naambekendheid te verwerven en een vast lezerspubliek te bereiken, wegens de kwaliteit of de nieuwswaarde van hun werk. Enkele getalenteerde bloggers, zoals Salam Pax die dagelijks ter plaatse op zijn blog berichtte over de invasie van Irak en die nu voor de Britse krant ‘The Guardian’ schrijft, schoppen het tot journalist in de traditionele media en komen zo in de vijver van de vakpers zwemmen. Ook journalisten voelen zich geroepen om via een weblog hun frustraties en verwondering aan de wereld kenbaar te maken. Via dit nieuwe podium op het web kunnen ze zich profileren, los van een redactie of een organisatie, en een zekere waardering nastreven. De kwaliteit van dergelijke blogs ligt doorgaans stukken hoger dan die van de bulk van de bestaande blogs, toch is dit geen garantie op een ruim lezerspubliek. Al dan niet bloggen is geen kwestie van leven of dood in de journalistiek. Bloggers en journalisten kunnen gerust naast elkaar opereren, en zelfs interageren. Het blogverschijnsel zal de klassieke media niet verdringen en van journalisten geen uitstervend ras maken. Een professionele journalist met een eigen blog is een journalist met een – soms zeer verdienstelijke – hobby. Een blogger is geen journalist, al kan de succesvolle, getalenteerde blogger in een zeldzaam geval zijn webactiviteiten als een opstapje gebruiken om tot de journalistiek door te stoten. student - ADB

18:55 Gepost door Student in To blog or not to blog? | Permalink | Commentaren (1) | Tags: annick de beule |  Facebook |