19-11-07

Beste Zeeman

Beste Zeeman,

Met veel genoegen las ik uw bijdrage van jongstleden in deze prachtkrant, de volksverheffende spreekbuis van weldenkend Nederland. Net zoals altijd genoot ik ervan, niet alleen omwille van de intellectuele voldoening die ik eruit put, of omwille van de snedigheid van uw pen, maar ook omwille van het inzicht in de psychologie van de progressieveling die het me verschafte.

Ik kan me U namelijk zo voor de geest halen, daar in uw loft aan het Leidscheplein, druk pennend de wereld verbeterend. Want U bent ontevreden. Ontevreden met een wereld die sneller draait dan U wel zou willen. Ontevreden met een wereld die aan de greep van Uw ijzeren ideologie ontsnapt.

 

Ik ken U niet persoonlijk, ik heb uw gezicht nooit op TV gezien, in feite weet ik ook niet dat U op het Leidscheplein woont. Voor mijn part woont U op een boerderij te Volendam. Maar ik meen U wel te kunnen plaatsen. U bent momenteel achteraan in de 50, vooraan in de 60. Uw vader was klerk, uw moeder een brave huisvrouw. In 1968 verliet U het dorp in de Veluwe waar U bent opgegroeid om te gaan studeren in Amsterdam. En wat U daar zag gebeuren heeft U voor het leven getekend. De oproer van de studenten, de Provo’s, de vrije liefde, uw lidmaatschap bij de marksistiese studentenbond vervulden U met een zelfvertrouwen dat U voorheen niet had. U had inzicht in de mechanismen die de wereld doen draaien, en U en Uw kameraden zouden dat inzicht gaan gebruiken om de maatschappij te gaan veranderen. Dat elan dreef U verder, U betoogde tegen de raketten, tegen Wassenaar, tegen …

 

En toen viel de Muur. U omarmt Wim Kok en zijn regering die de ideologische tegenstellingen ophief. Het ging U echter niet van harte, zulke flauwiteiten hebt U nooit echt kunnen smaken. Francis Fukuyama en Wim Kok, twee personen die Uw gemoed geen goed hebben gedaan. Had U het dan toch bij het verkeerde eind… U trekt zich daarom maar terug bij uw gezin en uw dure loft. En dan – O rampspoed – de reactionaire Pim Fortuyn, meer populist dan U ooit bent geweest, weet de door U eens geprezen arbeidersklasse te verleiden door op de kleinburgerlijke angsten te spelen. Ik zou in Uw plaats voor minder teksten schrijven waar je huilerig van wordt.

 

Klopt dit enigzins? Het kan natuurlijk goed zijn dat U vroeger geboren bent, dat u mei ’68 alleen maar kent uit de verhalen van uw ouders. Maar het punt dat ik wil maken is het volgende: U bent hongerig, maar de huidige wereld stilt Uw honger niet. En laat me zeggen dat dit me spijt. De wereld heeft geen behoefte aan depressieve idealisten.

Mijnheer Zeeman, een groot schrijver die in zijn tijd met heel wat hongerige mensen te maken had, beschreef zijn gedreven landgenoten ooit als volgt: 

                                Jij stond als vleesgeworden …
                                Het land der Vaad’ren tot berisping 
                                Jij, liberaal – idealist

Hij drukte in heel zijn werk eigenlijk zijn angst, maar ook zijn medelijden uit tegenover de zelfverklaarde revolutionairen uit het Rusland van toen. Angst hoeven we nu niet meer te hebben, medelijden des te meer. Mijnheer Zeeman, mijn raad aan U is de volgende: Uw depressiviteit is het gevolg van uw eigenzinnigheid. Het is niet de rest die langs de maatschappij heen leeft, maar U zelf. Leer luisteren in plaats van berispen, leer begrijpen in plaats van uit te leggen. Geloof me, U gaat er U beter door voelen!

Geheel de Uwe,

Alex Van Steenbergen

23:39 Gepost door Student in Zeeman | Permalink | Commentaren (0) | Tags: alex van steenbergen |  Facebook |

15-11-07

Valium en therapie

Journalistiek in het jaar 2100

 

Journalistiek is een business. Ze verschilt hierin niet van pakweg het boerenbedrijf of de software industrie, waarbij de aantrekkelijkheid van de sector bepaald wordt door de mate van competitie die er speelt. Boeren concurreren zichzelf doorgaans de dieperik in, terwijl de CEO’s van monopolies als microsoft de hitlijsten van Forbes bevolken. Omdat concurrentie het verschil maakt tussen succes en afgang, is het in een snel veranderende markt als de media van primordiaal belang in te schatten wat de toekomst op dit vlak te bieden heeft.

 

Het is daarbij belangrijk op te merken dat de digitale revolutie die we nu meemaken van een totaal andere orde is dan het revolutietje dat zich in de jaren ’70 heeft afgespeeld. De laatste was vooral vraaggedreven. Een aantal slimme journalisten had ingezien dat het nieuwe publiek dat zich aandiende hoger opgeleid en vooral onafhankelijker in gedachten was dan hun voorgangers, wat hen de kans gaf om de poten onder de politiek gesubsidieerde organen onderuit te zagen. De essentie van het mediabedrijf veranderde echter niet. Hoge vaste kosten en de ondeelbaarheid van het product bleven publiceren een dure aangelegenheid maken. Concurrentie bleef dan ook beperkt tot een vrij goedaardige oligopolieachtige situatie.

 

In tegenstelling tot die in de jaren 70 speelt de nieuwe revolutie zich af aan de aanbodzijde. Dankzij IT is het gedaan met de vaste kosten die nieuwe spelers ervan weerhouden de markt te betreden. Dankzij RSS feed kunnen we nu aan lage kosten op maat gemaakt nieuws krijgen zonder dat we het er het hele pakket van een krant of tijdschrift erbij moeten nemen. Voor wie er nog aan wil twijfelen: dit is de een revolutie van het kaliber oktober 1917 die geen spaander zal heel laten van de oude wereld.

 

Het resultaat zal dan ook zijn dat de media de wereld van de hyperconcurrentie gaan betreden. Winstmarges zullen dalen, de druk op de producenten zal toenemen. En het valt dan ook te vrezen dat het resultaat negatief zal uitvallen, zowel voor de kwaliteit van de media als voor de journalist als persoon.

 

Een matige vorm van concurrentie is niet slecht voor de kwaliteit van de nieuwsmedia. Media economen toonden aan dat milde competitie leidt tot grotere, beter uitgeruste redacties, minder werkdruk per individuele journalist, wat dan weer leidt tot betere inhoud. Onderzoeksjournalisten leven op in een omgeving die hen de ruimte geeft hun ding te doen.

 

Wanneer het echter uit de hand loopt, dan keert deze situatie zich om. In de zenuwachtige, overbevolkte markt van morgen zijn minder middelen en tijd voorhanden voor onderlegd werk. De druk – niet in het minst vanwege de steeds machtigere adverteerders – tot korte termijn succesjes zal immens zijn. Journalisten kijken in zo’n omgeving tegen steeds kortere deadlines aan, waardoor de kwaliteit onvermijdelijk in het gedrang komt. Minder ruimte voor reflectie maakt dat de inhoud zal verworden tot telexachtige scoops, waarbij minder evidente onderwerpen het moeten afleggen van de gemakkelijke thema’s: misdaad, schandaal en sex. Omdat adverteerders zich van hen afkeren zullen onderzoeksjournalisten maar een kans maken als hun consumenten voor een duurder product willen blijven betalen.

 

En wat met de journalist als individu in dit verhaal? Net zoals de boer tegenover de agrobusiness zal de freelancer zich tegenover adverteerders in een weinig benijdenswaardige positie bevinden. Hij is namelijk maar een van de vele broodschrijvers geworden, meer werknemer dan ondernemer.

 

De grote econoom John Hicks wist de essentie van zijn vakdomein puntig te verwoorden: ‘de grootste beloning van een monopolie is een rustig leven’. Dit indachtig wordt de journalist van de toekomst waarschijnlijk een van de beste klanten van valium en therapie.

 

Alex Van Steenbergen

14:47 Gepost door Student in Een lang staartje | Permalink | Commentaren (4) | Tags: alex van steenbergen |  Facebook |