11-05-08

Media en gerecht: behoeders van de staat.

Het zwijgrecht van een journalist inzake bronvermelding, is een logisch gevolg van de persvrijheid. Persvrijheid is pas mogelijk als officieuze informatiebronnen vrijuit kunnen spreken tegen journalisten zonder het risico te lopen op sancties. Pas dan kan een journalist zijn rol als waakhond van de democratische maatschappij naar behoren uitvoeren en wantoestanden aanklagen die anders in de doofpot zouden belanden. Het belang van dit principe werd voor het eerst internationaal erkend in 1996 door het Europees Hof in Straatsburg tijdens het Goodwin-arrest. Dit arrest bepaalde dat het journalistieke bronnengeheim beschermd moet worden in het kader van de persvrijheid en enkel aan banden kan worden gelegd door het gerecht als er hogere maatschappelijke belangen op het spel staan. De bescherming van journalistieke bronnen valt onder artikel 10 van het Europese verdrag tot Bescherming van de rechten van de Mens.

Aangezien dit verdrag geen wettelijke bepalingen inhield, stonden in België journalisten en gerecht nog meermaals lijnrecht tegenover elkaar. In 2002 belandde José Masschelin van Het Laatste Nieuws enkele dagen in de cel omdat hij weigerde te onthullen wie hem het strafdossier van de pedofiel Joop Schafthuizen had gegeven. In dat zelfde jaar werden Douglas De Coninck en Marc Vandermeir veroordeeld tot het betalen van 25 per uur zo lang zij weigerden hun bronnen vrij te geven. Op basis van geheime NMBS-documenten schreven de twee journalisten van De Morgen de stijgende kosten van het nieuwe treinstation in Luik toe aan de excessieve persoonlijke uitgaven door architect Calatrava.  

De nood aan een wettelijke bepaling van het journalistieke zwijgrecht leidde in april 2005 uiteindelijk tot ‘de wet op de bronnenbescherming’. Waar voorheen de rechter de ‘hogere maatschappelijke belangen’ bepaalde, werden deze nu in de Belgische wet vastgelegd. De wet bepaalt dat een journalist de identiteit van zijn bronnen niet moet bekend maken, tenzij de fysieke integriteit van één of meerdere personen bedreigd wordt. De bescherming van het bronnengeheim is dus niet absoluut. Wanneer een journalist een tip krijgt in verband met een terroristische aanslag en dit publiceert, kan hij gedwongen worden zijn informatiebron vrij te geven. Nogal voor de hand liggend: welke normale mens zou deze morele plicht nu niet naleven? Belangrijker is dat door deze wet de journalist niet meer in eender welke situatie kan gedwongen worden zijn bronnen te verhullen. De uitzonderingen op het zwijgrecht zijn wettelijk bepaald: enkel wanneer er fysieke bedreiging heerst. En niet zoals Luc Lamine zou gewild hebben: ook bij bedreiging van persoonlijke integriteit.

Niet lang na de stemming van de wet, doken de eerste problemen op. Voor wie geldt de bescherming van het bronnengeheim? Wie is de journalist in tijde van internettelevisie, blogs en fotograferende gsm’s? Op 7 juni 2006 schrapte het Arbitragehof in een arrest de discriminatie tussen bezoldigde en onbezoldigde journalisten, zoals voorheen bepaald in de wet. Niet enkel bronnenbescherming voor de beroepsjournalist dus, maar ook voor de talrijke bloggers. Verder vinden sommige journalisten dat de wet nog teveel ruimte laat om het gerecht het bronnengeheim te laten misbruiken. “Als het voor hen belangrijk genoeg is, dan vinden ze wel een manier. In plaats van te vragen naar je bronnen, pent de onderzoeksrechter gewoon een aanhoudingsbevel neer voor betrokkenheid bij diefstal of bendevorming of zo.”, zegt Martin Koenen  -de toenmalige HUMO-journalist die in 1985 4 dagen in de cel zat wegens het niet willen vrij geven van zijn bronnen- in een interview met studente Yannick Guldentops.

Het gerechtelijk apparaat en de media staan voor een moeilijke evenwichtsoefening. Het gerecht blijft de media al te vaak zien als een vanzelfsprekend hulpmiddel in de gerechtelijke zoektocht naar de waarheid. De journalisten anderzijds blijven halsstarrig vasthouden aan hun zwijgrecht. Ze komen vaak lijnrecht tegenover te staan, maar dienen beide uiteindelijk toch hetzelfde doel: waken over de pijlers van de democratische staat.

Ilse Schoonackers

15:57 Gepost door Student in Bescherming van de bronnen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

23-01-08

Bronnengeheim is een tweesnijdend zwaard

Soms komt een journalist aan informatie waarvan de bron zich niet bekend wil maken. Maar dan moet die journalist wel alleen instaan voor de verdediging van zijn reportage.Zeker als de informatie komt van binnen een groot orgaan, zoals een overheidsdienst, kan een kleine gebeurtenis een immens gevolg hebben. Dan moet je wel erg sterk in je schoenen staan. Het bronnengeheim is één van de voornaamste rechten van de journalist. Dit om de pers in staat te stellen zijn rol als “waakhond” te spelen en het publiek in te lichten over kwesties van algemeen belang.Het maakt deel uit van het algemeen recht op vrije meningsuiting en de vrijheid van de pers. Vrijheden die zijn gewaarborgd in (grond)wets- en verdragsbepalingen.[1]  Voorzichtigheid dient wel in acht genomen te worden.De wetgeving maakt het de journalist wel mogelijk de taak van “waakhond” op zich te nemen, maar ze beschermt enkel de bron. Niet de journalist. Die wordt nog steeds geacht de normale onderzoeksactiviteiten te verrichten. Dit houdt onder meer in dat elke bron moet gewantrouwd worden.Bovendien blijkt dat, indien er een rechtzaak komt, de rechter eerst en vooral kijkt of het recht op wederwoord wel gerespecteerd werd.

 Het bronnengeheim is dus geen excuus om een verhaal niet volledig uit te spitten. In tegendeel. Een dossier verdedigen dat het jouwe niet is mag men niet onderschatten. Bovendien kunnen journalisten nog steeds veroordeeld worden voor de schade die ze  berokkenen. Je moet je dus nog meer informeren. Waarom geeft de bron deze informatie vrij? Is er een tweede, onafhankelijke bron die dit verhaal kan bevestigen? Waren er andere getuigen? Wie nam nota? Is dit wel het volledige verhaal?Een verhaal is nooit volledig. Maar hoe complexer de situatie, hoe belangrijker de keuze tussen wat wel en wat niet op te nemen in een artikel. De invalshoek van een complex verhaal wordt het verhaal. En wat als de invalshoek van de bron niet de juiste is?Als men de bron ter verantwoording kan roepen kan die zelf het dossier verdedigen.  Hoewel het bronnengeheim een zeer belangrijk werktuig is in de werkkoffer van de onderzoeksjournalist, vereist het een vaardige hand. Anders kan het zich wel eens richten tegen de meester.  


[1] Wet van 17 maart 2005 ter bescherming van het bronnengeheim en het arrest van het Arbitragehof van 7 juni 2006 alsook artikelen 19 en 25 van de Grondwet, al dan niet in samenhang gelezen met artikel 10 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens en met artikel 19.2 van het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten.

15:00 Gepost door Student in Bescherming van de bronnen | Permalink | Commentaren (0) | Tags: jelmen haaze |  Facebook |

18-01-08

Bronnengeheim

Is absoluut bronnengeheim nodig? 

Op de site van de Vlaamse Vereniging voor journalisten kun je lezen dat België in 2007 opgeklommen is tot de vijfde plaats op de wereldranglijst van de persvrijheid die Reporters sans Frontières elk jaar opmaken. De criteria die zij daarvoor gebruiken hebben te maken met het wettelijke kader en het economische kader waarin de journalisten werken.Extra aandacht schenken ze aan individuele aanslagen op de vrijheid van de journalisten, van moorden tot morele druk. Nederland is zijn eerste plaats, zoals laat vermoeden, kwijtgespeeld. 

In België kan de rechter een journalist dwingen zijn informatiebron vrij te geven. Er moet echter sprake zijn van het voorkomen van een misdrijf dat ernstige bedreiging oplevert voor de fysieke integriteit van één of meer personen. En de journalist bezit informatie die niet op een andere manier kan worden verkregen. Hoe deze laatste voorwaarde wordt beoordeeld, staat niet beschreven in de ‘Wet tot bescherming van de journalistieke bronnen’. Je kunt ervan uitgegaan dat als een journalist informatie kan verkrijgen, anderen dit ook kunnen en het bronnengeheim in België vrij absoluut is. 

De ‘Wet tot bescherming van de journalistieke bronnen’ --verschenen in het Belgisch Staatsblad op 7 april 2005-kwam er vrij snel nadat het Antwerpse gerecht op de redactie van De Morgen en bij onderzoeksjournaliste Anne De Graaf thuis huiszoekingen had uitgevoerd om haar bronnen te achterhalen. Zelfs de mobiele telefoon van Anne De Graaf werd afgetapt.  Anne De Graaf kreeg een minieme schadevergoeding. Door de rechtszaak verloor de onderzoeksjournaliste echter haar informatiebronnen. Ze werd ontslagen bij De Morgen omdat ze niet meer rendabel was voor de krant. Een grotere discussie dan ‘moet het bronnengeheim absoluut zijn’ is misschien wel hoe een journaliste die haar opgebouwde vertrouwensrelaties kwijtspeelt door een rechtszaak, vergoed kan worden.  

In november 2007 werd de Belgische staat door het Europese Hof veroordeeld voor het schenden van het bronnengeheim. Bij een Duitse journalist werd een huiszoeking uitgevoerd, zijn materiaal werd in beslag genomen, om de persoon die gelekt had te vinden. Het nieuwe arrest van Het Europese Hof voor de  Rechten van de mens geeft duidelijk aan dat het bronnengeheim geen privilege is maar een wezenlijke pijler is van het recht op informatie en dat deze met de grootste omzichtigheid moet worden behandeld. De Belgische staat moet een schadevergoeding van 40,000 euro betalen aan de journalist. Een veel groter bedrag dan de schadevergoeding die Anne De Graaf kreeg. 

Sinds de ‘Wet tot de bescherming van de journalistieke bronnen’ werd goedgekeurd zijn er minder aanvaringen tussen gerecht en pers, tussen politie en pers. En pronken we op de vijfde plaats. Het laatste arrest van het Europese hof dwingt duidelijk tot het respecteren van het bronnengeheim. Maar wat doen ze met creatieve rechters? Indymedia.be, “Gerecht vindt originele manier om bronnengeheim te doorbreken”. Misschien is het in dit (Ape)landje dan toch nodig om te ijveren voor een wettelijk vastgelegd absoluut bronnengeheim.

Anne De Graaf publiceert ondertussen opnieuw in De Morgen en heeft in oktober de Noord – Zuid persprijs gewonnen.Isabel Hoornaert.      

11:26 Gepost door Student in Bescherming van de bronnen | Permalink | Commentaren (0) | Tags: isabel hoornaert |  Facebook |

16-01-08

Moet de bescherming van de bronnen absoluut zijn?

In België is de bescherming van de journalistieke bronnen bij wet geregeld sinds 2005. Deze wet wordt alom geroemd als één van de meest vergaande van Europa. Is deze wet dan een goede zaak?

De journalist is voor zijn informatie afhankelijk van bronnen. Een journalist met de ambitie te onthullen wat doorgaans verborgen blijft, des te meer. Het bronnengeheim is dan ook essentieel om dit werk mogelijk te maken. Informanten van journalisten nemen niet zelden een persoonlijk risico door hun informatie met journalisten te delen. Zonder bescherming zouden heel wat journalistieke bronnen snel opdrogen. Wie zou nog praten met de pers als één dag later de politie bij de journalist aanklopt en nog een dag later bij de bron zelf aan de deur staat?

Wie belang hecht aan een sterke, onafhankelijke pers, is dus zonder meer voorstander van een sterke bescherming van het bronnengeheim. Sterker, wie de persvrijheid erkent als één van de pijlers van de democratie, kan maar zeer weinig uitzonderingen toestaan op de bescherming van het bronnengeheim. Kort en duidelijk: enkel wanneer door onthulling van de bron een halsmisdrijf kan voorkomen worden, kan de verder absolute bescherming van het bronnengeheim doorbroken worden. Enkel de bescherming van een mensenleven is een hoger recht dan de bescherming van de persvrijheid.

Wie garandeert anders dat straks de boekhouder zijn frauderende baas ontmaskert, de ambtenaar de vuile zaakjes van zijn administratie naar de pers brengt, de verzorger aan het publiek een gedopeerde sporter toont voor wat hij is? (TA)

22:47 Gepost door Student in Bescherming van de bronnen | Permalink | Commentaren (1) | Tags: timothy anthonis |  Facebook |

11-01-08

 

DEEP THROAT

Het complot tegen de samenzweerders

Toen Richard Nixon op 9 augustus 1974 aan boord van Navy One stapte, was hij president af. De spionagezaak van Watergate was als een boemerang in zijn gezicht terechtgekomen en had hem uiteindelijk de kop gekost. Nixon bezat schriftjes vol lijsten van de vijanden die hielpen hem de das om te doen. Maar toch zou zelfs hij, de meester – intrigant, nooit te weten weten komen wie zijn nemesis was.

Nixons val was het gevolg van de vruchtbare samenwerking tussen Washington Post journalisten Bob Woodward en Carl Bernstein en de enigmatische informant die later de bijnaam ‘Deep Throat’ zou krijgen. De legende gaat dat deze Deep Throat zijn partners tijdens ontmoetingen in een donkere parkeergarage in DC de informatie verschafte die de dag erop het Watergate schandaal maakten. Nixons presidentschap was dodelijk gewond terwijl de beide journalisten zich van de Pulitzer verzekerd wisten. En het debat over de openbaarheid van de journalistieke bron kreeg een nieuwe impuls.

Woodward en Bernstein weigerden gedurende jaren de identiteit vrij te geven van de man die hun carrière had helpen maken. Pas na diens dood werd bekend gemaakt dat het ging over de toenmalige onderdirecteur van de CIA W. Mark Felt. Woodward en Bernstein beschreven hem als "a man whose fight had been worn out in too many battles"[1]. ‘Deep Throat’ bleek een misnoegde ambtenaar te zijn die door het aanvallen van zijn superieuren nog wat rekeningen wilde vereffenen.

De twee journalisten waren natuurlijk minder geïnteresseerd in de motieven van de man dan in ’s lands belang en de eigen carrière. Wanneer zij door Felt werden gecontacteerd wisten ze meteen dat ze de exclusieve scoop in handen hadden waar hun collega’s moorden om zouden begaan. Hun samenwerking berustte op een voor beiden winstgevend contract: ik mijn wraak, jij de scoop. Waarschijnlijk is deze manier van handel drijven fundamenteel voor het beroep van journalist. ‘Deep troat’ verschilt bijvoorbeeld in niets van de ‘bron bij Open VLD’ die vanuit het Hertoginnedal een sms-je plaatst bij (pakweg) Bart Brinckman. Ik mijn wraak, jij je scoop, ook in de dorpspolitiek.

Niettemin heeft een dergelijke manier van werken iets sinister. Het creërt wantrouwen tussen mensen daar waar soms vertrouwen broodnodig is. Jaren na Watergate werd er nog gespeculeerd wie Deep Troat zou kunnen geweest zijn. Daarbij vielen namen van mensen die in de verste verte niks met de zaak hadden te maken. Men kan zich voorstellen hoe zij door hun collega’s werden bekeken, na getipt te zijn als sneak. En wat SMS met het vertrouwen op Hertoginnedal heeft gedaan is algemeen bekend.

Wat was er mis mee dat Felt naar een senator van de oppositie zou gaan om daar voor heel het land te gaan getuigen over het doen en laten van ‘all the president’s men’? En waarom speelden die Open – VLDers politieke spelletjes ten koste van het land? Het gebrek aan open vizier in het publiek debat is soms verontrustend.

Maar het opleggen van de openbaarheid van de journalistieke bron heeft waarschijnlijk andere, even ongewenste effecten. Het kan de macht van duistere elites tegenover hun vazallen versterken. Felt had misschien uit angst voor de kring rond Nixon nooit naar de kantoren van de Post gestapt als zijn naam in de krant zou verschijnen. Wanneer het bronnengeheim wordt afgeschaft, staat alleen de flinterdunne bescherming van het klokkenluiderstatuut de oligarchie in de weg.

Misschien is de conclusie van het verhaal dat sinistere methodes nodig zijn om sinistere complotten aan het daglicht te brengen. Niets is perfect, ook journalistiek niet.


Alex Van Steenbergen

1e jaar journalistiek

 



[1] Bernstein, C. en Woodward, R. ‘All the president’s men’ p. 71

14:01 Gepost door Student in Bescherming van de bronnen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

31-12-07

De bescherming van de bronnen moet absoluut zijn.

17 maart 2005: Kamer en Senaat keuren de wet op de bronnenbescherming goed.

Dit heeft als gevolg dat naast de advocaat en de arts nu ook de journalist een beroepsgeheim heeft. Bovendien breidde het Arbitragehof onlangs de wet uit. De wet geldt nu niet alleen meer voor beroepsjournalisten maar voor ieder die aan journalistiek doet. Bloggers dus ook.

Journalistiek beslaat een breed terrein. Een jubilerende drogist, voetbalrellen, een topconferentie in Genève of milieuacties op Antarctica – de journalist moet erbij zijn.

De grens tussen professionele journalistiek en amateurisme geschrijf is onduidelijk. Is de 65- plusser die wekelijks zijn postduivenberichten doorgeeft aan de krant een journalist. Niet iedereen die zich via de media richt tot een publiek, is journalist. Maar het staat ieder vrij dit vak te beoefenen. Als ieder vak, kent de journalistiek professionele normen en bekwaamheden. Dit heeft de wet proberen in kaart te brengen. Ieder die aan journalistiek doet, heeft het recht om zijn bronnen te verzwijgen. In 1985 zat Humo – journalist Martin Coenen 4 dagen in de cel omdat hij zijn bronnen niet wilde prijs geven i.v.m. een milieumisdrijf in de Antwerpse haven. Deze feiten zouden zich niet meer mogen voordoen.

Veel nieuwsbronnen ontspringen spontaan. Journalisten krijgen dagelijks stapels persberichten, nota’s, rapporten en andere stukken toegestuurd. Elke woordvoerder heeft altijd wel een babbel klaar. Tegenover al deze bronnen zou de journalist een gezonde argwaan moeten koesteren. Hij dient zich af te vragen of de gedane mededelingen de moeite van het lezen en aanhoren waard zijn. Zijn de officiële informanten altijd de beste bronnen? Of verzwijgen ze meer dan ze vertellen en is het misschien nuttiger om aan eigen onderzoek te doen. Toch mag deze argwaan niet zover gaan dat officiële stukken niet gelezen worden. Het principe van de double check is heilig.

Mondelinge bronnen hebben het voordeel dat ze zorgen voor rechtstreekse informatie van de betrokkene. De journalist kan zich achteraf beroepen dat de geïnterviewde het zelf heeft gezegd. Het nadeel van mondelinge bronnen is dat ze niet altijd betrouwbaar zijn. Wanneer een directeur van een bedrijf zegt dat de milieuvoorschriften worden nageleefd dan weet je niet of dat waar is. Met schriftelijke bronnen heb je een bewijsstuk. Bij mondelinge ondervragingen kan de geïnterviewde nog altijd zeggen: " ik heb dat anders bedoeld."

Dat de wet op de bronnenbescherming er kwam is een goede zaak. Zo moet niemand schrik hebben om zijn verhaal te doen. De vrijheid van meningsuiting en de persvrijheid blijft op die manier gewaarborgd.

Bronnen mogen op geen enkele manier vergoed worden zoals in sommige landen gebeurd. Dit om te vermijden dat men gaat vertellen wat men wil horen.

De bescherming van de bronnen moet absoluut zijn, tenzij het de samenleving in gevaar zou brengen. De schuilplaats van een seriemoordenaar verzwijgen waar je hem hebt geïnterviewd wordt best niet getolereerd.

Als journalist moet men ook mensen tegen zich zelf beschermen. De journaliste van Humo die de zelfmoordplannen van een koppel uit Kasterlee niet aangaf beging een zware fout. De overlijdens van de 4 familieleden hadden vermeden kunnen worden. De bescherming van de bronnen moet afgewogen worden in iedere situatie. Elke case heeft zijn eigen voor –en nadelen.

16:47 Gepost door Student in Bescherming van de bronnen | Permalink | Commentaren (0) | Tags: ine hurkmans |  Facebook |

16-12-07

Wetgeving op de bescherming van nieuwsbronnen bestaat dan toch!

Sinds 7 mei 2005 is in België een regeling in werking voor de bescherming van het bronnengeheim van journalisten. Op deze manier is het eindelijk duidelijk voor zowel de journalist als justitie waaraan men zich dient te houden.   

 

De nieuwe wetgeving bepaalt dat een journalist er niet toe kan worden gedwongen om zijn informatiebronnen bloot te geven. Een journalist kan ook niet verplicht worden om informatie of opnames vrij te geven die het mogelijk maken om zijn informanten te identificeren. Een journalist kan dus, in principe, onmogelijk beschuldigd worden van medeplichtigheid aan een crimineel feit omdat hij zijn nieuwsbronnen verzwijgt.

 

De rechter kan echter beslissen dat een journalist zijn nieuwsbronnen toch dient vrij te geven. Dat is het geval indien de informatie dient ter voorkoming van misdrijven die een ernstige bedreiging opleveren voor de fysieke integriteit van personen. De opheffing van het geheim van de nieuwsbronnen heeft in dit geval een preventief karakter; het kan dus niet worden ingeroepen bij onderzoeken die reeds aan de gang zijn. De opheffing van het geheim van de nieuwsbronnen is dan nog alleen maar mogelijk indien de gevraagde informatie van cruciaal belang is voor het voorkomen van het misdrijf en op geen enkele andere manier kan worden verkregen.

 

In maart 2007 deed de wetgever er nog een schepje bovenop: de overheid mag geen onderzoek voeren naar de bronnen van een journalistiek stuk, tenzij, ook hier weer, de fysieke integriteit van personen in gevaar is.

 

Het toepassingsgebied van deze relatief nieuwe wetgeving is ruim en werd in 2006 nog verder uitgebreid onder invloed van het Arbitragehof. Voortaan is de wetgeving van toepassing op iedereen die “regelmatig een rechtstreekse bijdrage levert tot het verzamelen, redigeren, produceren of verspreiden van informatie voor het publiek via een medium”. Hieronder vallen ook “bloggers”. Zelfs redactiemedewerkers, zoals secretaressen, zijn beschermd door de wetgeving op de geheimhouding van de nieuwsbronnen.

 

De mogelijkheid om nieuwsbronnen geheim te houden, onderlijnt het belang van de journalistiek als waakhond van onze democratie. Het geeft bovendien meer rechtszekerheid aan een journalist die werkt aan een ophefmakend stuk. Tegelijkertijd dient men te vermijden dat men zou afglijden in journalistiek gebaseerd op onbetrouwbare bronnen. Het is de plicht van een journalist om zijn bronnen te blijven verifiëren en om enkel ‘waarheden’ de wereld in te sturen. De wetgeving op de geheimhouding van de nieuwsbronnen mag dus zeker geen vrijgeleide worden tot ‘gratuite’ en onbetrouwbare journalistiek. Ethiek is belangrijker dan ooit.

22:44 Gepost door Student in Bescherming van de bronnen | Permalink | Commentaren (1) | Tags: bert d hooghe |  Facebook |