17-12-07

Articulatiekracht

 

 Articulatiekracht is inherent aan het journalistiek schrijven. De journalist onderscheidt zich van zijn cafévrienden net omdat zijn mening gepubliceerd of uitgezonden wordt. Iedereen kan en mag een eigen mening vormen, maar slechts die van een journalist wordt zwart op wit naar buiten gebracht. Misschien is de mening van een trouwe actualiteitsvolger wel meer gefundeerd dan die van een op hol geslagen journalist. Maar een journalist heeft nu eenmaal doorheen de jaren de macht verworven om binnen zijn domein bepaalde nuances te leggen, sommige aspecten extra uit te lichten en andere slechts zeer beknopt te vermelden. Je kan hem dit recht moeilijk verwijten. Wanneer kan er gesproken worden van misbruik van de articulatiekracht? Als de mening van de journalist te expliciet is? Als zijn opmerking niet langer objectief is? Als hij opzettelijk mensen of situaties in een negatief daglicht stelt? Of kunnen we ook van misbruik spreken als een journalist onterecht een theatervoorstelling de hemel in prijst? Laten we stellen dat er van misbruik wordt gesproken als de gevolgen van de journalistieke meningsuiting nefast zijn voor derden. In het ergste geval verliest een politicus gigantisch veel stemmen of blijven de theaterzalen leeg. Of deze gevolgen al dan niet nefast zijn, hangt uiteindelijk van de interpretatie van de lezer af. Het is de lezer die bepaalt hoeveel waarde hij aan een uitspraak van een journalist hecht en of dit zijn gedachten en gedrag zullen bepalen. Maar is de lezer nog wel kritisch genoeg om zelf accenten te leggen? Om niet zomaar de mening van mensen met ‘kennis van zaken’ over te nemen? Blijven de bioscoopzalen leeg na de slechte filmrecensies van Nic Balthazar’s Ben X? Is Yves Leterme zijn kans om premier te worden kwijtgespeeld na het Brabançonne - incident? Neen, zo’n vaart loopt het godzijdank nog niet. De gevolgen van de articulatiekracht zijn niet desastreus. Het is vooral de journalist zelf die denkt dat zijn mening belangrijk is en misschien wel hoopt dat zijn uitspraken tot iets concreets leiden. Al was het maar dat de lezer wordt aangespoord om zelfstandig een eigen mening te vormen. Wat mij recentelijk wel opvalt en enigszins ontstemt, is hoe de pers en de media bepaalde artiesten een status toekennen die niet rijmt met de realiteit en ook in de toekomst niet kan worden waar gemaakt. Toen enkele sympathieke dertigers uit Stabroek een half jaar geleden met ‘kvraagetaan’ een monsterhit scoorden, sprong de Vlaamse pers collectief op dit fenomeen. Tot in vrouwenmagazines toe werd zanger Sam Valkenborgh binnenstebuiten gekeerd. De aandacht was overweldigend, en dit voor een band die op dat moment slechts één singeltje had uitgebracht. Nu de verkoop van de plaat en van de concerttickets tegenvalt, zijn het de muziekjournalisten die zich niet hebben laten vangen door dit mediageniek fenomeen, die hun geloofwaardigheid hebben behouden. Invloedrijke personen in de media zoals Gerrit Kerremans van Studio Brussel hebben zich in Vlaanderen de macht toegeëigend een jonge muziekband ten onrechte te maken of te kraken. Vinden zij een nummer fantastisch hoor je het plots 100 keer per dag. Omgekeerd geldt dit natuurlijk ook. Niet dat de muzikanten daar zo zwaar aan tillen. Studio Brussel heeft immers reeds zo vaak foute accenten gelegd, dat de zender zijn geloofwaardigheid bij de muzikanten en muziekkenners heeft verloren. Goede muziek (of de waarheid in het algemeen) komt altijd boven drijven. Het is de pers en de media die, door zich teveel macht toe te eigenen, zichzelf soms compleet voor schut zet. (IS)  

 

11-12-07

Het zijn net mensen

Het zijn net mensen

 

De NS Publieksprijs voor het Nederlandse Boek 2007 is toegekend aan Joris Luyendijk voor zijn boek Het zijn net mensen. Vijf jaar lang was Joris Luyendijk correspondent voor het Midden Oosten.  Hij werkte ondermeer voor de Volkskrant, het NRC Handelsblad en het NOS journaal. Hij sprak met terroristen, met taxichauffeurs, professoren, slachtoffers en daders en hun familie. In zijn  boek Het zijn net mensen schrijft Luyendijk over zijn ervaringen en frustraties als mens en als journalist in de Arabische wereld. Hij legt ons met enige zelfspot uit hoe nieuws uit het Midden Oosten tot stand komt en hoe vertekend de beelden die wij in onze huiskamer te zien krijgen, wel zijn. Hij beschrijft hoe moeilijk het is om in een Arabisch land, de meeste Arabische landen zijn nog steeds dictaturen, “objectieve“ feiten te verzamelen.  “Correcte” informatie verkrijgen en iemand zijn mening (als deze al een juiste mening kan vormen) te weten komen, lijkt onmogelijk. Hij toont aan dat beeldvorming onderworpen is aan vervorming, manipulatie en partijdigheid. Ook hier geldt de bekende wet van de sterkste (lees rijkste). Luyendijk laat ons eveneens binnenkijken in het alledaagse Arabische leven en meegenieten van de zelfspot in het Midden-Oosten: “een Russische, Amerikaanse en een Syrische geheim agent doen een wedstrijdje konijnen vangen. De Rus rent het bos in en komt na achttien minuten terug met een konijn.Dan mag de Amerikaan die het in zestien minuten doet. Als laatste moet de Syriër.Een kwartier gaat voorbij, een halfuur, een uur… uiteindelijk treffen de Rus en de Amerikaan, de Syriër aan onder een boom, waar hij een haas aan het martelen is:’Geef toe dat je een konijn bent!’( pag.38)

Volgens de Volkskrant is Het zijn net mensen een ontnuchterend boek over de journalistieke zeden.Joris Luyendijk schreef eerder het boek “Egypte-Een goede man slaat soms zijn vrouw”, over zijn ervaringen als westerling in het alledaagse Egypte en over zijn vrienden aan de universiteit van Cairo: Muhammed de Feminist, Ali de Piekeraar en Fundamentalist Imad. In 2002 ontving hij het Gouden Pennetje, een prijs voor beginnende journalisten die in de kijker lopen.Op Youtube vind je een kort fragmentje met Luyendijk, waarin hij vraagt om realistischer naar het nieuws te kijken, Luyendijk: nieuws is vervormd, gefilterd en gemanipuleerd.

Isabel Hoornaert.

   

08-12-07

 

 

Margaret Thatcher zei ooit: "Als ik morgen over het water van de Thames van de ene oever naar de andere loop, schrijft de pers dat ik niet kan zwemmen." Had the Iron Lady gelijk? Misbruikt de pers haar subjectieve articulatiekracht? Natuurlijk. Een overbodige vraag zelfs. Bracke en Crabbé misbruikten de kracht van tv om de ranke Freya te lanceren.  RTBF-journalist Christophe Deborsu misbruikt zijn zeggingskracht telkens hij Leterme afschildert als de verpersoonlijking van Vlaams inhalig egoïsme. Mestdach van Focus Knack en Humo's Stockman misbruiken hun macht als filmcriticus om "Ben X" middelmatigheid, ongeloofwaardigheid en meligheid te verwijten.

Is het gedrag van deze journalisten dan laakbaar? Natuurlijk niet.

Eerst en vooral: gelukkig is de macht van deze mensen beperkt. Noch Bracke, noch Crabbé heeft Van den Bossches snelle downfall op zijn geweten. Daar heeft ze zelf voor gezorgd, met rammelende begrotingscijfers en ongelukkige communicatie over een dubieuze stookoliefactuur. Ook Leterme blijft vooralsnog de grootste kanshebber om leider van dit land te worden, ondanks verwoede pogingen van Deborsu en anderen om de man te dwarsbomen. Ten slotte lijken duizenden mensen zich niet veel aan te trekken van Mestdach of Stockman en is half Vlaanderen dolenthousiast over Balthazars regiedebuut.

Overigens gedraagt de Vlaamse pers zich nog behoorlijk braafjes. Bart De Wever is omwille van zijn fameuze lepel suiker nog altijd niet tot brandhout gereduceerd in de media. Integendeel, het was partner in crime De Gucht die de "platte" buik van De Wever gebruikte om een joekel van een mes in diens rug te steken. Ook stiekeme affaires of scandaleuze privégedragingen van beleidsmakers blijven meestal netjes in persoonlijke archieven, wegens niet relevant genoeg voor politieke analyses. Of zelfs de meest erbarmelijke toneelvoorstellingen of filmdebuten moeten het zelden stellen met het kwaliteitslabel ‘nul sterren'. Meestal kunnen de makers toch nog rekenen op dat ene minzame sterretje dat de recensent nog toekent uit sympathie.

Ten slotte is de macht van de media ook allesbehalve eenrichtingsverkeer. Om nog maar eens De Wever te citeren (hij is de laatste tijd toch omnipresent): "Als je uit het peloton wil schieten, heb je tv, radio en kranten nodig om je verhaal te doen. Ik heb lange tijd geloofd en gewild dat ik zonder hen kon, maar ik heb mijn eigen principes moeten bijstellen." (Gehoord tijdens "Lof der politiek", dinsdag 17 oktober in de Bourla, Antwerpen.)

Maatregelen nemen tegen journalisten die te veel articuleren, lijkt dus voorlopig overbodig te zijn. En overigens ook onverantwoord. Want wat is het alternatief? God beware ons voor een tam en kleurloos journalistenkorps, dat slechts kritiekloos herkauwt wat hen wordt voorgeschoteld. Bovendien: moeten mensen luisteren naar de pers? Of handelen naar wat de pers hun voorschrijft? Natuurlijk niet. De mening van een journalist is enkel een toetssteen, waartegen de eigen opinie moet worden afgewogen. Jammer genoeg lijken slechts weinig mensen dat te beseffen. Weinig mensen lijken überhaupt een eigen mening te hebben. Nog een geluk dus dat er subjectieve journalisten zijn.

17 oktober 2007

          

06-12-07

Maakt de journalist misbruik van zijn articulatiekracht?

De regeringonderhandelingen voor een nieuwe federale regering slepen nu al maanden aan.
Waarom duurt het zo lang? Wat zijn de redenen? Het is soms koffiedik kijken. Gelukkig is de media ter plaatse. Journalisten van verschillende TV zenders, kranten, politieke of religieuze strekking die onze politici aan de tand voelen. Zij luisteren naar de commentaren van de politici om ze daarna te ziften en te duiden.
Gelukkig maar! Want stelt u zich eens voor dat u in Rusland woonde! Daar krijg je enkel te horen wat president Poetin heeft goedgekeurd. Kritiek op zijn beleid? Dat krijg je bijna niet te horen. Politieke tegenstanders zoals oud schaakkampioen Kasparov kunnen hierdoor heel moeilijk hun politieke mening kenbaar maken aan de Russen. Is dat beter? Namelijk de articulatiemacht of - kracht van de pers vervangen door 1 enkele stem in de woestijn? Dat is pas machtsmisbruik!
Nee, geef mij maar het Belgische model. Vele roependen, veel kritiek en kans op weerwoord.

Daar kan toch helemaal geen machtsmisbruik uit groeien! Want als 1 krant A zegt, dan kan je er donder op zeggen dat een andere krant B zegt. Kijk bijvoorbeeld maar naar wat de media schreef over het "Marseillaise" accident van Leterme. Sommige waren negatief maar andere toonden begrip. Maar misschien had de RTBF journalist Leterme niet mogen ondervragen op 21 juli laatstleden? Maakte hij dan geen misbruik van zijn articulatiemacht? Wel, hij heeft de toekomstige premier willen testen. Maar langs de andere kant is het toch logisch dat een journalist vragen stelt over België aan de toekomstige premier op de Nationale Feestdag? Dezelfde journalist heeft daarbovenop dezelfde vragen gesteld aan zowel Franstalige als Vlaamse politici. En ook zij brachten er niet veel van terecht.
Ik kan me voorstellen dat Leterme niet gelukkig was met de reportage. En dat hij zich misbruikt voelde. Maar, langs de andere kant: hij heeft zich kunnen verdedigen met zijn eigen articulatiemacht. Want ja ook politici hebben articulatiemacht. En de uitkomst was uiteindelijk positief. Veel Belgen en vooral Vlamingen toonden begrip voor Leterme.

Daarom tot besluit: leve de articulatiemacht van de media en de politiek! De ene becommentarieert en de andere reageert. Wil er iemand misbruik maken van zijn macht? Of het nu een journalist is of een politici. Dan wordt dit onmiddellijk opgemerkt door de anderen. Met als gevolg dat de "machtswellusteling" zijn macht verliest.
Want geef toe: wie geeft hem of haar daarna nog krediet?

Articulatiekracht in de media...


De media - televisie, geschreven pers, internet - zijn belangrijke articulatiekrachten, niet in de laatste plaats door het grote bereik. De media zijn in zekere zin het moderne kanaal om groepsclassificaties te verspreiden. Sommige meningen, visies, interpretaties en beelden dringen daarbij makkelijker door dan andere. Dat komt omdat sommige groepen makkelijker toegang hebben tot media dan andere, maar dat niet alleen. Er bestaat ook een medialogica, die inhoudt dat de presentatie van gebeurtenissen in woord en beeld een bepaalde mal krijgt opgelegd, waardoor een zekere vervorming van de boodschap optreedt. Vooral achtergrondinformatie, details en nuanceringen zijn daarbij extreem moeilijk over te brengen. De beschikbaarheid van beeldmateriaal is bijvoorbeeld sterk sturend voor de aandacht die televisie aan bepaalde onderwerpen geeft en de wijze waarop ze dat geeft. Er bestaat overigens een belangrijk verschil tussen een medium als tv en internet. Internet heeft als voordeel dat iedereen een spreekbuis kan openen, en een zeer groot (internationaal) bereik kan hebben.

Hoe nieuws, nieuws wordt hangt een beetje af van de ervaringen van een journalist met impliciete en expliciete codes. Het is bijvoorbeeld zeer moeilijk om objectieve informatie te vergaren in een grote regio, waar bvb. ‘staatsmensen' geen betrouwbare statistieken publiceren en hoe groot de afhankelijkheid van de correspondenten zijn in grote internationale persbureaus. Vaak wordt het onderwerp op basis van deze bronnen door de redactie in ‘het eigen land' uitgezocht en aan de correspondent ter plaatse opgedragen. Ook de codes van de journalistiek worden soms op pijnlijke manier aangetoond. Enerzijds blijkt het vaak bijna onmogelijk om traditionele journalistieke codes (meerdere bronnen, hoor en wederhoor) recht te doen, vanwege tijdgebrek, het ontbreken van informatie of vanwege het feit dat de correspondent bijvoorbeeld vanuit Egypte commentaar moet leveren op een gebeurtenis in Syrië. ‘Ter plaatse' is soms een relatief begrip. Maar er zijn ook andere codes in de journalistiek die bepalen of iets wel of niet het journaal of de krantenkolommen haalt. Het verhaal moet in zo veel woorden of minuten passen en sommige verhalen lenen zich daar niet voor. Sommige conflicten krijgen altijd aandacht, andere conflicten zelden, ondanks het feit dat er zich wellicht grotere tragedies afspelen. De toon is ook veelzeggend: niet alle partijen in een conflict komen op dezelfde manier aan bod. Wie bepaalt welk leger een bevrijdingsleger is en welk leger een groep terroristen? Dat laatste heeft weer veel te maken met de persmachine van bepaalde landen en legers (denk aan het ‘embedded journalism' in het Amerikaanse leger ten tijde van de inval in Irak). Zeker op televisie geldt bovendien dat nieuws alleen nieuws is als er beeld bij geleverd kan worden.

Tot slot bedoel ik dat articulatiekracht niet alleen betreft over het vermogen om te spreken of schrijven, gehoord te worden en invloed uit te oefenen, het gaat ook om de mogelijkheden om de impliciete regels van het spel te doorbreken en te hanteren.

23-11-07

De articulatiekracht van de media: ze zijn zich van geen kwaad bewust…

Wie bekruipt soms niet het gevoel bij het bekijken van een interview over de actualiteit dat de geïnterviewde een beklaagde is van wie de interviewers nog een laatste bekentenis proberen af te dwingen. Met de teneur van hun vragen slagen de nieuwsmakers er bijzonder goed in een bepaald beeld van de geïnterviewde neer te zetten. Als dat beeld later onjuist blijkt te zijn, is het enkel de geïnterviewde die met de gevolgen zit. De interviewers niet, zij zijn zich van geen kwaad bewust.  

Persvrijheid is een universele waarde die nodig is om maatschappelijke ontwikkelingen te duiden en de democratische instellingen van machtsmisbruik te vrijwaren. Maar terwijl de media vasthouden aan het idee dat ze zich buiten de machtsarena bevinden, dragen ze een grote maatschappelijke verantwoordelijkheid waar ze geen verantwoording voor afleggen. 

Zijn de McCanns schuldig of niet? 

Gerechtelijke dossiers zijn in dit opzicht vaak het pijnlijkst. Wie herinnert zich de verpleger die in de zaak Nathalie Geijsbregts opgevoerd werd als verdachte van moord. Tot bleek dat hij met de zaak niets te maken had. Of de zaak Nihoul die de spil was in een duivels complot en uiteindelijk enkel voor XTC-handel is veroordeeld. Hun proces was al in de media gemaakt nog voor er een gerechtelijke uitspraak kwam. Zoals de opinion-poll op de website van een kwaliteitskrant ons vroeg: Zijn de Mc Canns schuldig of niet?


Perceptie en de rol van de media
 

3192536478
Ook interviews met politici neigen naar stemmingmakerij. Het zit hem vaak in de wijze van vragen stellen. Neem nu het interview met Patrick Dewael in Keien van de Wetstraat. De politicus moet het opnemen tegen twee interviewers die beurt om beurt verantwoording eisen voor daden, uitspraken, in verleden en toekomst, publiek en privé... Op een vraag of liberalisme terecht verward wordt met het ieder-voor-zich streven, antwoordt Patrick Dewael duidelijk dat het individualisme waar Open VLD voor staat niets van doen heeft met egoïsme. Waarna Ivan De Vadder in een volgende vraag zegt, om op dat egoïsme terug te komen. Tja, die perceptie… je vraagt je af hoe die ontstaat.

Moet een minister aftreden omwille van zijn perceptie? 

Vervolgens vragen Kathleen Cools en Ivan De Vadder naar zijn politieke verantwoordelijkheid, waarmee ze impliciet de zaak Erdal en zijn weigering om ontslag te nemen op de korrel nemen. De minister legt uit dat hij in die zaak  enkel een communicatiefout en geen beleidsfout beging omdat hij geen wettelijke grond had om Erdal gevangen te zetten. Een valabel argument in onze rechtsstaat. Bon, maar als er dan geen feitelijke grond was, is perceptie dan geen grond voor ontslag, vraagt De Vadder nog. Als Dewael dan omzichtig de media op hun verantwoordelijkheid voor die perceptie wijst, wrijft De Vadder hem lichtgeraaktheid aan. Je zou voor minder lichtgeraakt zijn. 

" U schijnt me niet te geloven, mevrouw" zei Freddy Thielemans tegen Katleen Cools nadat hij driemaal dezelfde vraag had beantwoord.thielemans  

Interviewers leggen accenten, subtiel en haast onnoembaar. Maar de toon is duidelijk: ze liegen. ‘Mevrouw, u schijnt me niet te geloven?’ zei burgemeester Freddy Thielemans in Terzake tegen Kathleen Cools, nadat hij zijn motivatie om de anti-islam manifestatie in Brussel te verbieden al driemaal had toegelicht. Leugenaars en zakkenvullers… Is dat dan echt het beeld dat media van politici willen geven? Verdachten die zonder gerechtelijke bewijsvoering schuldig zijn. Als bijdrage aan de democratie kan dat tellen.

Maken de media dan misbruik van hun macht? Als dat zo is impliceert dat dat ze maar al te goed beseffen, waar ze met die macht naartoe willen. Alleen ze hebben geen verantwoordelijkheid, ze zijn zich van geen kwaad bewust.

19-11-07

Misbruikt de pers haar articulatiekracht?

De pers mag alles belichten, melden, onthullen, becommentariëren en interpreteren, in alle vrijheid en zonder onderscheid des persoons, mits inachtneming van een aantal spelregels, noem het deontologie. Eén: presenteer appreciaties niet als feiten. Erken je subjectiviteit en verschuil je niet achter een masker van neutraliteit, of achter de publieke opinie. Ik heb een hekel aan journalisten die zich uitgeven voor de vertolker van de 'stem des volks' of 'luidop zeggen wat iedereen denkt'. Twee: zorg dat de feiten kloppen. Beschuldigingen maak je hard of je zwijgt en zoekt verder. Ik baal van journalistiek die aaneenhangt van insinuaties en suggesties. Stukjes die onder het mom van lichtheid een loopje nemen met de deontologie irriteren mij. Reportages die lustig complotscenario's uittekenen op basis van vage aanwijzingen van mogelijke verbanden tussen personen of feiten zijn verfoeilijk. ( Vaak werkt het zo: creëer een verdachte sfeer rond persoon A, link die dan met persoon B- die zonder verder argumentatie op basis van die link dan ook maar verdacht is-, verbindt deze 'onderwereld' vervolgens met de bovenwereld, en je indringende reportage is klaar. ). Drie: speel niet voor rechter en aanklager. Laat ruimte voor woord en wederwoord. Uitstel van oordeel is een mooie deugd.

Misbruik van articulatiekracht is dus mogelijk en ondergraaft de geloofwaardigheid van de pers. Dergelijke journalistiek is nestbevuiling waartegen de pers zichzelf moet beschermen. Het betaamt dan niet om als een gesloten klasse de rangen te sluiten en de gebeten hond te spelen. Zelfregulering is goed, maar onvoldoende. De pers moet aanvaarden dat ook externen hen ter verantwoording roepen.

Timothy Anthonis

27-10-07

Misbruikt de pers haar articulatiekracht?

De krantenverslaggever kijkt iedere dag op tegen deadlines.  In zijn drang om te scoren gaat hij al eens onzorgvuldig te werk.  Hij baseert zijn stukken op lekken die sommige politici doelbewust organiseren waarbij het niet zozeer de bedoeling is de maatschappij te dienen maar veeleer zelf in de spotlights te staan.  Details worden uitvergroot, voorbarige conclusies worden getrokken.  De geviseerden in deze dossiers zien met lede ogen aan hoe hun zorgvuldig opgebouwde reputatie te grabbel wordt gegooid.

Groot was mijn verontwaardiging toen ik de verslaggeving aanschouwde over het vermeend racisme bij  Deutsche Bank.  Deze keer was het de uitzendsector die slachtoffer was van overdreven articuleren.  Men deed net alsof het bij de interim-kantoren schering en inslag was om allochtonen achter te stellen, geen kans te geven.  Wat was nu het probleem?  Eén klein e-mailtje van een schimmig uitzendkantoor (who the fuck is ‘Mailprofs’?) is de aanleiding om eerst Deutsche Bank en nadien de interim-sector voor racistisch te verslijten.  Een medewerker van het uitzendkantoor had het in een interne nota over ‘liever geen kandidaten met een exotisch uiterlijk’.  Bedoelde men hier mensen met een niet blanke huidskleur, of gewoon lieden met een niet alledaagse tronie (piercing door de wenkbrauw of de tong)?  Niemand die het met zekerheid weet.  Maar Kifkif was er als de kippen bij om een parlementair onderzoek te eisen naar discriminatie in de uitzendsector.Laat het nu net de uitzendkantoren zijn die de drempel verkleinen voor allochtonen om toe te treden tot de arbeidsmarkt.  Eén op negen tewerkgestelde uitzendkrachten is van allochtone afkomst, welk bedrijf doet beter? Jaarlijks werken 45.000 mannen en vrouwen van Turkse en Noodafrikaanse origine als interim, enkel het Heizelstadion kan meer mensen herbergen.  Deutsche Bank schermt met zijn diversiteitlabel maar dat garandeert nog niet dat iedereen binnen dat bedrijf in het gareel loopt.  Enige nuancering in de berichtgeving hieromtrent zou op zijn plaats zijn. JT – 13-10-2007
 

 


25-10-07

De articulatiekracht van de geschreven pers

De geschreven pers heeft meer troeven in handen en meer kansen om de publieke opinie te beïnvloeden. Wat je op tv ziet, kan dan misschien wel op een bepaalde wijze gemonteerd worden, de beelden spreken steeds voor zich.

Gemakkelijker in te kleuren, meer ruimte voor interpretatie, meer beïnvloeding… op papier kunnen woorden een eigen leven gaan leiden.

Het lezerspubliek was niet aanwezig op de persconferentie, en dus kan de journalist zeggen wat hij wil. Soms met verstrekkende gevolgen.

 

Zo heeft Ludwig Verduyn, ex-hoofdredacteur van De Morgen, in 1999 ontslag moeten nemen wegens een foute en lasterlijke berichtgeving over de zogenaamde Luxemburgse bankrekening van minister Reynders. Verduyn had verkeerde informatie en vervalste bewijsstukken ontvangen van zijn informant. In de rechtszaak die Reynders tegen hem aanspande, werd hij schuldig bevonden en moest hij een dwangsom betalen.

 

Nog erger misschien, waren de beschuldigingen over de vermeende pedofilie van Elio Di Rupo. Het relaas van zijn ‘slachtoffer’ haalde in 1996 de voorpagina van De Standaard. Het slachtoffer bleek later een fantast te zijn en het perslek werd nooit officieel gevonden. “Het beschuldigen van politici gaat vandaag door de rechtbank van de publieke opinie via de procureur die de gazet heet”, zei toenmalig premier Dehaene over deze zaak.

 

Journalist Wouter Verschelden was dit jaar het brave schoothondje van Pieter De Crem toen hij schreef over het militair hospitaal in Neder-over-Heembeek en de vele missers van André Flahaut. Zat de leiband te strak gespannen? Dit leek immers meer op een heksenjacht dan op een objectieve berichtgeving.

 

Politici worden soms wegens een peulenschil aan de schandpaal genageld. We kunnen ons zelfs de volgende vraag stellen: “Misbruikt de journalist zijn macht of wordt de journalist zélf gebruikt door de politici?”

 

Soms stellen we echter wel een zekere voorzichtigheid vast en worden bepaalde dingen niet meteen naar voren gebracht, wellicht uit angst voor de gevolgen. Zou de krant geboycot kunnen worden door bepaalde politici? Zou de krant adverteerders kunnen verliezen als ze bepaalde uitspraken doet?  

 

Als journalisten nog risico’s nemen, zijn het wellicht berekende risico’s. De Franse president Sarkozy heeft ruime tijd gepoogd om zijn privéleven – en dan vooral dat van zijn vrouw - uit de kranten te houden. Hij is erin geslaagd de journalisten onder druk te zetten, maar zo lang heeft de zwijgzaamheid uiteindelijk niet geduurd. De macht van de pers is nog steeds reëel, althans in democratische structuren, en zo hoort het ook. - SN

 


 

"Articulatiekracht" van de Journalist

Wat blijft nog over van de articulatiekracht van de journalist ? In 25 jaar tijd is het medialandschap veranderd van een “gekleurde” naar een vrije pers die leeft onder de druk van verkoopscijfers of kijkcijfers. De journalist is gedwongen zijn verhaal te brengen op een manier die “verkoopt”, anders wordt het niet eens gepubliceerd.Bovendien lezen weinig mensen paginalange artikels, en zeker het medium televisie gunt de geïnterviewde vaak slechts luttele seconden. De handige politicus zal dan ook enkele oneliners inbouwen in zijn repliek, wetende dat de reporter juist die fragmenten zal gebruiken.Dit leidt echter onvermijdelijk  tot een polarisering, tot een zwart-wit weergave waarin langzaam de grijswaarden wegvallen. Gelukkig is er in onze democratische samenleving een gediversifieerde pers waarin het mogelijk is eenzelfde onderwerp vanuit een verschillende invalshoek te belichten. Zo stond in Nederland op vrijdag 15 juni rond elf uur op teletekst pagina 121 een bericht met de kop: "Rust in Gazastrook na zege Hamas." De Volkskrant van die zelfde dag berichtte over het zelfde onderwerp met de kop: "Hamas voert executies uit in Gaza." En wat als een “muur” niet zomaar een “muur” meer is maar een verdedigingsmuur, een noodzakelijk kwaad, een scheidingsmuur of een apartheidsmuur wordt?En wat is dan de juiste woordkeuze? Als die al bestaat.Voor de Israëlische zijde heeft de muur een zekere rust gebracht nu ze zien dat het aantal aanslagen is verminderd sinds de constructie van de barrière.Voor de Palestijnse boer die door de muur plots afgesloten wordt van zijn landerijen heeft de muur echter een duidelijk andere impact. Zeker als hij in de dagelijkse praktijk vaststelt dat het veelal volstaat enkele kilometers om te lopen of een laddertje tegen de muur te zetten om aan de andere zijde te geraken. Voor die Palestijn zijn het pesterijen, in het beste geval.Hoe formuleert een journalist die tegenstelling? Wat is de invalshoek van een reportage?In het voorgaande geval is het nog relatief eenvoudig aan correcte, verifieerbare informatie te geraken. Wat blijft over van de articulatiekracht van de reporter in een dictatuur?In China is men nu reeds de censuur aan het verscherpen in de aanloop tot de Olympische Spelen. Zelfs Google is onder staatscontrole. Hier is er wel een macht van de media, maar is de articulatiekracht van de journalist tot nul herleid.Zelfs in democratische regimes trachten spindoctors de media te bespelen. Als dit niet lukt verwijten zij dit in het laatste geval al snel de media of individuele journalisten. Twee basisvereisten om van een articulatiekracht van de journalist te kunnen spreken zijn dus zeker de persvrijheid en een goede reputatie van de berichtgevers.Hoewel de overgrote meerderheid van de reporters op professionele wijze omging met de dopingzaak omtrent Lefèvre, heeft de foute berichtgeving van één journalist die zijn bronnen wat al te vrij interpreteerde, de reputatie van de gehele mediawereld aangetast.Dat die media ook blijk hebben gegeven van een belangrijk zelfcontrolerend- en zelfcensurerend vermogen, wordt door de spreekwoordelijke man in de straat al snel over het hoofd gezien.Dit is een duidelijk voorbeeld van wat de impact van een (fout) bericht op een individu kan zijn. De impact op het collectief is minder duidelijk aantoonbaar. Zo ziet men bijvoorbeeld dat, ondanks het feit dat bijna de gehele Belgische pers het Generatiepact verdedigde en zelfs noodzakelijk noemde, ze er toch niet in geslaagd is de publieke opinie te kenteren. Hoewel het moeilijk is in te schatten wat de reactie op een artikel zal zijn, is het ongetwijfeld zo dat de media een belangrijke impact hebben op de maatschappij.Vooral in de Engelse taal is de gevoelswaarde van woorden daarom goed onderzocht. In ieder geval kan een beetje “stoken”, zoals boksers voor een boksmatch gewend zijn, de zaken interessanter maken. Dat sommige mensen hierop soms verkeerd reageren zal wel altijd blijven…   

Jelmen Haaze