25-06-08

Universele Waalse kunst in Bozar.

In Bozar loopt momenteel de tentoonstelling "Dat verrassende land. Kunstschatten uit Wallonië van vroeger en nu." De tentoonstelling is geen pleidooi voor de unieke kwaliteiten van de Waalse kunst. Het is eerder een poging om oude religieuze beelden een nieuwe betekenis te geven voor een hedendaags publiek.

De tentoonstelling opent sterk, en toont meteen wat je verder mag verwachten. Een grote foto van een gesluierde moslima met haar man en kind in de straten van Brussel hangt er naast een Christusbeeld. De foto is van de hedendaagse Zwitserse Brusselaar Beat Streuli, de Christus is een beeld uit de dertiende eeuw. Het oude beeld dient de religie, het hedendaagse toont religie. Beter kan je de veranderde verhouding tussen kunst en religie niet tonen. Deze expo wil die kloof overbruggen.

Laurent Busine is de curator van deze tentoonstelling en directeur van Le Grand Hornu ( MAC's ), het Waalse museum voor hedendaagse kunst. Een lofzang op het unieke karakter van het Waalse erfgoed hoef je van hem niet te verwachten. Busine: "Het gebied dat Wallonië wordt genoemd, is uitzonderlijker noch onbeduidender dan gelijk welke andere streek. Ik koester het grootste wantrouwen jegens mensen die prat gaan op de eigenheid van de traditie waarin ze toevallig zijn geboren, en wars zijn van vreemde elementen. Konijnenkwekers en verantwoordelijken van culturele instellingen weten maar al te goed dat er bij gebrek aan een regelmatige inbreng van buitenaf onvermijdelijk ontaarding optreedt."

De zoektocht naar wat mensen bindt, los van tijd en ruimte, boeit Busine veel meer. Daarnaar zoekt hij ook in deze tentoonstelling. Geboorte, dood, lijden, migratie, moederliefde, religiositeit, het zijn tijdloze menselijke ervaringen die steeds weer het thema zijn van de kunstenaar. Busine:"Door de eeuwen heen laten alleen kunstenaars sporen na waarop je kan bouwen. Want al zijn ze uniek, persoonlijk en aangrijpend, ze zijn ook universeel. Precies in het punt waar ze u en ik raken."

Al in het eerder genoemde openingsbeeld vind je die zoektocht naar universele elementen. Alle thema's van de tentoonstelling komen er in samen. De kloof tussen verschillende tijdperken - en terloops ook tussen verschillende religies- wordt opgeheven. Dat uitgangspunt levert soms sterke confrontaties op tussen oud en nieuw werk. Bijzonder geslaagd is een zaal gewijd aan de dood. Je vindt er middeleeuwse beelden: een borstbeeld van een onthoofde ridder met zijn schedel onder de arm en de schitterende graftombe van de klampenman. In dezelfde zaal vind je een foto van de hedendaagse kunstenares Orla Barry van een jong meisje in een pose die aan de klampenman doet denken.

Een andere geslaagde confrontatie is die tussen middeleeuwse en hedendaagse kruisbeelden. De oude verleiden door de rijkdom van goud en edelstenen, de hedendaagse blinken uit in soberheid. De kunstenaar, Jean-Pol Godard, gebruikt dan ook wrakhout voor zijn beelden.

Helaas lukt dit niet altijd even goed. Zo hangt een nochtans prachtig werk van alweer Orla Barry plompverloren tussen werk van Joachim Patinir, mariabeelden en dode vogels van Juan Paparella. Het werk van Barry, Juliette's Birth, toont twee foto's van hetzelfde meisje naast een borduurwerk ter ere van haar geboorte, maar dan met een verschil van tien jaar tussen beide foto's. Dit sluit aan bij andere beelden in andere zalen maar is hier out of place. Hetzelfde geldt voor het andere werk. De foto's van dode vogels verwijzen op hun beurt naar beelden op andere plaatsen, maar hebben niet hetzelfde thema als Barry of Vlucht uit Egypte van Patinir. De verhaallijnen van de tentoonstelling lopen hier zo sterk door elkaar dat je vruchteloos zoekt naar diezelfde bindende kracht die elders zo knappe resultaten oplevert.

Op andere momenten verzuipt het individuele werk in een overvolle zaal. In die overdaad verliest het werk haar individuele waarde, en gun je het niet meer dan een vluchtige blik. In een zaal vol smeedwerk, relikwiehouders, schrijnen of heiligenbeelden lijkt alles algauw meer van hetzelfde.

Op de beste momenten slaagt deze tentoonstelling erin religieuze kunst nieuw leven in te blazen en bij de hedendaagse toeschouwer interesse op te wekken voor beelden uit een tijd die niets meer met de onze gemeen lijkt te hebben. Hierin schuilt de grootste verdienste van Busine. Hij weet zo poëzie te ontlokken aan soms niet eens zo uitzonderlijke voorwerpen van een lang vervlogen devote volkskunst. Zo is er de wat vreemde reliekhouder voor de melk van de Maagd Maria. In een andere context zou dit algauw een lacherige opmerking over die rare Middeleeuwers ontlokken, nu wordt je verbluft door de kracht van hun devotie.

Hoewel deze tentoonstelling dus niet volledig weet te overtuigen, kunnen de sterke momenten een bezoek meer dan verantwoorden. Bovendien hoef je geen liefhebber te zijn van religieuze kunst om deze tentoonstelling te kunnen smaken. Dat op zich is al verrassend. (TA)

Yves Desmet, supporter in de tribune.

"Ik kan er niet voor zorgen dat er morgen een meerderheid is voor euthanasie voor minderjarigen."

Yves Desmet wordt wel eens smalend 'het geweten van Vlaanderen' genoemd. Omwille van de stelligheid waarmee hij zijn standpunten formuleert, wellicht. Is hij werkelijk zo zelfingenomen? Is hij misschien zoals de engel Lucifer, die zich God waant? Hoeveel macht dicht deze man zichzelf toe? We gingen het hem vragen op de redactie van De Morgen, in de KVS-wijk in centrum Brussel.

In uw opiniestukken behandelt u de meest diverse onderwerpen. Bent u zo alwetend?

Neen, ik ben geen alwetende engel Lucifer die uit het niets toch altijd de juiste mening heeft. Het klopt dat je die indruk wekt als je dagelijks je licht laat schijnen over de meest uiteenlopende onderwerpen. Maar dat is natuurlijk niet zo. In werkelijkheid ga ik te rade bij de specialisten op onze redactie. En die corrigeren of nuanceren. Een editoriaal is dan ook vaak een groepswerk waar dan mijn naam onder staat. Een consensus. En als er geen consensus is, plaatsen we meestal twee stukken : mijn editoriaal en een stuk van één van de redacteurs, terzelfdertijd of een dag erna, waarin hij mijn standpunt betwist. Het is niet zo dat hier op de redactie iedereen verplicht wordt om hetzelfde te denken. Wij proberen ook onze lezers nooit een bepaalde mening te dicteren. Het is onze hoop - misschien ijdel, maar toch : het blijft onze hoop - dat lezers, uit de veelheid van stemmen die er rond een bepaald thema bestaan hun eigen mening kunnen vormen. Bijvoorbeeld over euthanasie voor minderjarigen - ik noem nu iets op dat recent in de belangstelling heeft gestaan. Dan hebben wij niet alleen een vrije tribune gegeven aan de mensen die het voorstel indienen, de jonge liberalen, Jean-Jacques De Gucht en Mathias Declercq, maar ook aan Hilde Kieboom van de Sint-Egidiusgemeenschap, aan de woordvoerder van Danneels, aan Wouter Beke van CD&V, die fervent tegenstander zijn van dat idee.

U vindt dus niet dat u aan sturing doet van de publieke opinie?

Ik kan mensen niet verhinderen het met mij eens te zijn. Als je opiniestukken schrijft, word je natuurlijk een stem in het maatschappelijk debat, je hebt een forum, je hebt een publiek. Dat je daarmee een invloed uitoefent, zal ik niet tegenspreken. Maar invloed is nog iets anders dan macht. Macht is het vermogen om de bewegingsvrijheid van andere mensen te beperken of uit te breiden. Invloed is suggesties doen die mensen al dan niet uit vrije wil navolgen. Ik kan er niet voor zorgen dat er morgen een meerderheid is die euthanasie voor minderjarigen zal toelaten. Ik kan door mijn argumenten misschien wel een aantal mensen aan het denken zetten. Dat vind ik ook niet onoorbaar. Dat is net de functie van het maatschappelijk debat. Om het met Jos Geysels te zeggen: democratie is een georganiseerd meningsverschil. Door het botsen van meningen probeer je mensen van jouw mening te overtuigen. Oefen je op die manier invloed uit? Dat zal dan wel.

Een politicus die een bepaald idee lanceert kan ook niet met een vingerknip de publieke opinie naar zijn mening keren. Die moet ook met argumenten overtuigen. Een journalist kan daar bij helpen.

Ik zal inderdaad soms politici helpen, in de zin dat ik edito's zal schrijven die overeenstemmen met hun standpunt. Waarom? Niet omdat dat mijn vrienden zijn, maar omdat ik het eens ben met hun mening.

Dan helpt u wel mee om een draagvlak te creëren.

Je doet daar een poging toe, ja, soms lukt dat, soms lukt dat niet. Omdat er ook - gelukkig - andere meningen zijn, en dat er andere kranten zijn met andere meningen. Zo neutraliseer je mekaars mening - wat ook een goede zaak is. En soms zie je dat er een algemene consensus is, over alle editorialisten heen. Dat is voor politici wel een aanduiding dat er een maatschappelijk draagvlak bestaat voor een bepaald idee. In die zin heb je invloed. Maar het idee dat ik hier 's morgens toekom met de vaste bedoeling dat of dat in België te laten gebeuren, is ... waanzinnig. Ik kan dat niet, zelfs al zou ik het willen. Eén, ik heb die ambitie niet, twee, zelfs al zou ik het proberen, ik zou ongenadig afgemaakt worden door alle anderen die zich met die maatschappelijke discussie bezighouden. Wat een editorialist wél kan- en wat kranten bij uitbreiding kunnen- is een soort megafoonfunctie vervullen. Je kan een sentiment of een idee dat aanwezig is in de publieke opinie versterken, je kan daar een megafoon voor houden, en je kan op die manier een boodschap meer gewicht geven, zonder twijfel. Maar als er geen geluid komt, dan komt er ook niks aan de andere kant van de megafoon. Iets creëren dat totaal geen draagvlak heeft, dat totaal niet leeft in de samenleving, dat kunnen we niet. Dan dicht je ons toch een invloed toe die veel groter is dan degene die we hebben.

U maakt wel een selectie. U kiest aan wie u uw megafoon geeft. Ligt daarin dan niet uw macht?

De vraag is wie die selectie maakt. In de feiten maken wij die. Wij beslissen iedere dag: dat komt in de krant en dat komt niet in de krant. Maar de criteria die we daarvoor gebruiken worden gedicteerd door ons publiek. We hebben een heel duidelijk beeld van onze lezer. Ons publiek is jong, hogeropgeleid, stedelijk, heeft een brede internationale belangstelling en een grote culturele interesse. Dat maakt dat je bij ons veel meer pagina's politiek, cultuur en buitenland gaat vinden dan in andere kranten. We volgen dus de verlangens van onze lezers. Eigenlijk is het een dialectiek - ja wij maken een selectie, en wij oefenen op die manier invloed uit op onze lezer- maar onze lezer vraagt ons ook om die selectie te maken. Een lezer die een andere selectie wil maken, zal dan een andere krant kopen dan de onze, wat ook z'n volste recht is.

Is het ook omwille van het stedelijke profiel van uw lezer dat u deze week een stuk schrijft over het NIMBY-syndroom?

Ja. Maar ook omdat het mijn overtuiging is. Die wederzijdse dialectiek heeft namelijk ook zijn invloed op je redactiesamenstelling. Je kiest je journalisten ook in functie van je lezer. Dus blijken dat bijna onveranderlijk mensen te zijn die heel sterk beantwoorden aan het profiel van je lezer. Ook de journalisten die hier werken zijn bijvoorbeeld over het algemeen zeer stedelijk. Dat standpunt is mij dan ook door de redactie ingefluisterd. Als 's ochtends zeven, acht mensen van je redactie hetzelfde zeggen : heb je dat nu gelezen in de Knack, da's toch een schande, dat je alleen maar gelukkig zou kunnen zijn in Schilde of in Keerbergen en niet in een stad - hoe durven die gasten? Dan weet je: dit is een thema dat ons publiek zal aanspreken. Omdat je redactie op dat moment bijna een focusgroep is van je lezerspubliek. Als je voelt hoe die mening van die redactie is en dat is dan toevallig ook jouw mening: dan weet je dat je juist zit - en dan ga je.

Hebt u ook zicht op het stemgedrag van uw lezers?

Ja, dat zit eigenlijk overal behalve bij Vlaams Belang - die hebben we om één of andere reden zeer weinig - iets minder bij CD&V, en voor de rest correspondeert dat ongeveer aan de verkiezingsuitslag, met een lichte oververtegenwoordiging van Groen!-kiezers, sp.a-kiezers en VLD-kiezers.

Een redelijk paars profiel... Beschouwt u dan DM ook als een krant met een paars profiel?

Wij noemen ons links-liberaal, ja. Ik denk dat dat het beste de algemene opstelling van DM als engagement uitdrukt. Vrij progressief , zelfs extreem progressief op alle ethische thema's, en eerder centrum op sociaal-economisch gebied. Liberal dus, in Angelsaksische termen. We maken daar trouwens ook niet echt een geheim van.

De oude link met de socialistische familie bestaat niet meer?

Dat is toch stilaan gewijde geschiedenis, ja. Alle formele en informele banden zijn redelijk bruusk doorgesneden in 1986. Da's inmiddels toch al 22 jaar geleden. De meeste journalisten hier hebben die periode zelfs niet meer meegemaakt. Die denken zo niet meer, die leven zo niet meer. Dus nog in de ideologische, inhoudelijke opstelling van de krant, noch in om het even welke structuur is er ook nog maar enige band met sp.a. Ook bij de sp.a weet men dat zeer duidelijk. Dat blijkt ook dag na dag. Neem het Generatiepact, waar de klassieke socialistische beweging virulent tegen was: DM was voorstander.

U zegt: we maken er geen geheim van dat we eerder in de links-liberale hoek zitten. Op welke manier laat u dat dan blijken? De baseline van DM is toch: onafhankelijk dagblad.

Ja, maar onafhankelijk wil zeggen dat niemand je pen dicteert. Niet je uitgever, en ook geen enkele partij, geen enkele drukkingsgroep. Dat wil niet zeggen dat je neutraal en geslachtsloos bent en dat je geen mening hebt. DM heeft dus wel een engagement. De reeks Comité P bijvoorbeeld, waarom doe je dat? Niet alleen omdat dat goeie verhalen zijn, maar ook omdat dat past in de manier waarop je naar een samenleving kijkt. Is dat een engagement? Ja. Oefen je daar invloed mee uit? Ja.. Want de begeleidingscommissie van het parlement gaat nu een onderzoek instellen naar de feiten die wij bovengespit hebben. Je veroorzaakt daar dus iets. Da's juist. Maar ik denk dat dat ook de verdomde plicht is van een democratische pers. Vrije pers is gelukkig nog altijd niet alleen een commercieel product zoals waspoeder of koekskes. Het is ook een onderdeel van een democratische staatsordening- wat dan met een oude wat pompeuze term de vierde macht heet.

Moet een journalist dan niet neutraal zijn?

Als een journalist zijn stuk schrijft, dan werkt hij volgens de regel : facts are sacred. Hij moet op een objectieve, deontologisch correcte manier de feiten beschrijven, zoveel mogelijk informatie inwinnen, zoveel mogelijk standpunten aan bod laat komen, een zo genuanceerd mogelijk beeld van de werkelijkheid schetsen. Dat is neutraliteit. Maar de tweede regel van dat aforisme is: opinion is free. In de standpunten die je schrijft heb je de absolute vrijheid. Daar gelden niet de regels van waarheidsvinding of neutraliteit.

Blair stelde op het eind van zijn premierschap dat kranten geëvolueerd zijn van newspaper naar viewspaper. Dus minder feit, meer opinie. Bent u het daar mee eens?

Dat is een tendens die je in de Angelsaksische pers wel ziet, ja. Je ziet dat daar die scheidingslijn tussen zo objectief mogelijke berichtgeving en vrij commentaar in mekaar begint te schuiven. Dat men daar een vorm van journalistiek bedrijft die eigenlijk bijna campagne voeren is. The Independent bijvoorbeeld had een tijdje geleden het campagnethema: legalisering van soft drugs. En zij openen dan hun krant met een mijlengrote kop : legalize it. Dat zouden wij nooit doen, dat is voor ons ondenkbaar.

Rond de jaarwisseling is er in uw krant veel over koopkracht geschreven. Dat leek anders wel heel sterk op een campagne om het debat te verleggen van het communautaire naar het sociaal-economische.

Nee, maar je krijgt daar wel een zelfversterkend proces. In eerste instantie zijn er de prijsstijgingen. Nadien komen er ook signalen vanuit OCMW's dat het aantal aanvragen voor steun stijgt. Er begint dus iets te broeden. In eerste instantie begin je dat dan de melden. Je verzint dat niet, het gebeurt. Wij gaan niet 's nachts aan de pompen de prijs omhoog draaien. Dat doen wij niet. En dan zie je dat een aantal groepen daar op inspelen - vakbonden, politieke partijen, consumentenorganisaties - en aandacht vragen voor die problematiek. Aan het eind van de rit heb je dan inderdaad een bijna eensluidend signaal vanuit het hele maatschappelijke veld richting politiek: koopkracht is urgenter dan B-H-V. Wie is daarvoor verantwoordelijk? Ik denk in eerste instantie de feiten zelf. Als die er niet zijn, dan mag eender wie proberen van koopkracht een thema te maken. Dan kan je dat niet. Dus, als je daarover bericht, ben je dan bezig met een machiavellistische poging om de politieke agenda te wijzigen? Nee, je bericht over wat er gebeurt. En misschien versterk je het wat. Misschien zeg je in je opiniepagina's: het zou wel eens kunnen kloppen dat koopkracht belangrijker is als regeringsthema dan B-H-V. Dat je op die manier invloed uitoefent, en megafoon bent, ja, toegegeven... Maar het idee van : we creëren dit nu even om Leterme te kloten... Ik zou niet weten hoe ik eraan moet beginnen.

Het is anders wel duidelijk dat u niet veel sympathie hebt voor Leterme. Een aantal dagen voor de verkiezingen hebt u zelfs een stuk geschreven met als titel: waarom ik niet voor Leterme stem. Dat is toch op zijn minst ongebruikelijk?

Je kan in elk geval niet zeggen dat ik niet met open vizier tegenover Leterme sta. Maar het was inderdaad een ongebruikelijk stuk. Ik heb het stuk gemaakt omdat het mij niet ging over de ideologie van Leterme. Het ging mij niet over de christen-democratie in Vlaanderen. Ik zou mij probleemloos kunnen voorstellen om ooit voor Stefaan Declerck te stemmen, of Jean-Luc Dehaene, of een andere christen-democraat. Dat stond ook in dat stuk. Maar ik heb iets tegen de persoon Leterme, meer bepaald tegen de persoonlijkheid van die man. Die man wordt voor mij teveel door rancune en paranoia gedreven, wat persoonlijkheidskenmerken zijn, geen ideologische kenmerken. Maar ik heb niemand verboden om op Leterme te stemmen, ik heb enkel gezegd waarom ik er niet op stem. We hebben ook niet de krant geopend met een grote kop: stem niet op Leterme. Dat zou erover zijn geweest. Dat stuk stond netjes op de opiniepagina's, en daar vond ik dat dat stuk wel moest kunnen. En tot mijn spijt moet ik zeggen dat ik na een jaar meer en meer redenen vind om te denken dat ik toen waarschijnlijk gelijk had.

Politiek is dus een kwestie van persoonlijkheid?

Omdat politiek voor een stuk ook persoonlijk is. Het idee dat politiek de loutere confrontatie is van theoretische of ideologische denkbeelden, is fout. Door twintig jaar ervaring in de politiek heb ik geleerd dat heel veel in de politiek afhangt van een vermogen tot compromissen sluiten, en van een vermogen tot empathie met standpunten die niet de jouwe zijn. Als je die karakteriële eigenschappen mist, leidt dat willens nillens tot een slechtere politiek, of tot een slechter beleid. Als je mensen hebt die volledig vastzitten in hun eigen grote gelijk, heb je geen compromis en ook geen beleid. En als je geen beleid hebt, is er geen enkele ideologie die punten maakt. Dat is wat we nu al een jaar meemaken. Ik vind dat geen goede vorm van politiek bedrijven. Een ander punt dat ik tegen Leterme heb, is dat hij intelligent genoeg is om te weten dat hij liegt - en iedereen liegt in verkiezingscampagnes, iedereen stelt de zaken wat mooier voor- maar er zijn fatsoensgrenzen. Dan kan je daar misschien één keer de verkiezingen mee winnen, misschien wel twee keer. Maar onvermijdelijk zal vroeg of laat blijken dat je ongelooflijk gelogen hebt. Vroeg of laat ga je ongelooflijk veel mensen een diepe teleurstelling, zoniet een afkeer laten krijgen voor jou. En dat is dan niet alleen ten koste van jezelf, maar van iedereen die op een normale manier aan politiek probeert te doen.

Vindt u niet dat u door uw fixatie op Leterme de rol van bijvoorbeeld de VLD in de formatiecrisis onderbelicht hebt?

Heeft de VLD een rol gespeeld in de formatie?

Is de crisis dan alleen de verantwoordelijkheid van Leterme en CD&V-NVA?

Ik denk het wel, ja... In die formatiecrisis zijn er drie momenten geweest waarop een akkoord bereikt was- weliswaar minimaal - dat drie keer op rij op het veto is gebotst van het kartel. Dat is niet een mening, dat is een objectieve vaststelling. Drie keer ligt de verantwoordelijkheid daar bij het kartel. Mag ik dat dan nog vaststellen? Ben ik de VLD dan aan het ontzien? Heb ik dan een Leterme-fixatie? ( aarzelend ) Ik betrap er mezelf op dat ik inderdaad de indruk begin te krijgen dat ik copy-paste edito's aan het maken ben tegen Leterme, maar hij doet ook iedere keer hetzelfde, en hij blijft maar doorgaan. Als hij dat mag, waarom ik niet? Ik probeer mezelf ook in te houden, en ik zoek stilaan maar zeker - wanhopig - naar andere thema's om over te standpunten. De frequentie aan anti-Leterme-standpunten is ook verminderd. Er is dus verbetering merkbaar. Maar het blijft ongelooflijk, hoe die man een jaar lang dit land niet leidt terwijl hij de heraut is van het goed bestuur. En als je daar vragen bij stelt, dan ben je een vooringenomen anti-Leterme-mens. Ik stel gewoon vast wat die mens allemaal belooft heeft en wat hij allemaal niet doet, met het makkelijke excuus: ' t zijn die stoute Walen die niet meewillen, want anders zou het hier het paradijs zijn. Hier opnieuw: politiek is vaak psychologie. Dat betekent dat er 800.000 mensen in dit land rondlopen die nu voor zichzelf de moeilijke oefening moeten maken dat ze waarschijnlijk een verkeerd lief hebben gekozen.

Is het dan niet aan de VLD om de stekker er uit te trekken?

Dat moeten zij weten. Ik denk dat de VLD op dit moment panisch is, zoals ze al jaren panisch zijn. VLD is een zwalpend schip, al sinds hun legendarisch congres over het migrantenstemrecht. Sindsdien twijfelen ze voortdurend aan de koers die ze moeten varen. Ik weet begot niet meer waar die VLD voor staat. Dat is een bange partij. Dus ja, ze zouden inderdaad de stekker er moeten uittrekken - van mij mogen ze - maar ze durven niet. En waarom durven ze niet? Omdat iedereen in een electorale logica blijft. En ook dat is iets wat mij mateloos ergert, aan alle partijen. Dat men niet meer staat voor wat men staat, maar dat men zich positioneert in functie van het electorale resultaat. Maar misschien heb ik dat minder vaak gezegd dan ik stoute dingen heb gezegd over Leterme. Da's juist, ja. ( lacht ) 'k Zal mijn leven beteren.

Aan het begin van ons gesprek zei je dat je geen alwetende engel Lucifer bent. Wat bedoelde je daarmee?

Vroeger kon je je als editorialist nog engel naast God wanen. Die illusie heb ik niet. Ik denk wel dat dat er ooit geweest is, maar dan in de periode toen kranten nog partijorganen waren. Omdat je dan als editorialist sprak namens een beweging, of namens een partij of namens een vakbond. Je had een achterban achter je. Die hebben wij vandaag niet meer. Ik spreek namens Yves Desmet en voor de rest namens niemand.

Ook niet namens je lezers?

Neen, ik heb geen enkele structurele band met hen. Vroeger had je dat wel. Veel van die journalisten zaten ook echt in partijbesturen, sommigen waren zelfs verkozen voor een bepaalde partij. De symbiose was dus bijna totaal. Dat je je in zo'n symbiose Lucifer gaat voelen, en jezelf macht toeschrijft: die macht was er. Maar sinds het loskomen van alle kranten van die structuren, is dat veel minder het geval. Die organische band is verzwakt. Plus je voelt jaar na jaar de invloed van de schrijvende pers afnemen. Het enige wat politici nu nog interesseert is de goedgeplaatste soundbyte in TerZake, nog liever op het nieuws, nog liever op YouTube... Wat een krantje als DM met een oplage van nog geen 60.000 exemplaren schrijft, het zal hen worst wezen. Macht hebben we dus niet meer, en zelfs de invloed kalft af. Ik ben lucide genoeg om dat ook in te zien. Ik weet dat edito's vandaag veel minder wegen op een maatschappelijk debat dan ze vijf jaar geleden, tien jaar geleden, laat staan twintig jaar geleden deden.

Is het daarom dat meer en meer journalisten de overstap maken naar de politiek? Omdat hun macht als journalist vermindert?

Heeft het daarmee te maken - ik weet het niet. Politiek journalist zijn is voor mij een beetje toeschouwer zijn in de voetbaltribune. Gepassioneerd, voetbalgek - en bij sommige mensen slaat dat over in de behoefte om zelf voetballer te willen zijn. Ik begrijp die aantrekkingskracht wel. Trouwens, iedereen die blijk heeft gegeven van enige kennis van de politiek, een zekere mate aan verbaliteit en aan cameravastheid, krijgt vroeg of laat ook een aanbod. Ik ben zelf al door ongeveer iedere partij gepolst, met uitzondering van twee of drie partijen. Waarom? Omdat je bij politieke journalisten vaak meer politieke expertise vindt, en over de dossiers en over hoe je aan politiek moet doen, dan bij veel nieuw verkozen kamerleden. Ik heb er ook niks tegen dat mensen dat doen. Je moet daar dan wel duidelijk in zijn: ofwel ben je supporter op de tribune of wel speel je op het veld. En je hebt er een aantal waarvan ik af en toe vermoed dat ze aan de zijlijn staan, af en toe mee het veld op trippelen, iets proberen, en dan terug weg zijn . Da's een soort grijze schemerzone waar ik het lastiger mee heb. Mittspieler zijn, en tegelijkertijd commentator, vind ik erover.

Waar trekt u dan de grens?

De inmiddels betreurde Guido Tastenhoye, schreef in zijn laatste jaar bij de Frut al in opdracht van het Blok, en dan is hij overgestapt. Dat doe je niet. Er is ook het legendarische voorbeeld van de journalist die de speech schrijft voor een kandidaat-voorzitter van CD&V, vervolgens naar het congres gaat waar die kandidaat de speech voorleest, naar zijn krant gaat en een verslag maakt dat het de beste speech is die ooit uitgesproken is geweest... Da's erover. Kies voor wat je wil doen: ofwel ga je voetballen, ofwel blijf je in de tribune. Maar kiezen is ook kiezen: als je mee gaat spelen, moet je niet meer terugkeren naar de tribune. Als je kiest voor een politieke carrière en die mislukt kan je voor mij daarna nooit meer terug geloofwaardig journalist zijn. Maar mensen die ook echt voor de politiek hebben gekozen: Belet, Sterckx, Pol Vandendriessche: dat zijn niet de slechtste die er rond lopen, en die hebben ook geen van allen de intentie om ooit nog terug te keren. Daar heb ik alle respect voor.

U bent zelf nooit in de verleiding gekomen om de overstap te maken?

Als je dat aanbod krijgt, denk je daar wel eens over na : is dat een leven dat mij zou liggen? Maar ik ben daar - denk ik - iets te onafhankelijk voor. Da's misschien de Lucifer in mij. Ik heb hier de onvoorstelbare vrijheid dat ik kan denken en schrijven wat ik wil, wat ik denk dat juist is, zonder dat ik eerst aan een partijvoorzitter de toestemming moet vragen: mag dat wel, past dat in de strategische communicatie van de partij? En dan te horen te krijgen: je hebt wel gelijk maar je moet je mond houden, want het ligt politiek gevoelig, of we kunnen nu onze coalitiegenoot niet schofferen- daar pas ik voor. Ik zou mij te zeer geremd voelen in mijn vrije expressie, en die heb ik hier totaal. Waarom zou ik dat achterlaten? En dat heeft niks te maken met een machtsafweging. Dat heeft te maken met wat je graag doet, en waar je jezelf het beste in je vel bij voelt.

Je hebt wel een behoefte om deel te nemen aan het publieke debat?

Ja. Ik vind dat ook de rol van iedere intellectueel, om een zwaar woord te gebruiken. Dat is ook een traditie van eeuwen, dat intellectuelen deelnemen aan het maatschappelijk debat en met mekaar discussiëren over de beste staatsordening, maatschappelijke problemen. Daar een stem in zijn - ik heb geen enkele ambitie nog de behoefte om dé stem te zijn - daarin meedenken, meewerken, meespelen, dat is wat ik het liefste doe. En ik denk dat ik dat hier op een veel vrijere manier kan doen, en misschien zelfs wel met iets meer invloed dan als parlementslid 123. Is dat Lucifer? Ja. Maar nooit met ook maar een seconde het geloof en de overtuiging dat je echt de macht hebt om dingen te veranderen.

Is dat de reden waarom u voor het beroep gekozen hebt? Om te kunnen deelnemen aan het publieke debat?

Dat is later gegroeid. Het romantische beginideaal in mijn jeugd was veel meer de vierde macht: de machthebbers controleren Mudraking, schandalen uitspitten, zien wie met zijn hand in de koekjestrommel had gezeten, corruptie aanklagen. Maar tot je eigen grote verbijstering blijkt dat eigenlijk de uitzondering, en niet de regel. Ja, er is corruptie, en die moet je ook uitspitten, maar veel meer dan dat is politiek een vrij nobel beroep, waar over het algemeen niet-domme mensen proberen er het beste van te maken. Op een bepaald moment verschuift je focus dan ook van mudraking naar andere vragen. Hoe ga je om met de grote uitdagingen van een samenleving? Met een globaliserende wereld, met migratieproblematiek, met een verouderende demografie, met de manier waarop identiteit altijd maar belangrijker en belangrijker wordt? Met de behoefte van veel mensen om zich op te sluiten in een homogene, bijna monoculturele omgeving? Hoe is links in godsnaam ooit zo dom kunnen zijn om - vanuit een angst om voor racist uitgekreten te worden - alle reële problemen die migratie met zich meebrengt niet te zien, en heel dat veld over te laten aan het Vlaams Belang? Wat moet je daartegen doen? Dat soort vraagstukken houdt mij nu meer bezig dan een senator die voor één of andere bouwvergunning 1000 euro heeft gekregen van een aannemer. En ik vind dat ook de verdomde plicht van eenieder die, door zijn ervaring, door zijn opleiding, door zijn talent, de mogelijkheid heeft om daaraan mee te werken. Niet met de ambitie om Lucifer te zijn en de samenleving naar zijn beeld en gelijkenis te herscheppen, maar wel om ervoor te zorgen dat je stem gehoord wordt, dat er ook rekening mee gehouden wordt, en soms is dat meer nodig dan anders.

U vindt niet dat dit debat voorbehouden is aan politici?

Ik denk dat iedere burger dat moet doen. Politiek is veel te mooi en tegelijkertijd te gevaarlijk om het alleen aan politici over te laten.

Niet iedere burger kan op dezelfde manier aan het debat deelnemen als u.

Da's juist. Dat erken ik, ja. Ik zit in een gepriviligieerde situatie, dat is zo. En mijn stem zal waarschijnlijk meer invloed hebben dan die van de modale burger - ook dat is ongetwijfeld zo.

Maar dat is niet iets wat u nastreeft, of waar u voor gekozen hebt?

Ik lig daar 's nachts niet wakker van, neen. Ik stel dat vast als een feitelijkheid maar het is mij overkomen. Ik heb voor '94, toen ik hoofdredacteur werd, nooit in mijn leven een edito geschreven en ik ben al van midden jaren tachtig in de politieke journalistiek. Dat was zelfs een genre dat mij ook niet echt lag tot dan. Maar volgens de traditie was het de taak van de hoofdredacteur om de standpunten te schrijven. Ik ben daar toen met onnoemelijk veel tegenzin aan begonnen, vanuit de redenering die ik daarstraks al had: ik ben Yves Desmet, ik vertegenwoordig niemand, waarom is mijn mening zo belangrijk? Ik heb toen ooit edito's geschreven met pleidooien om het persoverzicht op de radio af te schaffen, vanuit precies die redenering: waarom mogen die tiepen op de radio en Jan met de pet niet. Maar je groeit daarin, en mensen zeggen: zo dacht ik er ook over, alleen heb ik het zo nooit op papier gekregen. En nu is het bijna mijn hoofdbezigheid geworden. 't Kan verkeren in een mensenleven. (lacht) 'k Ben helemaal verkeerd gelopen.


03:17 Gepost door Student in Lucifer | Permalink | Commentaren (0) | Tags: timothy anthonis |  Facebook |

MORICHARPLEIN WORDT GEEN SPEELPLEIN.

SINT-GILLIS - De gemeenteraad bestelt een bijkomende studie over de heraanleg van het Moricharplein. De oppositie heeft haar bedenkingen bij de procedure.

Voor de bewoners blijft het voorlopig afwachten hoe het plein er zal gaan uitzien. Waarnemend burgemeester Martine Wille ( PS ) heeft in elk geval een duidelijk doel voor ogen. Wille: "We willen een polyvalent stedelijk plein creëren, waar elke bevolkingsgroep zijn plek vindt. Het plein zal dus geen groot speelterrein worden waar alleen kinderen en jongeren terecht kunnen. Er zal ook plaats moeten zijn voor andere functies." De burgemeester is intussen wel bereid de plannen voor te leggen aan het wijkcomité. Volgens oppositielid Nathalie Espeel ( Groen! ) is dit een 'opening die de gemeente maar zelden maakt.'

De eerste studieopdracht dateert al van 2004. De gemeente ontving de resultaten pas dit jaar en vindt nu dat een bijkomende opdracht noodzakelijk is. Intussen heeft de oppositie nog geen inzage gekregen in de resultaten van het eerste onderzoek. Espeel : "Dit stond ook al in januari op de agenda maar werd toen ingetrokken omdat ik de resultaten van de eerste opdracht wilde zien. Ik vermoed dat de resultaten op dat ogenblik zelfs nog onvolledig waren. Nu is het voorstel toch goedgekeurd, maar ik wacht nog altijd."

Bovendien wordt volgens Espeel de wettelijke procedure niet gevolgd: "De eerste studie viel onder het drempelbedrag voor openbare bekendmaking. Voor de vervolgopdracht zou er nu wél een bekendmaking moeten zijn. Maar dat is de gemeente niet van plan." CDh, nochtans ook in de oppositie, is enthousiaster. Fractieleider Vincent Henderick : "Wij willen de burgemeester en haar ploeg vooral feliciteren voor hun inspanningen om de gemeentelijke infrastructuur te moderniseren."

Wanneer de werken zullen starten, is nog niet duidelijk. (TA)

03:14 Gepost door Student in gemeenteraad | Permalink | Commentaren (0) | Tags: timothy anthonis |  Facebook |

21-06-08

Rik Van Cauwelaert: 'Media hebben geen macht, wel invloed. Zij die beweren van wel bewijzen de media geen goede dienst.'

Een gesprek met Rik Van Cauwelaert over het spanningsveld tussen invloed en macht, moed en overmoed, oude en nieuwe waarden in de journalistiek

Journalistiek lijdt steeds meer onder een dubbele binding. Zonder journalistiek is immers geen maatschappelijk debat denkbaar. Tegelijk verwachten we van journalisten dat ze politiek neutraal zijn. Toch menen velen dat de belangrijke opiniemakers uit de media de lijn tussen journalistiek en politiek overschrijden. Overigens is er niemand die nog een gortdroog artikel kan lezen, tenzij de ultrakorte 's ochtends op trein, tram en bus. Het zijn de opiniërende artikels die ons bijblijven. Rik Van Cauwelaert, directeur van Knack, zweert bij de traditionele journalistieke waarden als enige legitimatie van de pers. Ook al vindt hij dat sommige media hun grenzen ver te buiten gaan, toch blijft hij erbij dat de media  invloed uitoefenen, maar geen macht. We gaven de man die het belangrijk vindt politici te laten uitspreken, ruimschoots de tijd om zijn ideeën te formuleren in een 'ouderwets' gesprek.

Denkt u dat de opkomst van internetmedia een gevaar inhoudt voor degelijke journalistiek?
Ja en neen. Ik kan moeilijk zeggen dat het een groot gevaar is, dat komt sullig over. Maar het gevaar bestaat dat gebruikers geen verschil maken tussen gefundeerde professionele journalistiek en mensen die er maar op los schrijven. We moeten de lezer en de kijker daarvoor waarschuwen. Er is een soort van waardenschaal nodig die bepaalt wat ernstig is en wat niet. Op internet wordt zo veel gejat. Wat is de juistheid van wikipedia trouwens? De juistheid is een kwestie van toeval, want je kunt de informatie zelf maar een maal per dag aanpassen. Het boek van Andrew Keen 'De @cultuur.Hoe internet de beschaving ondermijnt gaat daarover (zie ook Knack 16 april 2008). Hij is een internetspecialist die de huidige trend van internetmedia gevaarlijk vindt omdat niets er amateurs van specialisten onderscheidt.

Bent u dan toch pessimistisch?
Neen, tegelijk is internet boeiend. Ik zocht net informatie over een boek en in enkele seconden had ik een boekbespreking van The Boston Globe te pakken, die trouwens een ernstige website heeft. De website van Knack is een verlengstuk van het weekblad; we moeten geen week wachten om informatie en reacties toe te voegen. Internet blijft een onuitputtelijke bron van informatie. Maar je moet opletten, er zijn ook heel wat gekken op internet: zoals de sites met complottheorieën. Soms merk ik dat journalisten dat meepikken en dat als waarheid verkondigen, zelfs in gedrukte media.

Is dat dan niet een afspiegeling van de maatschappij?
Neen, het gaat veel verder. Vroeger schreven de media nog 'naar verluidt', nu verkondigt men dat als waarheid. We hebben in het verleden gezien tot welke ontsporingen dat kan leiden. In de X-dossiers  in de rand van de zaak Dutroux (1) bijvoorbeeld, ontstonden complottheorieën op basis van de getuigenissen van vijf jonge vrouwen met borderline-stoornis. We hebben die informatie als eerste aangeboden gekregen, maar niet gebracht. Maar om terug te komen op Andrew Keen, hij vertelt ook hoe sommige internetsites kranten kapot maken. Ik ben voorzichtig met de nieuwe internetmedia. Maar voor mij is de bottomline: de informatie moet juist en gecontroleerd zijn. En als je fouten maakt dan moet je die rechtzetten. Dat draagt bij tot de reputatie van je medium.

Kan Knack de nieuwe generatie bijbenen? Moet Knack zijn koers aanpassen om zijn jong lezerspubliek te houden?
Ik heb genoeg voorbeelden gezien van bladen die meebuigden met de wind. Dat loopt altijd slecht af. Knack gebruikt internet en nieuwe middelen, maar blijft een nieuwsmagazine. Youtube is leuk, maar misleidend. Andrew Keen geeft een schitterend voorbeeld van een meisje van zeventien dat haar leven op Youtube liet zien, met liefdesverdriet, problemen met de ouders... Een hit uiteraard. Tot bleek dat ze een actrice was en dat het verhaal door Hollywood-scenaristen was geschreven die een verhaallijn uittestten. Zoals de filmpjes met spuitende frisdranken bedacht zijn door reclamemakers. Het filmpje van Leterme die in kamerjas de kijkers aanspreekt is ook in scène gezet. Dat zorgt voor hype, maar is bijzonder fake. Er staat niet bij dat het reclame- of PR-filmpjes zijn. Dat is misleiding. Er circuleren ook filmpjes over Amerikaanse presidentskandidaten, die in scène zijn gezet met de bedoeling hun reputatie te schaden.

Is dat geen effect ook van de ontzuiling van de media waardoor politici en drukkingsgroepen andere manieren proberen te vinden om hun boodschap te verkondigen?
Absoluut, de Britse koningin zette haar kerst- of nieuwjaarsboodschap rechtstreeks op Youtube, ze heeft de BBC niet meer nodig. Ok, maar andere machthebbers kunnen dat als propagandamiddel misbruiken. Neem nu de zaak Jo Van Holsbeek. Er waren beelden gemaakt van wegrennende jongens die er nogal donker uitzagen en die de mogelijke daders waren. Kan je je inbeelden welke gevolgen dat kan hebben als die zondermeer op internet waren verspreid? Je moet je dus continu afvragen als je naar foto's en internet kijkt: 'Is wat ik zie juist?'. Je moet daar als ernstig medium duiding bij geven. De zogenaamde kwaliteitsbladen zitten soms op het randje. Ze nemen risico's door veel te snel filmpjes en blogberichten op hun site te publiceren. Tegenwoordig kan je op veilingen veelgezochte trefwoorden van google kopen. Daarmee kan je dan nepberichten schrijven met trefwoorden in titel, abstract en tekst. Zodat de surfer bij je bericht uitkomt. Wat is dan nog de waarde van de bezoekerstatistieken? En dat is waar Andrew Keen het over heeft.

Met de lancering van Focus en Weekend Knack begeeft Knack zich op het gebied van de infotainment?
Neen, we brengen nieuws óver entertainment. We mengen de twee niet. Op die manier konden we de lijn van Knack behouden zonder Iggy Pop op de cover te zetten. Trouwens zo veel maakt dat voor Knack niet uit. We hebben al eens de proef op de som genomen. Toen de politieke partijen op zoek waren naar bekende Vlamingen om hun verkiezingslijsten te verruimen, kwamen uit hun enquêtes twee namen naar voor: Kardinaal Danneels en Mark Uytterhoeven. We hebben een dubbele cover gemaakt met de titel: Op wie zou u stemmen?. Mark Uytterhoeven stond op de eerste cover. Hij had geen enkele invloed op de losse verkoop. Let wel dat was op het hoogtepunt van zijn populariteit. Achteraf bekeken hadden we beter Kardinaal Danneels op de eerste cover gezet. Ook de dood van Lady Di, wat toch een fenomeen was, had geen invloed op de verkoop van Knack. Bij Le vif/l'express was dat een absoluut kassucces. Het lezerspubliek van Knack is hoger geschoold. Dat merkten we ook aan de special over Ghandi die we publiceerden bij de viering van de onafhankelijkheid van India. Die had wel invloed op de verkoop.

Knack bekleedt een unieke positie op de markt van de weekbladen? Mag er concurrentie bij of houdt u het liever zo?
Knack heeft voldoende concurrentie van de katernen van de weekendkranten. De kranten zetten alles in op de weekendeditie, omdat ze enkel daarop geld verdienen. Ze zitten volledig op ons terrein, maar ik merk dat ze steeds meer de infotainment kant uitgaan. De finale van het restaurant stond in elke krant, ons kan dat geen fluit schelen. De standaard publiceerde op de frontpagina Jan Hoet die de canvascollectie keurt. Dat heeft toch geen nieuwswaarde? Terwijl Karel van Miert die zegt dat de Belgische staat slaaf is van Suez, op pagina 22 staat. Ik weet wie ik op pagina één zou zetten en da's zeker niet Jan Hoet. Op de frontpagina van de weekendeditie van De standaard stond een artikel over het gebrek aan personeel bij de brandweer. CD&V voorzitster Marianne Thijssen die zegt dat ze uit de regering stappen als er op 15 juli geen oplossing is, stond op pagina 6. Ze was zo verbaasd, dat ze dat de volgende dag op de gezinsdag van CD&V heeft moeten herhalen. De hiërarchie van de nieuwswaarde is duidelijk veranderd.

U bent neemt deel aan het debat 'open kaart' op Kanaal Z. Is dat geen 'ouderwets' programma?
Zo ouderwets als maar kan zijn (lacht). We hebben meer kijkers dan de zevende dag! De absolute topper was met Bart De Wever in december, toen haalden we 300.000 kijkers. Het aantal schommelt rond 270.000 kijkers, ook omdat we in loop uitzenden. Wist je dat Phara absoluut Abu Jahjah voor 'open kaart' wilde interviewen? Waarop hij zei: 'Ik ga eerst naar 'open kaart' want daar kan ik uitpraten'. Dat is ook de reden waarom politici graag komen. Ze kunnen hun standpunt uitleggen in meer dan 20 seconden. Bij de zevende dag blaft de regisseur voortdurend in het oortje 'korter! Afbreken!'. Het programma is zo ouderwets als maar kan zijn, maar het beantwoordt aan een behoefte. Ik word erop aangesproken bij de bakker, zo weet ik dat dat leeft.

Vindt u het belangrijk om met de politici zelf in debat te treden? Wilt u op die manier op het maatschappelijke debat wegen?
Absoluut, maar het is belangrijk om dat op een verstandige manier te doen en niet altijd de simpele confrontatie met oneliners aan te gaan. Als je Karel De Gucht interviewt over Congo kan je niet vragen: 'Kabilla vindt u een oen, wat is uw reactie?'. Neen, je moet ernstige vragen stellen zoals 'Wat is er nu gaande in Congo?', een vraag die ik nooit heb horen stellen. Of 'Wat betekent België nog op zakelijk en economisch vlak in Congo?'. Niets, maar dat wordt niet gezegd. Ik vind het belangrijk dat ik de zaken kan uitspitten, dat je politici niet laat wegkomen met oneliners. Je moet erdoor kunnen breken. Sommige politici hebben het daar moeilijk mee.

Ze moeten toch een parlementair debat aankunnen als ze zich verantwoorden voor de Kamer?
Ja, maar de meeste vragen worden schriftelijk gesteld. Trouwens ook de mondelinge vragen zijn doorgestoken kaart. De meerderheidspartijen spreken op voorhand alles af, zodat ze hun belangen veilig kunnen stellen. Tijdens de verkiezingen van juni 2007 kwam het communautaire aspect in het debat niet aan bod. Daarom hebben we in 'Open kaart' een debat georganiseerd over de financieringswet (2). Mensen vallen in slaap bij het woord alleen. Politici vonden dat een vreemd idee, geen hond interesseerde zich volgens hen voor die wet. Uiteindelijk werd het een boeiend debat met alle toenmalige kopstukken van de grote partijen. Wat er toen gezegd is! Yves Leterme en Guy Verhofstadt en eigenlijk iedereen gaf toe dat de Belgische staat failliet ging als die wet niet verandert. En daar gaat de discussie nu al een heel jaar over. Die wet moet worden herzien want als die geldstromen van de federale overheid naar de deelgebieden niet veranderen gaat België failliet. Geen enkele zender heeft daar toen een woord aan vuil gemaakt. Wat van de verkiezingen bleef hangen is de oneliner: 'Wie gelooft die mensen nog?'.

U formuleert scherpe kritieken in uw editorialen, begeeft u zich daarmee niet op het gebied van de politiek?
Dat is wat politici graag beweren. Voor de vorige regering was ik een 'tjeef', omdat ik kritiek had op Guy Verhofstadt. Nu zien ze dat ik even scherp over Yves Leterme schrijf. Ik was een van de eersten om te zeggen dat Leterme het niet kon. Maar als je over politiek schrijft, moet je je lezers zo correct mogelijk voorlichten, dat is de taak van de media. In de vorige regering toen Karel De Gucht zijn eerste aanvaring in Congo had, heb ik gezegd: 'Hij heeft gelijk'. In Congo regeert een corrupte bende en dat mag worden gezegd. Als 85% van het belastinggeld niet in de Congolese staatskas terechtkomt, dan is dat een serieus probleem. Als België daar geld instopt, mogen we ook vragen, waar dat geld naartoe gaat. Dat is een schande. Ik neem een positie in en daarmee doe ik aan politiek. Maar op die manier doet iedereen aan politiek. Ook in de staatshervorming neem ik positie in: Ik vind dat er een grondige staatshervorming moet komen waarbij de twee gemeenschappen duidelijk maken wat ze wel nog samen willen doen, anders komen we er niet uit. Dat is dan een politieke stellingname. Sommigen zeggen dan dat ik NVA-er ben geworden.

Wat u zegt sluit een scheiding als mogelijke oplossing niet uit?
Dat mag niet afschrikken, als een deel van het land zich blijft verzetten tegen een grondige staatshervorming die noodzakelijk is om de geldstromen te regelen, dan moet dat maar. Frank Vandenbroucke zei als minister van Sociale Zaken (in Verhofstadt I) dat als de situatie blijft aanhouden de federale staat niet meer in staat is om zijn afspraak met de burgers na te komen, namelijk de pensioenen betalen, omdat er geen geld is. Daar moet je rekening mee houden. Als een deel van het land zich blijft verzetten tegen een hervorming en de Vlamingen kunnen op een dag niet meer betalen voor de solidariteit, dan blijven er niet veel mogelijkheden over. Ik ben voor de solidariteit, maar ik wil weten wat er met dat geld gebeurt. Vlamingen zullen altijd steun moeten blijven geven, omdat ze in de meerderheid zijn. Die solidariteit kan nooit omslaan. In alle mathematische modellen blijft de transfer hoedanook van Vlaanderen naar Wallonië gaan. Geen probleem, maar ik wil weten hoe het zit met die miljarden die in Henegouwen zijn gepompt, waar het aantal woonwagenbewoners toeneemt omdat ze zich geen sociale woning kunnen veroorloven. Henegouwen is een dramatische plek en het gebeurt er allemaal onder de neus van Elio Di Rupo. Charleroi is een vierdewereldstad geworden. Daar moet toch iets aan gebeuren. In Duitsland heeft de discussie over de transfers van west naar oost drie jaar geduurd. Maar de West-Duitsers kregen uitleg toen ze vroegen wat er met het geld was gebeurd. Hier is die er nooit gekomen, en dat is een serieus probleem.

Was het vroeger niet eenduidiger toen de redacties een duidelijke politieke ideologie voorstonden?
In de tijd toen mijn vader politiek commentator was bij Het Volk, wist je als je er binnenstapte welke kant je koos. Je wist wat er van je werd verwacht. Je kon uiteraard ook weigeren. Maar nu spreekt men met een zekere meewarigheid over de verzuilde pers van toen, maar die was vrijer dan de pers nu. De grote kranten zoals De standaard, De gazet van Antwerpen, Het volk, Het belang van Limburg hebben in die periode een standpunt ingenomen dat radicaal inging tegen dat van de CVP, onder andere in de zaak Leuven Vlaams. Ze hebben dat toen geforceerd, net zoals bij een aantal andere zaken in communautaire kwesties. Vandaag is dat niet meer mogelijk. Sommige commentatoren hebben zulke nauwe vriendschapsbanden met politici dat ze ze niet voor het hoofd willen stoten. Daarom vind ik het belangrijk dat je afstand houdt, zelfs fysieke afstand. Het is ok dat journalisten naar briefings van politici gaan om achtergrondinformatie te krijgen over bepaalde dossiers. Maar op vakantie gaan met politici...

...en een boek schrijven. U zei dat u dat een verwerpelijke gewoonte vindt?
Ja, absoluut verwerpelijk. Een boek schrijven op vraag van een politicus, met zogezegde interviews? Dat doe je niet.

Zoals het boek dat Yves Desmet en Dirk Achten schreven? (Het einde der pilaren. Een Toscaans gesprek. Met Karel De Gucht en Johan Van Hecke)
Voor sommigen is het een carrièrezet. Dirk Achten is na een verblijf op het kabinet van Karel De Gucht, benoemd tot directeur bij FOD Buitenlandse Zaken. Als een Knack-redacteur een politiek boek schrijft in opdracht van een politicus of aan een politiek debat deelneemt dat georganiseerd is door een politieke partij, dan mag hij geen politiek verslaggever meer zijn. Iedereen bij knack weet dat.

Nu die politieke band is weggevallen tussen redacties en politiek zoeken politici misschien naar andere middelen om impact te hebben op de verslaggeving via intimidaties, klachten... ?
Een goede politicus weet dat dat contraproductief is. Ook bij andere redacties geldt, hoe meer intimidaties ze moeten verduren, hoe harder ze doorgaan. Dus veel impact heeft dat niet.

Is dan ook de strategie van Noël Slangen contraproductief met zijn site mijnheerrik.be en processen met hoge schadeclaims?
Wat Knack betreft, hebben die geen effect. Het verbaast zelfs zijn vrienden dat hij dat zo speelt. Blijkbaar ligt dat een beetje in zijn aard. Ondertussen heeft hij een nieuw proces aangespannen over een dossier waaruit we zogenaamd niet mochten citeren. Een tussendoortje in afwachting van de uitspraak over het proces in september. Verstandige politici weten wat de effectiefste manier is om tussen te komen, namelijk met feiten en met correcte informatie. Als het dan werkelijk om een fout gaat, zetten we dat recht. Bij Knack hebben we weinig last van druk. Ook de interventies via Rik De Nolf (gedelegeerd bestuurder va Roularta) beperken zich tot: 'Ik heb een telefoontje gehad van een persoon die het volgende meldde...'.

De media en de politiek zijn vruchtbare gronden voor hoogmoed.  Tegelijk is een grote portie moed nodig om naar de kennis en waarheid te blijven zoeken.  Een beetje zoals de gevallen engel Lucifer die in de vorm van een slang naar de aarde werd verbannen en er de mens verleidde tot het eten van de boom van de kennis van goed en kwaad.
Wat de hoogmoed betreft, denk ik aan voormalige journalisten die dachten dat ze belangrijker waren dan het medium waarvoor ze werkten. Na een meningsverschil namen ze ontslag. Ze dachten dat ze toch hun gezag konden behouden. Ze schreven dan boeken, kwamen op radio en verschenen af en toe in Humo, maar nooit hadden ze nog dezelfde impact als via het medium. Het is fout te denken dat de men belangrijker is dan zijn medium, dat loopt altijd verkeerd af. Zo zijn er nog velen die dat tot hun scha en schande zullen vaststellen. Als journalist moet je redactie achter je staan. Ik zou het aanvaarden als de redacteuren bij Knack me zeiden 'Rik je gaat over de schreef'. De tweede interpretatie die je van Lucifer geeft, als de brenger van de wetenschap van goed en kwaad, is eigenlijk de opdracht van elke journalist. Hij moet de lezer inlichten over alle onderwerpen, zodat die zelf kan oordelen over de situatie. Knack schreef over het spaghetti-arrest in de zaak Dutroux (2), dat het juist was. Sommige juristen durfden dat niet te zeggen, omdat ze liever de populistische toer opgingen. Het is de taak van de journalist om mensen te laten eten van de boom van de kennis van goed en kwaad (lacht).

Is het dan niet overmoedig om zoals in het spaghetti-arrest het op te nemen tegen alle anderen in?
Neen, dat is correct zijn. Als we ons standpunt noodzakelijk vinden, brengen we het, ook al staan we erin alleen. Dat is een kwestie van durven. Van bij de aanvang vonden we de X-dossiers onzin. Knack en redacteur Frank De Moor, die overleden is, zijn afgeschilderd als dienaren van het establishment. Knack werd ervan beschuldigd onder een hoedje te spelen met de onderzoeksrechters. Maar ook in de affaire notaris X beweerde Knack van in het begin dat het een uit de hand gelopen echtscheiding was. Jaren later is notaris X me komen bedanken. De kinderen hebben later bevestigd dat de beschuldiging van kindermisbruik enkel diende om hem van zijn rechten te ontrieven. We stonden alleen met die mening. Dat is geen hybris. De lezers respecteren die houding, ook al zijn ze het er niet mee eens.

U bent door uw eigen blad uitgeroepen als een van de meest invloedrijke intellectuelen van Vlaanderen. Hoe vond u het om dat in uw eigen blad te publiceren?
Het idee is geënt op de enquête die Marc Schaevers in 1989 uitvoerde voor het opinieblad Het nieuwe maandblad. Joël De Ceulaer stelde voor om de enquête opnieuw te doen. We hebben namen van invloedrijke personen gevraagd aan een honderdtal academici, commentatoren en mensen met verantwoordelijke functies. De Knack-lezers konden daar dan voor stemmen. Toen Joël De Ceulaer zei dat ik verkozen was vroeg ik me eruit te halen, maar dat kon niet. Mensen hadden voor mij gestemd en er zou een leemte in de enquête vallen. Trouwens, de Knack-redactie mocht niet voor collega's stemmen.

Flatteert die erkenning dan niet?
Flatteren niet, het heeft me dubbel doen nadenken. Mensen hechten belang aan mijn commentaar. Ik moet dat dus ernstig nemen en nadenken voor ik iets zeg. Maar het feit dat ik verkozen werd heeft ook te maken met de kracht van het medium Knack zelf: In de editie van Marc Schaevers waren ook Sus Verleyen en Marc Reynebeau verkozen.

Uiteindelijk hebben de media dan toch een machtspositie?
Macht is dat niet, eerder invloed. Macht kan je forceren tegen de wil in.  Met zijn invloed wil Knack de mensen doen nadenken zodat ze op een lucide manier kunnen oordelen. Echte macht hebben de media niet. Zij die ons dat toedichten bewijzen ons geen dienst. Het verbaast me zovele journalisten nog geloven dat er sprake is van macht.

Neem nu de items van het VRT journaal en het VTM nieuws die zijn zo verschillend van instelling dat ze daarmee toch een zekere macht uitoefenen op hun kijkers?
Het hangt ervan af wat je met die invloed gaat doen. Het zijn anderen die daar misbruik van maken. Bijvoorbeeld de moord op Jo Van Holsbeek was net voor een lang weekend. Iemand van de directie stelde voor de cover te veranderen, omdat er berichten kwamen dat de daders twee allochtonen waren. Maar dat hebben de media ervan gemaakt. De politie heeft dat niet bevestigd. Maar ondertussen hadden imams al opgeroepen om te betogen tegen gewelddadige Marokkaanse jongeren. Een week later bleek dat het om Poolse jongeren ging. Ik vind dat de kranten excuses verschuldigd zijn. Dat heb ik ook geschreven in het jaaroverzicht. Ik wacht nog steeds. In de X-dossiers met de vijf X-getuigen ging het nog verder, omdat daar sprake was van de ontwrichting van het juridische apparaat. Er werden loze berichten verspreid over hooggeplaatste personen die zogezegd alles in de doofpot hadden gestopt. Rechtspraak is een ernstige zaak. Het was waanzin. De geloofwaardigheid van de hele Vlaamse pers heeft toen een ongelooflijke knauw gekregen. Dan vind ik dat excuses en een rechtzetting noodzakelijk zijn. Maar ik houd het bij invloed, eerder dan macht.

Vorig weekend ging het in open kaart over de nachtvluchten waar nu ook pajottenland onder lijdt, waar u woont. Slaapt u nog goed?
De nachtvluchten treffen voornamelijk het noorden van Pajottenland, dus ik heb er geen last van en bovendien ben ik een beetje doof, dat helpt ook (lacht).

•(1)     X-dossiers: getuigenissen van jonge vrouwen in de nevendossiers van het onderzoek naar Dutroux.
•(2)    spagetti-arrest: uitspraak van het Hof Van cassatie van 14 oktober 1996 waardoor onderzoeksrechter Jean-Marc Connerotte van de zaak Dutroux werd gehaald.

19-06-08

Expo: Kunstschatten uit Wallonië van vroeger en nu - Dat verrassende land


Een wandeling tussen vroeger en nu
 
 

Wallonië bestaat officieel sinds 1844. De provincies tussen de Rijn en de Schelde werden sinds 57 voor Christus door Caesar bij Gallië geannexeerd. Later maakte het gebied deel uit van het Rijk van Karel de Grote. De Hertogen van Bourgondië brachten in de 15de eeuw deze provincies onder hun gezag en een eeuw later gingen ze over naar de Habsburgse kroon. Deze tentoonstelling is ingericht als een wandeling tussen kunstwerken die vooral dateren van de 12de tot de 16de eeuw, met hier en daar een zijsprong naar hedendaagse werken.   

Bij het binnenkomen zie je pal voor je een grote foto van een straatbeeld met migranten. De rode t-shirt van de jongen trekt meteen de aandacht, maar wanneer je de foto van Beat Streuli van naderbij wil bekijken, hoor je links opeens een zachte mannenstem die in het Frans een tekst voorleest. En dan zie je vanuit je ooghoek opeens de ruw bespijkerde kruisbeelden van Godart. De quasi schokkende en onsamenhangende toon van de tentoonstelling is meteen gezet. Althans, dat is de eerste indruk.De bezoeker wordt namelijk meteen overspoeld door een groot aantal uitingen van gevoelens, uitgedrukt in teksten, beelden, schilderijen en voorwerpen. Soms lijkt het alsof de schatkamers van Waalse kerken en musea werden geplunderd en dat de buit werd uitgestald in het Brusselse Paleis voor Schone Kunsten.  

Het dagelijkse leven stond tijdens de Middeleeuwen overduidelijk bijna volledig in het teken van de Kerk, en dat weet deze tentoonstelling zeer goed weer te geven met de vele kruisbeelden, relikwieën, wierookbranders, tapijten, afbeeldingen van de Maagd Maria en andere religieuze objecten, zoals een duif in smeedwerk die de Heilige Geest voorstelt.
Tijdens die periode kwamen er, omwille van de slechte voedingsgewoonten, vaak epidemieën voor. Ook in die barre omstandigheden zochten de mensen heil bij God en de Heiligen. Tijdens processies werden de beeltenissen uit de kerk naar buiten gehaald en in de steden rondgedragen. Een grote massa gelovigen volgde deze optochten. Er ontstond ook een grote verering voor de relieken van deze heiligen omdat deze geheime krachten zouden bezitten. Relikwieën waren voor de dorpen een bron van rijkdom en een teken van sociale cohesie. Daarom werden deze voorwerpen vaak gestolen. Als een dorp relikwieën bezat, zouden er namelijk pelgrims langskomen. Enkele kostbare kleinoden staan uitgestald onder een grote stolp, tevens een verwijzing naar vroeger.
 

Er staan een paar oude kunstwerken die echte meesterwerken zijn.De beelden van Jacques Du Broeucq zijn letterlijk zwaartepunten op deze tentoonstelling. Du Broeucq was tijdens de 16de eeuw een van de grootste kunstenaars uit Wallonië: architect, ingenieur én een uitstekend beeldhouwer. Veel van zijn werk is jammer genoeg verloren gegaan. We zien op de tentoonstelling een selectie van zijn sculpturen uit een kerk in Bergen.

De meeste schilderijen die er hangen, stammen uit de Renaissance, een periode waarin de paneelschilderkunst sterk tot uiting kwam. Hierdoor kon men gebruik maken van een rijker kleurengamma en meer details. Sinds de Middeleeuwen bestaat er ook een codificeringssysteem voor de kleuren. De kleur goud werd toen gebruikt om het goddelijke aan te duiden en blauw stond voor de heilige maagd. De maagd van Robert Campin uit Doornik is daar een goed voorbeeld van. Campin heeft de maagd afgebeeld bovenop de stad waar hij vandaan komt. De Waalse kunstenaars reisden veel rond en maakten zich bekend op verschillende plaatsen. Voor kunstenaars als Jacques Du Broeucq en Lambert Lombard was de stad Rome van groot belang. Ze brachten uit Italië beelden uit de oudheid mee die in de Zuidelijke Nederlanden volslagen onbekend waren. ‘De heilige Hiëronymus’ is een schilderij waaraan Lambert Van Noort en Herri met de Bles hebben samengewerkt en waarop de heilige wordt voorgesteld in een weids landschap.  

De organisator, Laurent Busine, heeft kunstwerken samengebracht die soms 4 eeuwen uit elkaar liggen, maar die toch op de één of andere manier bij elkaar passen. Een goed voorbeeld is een liggend beeld uit de Renaissance van Jacques Du Broeucq, met openstaande lippen alsof het personage zijn laatste adem uitblaast, en een hedendaagse foto van Orla Barry met als titel ‘Judith’. Op die foto zien we een vrouw in een bad liggen, nauwelijks onder water, waarvan het gezicht zich in het duister in de rechterbovenhoek bevindt. Een andere foto bevat de afbeelding van een liggend meisje met 2 verschillende mannenhanden boven haar lichaam. De werken van deze Ierse artieste zijn op een bepaalde manier poëtisch, berustend en toch luguber. Gipsen beelden met holle buiken van Michel François geven figuren weer waarvan de inhoud ontbreekt. En plots begint het te dagen dat de rode draad in deze zaal de Dood is. 

Een tweede rondgang door het museum dringt zich nu op om andere thema’s trachten te ontdekken. Naast de Religie en de Dood, wordt nu ook de Wetenschap ontdekt, met onder andere schilderijen van geometrische figuren.We zien ook foto’s van vogels van de Argentijnse kunstenaar Juan Paparella, die hij genomen heeft in het Natuurhistorisch Museum van Argentinië. Hij toont wat je niet te zien krijgt als je het museum bezoekt, omdat de vogels daar verborgen zaten in kasten en laden. Als uitgangspunt stelt hij zich de vraag waarom de mens er nood aan heeft om alles te benoemen en te classificeren. Het gaat eigenlijk over de zwakheid van het menselijk wezen. De zoektocht naar thematiek zou ook de Vrouw, de Jeugd en de Toekomst kunnen opleveren, maar het is soms allemaal een beetje vaag, en de interpretatie zeer persoonlijk. 

De wandeling door Bozar weerspiegelt de 2-jarige tocht door Wallonië die Laurent Busine heeft gemaakt om alle tentoongestelde kunstwerken op te sporen. Hij is niet op zoek gegaan naar welbepaalde kunstwerken, maar wou zich laten verrassen door werken die hij niet kende. Soms zijn dat meesterwerken uit de volkstraditie, die op het eerste gezicht onbeduidende voorwerpen lijken. Soms zijn het abstracte buizenconstructies en soms zijn het videobeelden van ledematen of foto’s met duidelijke psychologische ondertoon. Het was niet de bedoeling om deze tentoonstelling te overladen met kunstschatten, maar wel om schatten die de mensen aanspreken in een welbepaalde context samen te brengen. Deze context en een rode draad zijn niet altijd snel duidelijk, en bijgevolg kan je maar beter de tijd nemen voor deze tentoonstelling, en ze enkele keren doorlopen. Als hulp en leidraad liggen er catalogi op de bankjes, maar deze zijn nogal omvangrijk, wat ervoor zorgt dat je liever zelf op ontdekkingstocht gaat doorheen de afwisselend drukke en rustgevende ruimtes, waar je af en toe blijft stilstaan voor wat reflectie. Het is een vage, soms schokkende, maar zeer mooie reis.(sn)

18-06-08

Het statement dat er geen is of de paradox van Wallonië...

Tentoonstelling Kunstschatten uit wallonië van vroeger en nu BOZAR

De overzichtstentoonstelling over de kunstschatten van Wallonië in Bozar opent met een bizarre paradox: een indrukwekkend kleurrijke foto met voetballende allochtonen hangt er naast een zestiende-eeuws houten kruisbeeld met Christusfiguur. Een gedurfd statement of begint de tentoonstelling over de kunstschatten van Wallonië verderop? Een muuromvattend  wandtapijt schreeuwt om aandacht en de eerste zaal die je binnenstapt, overstelpt je met meer houten kruisbeelden en Christusfiguren... Het hoort er allemaal bij. Niet bij het statement dat je bij dergelijke paradox over Wallonië zou verwachten, maar bij de beelden die tentoonstellingscommissaris Laurent Busine over de culturele rijkdom van Wallonië verzamelde.  

Laurent Busine maakt snel komaf met mogelijke verwachtingen over statements. Want behalve dat je je niet aan een rondleiding door een museum moet verwachten, maar aan een openbaring van schatten en aan een onthulling van onbekende meesterwerken, maakt Busine geen statements. De directeur van het Musée des art contemporains du Grand-Hornu presenteert werken die uitblinken door hun poëtische kracht, hun eenvoud en hun menselijkheid. Geen bekende meesterwerken, maar kleine kunstschatten die hij aantrof in kerken, abdijen en lokale musea. De meeste werken dateren uit de periode van de twaalfde tot de zestiende eeuw. Binnen dezelfde ruimte, naast de tijdloze antieke werken, plaatst Busine werken van hedendaagse kunstenaars als Angel Vergara, Beat Streuli en Michel François, zodat je met een gigantische sprong in de eenentwintigste eeuw belandt. De tentoonstelling, die   een Waals antwoord moest bieden op de overzichtstentoonstelling over Vlaamse kunst, van Bruegel tot Rubens, blinkt uit door eenvoud: hier hangen geen grote Waalse of Brusselse schilders zoals Delvaux, Magritte of Aleschinsky. Maar enkele bekenden zoals Henri met de Bles van wie prachtige miniaturen te zien zijn: De hoeve en de Heilige Hieronymus in een landschap. Ook Joachim Patinir die met het werk De vlucht naar Egypte uit de zeventiende eeuw de aandacht trekt. Van Robert Campin, een van de vroegste Vlaamse Primitieven uit Doornik, hangt er zijn ‘Tronende Maria'. De meeste werken zijn creaties van ambachtslui: tapijtwevers, beeldhouwers en edelsmeden.  Het wandtapijt van 20 meter werd geweven in Doornik in de 15 de eeuw. Het illustreert een tafereel uit het lijdensverhaal van Christus. Een ander pronkstuk is de gouden schrijn met edelstenen van Sint-Eleufterius uit de Onze-Lieve-vrouw Kathedraal in Doornik uit de dertiende eeuw. De uit fijne edelmetalen geborduurde reliekschrijnen, zoals de wierrookhouder in de vorm van een kerk en de schedel van de heilige Dagobert die bedekt is met edelstenen en -metalen zijn prachtwerken van de edelsmeedkunst. En dan zijn er nog de massieven kruisbeelden met edelstenen bezet, die schatten zijn in letterlijke zin.

De tentoonstelling heeft een religieuze inslag die ook in de indeling van de zalen tot uiting komt. De eerste zaal is volledig gewijd aan houten kruisbeelden met de lijdende Christusfiguur als overheersend beeld. Een bevreemdend contrast ontstaat door de haast vormeloze voorwerpen uit gips van Michel François, een hedendaags kunstenaar uit Sint-Truiden, die er pal naast hangen. De catalogus beschrijft de werken van François als eigentijdse relikwieën die aan hun lot proberen te ontsnappen. Ze blinken uit door hun vergankelijkheid, hun broosheid en hun nutteloosheid, door de goedkope materialen als  gips, inkt en papier waaruit ze gemaakt zijn. In tegenstelling tot de dertiende-eeuwse kruisen zullen ze de tand des tijds niet doorstaan. In zaal twee verzamelt Busine de ornementele reliekhouders. De madonna's met kind waaraan ook een zaal is gewijd, vormen een innig contrast met de grote realistische foto van Beat Streuli, een Zwitserse kunstenaar, van allochtone vrouw met kind die op straat genomen is. De foto's van Streuli tonen alledaagse mensen in natuurlijke poses. Een ander merkwaardig kunstwerk is de video van Angel Vergara, waarin hij de contouren van een vrouw en een kind herschildert tijdens een bevreemdend ritueel met penseeltrekken, dat echter nooit hun ware gelaat zal onthullen. Naast de albasten beeldhouwwerken van de Henegouwse renaissancekunstenaar Jacques du Broeucq ligt een beeldhouwwerk van Michel François in de vorm van een sigaret gemaakt uit gips, inkt en papier. Aan de wand hangen kruisen die Jean pol Godart met spijkers en latten ineentimmerde. Ze geven een getroebleerde impressie doordat ze obsessioneel ineengetimmerd lijken met de vondsten van een strandjutter. In die zin zijn ze complementair met het vrome kruis uit de dertiende eeuw dat door goud en briljanten verering en tijdloosheid uitdrukt.

Veel aandacht gaat naar de heiligenverering. Ook al is dat wederom geen statement. De teksten op de zaalmuren geven geen bijkomende duiding. In poëtische bewoordingen vertolken ze Busine's opvattingen over de Christusfiguur, de moeder, de wetenschap, de relikwie...  Het geluidsfragment dat je aan de ingang hoort, is een digressie van Busine's  persoonlijk sentiment. Wanneer hij het over de levende erfenis van Wallonië heeft, verwijst hij naar de kindertijd, de bekende en de dierbare gezichten en de weidse landschappen die hij met zijn geboortestreek associeert. De verscheidenheid van de culturen die hij er aantrof, waren voor Busine de leidraad bij de keuze van de kunstwerken. Hij heeft de tentoonstelling opgevat als een reis door een onbestaand land, op de kruising van verschillende culturen, vol met onverwachte ontmoetingen. Busine trekt dus resoluut de kaart van de culturele verscheidenheid. Voor 1844 bestond Wallonië ook niet. Daarom is het moeilijk te verwijzen naar Waalse kunst, net zoals je Bruegel, Rubens, Van der Weyden niet ondubbelzinnig als Vlaming kunt bestempelen.  

Vooral Busine's rijke associatievermogen en zijn persoonlijke band met Wallonië zijn de rode draad doorheen de  tentoonstelling geworden. In die zin is het de tentoonstelling van een tentoonstellingmaker geworden, eerder dan een overzichtstentoonstelling. De beelden zijn werkelijk ontroerend en soms wonderlijk mooi omdat ze zo fragiel en eerlijk zijn. Maar net om  die reden komen ze ook verweesd en verminkt over binnen de museummuren waar ze afgesneden zijn van hun vertrouwde omgeving: de kleine musea, de kerkjes, de abdijen en de kathedralen van Wallonië. Als kleine schatten wou je dat je zelf had ontdekt op een mooi dag ergens in Wallonië. Een zaal vol houten kruisbeelden, relikwieën en stenen grafzerken is nu eenmaal van het goede teveel. Met mate ze ontdekken als kleine wondertjes, is een gepaster eerbewijs voor hun oprechtheid en schoonheid.