18-06-08

Het statement dat er geen is of de paradox van Wallonië...

Tentoonstelling Kunstschatten uit wallonië van vroeger en nu BOZAR

De overzichtstentoonstelling over de kunstschatten van Wallonië in Bozar opent met een bizarre paradox: een indrukwekkend kleurrijke foto met voetballende allochtonen hangt er naast een zestiende-eeuws houten kruisbeeld met Christusfiguur. Een gedurfd statement of begint de tentoonstelling over de kunstschatten van Wallonië verderop? Een muuromvattend  wandtapijt schreeuwt om aandacht en de eerste zaal die je binnenstapt, overstelpt je met meer houten kruisbeelden en Christusfiguren... Het hoort er allemaal bij. Niet bij het statement dat je bij dergelijke paradox over Wallonië zou verwachten, maar bij de beelden die tentoonstellingscommissaris Laurent Busine over de culturele rijkdom van Wallonië verzamelde.  

Laurent Busine maakt snel komaf met mogelijke verwachtingen over statements. Want behalve dat je je niet aan een rondleiding door een museum moet verwachten, maar aan een openbaring van schatten en aan een onthulling van onbekende meesterwerken, maakt Busine geen statements. De directeur van het Musée des art contemporains du Grand-Hornu presenteert werken die uitblinken door hun poëtische kracht, hun eenvoud en hun menselijkheid. Geen bekende meesterwerken, maar kleine kunstschatten die hij aantrof in kerken, abdijen en lokale musea. De meeste werken dateren uit de periode van de twaalfde tot de zestiende eeuw. Binnen dezelfde ruimte, naast de tijdloze antieke werken, plaatst Busine werken van hedendaagse kunstenaars als Angel Vergara, Beat Streuli en Michel François, zodat je met een gigantische sprong in de eenentwintigste eeuw belandt. De tentoonstelling, die   een Waals antwoord moest bieden op de overzichtstentoonstelling over Vlaamse kunst, van Bruegel tot Rubens, blinkt uit door eenvoud: hier hangen geen grote Waalse of Brusselse schilders zoals Delvaux, Magritte of Aleschinsky. Maar enkele bekenden zoals Henri met de Bles van wie prachtige miniaturen te zien zijn: De hoeve en de Heilige Hieronymus in een landschap. Ook Joachim Patinir die met het werk De vlucht naar Egypte uit de zeventiende eeuw de aandacht trekt. Van Robert Campin, een van de vroegste Vlaamse Primitieven uit Doornik, hangt er zijn ‘Tronende Maria'. De meeste werken zijn creaties van ambachtslui: tapijtwevers, beeldhouwers en edelsmeden.  Het wandtapijt van 20 meter werd geweven in Doornik in de 15 de eeuw. Het illustreert een tafereel uit het lijdensverhaal van Christus. Een ander pronkstuk is de gouden schrijn met edelstenen van Sint-Eleufterius uit de Onze-Lieve-vrouw Kathedraal in Doornik uit de dertiende eeuw. De uit fijne edelmetalen geborduurde reliekschrijnen, zoals de wierrookhouder in de vorm van een kerk en de schedel van de heilige Dagobert die bedekt is met edelstenen en -metalen zijn prachtwerken van de edelsmeedkunst. En dan zijn er nog de massieven kruisbeelden met edelstenen bezet, die schatten zijn in letterlijke zin.

De tentoonstelling heeft een religieuze inslag die ook in de indeling van de zalen tot uiting komt. De eerste zaal is volledig gewijd aan houten kruisbeelden met de lijdende Christusfiguur als overheersend beeld. Een bevreemdend contrast ontstaat door de haast vormeloze voorwerpen uit gips van Michel François, een hedendaags kunstenaar uit Sint-Truiden, die er pal naast hangen. De catalogus beschrijft de werken van François als eigentijdse relikwieën die aan hun lot proberen te ontsnappen. Ze blinken uit door hun vergankelijkheid, hun broosheid en hun nutteloosheid, door de goedkope materialen als  gips, inkt en papier waaruit ze gemaakt zijn. In tegenstelling tot de dertiende-eeuwse kruisen zullen ze de tand des tijds niet doorstaan. In zaal twee verzamelt Busine de ornementele reliekhouders. De madonna's met kind waaraan ook een zaal is gewijd, vormen een innig contrast met de grote realistische foto van Beat Streuli, een Zwitserse kunstenaar, van allochtone vrouw met kind die op straat genomen is. De foto's van Streuli tonen alledaagse mensen in natuurlijke poses. Een ander merkwaardig kunstwerk is de video van Angel Vergara, waarin hij de contouren van een vrouw en een kind herschildert tijdens een bevreemdend ritueel met penseeltrekken, dat echter nooit hun ware gelaat zal onthullen. Naast de albasten beeldhouwwerken van de Henegouwse renaissancekunstenaar Jacques du Broeucq ligt een beeldhouwwerk van Michel François in de vorm van een sigaret gemaakt uit gips, inkt en papier. Aan de wand hangen kruisen die Jean pol Godart met spijkers en latten ineentimmerde. Ze geven een getroebleerde impressie doordat ze obsessioneel ineengetimmerd lijken met de vondsten van een strandjutter. In die zin zijn ze complementair met het vrome kruis uit de dertiende eeuw dat door goud en briljanten verering en tijdloosheid uitdrukt.

Veel aandacht gaat naar de heiligenverering. Ook al is dat wederom geen statement. De teksten op de zaalmuren geven geen bijkomende duiding. In poëtische bewoordingen vertolken ze Busine's opvattingen over de Christusfiguur, de moeder, de wetenschap, de relikwie...  Het geluidsfragment dat je aan de ingang hoort, is een digressie van Busine's  persoonlijk sentiment. Wanneer hij het over de levende erfenis van Wallonië heeft, verwijst hij naar de kindertijd, de bekende en de dierbare gezichten en de weidse landschappen die hij met zijn geboortestreek associeert. De verscheidenheid van de culturen die hij er aantrof, waren voor Busine de leidraad bij de keuze van de kunstwerken. Hij heeft de tentoonstelling opgevat als een reis door een onbestaand land, op de kruising van verschillende culturen, vol met onverwachte ontmoetingen. Busine trekt dus resoluut de kaart van de culturele verscheidenheid. Voor 1844 bestond Wallonië ook niet. Daarom is het moeilijk te verwijzen naar Waalse kunst, net zoals je Bruegel, Rubens, Van der Weyden niet ondubbelzinnig als Vlaming kunt bestempelen.  

Vooral Busine's rijke associatievermogen en zijn persoonlijke band met Wallonië zijn de rode draad doorheen de  tentoonstelling geworden. In die zin is het de tentoonstelling van een tentoonstellingmaker geworden, eerder dan een overzichtstentoonstelling. De beelden zijn werkelijk ontroerend en soms wonderlijk mooi omdat ze zo fragiel en eerlijk zijn. Maar net om  die reden komen ze ook verweesd en verminkt over binnen de museummuren waar ze afgesneden zijn van hun vertrouwde omgeving: de kleine musea, de kerkjes, de abdijen en de kathedralen van Wallonië. Als kleine schatten wou je dat je zelf had ontdekt op een mooi dag ergens in Wallonië. Een zaal vol houten kruisbeelden, relikwieën en stenen grafzerken is nu eenmaal van het goede teveel. Met mate ze ontdekken als kleine wondertjes, is een gepaster eerbewijs voor hun oprechtheid en schoonheid.   

De commentaren zijn gesloten.