21-03-08

Josafat-Schaarbeek een wijk zonder illusies

In de Josafatwijk in Schaarbeek wonen geen mensen met illusies. Je woont hier of niet. Alleen wie hier op elk moment weer weg kan, kan het zich veroorloven om er een romantisch beeld van de wijk op na te houden. Wie hier vastzit, is een pragmaticus met financiële pech.

Toch zijn er plekjes waar je nog van de idyllische schoonheid van het voormalige dorpje Schaarbeek kan genieten: in het Josafatpark zijn de oorspronkelijke beek, de weiden en de bron van de Liefde bewaard gebleven. Ze herinneren aan de tijd toen een Brusselse edelman na een pelgrimstocht de schoonheid van de vallei van Schaarbeek vergeleek met die van de Josafat nabij Jerusalem. Het dorpje Schaarbeek is intussen uitgegroeid tot een gemeente met hetzelfde aantal inwoners als de stad Leuven, studenten incluis. De Josafatwijk is maar een stukje hiervan. Stel dat de wijk een vierkante kilometer groot is, dan telt ze evenveel inwoners als de gemeente Haacht.

In de wijk is heel wat sluipverkeer, omdat de Rogierlaan dienst doet als verbindingsweg tussen Meiser en centrum. In het midden van de laan ligt een trambedding die met kasseien is geplaveid. Die moeten het straatbeeld een authentiek cachet geven, maar de auto's die er 's nachts tegen 100km per uur over razen verknoeien dat volkomen. Terwijl door het drukke verkeer in de laan weinig sociale contacten mogelijk zijn, speelt zich in de kleine straten langs de Josafatstraat een levendiger tafereel af. De kinderen spelen er gewoon op straat en de mannen bespreken de politiek vanuit het deurgat. De bewoners zijn zeer verscheiden, maar het zijn de Marokkanen en de Turken die met hun vlees-, vis- en groentenhandels het meest in het oog springen.

In de laatste decennia hebben die goedkope handeltjes de plaats ingenomen van de betere handelzaken van de Rogierlaan. De Italiaanse en Griekse delicatessenzaken en de grote chocolatier zijn weg en ook de Limburgse en West-Vlaamse patissiers hebben winstgevender oorden opgezocht. De Franse beenhouwer hield het vorig jaar voor bekeken. Het is nu wachten op de Poolse immigranten voor er weer varkensvlees te koop is. Maar de verdwenen viennoiseries en vlaaien komen wellicht nooit terug.

Wanneer de jongensschool in de Haachtsesteenweg, Sainte-Marie la Sagesse,  de deuren opent, sta je oog in oog met de toekomst van Brussel: een bende overactieve jongens van zeer verscheiden herkomst. Maar toch hebben hun ouders dezelfde eenvoudige ambities en angsten: dat ze op het goede pad blijven en een betere toekomst vinden. Daarvoor zullen ze wel moeten doorzetten, want 40% van de buurtbewoners heeft enkel een diploma van het lager secundair onderwijs of het beroepsonderwijs op zak. Voor jongeren die ook nog met ernstige discriminatie te kampen hebben, geeft dat weinig vooruitzichten op de Brusselse arbeidsmarkt die vooral hoog opgeleide werknemers zoekt.

De armoede is haast tastbaar. Voor de Aldi en de Albanese moskee zitten geregeld mensen geknield te bedelen. De vuilbakken op straat worden binnenstebuiten gekeerd op zoek naar bruikbaars. Heel wat buurtbewoners leven in armoede. Een op de vijf actieve mensen tussen 18 en 65 leeft van het leefloon of van een werkloosheids- of invaliditeitsuitkering. In contrast met die armoede duiken in het straatbeeld steeds meer gerenoveerde woningen op. Voor een hoger opgeleide klasse staat het chic om in een van de prachtige herenhuizen te wonen. Die pareltjes doorstaan de tijd wonderwel.

De samenleving daarentegen verandert hier razendsnel. De Turkse migranten hebben amper de tijd gehad om hun handelswijk te vestigen, of hier staat alweer een nieuwe generatie Polen en Bulgaren te wachten. De mensen die het gemaakt hebben, gaan in rustigere wijken wonen. Wie het geld niet heeft om te vertrekken, blijft en neemt deel aan een groots sociaal experiment... voor mensen met weinig illusies.

Bronnen:

Observatorium voor gezondheid en welzijn.

17:49 Gepost door Student in Mijn gemeente | Permalink | Commentaren (0) | Tags: sarah delafortrie |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.