23-01-08

Bronnengeheim is een tweesnijdend zwaard

Soms komt een journalist aan informatie waarvan de bron zich niet bekend wil maken. Maar dan moet die journalist wel alleen instaan voor de verdediging van zijn reportage.Zeker als de informatie komt van binnen een groot orgaan, zoals een overheidsdienst, kan een kleine gebeurtenis een immens gevolg hebben. Dan moet je wel erg sterk in je schoenen staan. Het bronnengeheim is één van de voornaamste rechten van de journalist. Dit om de pers in staat te stellen zijn rol als “waakhond” te spelen en het publiek in te lichten over kwesties van algemeen belang.Het maakt deel uit van het algemeen recht op vrije meningsuiting en de vrijheid van de pers. Vrijheden die zijn gewaarborgd in (grond)wets- en verdragsbepalingen.[1]  Voorzichtigheid dient wel in acht genomen te worden.De wetgeving maakt het de journalist wel mogelijk de taak van “waakhond” op zich te nemen, maar ze beschermt enkel de bron. Niet de journalist. Die wordt nog steeds geacht de normale onderzoeksactiviteiten te verrichten. Dit houdt onder meer in dat elke bron moet gewantrouwd worden.Bovendien blijkt dat, indien er een rechtzaak komt, de rechter eerst en vooral kijkt of het recht op wederwoord wel gerespecteerd werd.

 Het bronnengeheim is dus geen excuus om een verhaal niet volledig uit te spitten. In tegendeel. Een dossier verdedigen dat het jouwe niet is mag men niet onderschatten. Bovendien kunnen journalisten nog steeds veroordeeld worden voor de schade die ze  berokkenen. Je moet je dus nog meer informeren. Waarom geeft de bron deze informatie vrij? Is er een tweede, onafhankelijke bron die dit verhaal kan bevestigen? Waren er andere getuigen? Wie nam nota? Is dit wel het volledige verhaal?Een verhaal is nooit volledig. Maar hoe complexer de situatie, hoe belangrijker de keuze tussen wat wel en wat niet op te nemen in een artikel. De invalshoek van een complex verhaal wordt het verhaal. En wat als de invalshoek van de bron niet de juiste is?Als men de bron ter verantwoording kan roepen kan die zelf het dossier verdedigen.  Hoewel het bronnengeheim een zeer belangrijk werktuig is in de werkkoffer van de onderzoeksjournalist, vereist het een vaardige hand. Anders kan het zich wel eens richten tegen de meester.  


[1] Wet van 17 maart 2005 ter bescherming van het bronnengeheim en het arrest van het Arbitragehof van 7 juni 2006 alsook artikelen 19 en 25 van de Grondwet, al dan niet in samenhang gelezen met artikel 10 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens en met artikel 19.2 van het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten.

15:00 Gepost door Student in Bescherming van de bronnen | Permalink | Commentaren (0) | Tags: jelmen haaze |  Facebook |

21-01-08

Mediawatch

Op Youtube circuleert een fragment van een interview met Benazir Bhutto, afgenomen door Sir David Frost. Bhutto laat tussendoor vallen dat Osama Bin Laden al een tijdje geleden is vermoord? Straffer nog , als interviewer val je dan toch van je stoel, nee, Sir David Frost reageert niet eens en gaat ongestoord verder over de situatie in Pakistan. En het wordt nog straffer, het interview werd blijkbaar ook op de BBC uitgezonden. De loslippigheid? van Bhutto werd er gewoon uitgeknipt?

Heb ik iets gemist?

Isabel.

17:20 Gepost door Student in DB week1 | Permalink | Commentaren (1) |  Facebook |

19-01-08

Met hun klein pietje

De linkse progressieve madammen hebben het gezegd.  Al die rechtse macho’s met hun klein pietje zullen ze eens een lesje leren.  Ocharme toch. Hoe ze het gaan doen, weet niemand.  Door met een hoofddoek op je leden toe te spreken op de nieuwjaarsreceptie?  Bettina wou een statement maken zei ze.  Dat hoofddoekengedoe komt me stilletjes aan de strot uit.  Deze discussie levert nooit een winnaar op, alleen maar verliezers.  Ook ik worstel met het verbod.  Zowel voor- als tegenstanders hebben uitstekende argumenten.

 Afgelopen vrijdag was ik in Mechelen voor een lunch.  Grote Markt, ‘bistro Den Beer’.  Ergens in een hoekje ontwaar ik een brede glimlach gevormd door volle lippen.  Wie anders dan Caroline Genez heeft zo’n glimlach?  Bij haar aan het tafeltje zit een grijze man.  Het is verdorie Urbanus.  De man die net de ‘prijs van de vrijheid’ kreeg van Nova Civitas.  De man die de linkse intellectuelen graag te kakken zet.  Goed gezien Caroline! Je kan alleen maar leren door te praten met de belijder van zelfspot en relativering.  Wedden dat hij van zichzelf zegt dat hij een klein pietje heeft? (JT)

13:34 Gepost door Student | Permalink | Commentaren (0) | Tags: joris trog |  Facebook |

18-01-08

Bronnengeheim

Is absoluut bronnengeheim nodig? 

Op de site van de Vlaamse Vereniging voor journalisten kun je lezen dat België in 2007 opgeklommen is tot de vijfde plaats op de wereldranglijst van de persvrijheid die Reporters sans Frontières elk jaar opmaken. De criteria die zij daarvoor gebruiken hebben te maken met het wettelijke kader en het economische kader waarin de journalisten werken.Extra aandacht schenken ze aan individuele aanslagen op de vrijheid van de journalisten, van moorden tot morele druk. Nederland is zijn eerste plaats, zoals laat vermoeden, kwijtgespeeld. 

In België kan de rechter een journalist dwingen zijn informatiebron vrij te geven. Er moet echter sprake zijn van het voorkomen van een misdrijf dat ernstige bedreiging oplevert voor de fysieke integriteit van één of meer personen. En de journalist bezit informatie die niet op een andere manier kan worden verkregen. Hoe deze laatste voorwaarde wordt beoordeeld, staat niet beschreven in de ‘Wet tot bescherming van de journalistieke bronnen’. Je kunt ervan uitgegaan dat als een journalist informatie kan verkrijgen, anderen dit ook kunnen en het bronnengeheim in België vrij absoluut is. 

De ‘Wet tot bescherming van de journalistieke bronnen’ --verschenen in het Belgisch Staatsblad op 7 april 2005-kwam er vrij snel nadat het Antwerpse gerecht op de redactie van De Morgen en bij onderzoeksjournaliste Anne De Graaf thuis huiszoekingen had uitgevoerd om haar bronnen te achterhalen. Zelfs de mobiele telefoon van Anne De Graaf werd afgetapt.  Anne De Graaf kreeg een minieme schadevergoeding. Door de rechtszaak verloor de onderzoeksjournaliste echter haar informatiebronnen. Ze werd ontslagen bij De Morgen omdat ze niet meer rendabel was voor de krant. Een grotere discussie dan ‘moet het bronnengeheim absoluut zijn’ is misschien wel hoe een journaliste die haar opgebouwde vertrouwensrelaties kwijtspeelt door een rechtszaak, vergoed kan worden.  

In november 2007 werd de Belgische staat door het Europese Hof veroordeeld voor het schenden van het bronnengeheim. Bij een Duitse journalist werd een huiszoeking uitgevoerd, zijn materiaal werd in beslag genomen, om de persoon die gelekt had te vinden. Het nieuwe arrest van Het Europese Hof voor de  Rechten van de mens geeft duidelijk aan dat het bronnengeheim geen privilege is maar een wezenlijke pijler is van het recht op informatie en dat deze met de grootste omzichtigheid moet worden behandeld. De Belgische staat moet een schadevergoeding van 40,000 euro betalen aan de journalist. Een veel groter bedrag dan de schadevergoeding die Anne De Graaf kreeg. 

Sinds de ‘Wet tot de bescherming van de journalistieke bronnen’ werd goedgekeurd zijn er minder aanvaringen tussen gerecht en pers, tussen politie en pers. En pronken we op de vijfde plaats. Het laatste arrest van het Europese hof dwingt duidelijk tot het respecteren van het bronnengeheim. Maar wat doen ze met creatieve rechters? Indymedia.be, “Gerecht vindt originele manier om bronnengeheim te doorbreken”. Misschien is het in dit (Ape)landje dan toch nodig om te ijveren voor een wettelijk vastgelegd absoluut bronnengeheim.

Anne De Graaf publiceert ondertussen opnieuw in De Morgen en heeft in oktober de Noord – Zuid persprijs gewonnen.Isabel Hoornaert.      

11:26 Gepost door Student in Bescherming van de bronnen | Permalink | Commentaren (0) | Tags: isabel hoornaert |  Facebook |

16-01-08

Moet de bescherming van de bronnen absoluut zijn?

In België is de bescherming van de journalistieke bronnen bij wet geregeld sinds 2005. Deze wet wordt alom geroemd als één van de meest vergaande van Europa. Is deze wet dan een goede zaak?

De journalist is voor zijn informatie afhankelijk van bronnen. Een journalist met de ambitie te onthullen wat doorgaans verborgen blijft, des te meer. Het bronnengeheim is dan ook essentieel om dit werk mogelijk te maken. Informanten van journalisten nemen niet zelden een persoonlijk risico door hun informatie met journalisten te delen. Zonder bescherming zouden heel wat journalistieke bronnen snel opdrogen. Wie zou nog praten met de pers als één dag later de politie bij de journalist aanklopt en nog een dag later bij de bron zelf aan de deur staat?

Wie belang hecht aan een sterke, onafhankelijke pers, is dus zonder meer voorstander van een sterke bescherming van het bronnengeheim. Sterker, wie de persvrijheid erkent als één van de pijlers van de democratie, kan maar zeer weinig uitzonderingen toestaan op de bescherming van het bronnengeheim. Kort en duidelijk: enkel wanneer door onthulling van de bron een halsmisdrijf kan voorkomen worden, kan de verder absolute bescherming van het bronnengeheim doorbroken worden. Enkel de bescherming van een mensenleven is een hoger recht dan de bescherming van de persvrijheid.

Wie garandeert anders dat straks de boekhouder zijn frauderende baas ontmaskert, de ambtenaar de vuile zaakjes van zijn administratie naar de pers brengt, de verzorger aan het publiek een gedopeerde sporter toont voor wat hij is? (TA)

22:47 Gepost door Student in Bescherming van de bronnen | Permalink | Commentaren (1) | Tags: timothy anthonis |  Facebook |

11-01-08

 

DEEP THROAT

Het complot tegen de samenzweerders

Toen Richard Nixon op 9 augustus 1974 aan boord van Navy One stapte, was hij president af. De spionagezaak van Watergate was als een boemerang in zijn gezicht terechtgekomen en had hem uiteindelijk de kop gekost. Nixon bezat schriftjes vol lijsten van de vijanden die hielpen hem de das om te doen. Maar toch zou zelfs hij, de meester – intrigant, nooit te weten weten komen wie zijn nemesis was.

Nixons val was het gevolg van de vruchtbare samenwerking tussen Washington Post journalisten Bob Woodward en Carl Bernstein en de enigmatische informant die later de bijnaam ‘Deep Throat’ zou krijgen. De legende gaat dat deze Deep Throat zijn partners tijdens ontmoetingen in een donkere parkeergarage in DC de informatie verschafte die de dag erop het Watergate schandaal maakten. Nixons presidentschap was dodelijk gewond terwijl de beide journalisten zich van de Pulitzer verzekerd wisten. En het debat over de openbaarheid van de journalistieke bron kreeg een nieuwe impuls.

Woodward en Bernstein weigerden gedurende jaren de identiteit vrij te geven van de man die hun carrière had helpen maken. Pas na diens dood werd bekend gemaakt dat het ging over de toenmalige onderdirecteur van de CIA W. Mark Felt. Woodward en Bernstein beschreven hem als "a man whose fight had been worn out in too many battles"[1]. ‘Deep Throat’ bleek een misnoegde ambtenaar te zijn die door het aanvallen van zijn superieuren nog wat rekeningen wilde vereffenen.

De twee journalisten waren natuurlijk minder geïnteresseerd in de motieven van de man dan in ’s lands belang en de eigen carrière. Wanneer zij door Felt werden gecontacteerd wisten ze meteen dat ze de exclusieve scoop in handen hadden waar hun collega’s moorden om zouden begaan. Hun samenwerking berustte op een voor beiden winstgevend contract: ik mijn wraak, jij de scoop. Waarschijnlijk is deze manier van handel drijven fundamenteel voor het beroep van journalist. ‘Deep troat’ verschilt bijvoorbeeld in niets van de ‘bron bij Open VLD’ die vanuit het Hertoginnedal een sms-je plaatst bij (pakweg) Bart Brinckman. Ik mijn wraak, jij je scoop, ook in de dorpspolitiek.

Niettemin heeft een dergelijke manier van werken iets sinister. Het creërt wantrouwen tussen mensen daar waar soms vertrouwen broodnodig is. Jaren na Watergate werd er nog gespeculeerd wie Deep Troat zou kunnen geweest zijn. Daarbij vielen namen van mensen die in de verste verte niks met de zaak hadden te maken. Men kan zich voorstellen hoe zij door hun collega’s werden bekeken, na getipt te zijn als sneak. En wat SMS met het vertrouwen op Hertoginnedal heeft gedaan is algemeen bekend.

Wat was er mis mee dat Felt naar een senator van de oppositie zou gaan om daar voor heel het land te gaan getuigen over het doen en laten van ‘all the president’s men’? En waarom speelden die Open – VLDers politieke spelletjes ten koste van het land? Het gebrek aan open vizier in het publiek debat is soms verontrustend.

Maar het opleggen van de openbaarheid van de journalistieke bron heeft waarschijnlijk andere, even ongewenste effecten. Het kan de macht van duistere elites tegenover hun vazallen versterken. Felt had misschien uit angst voor de kring rond Nixon nooit naar de kantoren van de Post gestapt als zijn naam in de krant zou verschijnen. Wanneer het bronnengeheim wordt afgeschaft, staat alleen de flinterdunne bescherming van het klokkenluiderstatuut de oligarchie in de weg.

Misschien is de conclusie van het verhaal dat sinistere methodes nodig zijn om sinistere complotten aan het daglicht te brengen. Niets is perfect, ook journalistiek niet.


Alex Van Steenbergen

1e jaar journalistiek

 



[1] Bernstein, C. en Woodward, R. ‘All the president’s men’ p. 71

14:01 Gepost door Student in Bescherming van de bronnen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

08-01-08

Het geheim van Brussel

Geregeld organiseert de vereniging voor onderzoeksjournalistiek (VVOJ) debatcafés. De vraag waar nu over gedebatteerd wordt is “Produceren de duizend professionele journalisten in de Europese hoofdstad wel voldoende diepgravende, onthullende verhalen over de Europese Unie, de NAVO en andere internationale institituties?” Het debat, dat vlot gemodereerd word door Kristof Clerix van MO, krijgt van de meet af aan een duidelijke richting. “Er is hier een enorme machine op gang waarvoor wij niet geëquipeerd zijn”, zegt EU-correspondent Bernard Bulcke van dagblad De Standaard. Onder de 1000 journalisten die dagelijks Europa volgen zijn slechts vijf Vlaamse journalisten.  Verhalen zijn er anders wel genoeg “Vandaag is er 2,4 miljard euro verdeeld onder de lidstaten en de Belgische minister was er niet eens!” vervolgt hij. In Nederland is de situatie niet anders. Gert-Jan Dennekamp, verslaggever voor het NOS Journaal, stelt dat er slechts zo’n 20 Nederlandse journalisten in Brussel gestationeerd zijn. Die moeten bovendien ook nog de NAVO en België opvolgen. In Den Haag wemelt het van de journalisten.“Het is hier echter het Walhalla van de journalistiek!” roept ook hij uit. “In het informele circuit rond de EU Commissie zijn de geruchten duidelijk hoorbaar.” Het journalistiek voordeel van de EU is dat er veel tegenstrijdige belangen zijn. Daardoor is er bijna altijd iemand die wil spreken.

 “Lobby-watchdog” Erik Wesselius van het Amsterdamse Corporate Europe Observatory bevestigt dit, maar waarschuwt ook. “Vaak blijf je met een wrang gevoel achter, je weet niet in welk groot spel je meedraait, wie gebruikt je en waarom?” Ook stelt hij dat het een bijkomend probleem is om je verhaal gepubliceerd te krijgen. Soms moeten er “truckjes” toegepast worden. Zo rijken ze nu de “Worst Lobby Awards” uit. Bernard Bulcke zegt dat dit zelfs voor journalisten in dienstverband geen evidente zaak is. Zo wou hij een artikel over de Europese Conventie schrijven, maar kreeg amper ruimte. Pas toen hij de redactie er op wees dat aan de Afgaanse Conventie een paginagroot artikel gewijd was, verkreeg hij meer ruimte. Is er dan geen unique selling opportunity voor dergelijke artikels? Moeten we niet investeren in onderzoek? Vroeg moderator Kristof Clerix. “In België is het economisch draagvlak klein, maar we hebben wel de zelfde vaste kosten” antwoordt Bernard Bulcke. “Bovendien richt de Standaard zich tot een geschoold, meertalig publiek, en die kiezen meer en meer voor het internet en Engelstalige media”. In Europa kunnen enkel de Financial Times en de International Herald of Free Tribune echt gelden als een internationaal medium. Ook capacity pooling blijkt geen oplossing te bieden. Op vele redacties komen de verschillende diensten onderling al niet met elkaar in contact. Uit het publiek komt de vraag waarom er dan niet meer beroep gedaan wordt op externe fondsen?Bernard Bulcke zegt dat de Standaard daar niet aan mee zal doen. “De neutraliteit van die fondsen is niet altijd gegarandeerd.” Ook het NOS journaal werkt volgens Gert-Jan Dennekamp liever met eigen middelen. Voorlopig moet de journalist dus naast de dagelijkse verslaggeving ook de onderzoeken er bij nemen. “En wat ik dan doe vertel ik ook niet altijd aan mijn chef.” Besluit Gert-Jan Dennekamp.

15:24 Gepost door Student in DB week1 | Permalink | Commentaren (0) | Tags: jelmen haaze |  Facebook |

Waar ik woon

Geprangd tussen de statige Koningstraat, de bocht van de kleine ring tussen de Kruidtuin en Madou, en het stukje Wetstraat waar de ambtswoning van de Premier en het Belgische parlement uitgeven op het Warandepark bevindt zich de Onze-Lieve-Vrouw ter Sneeuwwijk. Deze uithoek van de gemeente Brussel-Stad is een weinig gekend en dus onvoldoende bemind stadsdeel.

De wijk ontleende haar naam aan een kapelletje dat ondertussen al lang met de grond is gelijk gemaakt. Haar historische hoogtepunt beleefde de buurt rond 1830. Ze vormde toen het schouwtoneel voor de evenementen die geleid hebben tot de onafhankelijkheid van ons land. De straatnamen verwijzen trouwens nog steeds naar begrippen die in die periode tekenend zijn geweest: het congres, het voorlopig bewind, het ijzeren kruis ...

Tussen 1850 en 1859 trokken urbanisten de 25-meter hoge Congreskolom op naar plannen van architect Poelaert. Deze kolom herdenkt het Nationaal Congres dat als voorlopige parlement van 1830 de eerste grondwet bekrachtigde. Sinds 1922 brandt aan de voet van de kolom ook de eeuwige vlam ter ere van het graf van de Onbekende Soldaat. Op voor België historisch belangrijke feestdagen – zoals de wapenstilstand – weergalmt dan ook de Brabançonne door onze straten. Een strak in het glimmend pak gehesen fanfare begeleidt op die gelegenheden de weinige oud-strijders die ons nog resten, en in enkele gevallen zelfs de koning, die het graf van de Onbekende Soldaat komen groeten.

Vanaf 1860 wilden de machthebbers de armtierige Onze-Lieve-Vrouw ter Sneeuwwijk in de nabijheid van het Parlement heraanleggen en verfraaien. Charles Rogier van wie nu een standbeeld in de wijk staat, zei destijds dat deze ‘beschamende cloaca’ moest verdwijnen. En zo geschiedde. Rond 1875 onderging de buurt een grote renovatie.

Ook nu nog is de O-L-V ter Sneeuwwijk het politieke centrum van ons land. Wegens de aanwezigheid van het Parlement behoort de buurt zelfs tot de neutrale zone. Die zetten de veiligheidsdiensten bij betogingen af met Friese ruiters en waterkanonnen. Oproerkraaiers zouden het eens in hun hoofd halen het parlement te bestormen!

Het kloppende hart van de wijk is vandaag ongetwijfeld het Vrijheidsplein, en niet enkel voor politici. Op het plein komen vooral in de zomer buurtbewoners, toeristen en pendelaars op de terrassen hun dorst lessen. Onder de platanen genieten ze van het zicht op de prachtige gevels in de typisch Parijse Haussmann-stijl. De vier straten die uitgeven op het Vrijheidsplein zijn genoemd naar de vier in de eerste grondwet ingeschreven vrijheden: de eredienst, de vereniging, het onderricht en, last but not least, de drukpers. Is er een mooiere plek met zoveel symboliek en geschiedenis denkbaar om er op een zonnige zomerdag een glas te komen drinken?

Annick De Beule

09:57 Gepost door Student in Mijn gemeente | Permalink | Commentaren (0) | Tags: annick de beule |  Facebook |

07-01-08

Onze-Lieve-Vrouw ter Sneeuwwijk

Ze noemt zich Babilou en is nog geen veertig jaar oud. Ze werd ontslagen uit de psychiatrie, of ze werd gek door ellende. Babilou wil niet terug naar huis, ze wil breken met haar verleden. Ze wil geen hulp, ze wil niet naar een opvangtehuis. Ze kiest voor een leven op straat in onze wijk.

Babilou maakte van een deurgat in onze straat haar hoofdkwartier. Hier slaapt ze. Overdag struint ze rond in de wijk. Ze is al geruime tijd een vaste waarde in het straatbeeld. Babilou weet waar ze sigaretten kan schooien, welke pendelaars haar geld toestoppen, en in welk restaurant ze een bord soep krijgt.

Babilou heeft er lak aan dat ze in een historische wijk van de Europese hoofdstad woont. Hier stond de wieg van onze natiestaat, hier leven we in de schaduw van het Belgisch parlement, op een steenworp van het koninklijk paleis. Babilou beseft het niet. Babilou zit graag op het plein waar vier straten op uitgeven genoemd naar de in de eerste grondwet vastgelegde vrijheden: eredienst, drukpers, vereniging en onderricht. Ze voelt er zich in haar miserie op een vreemde manier vrij. Dat Victor Hugo hier heeft geleefd en Charlotte Brönte in haar boek ‘The professor’ naar de buurt verwees, dat politici hier bij bosjes rondlopen en Bush jr. om de hoek pralines koopt, raakt haar koude kleren niet.

Naar het verleden van Babilou kunnen we alleen gissen. Ze ziet spoken en geesten. Ze spreekt vooral tegen zichzelf. Hulp en verzorging wijst ze resoluut van de hand. Wanneer de buurtbewoners Babilou kruisen, voelen ze zich ongemakkelijk. Terwijl de temperatuur steeds dieper zakt, kijken we machteloos toe. Je kan niemand tegen zijn wil laten opnemen. Zolang Babilou onze straat verkiest boven een nachtasiel, zullen we ’s ochtends met angst naar het deurgat kijken en opgelucht ademhalen als ze nog leeft.

Annick De Beule

16:29 Gepost door Student in Mijn gemeente | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

Onze-Lieve-Vrouw ter Sneeuwwijk

Annick De Beule

16:20 Gepost door Student in Mijn gemeente | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

03-01-08

Tienen

Vroeger was alles beter, ook in Tienen. Twee millenia geleden wierp men nog drie grafheuvels op om één of andere gestorven Romeinse burger onder weg te steken. En in de 15e eeuw werd de stad nog witgeklad met kalk om zich tegen de moordende zwarte pest te beschermen! Waar is de tijd van Willem van Oranje, die maar liefst twee pogingen nodig had om de stad te veroveren? In 1763 kwam de jonge Wolfgang Amadeus Mozart  met zijn vader nog de nacht doorbrengen in hotel De Tinnen Schotel op de Grote Markt. Datzelfde hotel waarin 1815 de Pruisische veldmaarschalk Blücher en Wellington het nakende Waterloo van Napoleon Bonaparte bekokstoofden. Diezelfde Napoleon die tijdens een bezoek aan Tienen de bewoners een nieuw stadsschild schonk. De fiere Raffinerie Tirlemontoise bezorgde de helft van zijn inwoners werk, en haar bazen droegen de burgemeestersjerp. Dat waren nog eens tijden!

Vandaag zijn de Romeinse tumuli met struikgewas en bomen overwoekerd, weggemoffeld achter een tankstation en een tweedehands autozaak. Het hotel dat eens beroemde historische figuren van een bed en een maaltijd voorzag, huisvest nu krakend en toeterend de Tiense Muziekacademie. De blanke stede is grijs geworden, de pest is verjaagd, maar de verveling en de middelmaat houden zijn bewoners in een verdovende wurggreep. Heel af en toe, drie rockdagen per jaar, wordt de goegemeente nog eens in het kruis wakker geschopt. Zoals die zomeravond toen Iggy Pop de in Brabantse gotiek opgetrokken Onze lieve Vrouwekerk “Hello Jezus Fucking Christ” toewierp. De lust for life is gone. De in slechtzittend pak voortschuifelende Tienenaar ondergaat zijn bestaan, kankerend en klagend, spuwend op het reeds halfgedolven graf van de eens zo machtige en nu amechtig witte stoom uitbrakende suikerfabriek. I went to Sugartown, I shook the sugar down, wist Dylan ons te melden. We hebben hem niet zien passeren, maar het laat geen twijfel over welke stad hij het had! Welkom in Tienen, je moet het minstens één keer in je leven hebben meegemaakt!

PD

22:17 Gepost door Student in Mijn gemeente | Permalink | Commentaren (3) | Tags: peter desmet |  Facebook |

01-01-08

Waar ik leef

“Dus… daarom zijn we hier…“ de woorden zinderden nog even na in de stilte die volgde.
Wat viel er ook nog te zeggen?
Woorden als “vriendschap” en “vrienden” werden bijna nonchalant gebruikt. Het is wel anders geweest. Maar… zijn we allen politici geworden?
Half automatisch wisselen we de obligate protocollaire beleefdheden uit op weg naar de uitgang.
We moeten nuchter blijven… enkele zinsneden echoën na in mijn hoofd. “We zitten hier uit noodzaak… omdat we niet zonder elkaar kunnen…”
Tijd. Hoe tijdelijk is vriendschap? Verdwijnt de vriendschap als we elkaar niet langer nodig hebben?
Tijd. Hebben we wel tijd? Is het niet al veel te laat?

 “Herinner je je Abla nog?”
Ik kijk Fathi zwijgend aan. Hij verwacht ook niet echt een antwoord.
“Ze werkt nu voor het Amerikaanse Solidarity Center.”
Ze werkt er al bijna twee jaar. Dat is niet echt nieuws.
Onverstoord gaat hij verder.
“Ik ken niemand die de Amerikanen meer verwijten heeft toegeworpen dan Abla.”

 Fathi heeft zo zijn eigen manier om iets duidelijk te maken. Ooit wou hij poëet worden…
En nu? Terug naar huis. Het lijkt zo’n simpel verlangen. Maar waar is thuis. Waar eindigt mijn dorp, waar begint het zijne?
Waar eindigen mijn rechten, waar beginnen de zijne?
Een leven zonder grenzen lijkt zo eng.

 “Hier spelen kinderen op de muren!”
In België houden we niet van muren.
“Maar je hebt muren nodig, voor de privacy!!”
In België hebben we gordijnen.

 Nooit had ik gedacht dat een Palestijn zo’n vurig pleidooi voor een muur zou houden. Hij zelf waarschijnlijk ook niet.
Zo veel vragen.
En nu? Terug naar huis… terug naar huis… onbewust blijf ik het herhalen.
Terug naar huis. Amper meer dan een half uur rijden. Veel meer dan de meesten ooit zullen doen.
Terug naar huis. Ik ook. Maar hoe laat je dit achter.
De mensen gaan maar de droom blijft.
Zo veel vragen, maar de droom blijft.
En morgen?
Morgen, Gaza.


21:00 Gepost door Student in Mijn gemeente | Permalink | Commentaren (0) | Tags: jelmen haaze |  Facebook |