07-01-08

Onze-Lieve-Vrouw ter Sneeuwwijk

Ze noemt zich Babilou en is nog geen veertig jaar oud. Ze werd ontslagen uit de psychiatrie, of ze werd gek door ellende. Babilou wil niet terug naar huis, ze wil breken met haar verleden. Ze wil geen hulp, ze wil niet naar een opvangtehuis. Ze kiest voor een leven op straat in onze wijk.

Babilou maakte van een deurgat in onze straat haar hoofdkwartier. Hier slaapt ze. Overdag struint ze rond in de wijk. Ze is al geruime tijd een vaste waarde in het straatbeeld. Babilou weet waar ze sigaretten kan schooien, welke pendelaars haar geld toestoppen, en in welk restaurant ze een bord soep krijgt.

Babilou heeft er lak aan dat ze in een historische wijk van de Europese hoofdstad woont. Hier stond de wieg van onze natiestaat, hier leven we in de schaduw van het Belgisch parlement, op een steenworp van het koninklijk paleis. Babilou beseft het niet. Babilou zit graag op het plein waar vier straten op uitgeven genoemd naar de in de eerste grondwet vastgelegde vrijheden: eredienst, drukpers, vereniging en onderricht. Ze voelt er zich in haar miserie op een vreemde manier vrij. Dat Victor Hugo hier heeft geleefd en Charlotte Brönte in haar boek ‘The professor’ naar de buurt verwees, dat politici hier bij bosjes rondlopen en Bush jr. om de hoek pralines koopt, raakt haar koude kleren niet.

Naar het verleden van Babilou kunnen we alleen gissen. Ze ziet spoken en geesten. Ze spreekt vooral tegen zichzelf. Hulp en verzorging wijst ze resoluut van de hand. Wanneer de buurtbewoners Babilou kruisen, voelen ze zich ongemakkelijk. Terwijl de temperatuur steeds dieper zakt, kijken we machteloos toe. Je kan niemand tegen zijn wil laten opnemen. Zolang Babilou onze straat verkiest boven een nachtasiel, zullen we ’s ochtends met angst naar het deurgat kijken en opgelucht ademhalen als ze nog leeft.

Annick De Beule

16:29 Gepost door Student in Mijn gemeente | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.