17-12-07

Articulatiekracht

 

 Articulatiekracht is inherent aan het journalistiek schrijven. De journalist onderscheidt zich van zijn cafévrienden net omdat zijn mening gepubliceerd of uitgezonden wordt. Iedereen kan en mag een eigen mening vormen, maar slechts die van een journalist wordt zwart op wit naar buiten gebracht. Misschien is de mening van een trouwe actualiteitsvolger wel meer gefundeerd dan die van een op hol geslagen journalist. Maar een journalist heeft nu eenmaal doorheen de jaren de macht verworven om binnen zijn domein bepaalde nuances te leggen, sommige aspecten extra uit te lichten en andere slechts zeer beknopt te vermelden. Je kan hem dit recht moeilijk verwijten. Wanneer kan er gesproken worden van misbruik van de articulatiekracht? Als de mening van de journalist te expliciet is? Als zijn opmerking niet langer objectief is? Als hij opzettelijk mensen of situaties in een negatief daglicht stelt? Of kunnen we ook van misbruik spreken als een journalist onterecht een theatervoorstelling de hemel in prijst? Laten we stellen dat er van misbruik wordt gesproken als de gevolgen van de journalistieke meningsuiting nefast zijn voor derden. In het ergste geval verliest een politicus gigantisch veel stemmen of blijven de theaterzalen leeg. Of deze gevolgen al dan niet nefast zijn, hangt uiteindelijk van de interpretatie van de lezer af. Het is de lezer die bepaalt hoeveel waarde hij aan een uitspraak van een journalist hecht en of dit zijn gedachten en gedrag zullen bepalen. Maar is de lezer nog wel kritisch genoeg om zelf accenten te leggen? Om niet zomaar de mening van mensen met ‘kennis van zaken’ over te nemen? Blijven de bioscoopzalen leeg na de slechte filmrecensies van Nic Balthazar’s Ben X? Is Yves Leterme zijn kans om premier te worden kwijtgespeeld na het Brabançonne - incident? Neen, zo’n vaart loopt het godzijdank nog niet. De gevolgen van de articulatiekracht zijn niet desastreus. Het is vooral de journalist zelf die denkt dat zijn mening belangrijk is en misschien wel hoopt dat zijn uitspraken tot iets concreets leiden. Al was het maar dat de lezer wordt aangespoord om zelfstandig een eigen mening te vormen. Wat mij recentelijk wel opvalt en enigszins ontstemt, is hoe de pers en de media bepaalde artiesten een status toekennen die niet rijmt met de realiteit en ook in de toekomst niet kan worden waar gemaakt. Toen enkele sympathieke dertigers uit Stabroek een half jaar geleden met ‘kvraagetaan’ een monsterhit scoorden, sprong de Vlaamse pers collectief op dit fenomeen. Tot in vrouwenmagazines toe werd zanger Sam Valkenborgh binnenstebuiten gekeerd. De aandacht was overweldigend, en dit voor een band die op dat moment slechts één singeltje had uitgebracht. Nu de verkoop van de plaat en van de concerttickets tegenvalt, zijn het de muziekjournalisten die zich niet hebben laten vangen door dit mediageniek fenomeen, die hun geloofwaardigheid hebben behouden. Invloedrijke personen in de media zoals Gerrit Kerremans van Studio Brussel hebben zich in Vlaanderen de macht toegeëigend een jonge muziekband ten onrechte te maken of te kraken. Vinden zij een nummer fantastisch hoor je het plots 100 keer per dag. Omgekeerd geldt dit natuurlijk ook. Niet dat de muzikanten daar zo zwaar aan tillen. Studio Brussel heeft immers reeds zo vaak foute accenten gelegd, dat de zender zijn geloofwaardigheid bij de muzikanten en muziekkenners heeft verloren. Goede muziek (of de waarheid in het algemeen) komt altijd boven drijven. Het is de pers en de media die, door zich teveel macht toe te eigenen, zichzelf soms compleet voor schut zet. (IS)  

 

De commentaren zijn gesloten.