30-11-07

Is een blogger een journalist? Nieuwe trend hertekent spelregels van de journalistiek

Nederlandstalige weblogs die de traditionele nieuwsmedia naar de kroon steken zijn op het web vooralsnog niet te vinden. Door de band genomen is hun journalistieke waarde ver te zoeken. Toch zijn de weblogs en de burgerjournalistiek het perslandschap drastisch aan het hertekenen. De exclusieve status die journalisten zichzelf hebben toebedeeld, brokkelt af en de koek van reclame-inkomsten voor de media zou wel eens over meer spelers kunnen worden verdeeld. Ook al ziet de Vlaamse Vereniging van Journalisten (VVJ) geen bedreiging voor de beroepsjournalist, ze zal zich wel tijdig moeten bezinnen, wil ze binnenkort niet volledig door de feiten achterhaald zijn.

Weblogs kunnen we nog het best omschrijven als een soort column, waar niet professionele schrijvers kanttekeningen plaatsen bij de actualiteit. In dat opzicht zijn ze geen nieuwsmedium. Tegelijkertijd beantwoorden ze soms wel aan de definitie van journalistiek: ze verslaan de actualiteit, voegen daar achtergrondinformatie en commentaar aan toe en ze baseren zich op het beginsel van de vrijheid van communiceren.

Volgens Pol Deltour, nationaal secretaris van de VVJ/Algemene Vereniging van Beroepsjournalisten België, zullen weblogs nooit de professionele journalistiek vervangen. Hij ziet weblogs als complementair. ‘Bovendien’, zegt hij ‘kunnen ze moeilijk het niveau halen van een ervaren nieuwsmedium dat voldoende mankracht en middelen ter beschikking heeft. De informatiegaring en de synthese van de nieuwsfeiten zullen altijd in handen blijven van professionelen. De beroepsjournalist zal dus een essentiële rol als gatekeeper van de informatie blijven spelen.’

Burgerjournalistiek zet nieuwsstroom op zijn kop
In de virtuele wereld hollen weblogs die visie steeds verder uit. Ze hebben een dynamiek op gang gebracht die die exclusieve machtspositie doet wankelen. De idee van gatekeeper vertrekt immers van een top down informatiemodel. Het is de beroepsjournalist die kiest wat nieuws is en hoe hij die presenteert aan de lezer voor wie enkel een passieve rol is weggelegd. De burgerjournalistiek zet die visie volledig op zijn kop. De Ohmynews is hier een goed voorbeeld van. De Zuid-Koreaanse online krant wordt volledig samengesteld door de lezers. De tienduizenden medewerkers bepalen welk nieuws zij belangrijk vinden. Tot op heden hebben weinig weblogs het succesverhaal van de krant nagevolgd, maar de toon is gezet.

Ook de spelregels die eigen zijn aan het internet beginnen ongemakkelijk tegen de traditionele beroepsethiek van de journalist aan te schuren. Terwijl traditionele media hun zelfopgelegde gedragsregels devoot proberen in stand te houden is op het internet zowat alles mogelijk: mengen van feiten, fictie en commentaar, geen bronnen of copyright vermelden tot leugens en verdraaiingen toe... Het resultaat is een flitsende stijl met nieuwe mogelijkheden waardoor beroepsjournalisten die zweren bij de oude spelregels, binnenkort wel eens in de kou kunnen blijven staan.

Uiteraard zullen professionelen een grote rol blijven spelen, ook in de online nieuwsmedia. Maar de spelregels zullen niet meer dezelfde zijn. De toekomstige journalist zal zich moeten aanpassen aan een goed geïnformeerde lezer die hij ook meer in zijn berichtgeving zal betrekken. Bovendien is het maar een kwestie van tijd vooraleer de burgerjournalistiek ook een deel van de koek van reclame-inkomsten zal opeisen. Het koekje dat overblijft voor traditionele journalisten zou wel eens zeer klein kunnen zijn.

14:28 Gepost door Student in To blog or not to blog? | Permalink | Commentaren (1) | Tags: sarah delafortrie |  Facebook |

26-11-07

Ninove en de testikels van Koning Boudewijn

 Een van de meest verspreide flauwe grappen over Boudewijn vindt zijn oorsprong in Ninove.  Iedereen van een beetje leeftijd hield ooit wel eens een oud bankbiljet van 20 frank tegen het licht. Fijntjes maakte men je er dan attent op dat de ballen (van het atomium op de keerzijde) van de vorst in zijn nek hingen.  De link naar de kinderloze Boudewijn was snel gemaakt.  Het ontwerp van dat bankbiljet was in handen van een ‘wereldvermaard’ kunstenaar: Ninovieter Luc De Decker.  Meteen het hoogtepunt van ’s mans carrière.  Hoewel… na een ander hoogtepunt verwekte hij een zoon,  Armand genaamd.  Nu senaatsvoorzitter en uitmuntend in kleurloosheid.  Deze Franstalige liberaal is unionist in het kwadraat, het koningshuis nog erkentelijk voor vaders roem. 

Luc De Decker week uit naar Schaarbeek alwaar hij – zoals zoveel Vlamingen – zijn kinderen in het Frans opvoedde.  Merkwaardig hoe het kan keren: heden ten dage sturen Franstaligen hun kinderen naar Nederlandstalige scholen.  Waarschijnlijk wou De Decker zijn kroost behoeden voor het Ninoofs dialect: het platste van Vlaanderen volgens velen.  Geprangd tussen Aalst en Geraardsbergen aan een kronkel van de Dender hanteert men hier een echte boeventaal.  Een ware uitdaging voor inwijkelingen.  Mijn vrouw voelt er zich na 10 jaar nog altijd onbegrepen.

De Denderstreek is gekend voor zijn ongezonde levensstijl.  In Geraardsbergen leeft men gemiddeld het minst lang van Vlaanderen.  Dit komt door overmatig drank- en sigarettenmisbruik. Ieder zichzelf respecterend dorp in deze streek heeft zijn jaarlijks meerdaags drankfestijn. Carnaval in Aalst en Ninove zijn orgieën van bier, kots, oeverloos gelal en slechte smaak, maar staat met stip op ieders kalender.        Mijn excuses voor het weinig hoogstaand woordgebruik.  Maar ik woon hier al 44 jaar en dat laat zijn sporen na.  Echter, ik amuseer mij hier te pletter!  Altijd welkom… drinken we samen een lekkere Witkap. (JT)4634768

22:04 Gepost door Student in Mijn gemeente | Permalink | Commentaren (2) | Tags: joris trog |  Facebook |

23-11-07

De articulatiekracht van de media: ze zijn zich van geen kwaad bewust…

Wie bekruipt soms niet het gevoel bij het bekijken van een interview over de actualiteit dat de geïnterviewde een beklaagde is van wie de interviewers nog een laatste bekentenis proberen af te dwingen. Met de teneur van hun vragen slagen de nieuwsmakers er bijzonder goed in een bepaald beeld van de geïnterviewde neer te zetten. Als dat beeld later onjuist blijkt te zijn, is het enkel de geïnterviewde die met de gevolgen zit. De interviewers niet, zij zijn zich van geen kwaad bewust.  

Persvrijheid is een universele waarde die nodig is om maatschappelijke ontwikkelingen te duiden en de democratische instellingen van machtsmisbruik te vrijwaren. Maar terwijl de media vasthouden aan het idee dat ze zich buiten de machtsarena bevinden, dragen ze een grote maatschappelijke verantwoordelijkheid waar ze geen verantwoording voor afleggen. 

Zijn de McCanns schuldig of niet? 

Gerechtelijke dossiers zijn in dit opzicht vaak het pijnlijkst. Wie herinnert zich de verpleger die in de zaak Nathalie Geijsbregts opgevoerd werd als verdachte van moord. Tot bleek dat hij met de zaak niets te maken had. Of de zaak Nihoul die de spil was in een duivels complot en uiteindelijk enkel voor XTC-handel is veroordeeld. Hun proces was al in de media gemaakt nog voor er een gerechtelijke uitspraak kwam. Zoals de opinion-poll op de website van een kwaliteitskrant ons vroeg: Zijn de Mc Canns schuldig of niet?


Perceptie en de rol van de media
 

3192536478
Ook interviews met politici neigen naar stemmingmakerij. Het zit hem vaak in de wijze van vragen stellen. Neem nu het interview met Patrick Dewael in Keien van de Wetstraat. De politicus moet het opnemen tegen twee interviewers die beurt om beurt verantwoording eisen voor daden, uitspraken, in verleden en toekomst, publiek en privé... Op een vraag of liberalisme terecht verward wordt met het ieder-voor-zich streven, antwoordt Patrick Dewael duidelijk dat het individualisme waar Open VLD voor staat niets van doen heeft met egoïsme. Waarna Ivan De Vadder in een volgende vraag zegt, om op dat egoïsme terug te komen. Tja, die perceptie… je vraagt je af hoe die ontstaat.

Moet een minister aftreden omwille van zijn perceptie? 

Vervolgens vragen Kathleen Cools en Ivan De Vadder naar zijn politieke verantwoordelijkheid, waarmee ze impliciet de zaak Erdal en zijn weigering om ontslag te nemen op de korrel nemen. De minister legt uit dat hij in die zaak  enkel een communicatiefout en geen beleidsfout beging omdat hij geen wettelijke grond had om Erdal gevangen te zetten. Een valabel argument in onze rechtsstaat. Bon, maar als er dan geen feitelijke grond was, is perceptie dan geen grond voor ontslag, vraagt De Vadder nog. Als Dewael dan omzichtig de media op hun verantwoordelijkheid voor die perceptie wijst, wrijft De Vadder hem lichtgeraaktheid aan. Je zou voor minder lichtgeraakt zijn. 

" U schijnt me niet te geloven, mevrouw" zei Freddy Thielemans tegen Katleen Cools nadat hij driemaal dezelfde vraag had beantwoord.thielemans  

Interviewers leggen accenten, subtiel en haast onnoembaar. Maar de toon is duidelijk: ze liegen. ‘Mevrouw, u schijnt me niet te geloven?’ zei burgemeester Freddy Thielemans in Terzake tegen Kathleen Cools, nadat hij zijn motivatie om de anti-islam manifestatie in Brussel te verbieden al driemaal had toegelicht. Leugenaars en zakkenvullers… Is dat dan echt het beeld dat media van politici willen geven? Verdachten die zonder gerechtelijke bewijsvoering schuldig zijn. Als bijdrage aan de democratie kan dat tellen.

Maken de media dan misbruik van hun macht? Als dat zo is impliceert dat dat ze maar al te goed beseffen, waar ze met die macht naartoe willen. Alleen ze hebben geen verantwoordelijkheid, ze zijn zich van geen kwaad bewust.

vrouwonvriendelijk?

01:38 Gepost door Student | Permalink | Commentaren (2) |  Facebook |

19-11-07

Is de samenleving ziek? Een reactie op Zeeman

 Democratie blijft voor heel wat mensen een onveranderlijk begrip dat we met de grootste omzichtigheid moeten hanteren. Zo ook voor Zeeman die in de Volkskrant van vorige week schrijft dat onze instellingen niet meer de verdiende egards krijgen. Volgens hem lijdt onze samenleving aan een vorm van sociale depressiviteit: het gevoel dat we van de democratische instellingen niet veel goeds meer hoeven te verwachten. Vandaar dus dat we uitermate ons best doen om zo veel mogelijk naast de samenleving te leven. 

De idee dat we de democratische waarden moeten koesteren verdient alle steun, en de bewondering voor de prachtige instituten die ons aan de ontvoogding uit vorige eeuwen herinneren is zeker gepast. Maar impliceert dat ook dat we die instellingen moeten invriezen en dat we de samenleving die verder wil, dan maar mee de diepvriezer insturen? Daar zou een samenleving pas echt depri van worden. De democratische instellingen hebben pas waarde als ze de diensten kunnen bieden die de samenleving verwacht. 

Zeeman heeft het over sociale depressiviteit en een vorm van gelatenheid die over onze samenleving sluimeren. Maar wat moeten we ons daarbij voorstellen? Vanuit economisch oogpunt is sociale depressie een soort van gedempte stemming waarin een maatschappij terechtkomt na een langdurige economische depressie omdat er weinig toekomstmogelijkheden zijn. Of depressie is ook een staat van decompressie na extreme stress. Zoals vluchtelingen die hebben en houden moeten achterlaten omdat ze er anders het leven bij inschieten. Het zijn vooral gevoelens van uitzichtloosheid en lusteloosheid die we als symptomen van sociale depressie erkennen. Maar gelatenheid  

Mensen bij wie het idee leeft dat we van onze instellingen niet veel goeds moeten verwachten, krijgen geen sombere gedachten. Neen, gelaten zoeken ze een andere weg om hun plannen en wensen vorm te geven. En als ze daarin geslaagd zijn dan houden ze nog tijd over om van de vetpotten van de democratie te genieten. Want wie maalt er nu over democratie als hij twee auto’s ter beschikking heeft, niet meer hoeft te koken, drie maal per jaar met vakantie kan en daarbovenop een toegangsticket voor The Rolling Stones kan betalen… Enkel degenen die van al dit lekkers verstoken zijn, krijgen sombere gedachten. En neen, ze piekeren daarbij niet over de teloorgang van de democratie, maar over hoe zij ook zo snel mogelijk die status kunnen bereiken. Het moet vooral praktisch blijven en daar schieten onze instellingen vaak te kort.

In de laatste vijftig jaar is onze samenleving grondig veranderd. Er zijn talloze nieuwe instellingen opgericht, er kwamen beleidsniveaus bij en steeds meer mensen uit andere culturen vervoegden onze samenleving. Daarnaast bleef de economie maar groeien. Om dat allemaal in goede banen te leiden zijn nieuwe regels ontworpen en het uitgangspunt van een democratie is dat iedereen die regels ook kent. Maar in de praktijk zijn die wetten en uitvoeringsbesluiten zo gedetailleerd geworden dat de uitvoerende macht het steeds moeilijker heeft om ze toe te passen. Anderzijds zijn sommige maatschappelijke problemen zo ingewikkeld dat wetten ze niet meer kunnen oplossen. Ondertussen blijven oudere instituten zoals gerechtshoven, provincies, gemeenten en het parlementaire tweekamerstelsel voortbestaan. Zonder in te gaan op de relevantie van sommige instellingen, is het een feit dat de complexiteit van de huidige samenleving het uiterste van onze rekbaarheid vergt. Sommigen vinden in die wirwar schikkingen die hun plannen en verlangens vorm geven en schuwen voor de overige plannen het opportunisme niet, terwijl anderen vasthouden aan onveranderlijke begrippen en niet meer mee kunnen. Om het medisch uit te drukken: ze lijden aan beschavingsstress.  

Waar democratie geen gemeengoed is, kan ontevredenheid heel wat oproer veroorzaken. Maar in onze westerse beschaving is democratie een vanzelfsprekendheid geworden… en gelukkig maar. Nu de basisbehoeften zijn voldaan, kunnen we het ons veroorloven om weer een trapje hoger te reiken. Meer individuele ontplooiing? Daar is niets mis mee en een ziekte is het zeker niet.

23:43 Gepost door Student in Zeeman | Permalink | Commentaren (1) | Tags: sarah delafortrie |  Facebook |

Beste Zeeman

Beste Zeeman,

Met veel genoegen las ik uw bijdrage van jongstleden in deze prachtkrant, de volksverheffende spreekbuis van weldenkend Nederland. Net zoals altijd genoot ik ervan, niet alleen omwille van de intellectuele voldoening die ik eruit put, of omwille van de snedigheid van uw pen, maar ook omwille van het inzicht in de psychologie van de progressieveling die het me verschafte.

Ik kan me U namelijk zo voor de geest halen, daar in uw loft aan het Leidscheplein, druk pennend de wereld verbeterend. Want U bent ontevreden. Ontevreden met een wereld die sneller draait dan U wel zou willen. Ontevreden met een wereld die aan de greep van Uw ijzeren ideologie ontsnapt.

 

Ik ken U niet persoonlijk, ik heb uw gezicht nooit op TV gezien, in feite weet ik ook niet dat U op het Leidscheplein woont. Voor mijn part woont U op een boerderij te Volendam. Maar ik meen U wel te kunnen plaatsen. U bent momenteel achteraan in de 50, vooraan in de 60. Uw vader was klerk, uw moeder een brave huisvrouw. In 1968 verliet U het dorp in de Veluwe waar U bent opgegroeid om te gaan studeren in Amsterdam. En wat U daar zag gebeuren heeft U voor het leven getekend. De oproer van de studenten, de Provo’s, de vrije liefde, uw lidmaatschap bij de marksistiese studentenbond vervulden U met een zelfvertrouwen dat U voorheen niet had. U had inzicht in de mechanismen die de wereld doen draaien, en U en Uw kameraden zouden dat inzicht gaan gebruiken om de maatschappij te gaan veranderen. Dat elan dreef U verder, U betoogde tegen de raketten, tegen Wassenaar, tegen …

 

En toen viel de Muur. U omarmt Wim Kok en zijn regering die de ideologische tegenstellingen ophief. Het ging U echter niet van harte, zulke flauwiteiten hebt U nooit echt kunnen smaken. Francis Fukuyama en Wim Kok, twee personen die Uw gemoed geen goed hebben gedaan. Had U het dan toch bij het verkeerde eind… U trekt zich daarom maar terug bij uw gezin en uw dure loft. En dan – O rampspoed – de reactionaire Pim Fortuyn, meer populist dan U ooit bent geweest, weet de door U eens geprezen arbeidersklasse te verleiden door op de kleinburgerlijke angsten te spelen. Ik zou in Uw plaats voor minder teksten schrijven waar je huilerig van wordt.

 

Klopt dit enigzins? Het kan natuurlijk goed zijn dat U vroeger geboren bent, dat u mei ’68 alleen maar kent uit de verhalen van uw ouders. Maar het punt dat ik wil maken is het volgende: U bent hongerig, maar de huidige wereld stilt Uw honger niet. En laat me zeggen dat dit me spijt. De wereld heeft geen behoefte aan depressieve idealisten.

Mijnheer Zeeman, een groot schrijver die in zijn tijd met heel wat hongerige mensen te maken had, beschreef zijn gedreven landgenoten ooit als volgt: 

                                Jij stond als vleesgeworden …
                                Het land der Vaad’ren tot berisping 
                                Jij, liberaal – idealist

Hij drukte in heel zijn werk eigenlijk zijn angst, maar ook zijn medelijden uit tegenover de zelfverklaarde revolutionairen uit het Rusland van toen. Angst hoeven we nu niet meer te hebben, medelijden des te meer. Mijnheer Zeeman, mijn raad aan U is de volgende: Uw depressiviteit is het gevolg van uw eigenzinnigheid. Het is niet de rest die langs de maatschappij heen leeft, maar U zelf. Leer luisteren in plaats van berispen, leer begrijpen in plaats van uit te leggen. Geloof me, U gaat er U beter door voelen!

Geheel de Uwe,

Alex Van Steenbergen

23:39 Gepost door Student in Zeeman | Permalink | Commentaren (0) | Tags: alex van steenbergen |  Facebook |

Sociale depressie.

Sociale Depressie  In de literatuur wordt depressie beschouwd als van interne oorsprong. Hierbij dient gedacht te worden aan bijvoorbeeld erfelijkheid, karakter, lichamelijke ziekte, medicijngebruik, nare ervaringen in het verleden of bijvoorbeeld stress.Michael Zeeman stelt dat de oorsprong extern kan zijn. Met name “het falen van de instituten van de democratie en de georganiseerde maatschappij”. Hij noemt dit fenomeen “Sociale Depressie”.Dit fenomeen is ongetwijfeld gerelateerd aan de discrepantie tussen wat de maatschappij biedt aan een individu, en het verwachtingspatroon van die persoon.Toch gaat hij voorbij aan de enorme evoluties die onze maatschappij op zeer korte tijd doormaakt, en de impact hiervan.Sinds de industriële revolutie heeft de rol van de staat zich sterk uitgebreid. Voorheen was de staat niet veel meer dan een vorst of regering onder controle van het leger. Haar macht was dan ook beperkt in ruimte en tijd, en fysieke grenzen waren vaak de facto onoverkomelijk.Nieuwe evoluties, onder meer in transport en communicatie, hebben ongekende mogelijkheden gecreëerd.Naarmate de mogelijkheden toenemen, stijgen echter ook de verwachtingen.Dat die verwachtingen cultureel bepaald kunnen zijn werd door Woodrow Wilson erkend in zijn visie van de Verenigde Naties, een vereniging van natiestaten.Een bespreking van de huidige kansen en problemen van dit systeem leidt me te ver.Wel dient vastgesteld te worden dat er ook universele dromen zijn. Iedereen wil werk, eten, drinken, een huis, liefde, een goede gezondheid en vrijheid.Het ontbreken van de mogelijkheden hierin voor jezelf te voorzien wordt bestempeld als armoede.Dat tot nu toe geen enkel gecentraliseerd systeem er in geslaagd is die mogelijkheden te creëren werd reeds door Ibn Khaldun erkend in de 14de eeuw toen hij stelde dat elk nieuw bewind in zich reeds de kiemen van haar ondergang draagt. Uiteraard kon hij zich toen geen complex systeem zoals onze gedecentraliseerde rechtsstaat indenken, waar behalve defensie, de overheid ook instaat voor scholing, toekennen van handels- en exportvergunningen, openbaar vervoer, riolering, sportfaciliteiten… en noem maar op.De Europese Sociale democratie slaagt hierin vrij goed. Dat het altijd beter kan spreekt voor zich.Waar Michaël Zeeman gelijk in heeft is dat het fenomeen dat hij als sociale depressie betitelt een van de meest prangende problemen is in onze geglobaliseerde maatschappij. Soms leidt het zelf tot volledige dorpen die aan depressiviteit leiden, of op zijn minst symptomen ervan.Dat dit in gevallen waar de discrepantie tussen de verwachtingen en de werkelijkheid heel groot is kan leiden tot extreme reacties, is in dit tijdperk van terrorisme wel duidelijk.Dat de beleidsvoerders het probleem ernstig dienen te nemen is vrij van enige twijfel.   Jelmen Haaze 

23:37 Gepost door Student in Zeeman | Permalink | Commentaren (0) | Tags: jelmen haaze |  Facebook |

Misbruikt de pers haar articulatiekracht?

De pers mag alles belichten, melden, onthullen, becommentariëren en interpreteren, in alle vrijheid en zonder onderscheid des persoons, mits inachtneming van een aantal spelregels, noem het deontologie. Eén: presenteer appreciaties niet als feiten. Erken je subjectiviteit en verschuil je niet achter een masker van neutraliteit, of achter de publieke opinie. Ik heb een hekel aan journalisten die zich uitgeven voor de vertolker van de 'stem des volks' of 'luidop zeggen wat iedereen denkt'. Twee: zorg dat de feiten kloppen. Beschuldigingen maak je hard of je zwijgt en zoekt verder. Ik baal van journalistiek die aaneenhangt van insinuaties en suggesties. Stukjes die onder het mom van lichtheid een loopje nemen met de deontologie irriteren mij. Reportages die lustig complotscenario's uittekenen op basis van vage aanwijzingen van mogelijke verbanden tussen personen of feiten zijn verfoeilijk. ( Vaak werkt het zo: creëer een verdachte sfeer rond persoon A, link die dan met persoon B- die zonder verder argumentatie op basis van die link dan ook maar verdacht is-, verbindt deze 'onderwereld' vervolgens met de bovenwereld, en je indringende reportage is klaar. ). Drie: speel niet voor rechter en aanklager. Laat ruimte voor woord en wederwoord. Uitstel van oordeel is een mooie deugd.

Misbruik van articulatiekracht is dus mogelijk en ondergraaft de geloofwaardigheid van de pers. Dergelijke journalistiek is nestbevuiling waartegen de pers zichzelf moet beschermen. Het betaamt dan niet om als een gesloten klasse de rangen te sluiten en de gebeten hond te spelen. Zelfregulering is goed, maar onvoldoende. De pers moet aanvaarden dat ook externen hen ter verantwoording roepen.

Timothy Anthonis

Een lang staartje.

De long tail is een begrip dat gelanceerd werd door Chris Anderson, hoofdredacteur van Wired Magazine. Het is een in oorsprong economisch begrip dat stilaan een culturele revolutie eerder dan een louter economische omwenteling omschrijft.

Het fenoneem dat Chris Anderson in 2004 als The Long Tail omschreef komt kort hierop neer : nicheproducten vinden online makkelijker een afnemer en er is online onbeperkte shelf-space. Gevolg: de levensduur en -economische - levensvatbaarheid van een nicheproduct wordt groter. Massaproducten die vroeger de hele winkelruimte innamen krijgen nu concurrentie van nicheproducten die vroeger het schap - dus de markt - niet haalden. Deze markt kan op termijn zelfs zwaarder gaan wegen dan de markt van de hits.

Om optimaal van dit long tail-effect te kunnen profiteren moet de provider echter een virtueel onbeperkt aanbod in huis hebben én dit aanbod maximaal weten te ontsluiten, via zoveel mogelijk ingangen. Daartoe worden verschillende tools ontwikkeld waarmee gebruikers elkaar de weg wijzen naar de interessantste producten. Het businessmodel van amazon, maar ook bijvoorbeeld itunes is hierop geënt.

In dit model is het veel meer de gebruiker die zélf de 'hits' genereert en dus de markt aanstuurt dan de producent. Dit proces is immers veel moeilijker te sturen dan de blockbustercultuur, die via 'heavy exposure' (grote airplay, grote - en dure - promotiecampagnes) de hits probeert te dicteren. Dit heeft voor gevolg dat je als producent van een nicheproduct makkelijker dan vroeger een publiek kan vinden buiten de mainstream om.

Dit fenoneem is op dit moment vooral zichtbaar in de muziekindustrie. De laatste jaren heeft de muziekwereld de opgang gezien van een aantal bottom-up-successen, die online- en dus naast de mainstreammedia en -distributiekanalen - de basis legden voor hun succes. Ook filmmakers experimenteren met de wetten van de long tail. Zo is er het fenoneem

foureyedmonsters: twee jonge makers die via YouTube een publiek verwierven voor hun film en daarna zelf de distributie organiseerden, van screenings tot DVD-verkoop. Of er is het verhaal van Earthcore. Schrijver Scott Sigler verspreidde via podcast dit audiobook, dat nadien dankzij het online-succes ook in print verscheen. De long tail lijkt dus op dit moment vooral zijn potentieel te tonen bij artistieke producten: muziek, film, boeken,...

Maar wat zijn nu de mogelijke gevolgen voor de mediawereld? Heel eenvoudig: ook hier geldt dat een optelsom van "marginale" producten een sterke speler kan worden naast de mainstream of die zelfs kan gaan verdringen. De mediamagnaat van de toekomst is diegene die de kracht van de long tail weet te bundelen en het geschikte platform bouwt voor niche-media, bv Joost - de individuele producent van één kanaaltje op Joost kan op zichzelf nauwelijks de concurrentie aangaan, maar in het Joost-pakket kan hij ver gaan. Enkel een bundeling van gespecialiseerde media kan een concurrerende kracht worden voor de klassieke media. In deze context worden generalistische zenders maar één van de afnemers van een product, en is de positie van omroepen onherroepelijk verzwakt ten aanzien van de producent, de content provider.

Dit zou ook in de geschreven media kunnen, als een journalist of journalistencollectief online een sterk platform weet uit te bouwen, waar het zelf de publicatie van content kan organiseren, langs de mediaconcerns om. Het komt er vooral op aan een tool te ontwikkelen die de geïnteresseerde vlot naar zijn niches kan leiden, en het bredere aanbod opzoekbaar maakt.

Toch één bedenking bij dit hoera-verhaal: tot nu toe maken de bottom up- successen uiteindelijk de overstap naar de traditionele distributiekanalen, het volle potentieel van de long tail moet dus nog bewezen worden.

Globaal genomen heeft het long tail-effect echter het potentieel om niet alleen de economie maar de hele cultuur om te gooien. Niches worden economisch levensvatbaar, wat de diversiteit zal vergroten en de massacultuur wel eens een grote hak zou kunnen gaan zetten.Voorwaar een zegen.

Timothy Anthonis

23:21 Gepost door Student in Een lang staartje | Permalink | Commentaren (0) | Tags: timothy anthonis |  Facebook |

Ieder zijn eigen 15 minuten roem

Word ook jij murw geslagen met ge-youtube, gegoogel, IP-TV, community TV, RRS-feeds? Wel je begint er maar beter aan te wennen, want dit zijn de nieuwste fenomenen in medialand. Of het blijvers worden? Joost (zjoest) mag het weten.  Feit is dat ze allemaal inspelen op de drang van de mensen naar hun eigen 15 minutes of fame.

Een kritische blik op you-tube en de Vlaamse variant, Garage TV, leert ons snel dat er enorm veel recuperatie op te vinden is.  Een nieuwslezeres in lingerie, te zien op één of andere ‘alles kan beter’-variant in Estland, vind je op de beide open-acces websites. Britney Spears die voor de zoveelste keer met ontbloot kruis een taxi uitstapt, behoort op beide ‘zenders’ tot de populairste filmpjes. Weinig originaliteit dus.  De stukjes gemaakt door de echte tv-amateurs zijn, enkele uitzonderingen niet te na gesproken, van een bedenkelijk niveau.  Het is zoeken met een vergrootglas naar goede kwaliteit.  De hype rond second life ligt intussen ook al enkele maanden achter ons.  Begin 2007 investeerden grote banken, bekende sportmerken en zelfs interim-kantoren in deze virtuele wereld.  Intussen wordt second life vooral bezocht door surfers op zoek naar een virtuele one-night stand.

 

Dat het internet sinds 1995 een revolutie teweegbracht in medialandschap, valt zeker niet te ontkennen.   Of al deze nieuwe toepassingen even revolutionair zullen zijn, is nog af te wachten.  De nuttige technologieën zullen overleven en hun plaats krijgen.  De rest zal een stille dood sterven. De traditionele media hoeven dus niet direct iets te vrezen.  Het aantal lezers en kijkers zal lichtjes afkalven maar zeker niet dramatisch.  Want wat is er nu leuker dan ’s morgens je krant uit de bus te halen om ze vervolgens bij een goeie kop koffie door te nemen?  Zelfs Pascal Vyncke, de man die de senioren leerde surfen, grijpt terug naar de traditionele print.  Schrijfsels over genieten en lekker eten worden beter gesmaakt gedrukt op een blad, dan ze te moeten verwerken van op het beeldscherm. 

(JT)

11:10 Gepost door Student in Een lang staartje | Permalink | Commentaren (0) | Tags: joris trog |  Facebook |

15-11-07

Valium en therapie

Journalistiek in het jaar 2100

 

Journalistiek is een business. Ze verschilt hierin niet van pakweg het boerenbedrijf of de software industrie, waarbij de aantrekkelijkheid van de sector bepaald wordt door de mate van competitie die er speelt. Boeren concurreren zichzelf doorgaans de dieperik in, terwijl de CEO’s van monopolies als microsoft de hitlijsten van Forbes bevolken. Omdat concurrentie het verschil maakt tussen succes en afgang, is het in een snel veranderende markt als de media van primordiaal belang in te schatten wat de toekomst op dit vlak te bieden heeft.

 

Het is daarbij belangrijk op te merken dat de digitale revolutie die we nu meemaken van een totaal andere orde is dan het revolutietje dat zich in de jaren ’70 heeft afgespeeld. De laatste was vooral vraaggedreven. Een aantal slimme journalisten had ingezien dat het nieuwe publiek dat zich aandiende hoger opgeleid en vooral onafhankelijker in gedachten was dan hun voorgangers, wat hen de kans gaf om de poten onder de politiek gesubsidieerde organen onderuit te zagen. De essentie van het mediabedrijf veranderde echter niet. Hoge vaste kosten en de ondeelbaarheid van het product bleven publiceren een dure aangelegenheid maken. Concurrentie bleef dan ook beperkt tot een vrij goedaardige oligopolieachtige situatie.

 

In tegenstelling tot die in de jaren 70 speelt de nieuwe revolutie zich af aan de aanbodzijde. Dankzij IT is het gedaan met de vaste kosten die nieuwe spelers ervan weerhouden de markt te betreden. Dankzij RSS feed kunnen we nu aan lage kosten op maat gemaakt nieuws krijgen zonder dat we het er het hele pakket van een krant of tijdschrift erbij moeten nemen. Voor wie er nog aan wil twijfelen: dit is de een revolutie van het kaliber oktober 1917 die geen spaander zal heel laten van de oude wereld.

 

Het resultaat zal dan ook zijn dat de media de wereld van de hyperconcurrentie gaan betreden. Winstmarges zullen dalen, de druk op de producenten zal toenemen. En het valt dan ook te vrezen dat het resultaat negatief zal uitvallen, zowel voor de kwaliteit van de media als voor de journalist als persoon.

 

Een matige vorm van concurrentie is niet slecht voor de kwaliteit van de nieuwsmedia. Media economen toonden aan dat milde competitie leidt tot grotere, beter uitgeruste redacties, minder werkdruk per individuele journalist, wat dan weer leidt tot betere inhoud. Onderzoeksjournalisten leven op in een omgeving die hen de ruimte geeft hun ding te doen.

 

Wanneer het echter uit de hand loopt, dan keert deze situatie zich om. In de zenuwachtige, overbevolkte markt van morgen zijn minder middelen en tijd voorhanden voor onderlegd werk. De druk – niet in het minst vanwege de steeds machtigere adverteerders – tot korte termijn succesjes zal immens zijn. Journalisten kijken in zo’n omgeving tegen steeds kortere deadlines aan, waardoor de kwaliteit onvermijdelijk in het gedrang komt. Minder ruimte voor reflectie maakt dat de inhoud zal verworden tot telexachtige scoops, waarbij minder evidente onderwerpen het moeten afleggen van de gemakkelijke thema’s: misdaad, schandaal en sex. Omdat adverteerders zich van hen afkeren zullen onderzoeksjournalisten maar een kans maken als hun consumenten voor een duurder product willen blijven betalen.

 

En wat met de journalist als individu in dit verhaal? Net zoals de boer tegenover de agrobusiness zal de freelancer zich tegenover adverteerders in een weinig benijdenswaardige positie bevinden. Hij is namelijk maar een van de vele broodschrijvers geworden, meer werknemer dan ondernemer.

 

De grote econoom John Hicks wist de essentie van zijn vakdomein puntig te verwoorden: ‘de grootste beloning van een monopolie is een rustig leven’. Dit indachtig wordt de journalist van de toekomst waarschijnlijk een van de beste klanten van valium en therapie.

 

Alex Van Steenbergen

14:47 Gepost door Student in Een lang staartje | Permalink | Commentaren (4) | Tags: alex van steenbergen |  Facebook |

09-11-07

Een lang staartje...

Wie frisdrank wil verkopen aan één miljoen mensen gaat extreme smaken uit de weg.Wie wil schrijven voor één miljoen lezers, schrijft mensen naar de mond. En hoe groter de markt, hoe flauwer het afkooksel. 
Let wel, deze Coca-Cola journalistiek is niet slecht, verre van! Meer nog, het creëert een basiscultuur en is aldus zelfs noodzakelijk. Maar ze biedt weinig variatie. Mensen willen ook al eens iets lezen dat dichter bij hun leefwereld ligt. Dit kan gaan van berichten over kantklossen met 9 mm staaldraad, de laatste kwantumvelden theorieën en wat heeft buurvrouw Martha gisteren toch alweer uitgespookt in café de natte hond...
 
De mogelijkheden hierin zijn enkel beperkt door onze eigen verbeelding, en publiek is er wel.
Zo is Uralyn Vlabel, winnares in de categorie “Mooiste Uier” in al haar glorie te bewonderen op
www.whh.be (Westhoek Holsteins). Trotse eigenaars Monbailleu Jacques en Bernice zullen zich de heugelijke dag lang herinneren. Zeker ook omdat zij goed beseffen wat zo’n prijsbeest tegenwoordig waard is…
 
Ook voor sponsors biedt een dergelijke aanpak gedroomde mogelijkheden.
ABS Global Genetics zal niet zo gauw op VTM of in Het Laatste Nieuws promotie maken.
Dat ze wegens een bijzonder lange winter dit jaar hun “Early Spring Semen Special” verlengden tot 30 april, is enkel voor een beperkt niche publiek interessant.
 
Het internet is voor dergelijke berichten het gedroomde medium. De opstartkosten zijn gering, en als het aantal pageviews toeneemt, stijgt enkel de opbrengst.
 
Wel zijn er twee problemen.
Hoe kleiner de niche, hoe minder nieuwsfeiten er te berichten vallen, en elke reporter die winstgevend wil zijn moet toch een minimum aan publiek trekken. Dit wordt nog moeilijker in ons klein taalgebied.
 
De concurrentie aangaan met de “gevestigde waarden” vergt enorme opstartkosten. Ook de drempel voor diegenen die willen gaan werken voor de grote media is erg hoog.

Een eigen markt bespelen vergt voornamelijk inspiratie, transpiratie, en een dosis geluk.
 
De reeds in de prijzen gevallen staart van Uralyn Vlabel, naast “Kampioene Mooiste Uier” was ze ook “Algemeen Kampioene West-Vlaanderen”, kan symbool staat voor deze evolutie.
De staart lijkt eindeloos, maar het gaat hem om de uier.
  


Jelmen Haaze

01:12 Gepost door Student in Een lang staartje | Permalink | Commentaren (1) | Tags: jelmen haaze |  Facebook |

04-11-07

To blog or not to blog

PC Magazine publiceerde onlangs een selectie van de volgens hen kwalitatief hoogstaande  blogs.  Bij het aanschouwen van die lijst valt meteen op hoe divers hij is qua onderwerpen.  Dit is dan ook  voorwaarde één om een succesvolle weblog uit te bouwen: ga op zoek naar een doelpubliek.  Dat publiek dien je bovendien warm te houden door de weblog regelmatig (minstens 1 keer per dag)  te vernieuwen.  Uiteraard schuw je de controverses niet.  Reacties uitlokken en discussies op gang brengen, krikken de ‘klikcijfers’ danig de hoogte in.  Deze techniek wordt trouwens ook door De Standaard gehanteerd.  Iedere dag daagt men de lezers meermaals uit om, middels het poneren van een actuele en controversiële stelling, reacties en opinies uit te lokken.  De begeleidende ‘poll’ is leuk maar dikwijls niet relevant door een verkeerde vraagstelling.  Op die fora zie je trouwens dikwijls dezelfde namen terug komen.  Sommigen schrijven goed, anderen zijn niet te pruimen.  Maar het uiteindelijke doel is niet er een opstelwedstrijd van te maken, maar veeleer aan opinievorming te doen.

Moeten alle journalisten nu beginnen bloggen?  Ik mag hopen van niet en de kans dat het gebeurt, is gelukkig niet zo groot.  Beroepsjournalisten schrijven namelijk nog altijd om den brode.  Als ze moeten kiezen tussen een stuk schrijven voor de broodheer en een update doen van hun weblog dan is de keuze snel gemaakt.  De zwanenzang van de meeste blogs begint op de dag dat er niets nieuws valt te bespeuren.  Bovendien zijn blogs van professionele journalisten geen garantie op succes.  De weblog van redacteur Bart Dobbelaere lokte sinds begin september welgeteld 56 reacties uit en dit voor 9 bijdragen.  Nochtans verwijst de homepage van DS, telkens bij een nieuwe bijdrage, via een link naar de ‘dinges[1].  Overigens, de weblog wordt geïllustreerd met foto’s her en der van het net gegoogeld.  Hoe zit het met het auteursrecht?  Waar is de beroepsethiek?  Zal ik een blog starten over ethiek en journalistiek?

 

(JT)



[1] Dinges: naam van de weblog van Bart Dobbelaere.

02:33 Gepost door Student in To blog or not to blog? | Permalink | Commentaren (0) | Tags: joris trog |  Facebook |

03-11-07

To blog or not to blog?

Bloggen is nog lang niet op weg een belangrijk journalistiek medium te worden. De huidige blog community in Vlaanderen wordt immers gekenmerkt door een doorgedreven DIY-filosofie. In de huidige context zou een professionele blogger - iemand die geld wil verdienen aan zijn blogactiviteiten, bijvoorbeeld door advertising- uit de gemeenschap worden gestoten. Het is zeer de vraag of een blog succesvol kan worden zonder de steun van die gemeenschap. De huidige Vlaamse bloggemeenschap komt mij immers voor als een gesloten clubje waarbuiten geen leven mogelijk is. Het is mijn ervaring dat één van de sleutels tot een succesvolle blog actieve deelname aan die gemeenschap is, door veelvuldig comments rond te strooien bij andere veelgelezen blogs. Deze succesvolle bloggers fungeren als gatekeepers, een plaats in hun blogrol is hun machtsinstrument. Deze gatekeepers waken streng over hun medium, en in hun code is geen plaats voor financiële motieven.Ze aarzelen niet iemand in de ban te doen-waarop je blog in het beste geval genegeerd wordt, en in het slechtste geval een doelwit zal worden voor hacking. Ik herinner mij een incident rond Tanguy Veys, een Gents VB-politicus, die de Gentse bloggemeenschap danig op de zenuwen werkte door ongewenste comments. Eindresultaat: zijn persoonlijke website werd uit de lucht gehaald door hackers. Volgens mij zal een professional die probeert aan de haal te gaan met het speeltje van deze club eenzelfde lot beschoren zijn. Vlaanderen is dus nog niet toe aan een professionalisering van het bloggebeuren, al zal die uiteindelijk niet te stoppen zijn. Het is de vraag wie hieraan begint en de klappen wil opvangen. Daarna zal de profesionele blog uitgroeien tot een fenomeen dat de early users zal marginaliseren en hun rol als gatekeeper teniet zal doen. Dit kan de kwaliteit en diversiteit van het Vlaamse bloglandschap alleen maar ten goede komen. Ik heb veel sympathie voor de DIY-ers van het eerste uur, en ik hoop dat er steeds ruimte zal blijven voor niet-professionele blogs, maar op dit moment zijn ze een rem op een verdere groei van het medium.

Timothy Anthonis 

21:01 Gepost door Student in To blog or not to blog? | Permalink | Commentaren (0) | Tags: timothy anthonis |  Facebook |