29-10-07

Is een blogger een journalist en mag een journalist überhaupt bloggen?

Een blogger is geen journalist. Met welk recht kan de modale gelegenheidsluller zich deze titel toe-eigenen? In enkele zeldzame gevallen kan de grens vaag zijn, maar is er iemand terdege geïnteresseerd in het zware uitgaansleven, de nieuwe viervoeter of de nieuwe tuinaanleg van Jan-met-de-pet,? Wellicht zijn persoonlijke clubje aanhangers, zielsverwanten en bewonderaars, althans toch voor even. Het nieuwe is er namelijk snel af. Idem voor het soort blogs die een relaas bieden van – zoals daar zijn - ‘de stapsgewijze verbouwingen van ons nieuwe huis’ of ‘onze baby, dag na dag, voetje voor voetje’. Met alle respect, maar daar ligt echt niemand van wakker. Leuk voor vrienden en familie, maar daar blijft het bij. Of het moet gaan over de villa van Prins Laurent, of de nieuwe spruit van Bart De Wever. Dan wordt het al interessanter. Althans toch voor lieden die ervan uitgaan dat iemands privéleven of persoonlijke mening een graadmeter is voor de professionele bekwaamheid van die persoon. 

Laat Bracke toch bloggen! Mag die man geen mening hebben? Moet hij ook na het uitprikken braaf in het gareel van de VRT blijven lopen? De brave man is nu waarschijnlijk onder één of ander fout pseudoniem actief binnen de Vlaamse blogwereld, en gelijk heeft hij.Volgens diezelfde bekrompen redenering van de VRT-top zou een bloggende treinconducteur online zijn persoonlijke beklag niet mogen doen over de vertragingen bij de NMBS. De treinen niet op tijd? Komaan zeg, de treinen zijn àltijd stipt.
Een postbeambte mag de nieuwe reeks postzegels niet ronduit afzichtelijk vinden? Natuurlijk niet, van die man wordt verwacht dat hij ze allemaal even mooi vindt ogen.
Onze broodwinning zou ons individualisme niet mogen beïnvloeden. Censuur is hier nergens goed voor en ook totaal ongeoorloofd. De blog leidt namelijk een bestaan nààst de job. De blog is geen job op zich. Daar situeert zich dan ook de grenslijn tussen blogger en journalist. 

Interessante, snedige en goed onderhouden blogs kunnen leiden tot het ventileren van interessante meningen, die op hun beurt dan weer kunnen uitmonden in boeiende discussies. Er komt een proces op gang, en als dat proces boeiend is en blijft, dan zal de blog succesvol zijn. Als dat soort blog dan nog enige nieuwswaarde bevat, is het aan de beroepsjournalist om hier feiten en ideeën uit op te pikken, er een interessant artikel over te schrijven en zich hiervoor te laten vergoeden. Dat is in deze discussie namelijk het voorrecht van de beroepsjournalist. - SN

20:05 Gepost door Student in To blog or not to blog? | Permalink | Commentaren (2) | Tags: sandra noben |  Facebook |

Moet een journalist bloggen?

Wereldwijd zien er 175.000 blogs per dag het levenslicht. Dat dit geen marginaal fenomeen meer is, is een vaststaand feit. Een zichzelf respecterend journalist kan zich niet permitteren dit te negeren, integendeel. Sommige blogs die zich vooral concentreren op het in real-time lanceren van nieuwsberichten, kunnen een reële bedreiging vormen voor de beroepsjournalist. Het is daardoor belangrijk dat een goede journalist aanwezig is op het internet. Dit gebeurt reeds in veel gevallen op de website van de krant of het weekblad waarvoor hij schrijft, en waar hij blogsgewijs zijn ei kwijtkan. Hierdoor zorgt de journalist ervoor dat de kwaliteit van zijn blog gegarandeerd is, en dat alle feiten double-checked zijn. Dit is spijtig genoeg niet altijd het geval op blogs van verdienstelijke liefhebbers. Hier is geen redactionele controle op, en loopt men het risico dat er berichten worden overgenomen waarvan de herkomst van twijfelachtig allooi is. Op die manier kunnen geruchten nieuwsfeiten worden en een eigen leven gaan leiden. Een goede blog die up to date is, is belangrijk om de journalist alert te houden. Het gebeurt meer en meer dat de mening van een invloedrijke blogger gevraagd wordt, daar waar men vroeger bij een journalist ging aankloppen. De grens tussen professionele journalistiek om den brode, en de onafhankelijke vrijwillige blogger kan hierdoor vervagen. Een journalist die voor een bepaald medium werkt heeft tevens de beperking dat de publicaties op zijn persoonlijke blog niet mogen indruisen tegen de belangen of regels van zijn werkgever (cfr. Bracke – VRT). Het blijft voorlopig nog een feit dat het internet, en blogs in het bijzonder een hogere drempel hebben, en hierdoor niet het bereik hebben wat een regulier journalist wel heeft via de traditionele media. Bloggers kunnen wel een voortrekkersrol gaan spelen wat inventiviteit betreft, en hun spontaniteit kan inspirerend werken voor de traditionele journalist. Daarom is het van het hoogste belang dat de journalist deze de trein niet mist, en dient hij zich te onderscheiden in kwaliteit.

Peter Desmet

14:38 Gepost door Student in To blog or not to blog? | Permalink | Commentaren (1) | Tags: peter desmet |  Facebook |

27-10-07

Is een blogger een journalist, is een journalist een blogger?

‘To blog or not to blog’ is de existentialistische vraag die aanstormend jong schrijftalent en reeds goed in het zadel zittende journalisten zich vandaag stellen. Wie mee is met zijn tijd, kan niet meer om het blogfenomeen heen. Kan je een blogger die zijn meningen op het net ventileert en er zijn zielenroerselen blootgeeft een journalist noemen? Valt een professionele journalist met een eigen weblog te reduceren tot een doorsnee blogger?Weblogs en bij uitbreiding de burgerjournalistiek worden vaak afgezet tegen de ‘echte’ pers en het werk van ‘echte’ journalisten. Het verschijnsel zet in ieder geval de medialogica op zijn kop. Elke computeralfabeet kan met een minimaal budget een communicatiekanaal met de rest van de wereld openen. Kapitaalkrachtige mediagroepen zien het met lede ogen aan, en journalisten voelen zich wel eens bedreigd door het succes van dit nieuwe medium. De meeste weblogs is echter een kort leven beschoren. Het vergt heel wat discipline, tijd en creativiteit om bloglezers geregeld boeiend leesvoer aan te reiken. Zeer snel beperkt het publiek van deze blogs zich tot een kleine kring van welwillende vrienden en familieleden, terwijl het net de bedoeling is gevoelens en opinies te delen met de wijde wereld. Sommige bloggers hebben hun focus gelegd op nieuwsgaring. Zij brengen nieuws heet-van-de-naald van op plaatsen waar andere media afwezig zijn of over thema’s waarvoor elders minder interesse is. Een aantal van hen slaagt erin naambekendheid te verwerven en een vast lezerspubliek te bereiken, wegens de kwaliteit of de nieuwswaarde van hun werk. Enkele getalenteerde bloggers, zoals Salam Pax die dagelijks ter plaatse op zijn blog berichtte over de invasie van Irak en die nu voor de Britse krant ‘The Guardian’ schrijft, schoppen het tot journalist in de traditionele media en komen zo in de vijver van de vakpers zwemmen. Ook journalisten voelen zich geroepen om via een weblog hun frustraties en verwondering aan de wereld kenbaar te maken. Via dit nieuwe podium op het web kunnen ze zich profileren, los van een redactie of een organisatie, en een zekere waardering nastreven. De kwaliteit van dergelijke blogs ligt doorgaans stukken hoger dan die van de bulk van de bestaande blogs, toch is dit geen garantie op een ruim lezerspubliek. Al dan niet bloggen is geen kwestie van leven of dood in de journalistiek. Bloggers en journalisten kunnen gerust naast elkaar opereren, en zelfs interageren. Het blogverschijnsel zal de klassieke media niet verdringen en van journalisten geen uitstervend ras maken. Een professionele journalist met een eigen blog is een journalist met een – soms zeer verdienstelijke – hobby. Een blogger is geen journalist, al kan de succesvolle, getalenteerde blogger in een zeldzaam geval zijn webactiviteiten als een opstapje gebruiken om tot de journalistiek door te stoten. student - ADB

18:55 Gepost door Student in To blog or not to blog? | Permalink | Commentaren (1) | Tags: annick de beule |  Facebook |

Misbruikt de pers haar articulatiekracht?

De krantenverslaggever kijkt iedere dag op tegen deadlines.  In zijn drang om te scoren gaat hij al eens onzorgvuldig te werk.  Hij baseert zijn stukken op lekken die sommige politici doelbewust organiseren waarbij het niet zozeer de bedoeling is de maatschappij te dienen maar veeleer zelf in de spotlights te staan.  Details worden uitvergroot, voorbarige conclusies worden getrokken.  De geviseerden in deze dossiers zien met lede ogen aan hoe hun zorgvuldig opgebouwde reputatie te grabbel wordt gegooid.

Groot was mijn verontwaardiging toen ik de verslaggeving aanschouwde over het vermeend racisme bij  Deutsche Bank.  Deze keer was het de uitzendsector die slachtoffer was van overdreven articuleren.  Men deed net alsof het bij de interim-kantoren schering en inslag was om allochtonen achter te stellen, geen kans te geven.  Wat was nu het probleem?  Eén klein e-mailtje van een schimmig uitzendkantoor (who the fuck is ‘Mailprofs’?) is de aanleiding om eerst Deutsche Bank en nadien de interim-sector voor racistisch te verslijten.  Een medewerker van het uitzendkantoor had het in een interne nota over ‘liever geen kandidaten met een exotisch uiterlijk’.  Bedoelde men hier mensen met een niet blanke huidskleur, of gewoon lieden met een niet alledaagse tronie (piercing door de wenkbrauw of de tong)?  Niemand die het met zekerheid weet.  Maar Kifkif was er als de kippen bij om een parlementair onderzoek te eisen naar discriminatie in de uitzendsector.Laat het nu net de uitzendkantoren zijn die de drempel verkleinen voor allochtonen om toe te treden tot de arbeidsmarkt.  Eén op negen tewerkgestelde uitzendkrachten is van allochtone afkomst, welk bedrijf doet beter? Jaarlijks werken 45.000 mannen en vrouwen van Turkse en Noodafrikaanse origine als interim, enkel het Heizelstadion kan meer mensen herbergen.  Deutsche Bank schermt met zijn diversiteitlabel maar dat garandeert nog niet dat iedereen binnen dat bedrijf in het gareel loopt.  Enige nuancering in de berichtgeving hieromtrent zou op zijn plaats zijn. JT – 13-10-2007
 

 


25-10-07

De articulatiekracht van de geschreven pers

De geschreven pers heeft meer troeven in handen en meer kansen om de publieke opinie te beïnvloeden. Wat je op tv ziet, kan dan misschien wel op een bepaalde wijze gemonteerd worden, de beelden spreken steeds voor zich.

Gemakkelijker in te kleuren, meer ruimte voor interpretatie, meer beïnvloeding… op papier kunnen woorden een eigen leven gaan leiden.

Het lezerspubliek was niet aanwezig op de persconferentie, en dus kan de journalist zeggen wat hij wil. Soms met verstrekkende gevolgen.

 

Zo heeft Ludwig Verduyn, ex-hoofdredacteur van De Morgen, in 1999 ontslag moeten nemen wegens een foute en lasterlijke berichtgeving over de zogenaamde Luxemburgse bankrekening van minister Reynders. Verduyn had verkeerde informatie en vervalste bewijsstukken ontvangen van zijn informant. In de rechtszaak die Reynders tegen hem aanspande, werd hij schuldig bevonden en moest hij een dwangsom betalen.

 

Nog erger misschien, waren de beschuldigingen over de vermeende pedofilie van Elio Di Rupo. Het relaas van zijn ‘slachtoffer’ haalde in 1996 de voorpagina van De Standaard. Het slachtoffer bleek later een fantast te zijn en het perslek werd nooit officieel gevonden. “Het beschuldigen van politici gaat vandaag door de rechtbank van de publieke opinie via de procureur die de gazet heet”, zei toenmalig premier Dehaene over deze zaak.

 

Journalist Wouter Verschelden was dit jaar het brave schoothondje van Pieter De Crem toen hij schreef over het militair hospitaal in Neder-over-Heembeek en de vele missers van André Flahaut. Zat de leiband te strak gespannen? Dit leek immers meer op een heksenjacht dan op een objectieve berichtgeving.

 

Politici worden soms wegens een peulenschil aan de schandpaal genageld. We kunnen ons zelfs de volgende vraag stellen: “Misbruikt de journalist zijn macht of wordt de journalist zélf gebruikt door de politici?”

 

Soms stellen we echter wel een zekere voorzichtigheid vast en worden bepaalde dingen niet meteen naar voren gebracht, wellicht uit angst voor de gevolgen. Zou de krant geboycot kunnen worden door bepaalde politici? Zou de krant adverteerders kunnen verliezen als ze bepaalde uitspraken doet?  

 

Als journalisten nog risico’s nemen, zijn het wellicht berekende risico’s. De Franse president Sarkozy heeft ruime tijd gepoogd om zijn privéleven – en dan vooral dat van zijn vrouw - uit de kranten te houden. Hij is erin geslaagd de journalisten onder druk te zetten, maar zo lang heeft de zwijgzaamheid uiteindelijk niet geduurd. De macht van de pers is nog steeds reëel, althans in democratische structuren, en zo hoort het ook. - SN

 


 

"Articulatiekracht" van de Journalist

Wat blijft nog over van de articulatiekracht van de journalist ? In 25 jaar tijd is het medialandschap veranderd van een “gekleurde” naar een vrije pers die leeft onder de druk van verkoopscijfers of kijkcijfers. De journalist is gedwongen zijn verhaal te brengen op een manier die “verkoopt”, anders wordt het niet eens gepubliceerd.Bovendien lezen weinig mensen paginalange artikels, en zeker het medium televisie gunt de geïnterviewde vaak slechts luttele seconden. De handige politicus zal dan ook enkele oneliners inbouwen in zijn repliek, wetende dat de reporter juist die fragmenten zal gebruiken.Dit leidt echter onvermijdelijk  tot een polarisering, tot een zwart-wit weergave waarin langzaam de grijswaarden wegvallen. Gelukkig is er in onze democratische samenleving een gediversifieerde pers waarin het mogelijk is eenzelfde onderwerp vanuit een verschillende invalshoek te belichten. Zo stond in Nederland op vrijdag 15 juni rond elf uur op teletekst pagina 121 een bericht met de kop: "Rust in Gazastrook na zege Hamas." De Volkskrant van die zelfde dag berichtte over het zelfde onderwerp met de kop: "Hamas voert executies uit in Gaza." En wat als een “muur” niet zomaar een “muur” meer is maar een verdedigingsmuur, een noodzakelijk kwaad, een scheidingsmuur of een apartheidsmuur wordt?En wat is dan de juiste woordkeuze? Als die al bestaat.Voor de Israëlische zijde heeft de muur een zekere rust gebracht nu ze zien dat het aantal aanslagen is verminderd sinds de constructie van de barrière.Voor de Palestijnse boer die door de muur plots afgesloten wordt van zijn landerijen heeft de muur echter een duidelijk andere impact. Zeker als hij in de dagelijkse praktijk vaststelt dat het veelal volstaat enkele kilometers om te lopen of een laddertje tegen de muur te zetten om aan de andere zijde te geraken. Voor die Palestijn zijn het pesterijen, in het beste geval.Hoe formuleert een journalist die tegenstelling? Wat is de invalshoek van een reportage?In het voorgaande geval is het nog relatief eenvoudig aan correcte, verifieerbare informatie te geraken. Wat blijft over van de articulatiekracht van de reporter in een dictatuur?In China is men nu reeds de censuur aan het verscherpen in de aanloop tot de Olympische Spelen. Zelfs Google is onder staatscontrole. Hier is er wel een macht van de media, maar is de articulatiekracht van de journalist tot nul herleid.Zelfs in democratische regimes trachten spindoctors de media te bespelen. Als dit niet lukt verwijten zij dit in het laatste geval al snel de media of individuele journalisten. Twee basisvereisten om van een articulatiekracht van de journalist te kunnen spreken zijn dus zeker de persvrijheid en een goede reputatie van de berichtgevers.Hoewel de overgrote meerderheid van de reporters op professionele wijze omging met de dopingzaak omtrent Lefèvre, heeft de foute berichtgeving van één journalist die zijn bronnen wat al te vrij interpreteerde, de reputatie van de gehele mediawereld aangetast.Dat die media ook blijk hebben gegeven van een belangrijk zelfcontrolerend- en zelfcensurerend vermogen, wordt door de spreekwoordelijke man in de straat al snel over het hoofd gezien.Dit is een duidelijk voorbeeld van wat de impact van een (fout) bericht op een individu kan zijn. De impact op het collectief is minder duidelijk aantoonbaar. Zo ziet men bijvoorbeeld dat, ondanks het feit dat bijna de gehele Belgische pers het Generatiepact verdedigde en zelfs noodzakelijk noemde, ze er toch niet in geslaagd is de publieke opinie te kenteren. Hoewel het moeilijk is in te schatten wat de reactie op een artikel zal zijn, is het ongetwijfeld zo dat de media een belangrijke impact hebben op de maatschappij.Vooral in de Engelse taal is de gevoelswaarde van woorden daarom goed onderzocht. In ieder geval kan een beetje “stoken”, zoals boksers voor een boksmatch gewend zijn, de zaken interessanter maken. Dat sommige mensen hierop soms verkeerd reageren zal wel altijd blijven…   

Jelmen Haaze

Zeeman over Sociale Depressie

Zeeman 

Zeeman beweert in de gepresenteerde stelling dat de samenleving in de ban is van wat hij benoemt als sociale depressivi-teit. Hij ontwaart ook een stemming van gelatenheid. Ikzelf zie echter minder gelatenheid dan wel afkeer en opstandigheid. Die afkeer heeft alles te maken met het wezen van het democratische model: de consensus. De democratie bewandelt de grijze middenweg: compromissen produceren zelden duidelijke keuzes, laat staan een radicale ommezwaai. De democratische politiek beïnvloedt de maatschappelijke werkelijkheid slechts traag, quasi onzichtbaar voor de gemiddelde burger. Dit geeft de politiek het uitzicht van een impotente macho, wiens grootspraak botst met de pietluttige prestaties. Dit frustreert de kiezer en maakt hem gevoelig voor de baldadige stem, die politicus die lustig inhakt op het beschaafde en rimpelloze democratische model. Deze middelpuntvliedende kracht wordt alleen maar sterker naarmate de gevestigde politiek zich sterker rond een gemeenschappelijke orde lijkt te scharen en de tegenstem niet (meer) weet te vertolken. De politieke klasse reageert collectief, over partijgrenzen heen, defensief op deze 'nieuwe' stem in het debat en verdedigt daarmee haar interne codes, haar eigen cultuur, kortom representeert uiteindelijk alleen nog zichzelf en het eigen belang. En kijk: daar heb je de kloof tussen burger en politiek, wederzijds onbegrip en vijandigheid. Kiezer en politicus leven op voet van oorlog, de 'fatsoenlijke' politicus begrijpt maar niet waarom de kiezer hem massaal inruilt voor paljassen en tafelspringers. Ten einde raad probeert hij de schreeuwers te overschreeuwen met straffere uitspraken, groter onverzettelijkheid, sterkere beloftes: hij is zelf een paljas geworden. Of hij gaat zich gedragen als een onbegrepen en verongelukt kamergeleerde. Of hij predikt de morele plicht van het optimisme- zowat de ultieme negatie van het onbehagen. Al deze reacties demonstreren echter slechts hun onmacht en brengen het democratisch model verder in diskrediet. Aldus ontstaat een almaar versnellende, zichzelf versterkende dynamiek van desintegratie. Of moeten we dit beschouwen als een proces van permanente vernieuwing dat de democratie vitaal houdt?

 

Timothy Anthonis

04:43 Gepost door Student in Zeeman | Permalink | Commentaren (0) | Tags: timothy anthonis |  Facebook |

22-10-07

Eerste opdracht: commentaar op onderstaand artikel van M Zeeman

Rome, De anti-politiek als verfrissend alternatief

de Volkskrant, Forum, 4 oktober 2007 (pagina 12)
Michaël Zeeman

Rome, De Italianen zijn, sinds zij van hun zomervakantie zijn teruggekeerd, gebiologeerd door een betrekkelijk nieuw verschijnsel in hun landspolitiek, het ‘grillismo’. Dat is de proteststemming die zich heeft gekristalliseerd rond de hier bij iedereen bekende en door velen als vermakelijk ervaren variété-artiest Beppe Grillo.

Typetjes, rare gezichten, schalkse woordspelingen en een zekere vaardigheid bij het reageren op een publiek: humor is weliswaar cultureel bepaald, maar soms universeel voorspelbaar. Grillo – dat ‘Beppe’ is de algemeen gangbare koosnaam voor iemand die ‘Giuseppe’ heet: hij speelt, dat ik weet, geen Friese grootmoeder – is tot de slotsom gekomen dat politici niet deugen en dat zij allemaal weg moeten.

Met dat inzicht oefent hij een zo grote aantrekkingskracht uit op zijn landgenoten, dat de permanente peilingen naar de voorkeuren van de kiezers erdoor van slag raakten. Grillo belegde bijeenkomsten op beroemde pleinen en verzocht zijn aanhangers door middel van fluitconcerten en ondeugende gebaren hun afkeer bekend te maken.

Ook vormden zich in verscheidene Italiaanse steden spontaan gezelschappen van zijn bewonderaars, die uit zijn naam vrolijke optochten organiseren. Het sjibboleth van de beweging is het begrip ‘vaffanculo’, een woord dat mij voor de spiegelbeeldige variant plaatst van het probleem dat ik een paar jaar geleden had toen de Italianen mij begonnen te vragen wat toch ‘een geitenneuker’ was (‘Sodomieter op’ voldoet als vertaling niet, want dan verspeel je dat ‘aarsgat’, ‘il culo’.)

De toon is, sedert de invoering van het algemeen kiesrecht, bekend, in alle democratieën van de wereld. De stemming waar die uit voortkomt eveneens, zij het dat de Italianen misschien nog net wat meer reden tot briesen hebben dan sommige andere volkeren. Gelijk op met de populariteitscijfers voor ‘Joop Gril’ gaan de verkoopcijfers van een boek van twee bekende en serieuze journalisten, waarin wordt beschreven hoe de Italiaanse politici welbeschouwd een kaste vormen en er niet vies van zijn zichzelf en elkaar te bevoordelen. De democratie wordt geleid door een oligarchie, waarvan de leden er opvallend veel zeewaardige jachten op na houden en zich ook voor hun ontspanningsuitstapjes liefst per regeringsvliegtuig verplaatsen.

Dat wil zeggen: de linkse tak ervan; Silvio Berlusconi is geen zeiler en hij heeft zijn eigen vliegtuig. De me-diatycoon of de baantjesjagers en de zakkenvullers, zo bezien is het begrijpelijk dat veel Italianen bij verkiezingen niet langer voor de één stemmen, maar vooral tégen de anderen. Romano Prodi ontleende zijn nipte verkiezingsoverwinning verleden jaar aan het dreigen met nog vijf jaar Berlusconi, Berlusconi dankt zijn huidige royale meerderheid in de peilingen aan de walging van één jaar Prodi. In die sfeer van ontgoocheling is het voor een grappenmaker gemakkelijk succes te behalen.

Maar wat betekent het, is de door hem gemobiliseerde beweging een manifestatie van politiek engagement, van een voorkeur voor apolitieke verontwaardiging of juist van een begin van anti-politiek, het verschijnsel dat twintig jaar terug ten slotte het Sovjetblok de das om heeft gedaan? En: staat het ‘grillismo’ op zichzelf of zijn er ook buiten Italië eendere gemoedsaandoeningen waar te nemen? Er was de afgelopen weken immers al één Nederlandse commentator die Paul de Leeuw opriep Beppe Grillo na te volgen en de Haagse politici de levieten te gaan lezen, zij het dat die denker haar jeugdjaren doorbracht in de Communistische Partij Nederland en de nostalgie naar een komiek als leider daardoor verklaarbaar is.

Het komt mij voor dat zich hier iets voordoet dat je ‘sociale depressiviteit’ zou moeten noemen, het gevoel dat er van de instituties van de democratie en misschien zelfs wel van de georganiseerde samenleving niet veel goeds meer verwacht mag worden. Italianen kennen het, maar Nederlanders ook. Men leeft weliswaar in een samenleving, maar men doet zijn best er zo veel mogelijk langs heen te leven. Voor allerlei vitale voorzieningen rekent men eigenlijk niet meer op de regelingen van die samenleving.

Uit die gefnuikte verwachting en ontgoocheling ontstaat een stemming van gelatenheid, die nog het meest op een stevige depressie lijkt. Men veronderstelt op zichzelf en op zijn eigen omgeving te zijn aangewezen, omdat de collectieve voorzieningen als het er op aan komt ontoereikend of zelfs geheel en al onbereikbaar zijn. De samenleving, dat zijn de anderen, en ook haar instituties zijn er voor de anderen.

Daar speelt het populisme – want dat is het – op in, of het nu de vrolijke opwinding van een paljas en zijn claque betreft, of de demagogische varianten die in Nederland op de rechter- en de linkerflank van het politieke spectrum steeds sterker worden. Noch de Partij voor de Vrijheid, noch de Socialistische Partij houdt er een programma op na waarmee je Nederland op een stabiele en verantwoorde manier zou kunnen besturen – ‘uit de Europese Unie’: hou nou toch op. Maar dat weerhoudt velen er niet van die partijen aan te hangen; Beppe Grillo zou als minister-president zelfs slechter zijn dan Romano Prodi, maar ook dat hindert niemand hem aan te moedigen.

Groeiende vleugels aan een tanende romp, de vraag is wat je overhoudt en wat je daar nog van verwachten mag. Koerst de anti-politiek af op een alternatief, dat wil zeggen: een al dan niet verfrissende variant op de bestaande programma’s, of op een afrekening? De privatiseringsgolf van de jaren negentig van de vorige eeuw mag op zijn eind lopen – zo heel veel valt er tenslotte niet meer te privatiseren – maar is wat er rest voldoende om mensen tot meer betrokkenheid dan een opportunistische gelegenheidsweging van hun rechten en plichten te bewegen?

Copyright: Zeeman, Michaël

 

 

Wie is M Zeeman? 

(Uit Wikipedia) 

Michaël Zeeman (°Marken, 12 september 1958), is een Nederlands dichter, schrijver, literatuurrecensent, en was presentator van een televisieprogramma.

Zeeman studeerde enkele jaren filosofie, in Utrecht en in Groningen. In 1974 begon Michaël Zeeman te werken bij boekhandel De Tille in Leeuwarden. Hij schreef recencies voor de Leeuwarder Courant en later ook voor NRC Handelsblad. Hij nam vaak boeken mee naar huis ter recensie. In 1986 werd hij door de eigenaar van de boekhandel aangeklaagd voor diefstal van boeken ter waarde van honderdduizenden guldens en werd in 1993 veroordeeld. Volgens eigen zeggen was er een afspraak dat hij de boeken mocht houden, maar volgens de eigenaar van De Tille was er geen probleem met het meenemen van boeken ter recensie, maar moesten ze wel worden teruggebracht.

Verder bleek het door Zeeman niet goed te verklaren dat hij voor meer dan 200.000 gulden boeken ter recensie had meegenomen terwijl de boeken die uiteindelijk inderdaad werden gerecenseerd bij elkaar een waarde hadden van niet meer dan een kleine 2000 gulden. Zeeman werd uiteindelijk gearresteerd; over de tijd die hij in het gevang doorbracht publiceerde hij later een essay in Hollands Maandblad.

In 1987 werd hij stafmedewerker letteren bij de Rotterdamse kunststichting en hij begon in 1991 te werken bij de Volkskrant, waar hij chef kunst werd. Twee jaar na die aanstelling werd hij wegens ernstige interne conflicten met collega's van de Volkskrant weer uit die functie ontheven en werd hij redacteur van het Boekenkatern. Nadat bekend werd dat hij in privé-computers van een collega van de Volkskrant had ingebroken, gaf de directie hem ontslag en veranderde het dienstverband in een freelance-dienstverband en werd hij freelance correspondent in Rome voor de krant.

Hij ontving in 1991 de C. Buddingh'-prijs voor het beste poëziedebuut voor de bundel Beeldenstorm. Vanaf 1995 presenteerde hij voor de VPRO Laat op de avond na een korte wandeling en later het programma Zeeman met boeken waarvoor hij in januari 2002 de Gouden Ganzenveer kreeg. Een paar maanden later ging hij bij de VPRO weg en vestigde hij zich in Rome.

Zeeman is een van de vaste presentatoren van het Haagse festival Winternachten.

 

SN 

01:08 Gepost door Student in Zeeman | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |